Samenvatting Dieetleer
Thema: Cardiovasculair risicomanagement
Algemeen
Cardiovasculair risicomanagement behelst de diagnostiek, behandeling en follow-up van
risicofactoren voor hart- en vaatziekten, inclusief leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met
een verhoogd risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten.
Meestal is vaatvernauwing door afzettingen aan de vaatwand (atherosclerose) de oorzaak van hart-
en vaatziekten.
Leefstijladvies
De kans op hart- en vaatziekten wordt verkleind door een gezonde leefstijl: niet roken, een gezond
gewicht, voldoende beweging en gezond en gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf.
Risicofactoren
Uit grootschalig en langlopend onderzoek komen de volgende risicofactoren voor hart- en
vaatziekten:
- Een hoog en ongunstig samengesteld cholesterol-en/of vetgehalte van het bloed. Dit is de
belangrijkste voedingsgerelateerde risicofactor. Hierbij is vooral de verhouding tussen LDL-
en HDL-cholesterol en de hoogte van het triglyceridegehalte in het bloed van belang.
- Diabetes (suikerziekte). Bij een langdurig hoog bloedsuikergehalte, beschadigen de
bloedvaten. Daarom hebben mensen met diabetes meer kans op hart- en vaatziekten.
- Een verhoogde bloeddruk. Bij hersenbloedingen is er een duidelijk verband met hoge
bloeddruk.
- Verhoogde stollingsneiging van het bloed. Stolsels kunnen de bloedstroom door de vaten
verminderen of verhinderen.
- Overgewicht. Hierbij geeft vooral veel buikvet een hoger risico.
- Weinig beweging, roken en stress.
- Voeding.
- Erfelijke factoren spelen ook een rol bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Genetische
aanleg kan het risico met ongeveer 60% verhogen.
Cholesterol
Cholesterol is een vetachtige stof die je lichaam
nodig heeft als bouwstof. Je lever maakt het
grootste deel van het cholesterol zelf aan.
In twee gevallen kan het cholesterol in je bloed het
risico op hart- en vaatziekten vergroten:
- Als het cholesterolgehalte te hoog is.
- Als de verhouding tussen de soorten LDL-cholesterol en HDL-cholesterol scheef is.
Het bloed vervoert cholesterol door het aan bepaalde eiwitten te binden. Deze eiwitten heten
lipoproteïnen. Er zijn verschillende soorten lipoproteïnen:
- HDL (high density lipoprotein)
- LDL (low density lipoprotein)
, Hyperlipidemie
Diagnose:
Op basis van twee laboratoriumonderzoeken van het lipidenprofiel onder gestandaardiseerde
condities, waarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen TC (totaal cholesterol) en HDL.
Klachten:
Niet noodzakelijk. Peesxanthomen op de hand of bij de achillespees, vetophopingen op de oogleden
of in het oog rondom de iris. Uiteindelijke klacht is een incident uit de groep hart- en vaatziekten.
Onderscheid primaire hyperlipidemie en secundaire hyperlipidemie:
- Bij primaire hyperlipidemie betreft het erfelijke vormen van een verhoogd cholesterol en/of
triglyceriden.
- Secundaire hyperlipidemie komt vaak voor bij patiënten met een of meer risico verhogende
factoren.
Het risico op hyperlipidemie is verhoogd bij gebruik van diuretica, corticolsteroïden en
antiaritmica.
Relevant medicijngebruik:
Voornamelijk statinen, dit gaat bij 5 – 18 procent van de gebruikers gepaard met spierpijn en
spierstijfheid. Bij statinen is consumptie van grapefruitsap een aandachtspunt. Andere medicijnen
zijn galzuurbindende harsen, PCSK9-remmers, nicotinezuurderivaten en fibraten.
Het voedingssupplement rode gist rijst wordt ook gebruikt, hierover bestaat enige zorg in verband
met de mindere strenge productcontrole.
Laboratoriumgegevens:
Referentiewaarden in serum (mmol/l):
- totaal cholesterol < 5,0;
- LDL ≤ 2,5;
- HDL m/v respectievelijk > 1,0/> 1,2;
- ratio totaal cholesterol/HDL < 5,0;
- triglyceriden/VLDL ≤ 2,0.
Behandeling:
Leefstijladvisering en/of medicatie. Leefstijladvisering volgens cardiovasculair risicomanagement.
Thema: Cardiovasculair risicomanagement
Algemeen
Cardiovasculair risicomanagement behelst de diagnostiek, behandeling en follow-up van
risicofactoren voor hart- en vaatziekten, inclusief leefstijladvisering en begeleiding bij patiënten met
een verhoogd risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten.
Meestal is vaatvernauwing door afzettingen aan de vaatwand (atherosclerose) de oorzaak van hart-
en vaatziekten.
Leefstijladvies
De kans op hart- en vaatziekten wordt verkleind door een gezonde leefstijl: niet roken, een gezond
gewicht, voldoende beweging en gezond en gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf.
Risicofactoren
Uit grootschalig en langlopend onderzoek komen de volgende risicofactoren voor hart- en
vaatziekten:
- Een hoog en ongunstig samengesteld cholesterol-en/of vetgehalte van het bloed. Dit is de
belangrijkste voedingsgerelateerde risicofactor. Hierbij is vooral de verhouding tussen LDL-
en HDL-cholesterol en de hoogte van het triglyceridegehalte in het bloed van belang.
- Diabetes (suikerziekte). Bij een langdurig hoog bloedsuikergehalte, beschadigen de
bloedvaten. Daarom hebben mensen met diabetes meer kans op hart- en vaatziekten.
- Een verhoogde bloeddruk. Bij hersenbloedingen is er een duidelijk verband met hoge
bloeddruk.
- Verhoogde stollingsneiging van het bloed. Stolsels kunnen de bloedstroom door de vaten
verminderen of verhinderen.
- Overgewicht. Hierbij geeft vooral veel buikvet een hoger risico.
- Weinig beweging, roken en stress.
- Voeding.
- Erfelijke factoren spelen ook een rol bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. Genetische
aanleg kan het risico met ongeveer 60% verhogen.
Cholesterol
Cholesterol is een vetachtige stof die je lichaam
nodig heeft als bouwstof. Je lever maakt het
grootste deel van het cholesterol zelf aan.
In twee gevallen kan het cholesterol in je bloed het
risico op hart- en vaatziekten vergroten:
- Als het cholesterolgehalte te hoog is.
- Als de verhouding tussen de soorten LDL-cholesterol en HDL-cholesterol scheef is.
Het bloed vervoert cholesterol door het aan bepaalde eiwitten te binden. Deze eiwitten heten
lipoproteïnen. Er zijn verschillende soorten lipoproteïnen:
- HDL (high density lipoprotein)
- LDL (low density lipoprotein)
, Hyperlipidemie
Diagnose:
Op basis van twee laboratoriumonderzoeken van het lipidenprofiel onder gestandaardiseerde
condities, waarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen TC (totaal cholesterol) en HDL.
Klachten:
Niet noodzakelijk. Peesxanthomen op de hand of bij de achillespees, vetophopingen op de oogleden
of in het oog rondom de iris. Uiteindelijke klacht is een incident uit de groep hart- en vaatziekten.
Onderscheid primaire hyperlipidemie en secundaire hyperlipidemie:
- Bij primaire hyperlipidemie betreft het erfelijke vormen van een verhoogd cholesterol en/of
triglyceriden.
- Secundaire hyperlipidemie komt vaak voor bij patiënten met een of meer risico verhogende
factoren.
Het risico op hyperlipidemie is verhoogd bij gebruik van diuretica, corticolsteroïden en
antiaritmica.
Relevant medicijngebruik:
Voornamelijk statinen, dit gaat bij 5 – 18 procent van de gebruikers gepaard met spierpijn en
spierstijfheid. Bij statinen is consumptie van grapefruitsap een aandachtspunt. Andere medicijnen
zijn galzuurbindende harsen, PCSK9-remmers, nicotinezuurderivaten en fibraten.
Het voedingssupplement rode gist rijst wordt ook gebruikt, hierover bestaat enige zorg in verband
met de mindere strenge productcontrole.
Laboratoriumgegevens:
Referentiewaarden in serum (mmol/l):
- totaal cholesterol < 5,0;
- LDL ≤ 2,5;
- HDL m/v respectievelijk > 1,0/> 1,2;
- ratio totaal cholesterol/HDL < 5,0;
- triglyceriden/VLDL ≤ 2,0.
Behandeling:
Leefstijladvisering en/of medicatie. Leefstijladvisering volgens cardiovasculair risicomanagement.