Lichenen
Korstmossen = biologische entiteiten (geen systematische entiteiten, niet in tree of life)
die bestaan uit een alg of cyanobacterie en een schimmel.
- Alg/cyanobacterie = fotobiont: leveren voedingsstoffen aan schimmel
moleculaire studies nodig om soort te bepalen
algenlaagje = gonidie (heeft niets met voortplanting te maken)
- Schimmel = mycobiont: beschermt alg tegen uitdroging, vraat, UV..
vooral ascomyceten
groei: traag en moeilijk
Contact tussen beide partners in de associatie
Via appressoria (= penetratiehyfen) en haustoria (= zuigorganen) die in de alg dringen.
voedingsstoffen van alg naar schimmel
- Algen: juist onder het opp. fotosynthese
dichte structuur
- Cyanobacteriën: meer verspreid (primitiever)
geen cortex => gelatineus (meer water opgenomen)
losse structuur
Ontstaan
- Theorie: in moeilijke leefomstandigheden is een schimmel begonnen met het
absorberen van stoffen afkomstig van een alg => associatie ontstaan
- Lichenen zijn meerdere malen in de loop van de evolutie ontstaan
niet alle lichenen zijn geëvolueerd uit één succesvolle associatie
polyfyletisch
Voorkomen
Ubiquist: alle mogelijke klimaatzones (droge woestijnen, zeeën, polen)
, Thallus van lichenen
Thallus = ongedifferentieerde massa plantenmateriaal
Structuur:
- cortex (= schors):
enkel hyfen
bescherming
gasdoorlatend: fotosynthese
bij korstvormige lichenen ook aan onderzijde
- gonidie (= algenlaag)
vlak onder cortex: fotosynthese
algen in specifieke laag = heteromere lichenen
cyanobacteriën: verspreid = homiomere lichenen
- medulla (=merg)
opslagruimte voor water en suikers
losse hyfenmassa: goed voor fotosynthese
enkel bij heteromere lichenen
Groeivormen van thallus
- Lepreus (poedervormig)
geen cortex
geen vruchtlichamen
vochtige beschutte plaatsen
niet primitief
-Korstvormig
stevig
vastgehecht
opvallende
kleuren
soms mozaïekjes
soms flinterdun
groeien nooit
over elkaar
- Schubvormig
Korstmossen = biologische entiteiten (geen systematische entiteiten, niet in tree of life)
die bestaan uit een alg of cyanobacterie en een schimmel.
- Alg/cyanobacterie = fotobiont: leveren voedingsstoffen aan schimmel
moleculaire studies nodig om soort te bepalen
algenlaagje = gonidie (heeft niets met voortplanting te maken)
- Schimmel = mycobiont: beschermt alg tegen uitdroging, vraat, UV..
vooral ascomyceten
groei: traag en moeilijk
Contact tussen beide partners in de associatie
Via appressoria (= penetratiehyfen) en haustoria (= zuigorganen) die in de alg dringen.
voedingsstoffen van alg naar schimmel
- Algen: juist onder het opp. fotosynthese
dichte structuur
- Cyanobacteriën: meer verspreid (primitiever)
geen cortex => gelatineus (meer water opgenomen)
losse structuur
Ontstaan
- Theorie: in moeilijke leefomstandigheden is een schimmel begonnen met het
absorberen van stoffen afkomstig van een alg => associatie ontstaan
- Lichenen zijn meerdere malen in de loop van de evolutie ontstaan
niet alle lichenen zijn geëvolueerd uit één succesvolle associatie
polyfyletisch
Voorkomen
Ubiquist: alle mogelijke klimaatzones (droge woestijnen, zeeën, polen)
, Thallus van lichenen
Thallus = ongedifferentieerde massa plantenmateriaal
Structuur:
- cortex (= schors):
enkel hyfen
bescherming
gasdoorlatend: fotosynthese
bij korstvormige lichenen ook aan onderzijde
- gonidie (= algenlaag)
vlak onder cortex: fotosynthese
algen in specifieke laag = heteromere lichenen
cyanobacteriën: verspreid = homiomere lichenen
- medulla (=merg)
opslagruimte voor water en suikers
losse hyfenmassa: goed voor fotosynthese
enkel bij heteromere lichenen
Groeivormen van thallus
- Lepreus (poedervormig)
geen cortex
geen vruchtlichamen
vochtige beschutte plaatsen
niet primitief
-Korstvormig
stevig
vastgehecht
opvallende
kleuren
soms mozaïekjes
soms flinterdun
groeien nooit
over elkaar
- Schubvormig