100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Examen

Hoofstuk 15 ademwegen

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
20
Grado
7-8
Subido en
22-11-2021
Escrito en
2020/2021

Uitwerking van alle leerdoelen van periode 1.2 op Inholland

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
22 de noviembre de 2021
Número de páginas
20
Escrito en
2020/2021
Tipo
Examen
Contiene
Respuestas

Temas

Vista previa del contenido

Toetsmatrijs biomedisch jaar 1 periode 2
College 1
Je kunt de anatomie van de bovenste en onderste luchtwegen
beschrijven

De weg van lucht: Farynx  Larynx  trachea  primaire bronchi  secundaire bronchi
 tertiaire bronchi (elke tertiare bronchus voorziet een specifiek gebied van lucht) 
kleinere bronchi  bronchiole  terminale bronchioli (smalste transportbuizen)  lucht
naar lobje van de long  vertakt in respiratoire branchioli  doorgangen ductuli
alveolares  longtrechtertjes
(gezamelijke compartimenten die uit
vele afzonderlijke alveoli
(longblaasjes) bestaan) 
gaswisseling.

De bovenste luchtwegen bestaan
uit:
- Neusholte
- Keelholte (farynx):
nasofarynx, orofarynx,
laryngofarynx
- Strottenhoofd (larynx):
kraakbeen, epiglottis
(strottenklepje), arytenoide
(bij de stembanden).

De onderste luchtwegen bestaan uit:
- Trachea
- Bronchi: Rechter long heeft
3 kwabbenen de linkerlong heeft 2 kwabben.
- Bronchioli: alveoli, hier vind zuurstofwisseling plaats.

Neusholte:
Via de neusgaten: uitwendige neusopeningen, nares komt lucht binnen.
De neusharen (vibrissae) zorgen ervoor dat grove stofdeeltjes tegengehouden worden.
Deze neusharen zitten in het vestibulum nasi. De mondholte en de bodem van de
neusholte wordt gescheiden door een hard / benig gehemelte. Zacht gehemelte
loopt achter het harde gehemelte door en vormt de bodem van de nasofarynx. De
neusholte mondt bij de inwendige neusopeningen in de nasofarynx uit.
Dieper in de neus zie je uitstulpingen die neusschelpen / concha (superior, media,
inferior) worden genoemd. Deze vergroten het oppervlakte en veroorzaken wervelingen
in de luchtstroom.
De wervelingen zorgen ervoor dat fijnere deeltjes aan het slijm blijven kleven. Via de
trilhaartjes worden ze vervoerd naar de keelholte (farynx) en worden ze ingeslikt.
Slijmvlies is rijkelijk doorbloed en zorgt ervoor dat ingeademde lucht bevochtigd en
verwarmd wordt.

Keelholte: Farynx
De holte loopt vanaf de inwendige neusopeningen naar de toegang tot de larynx en de
oesofagus (slokdarm).
Bestaat uit 3 onderdelen:
- Nasofarynx: is via de inwendige neusopeningen met de neusholte verbonden.
Hierin bevinden zich de keelamandel en de doorgang naar de buis van Eustachius.
- Orofanyx: hierin liggen de gehemelteamandelen.
- Laryngofarynx: loopt tot de toegang van de oesofagus.

Strottenhoofd: Larynx

,Vormt het onderste gedeelte van de bovenste luchtwegen.
Via de glottis (stemspleet) komt de lucht van de farynx de larynx binnen.

Bestaat uit een kraakbenig skelet:
- Schildkraakbeen (het gebogen cartilago thyroidea)
- Ringkraakbeen (cartilago cricoïdea)
Deze kraakbenen beschermen de stemspleet en de toegang tot de trachea en hun
brede oppervlakken bieden plaats voor de aanhechting van belangrijke spieren en
banden van de larynx.
- Strottenklepje (epiglottis)  voorkomt dat eten en drinken de luchtpijp inglijdt
(verslikken).
- Arytenoiden  zitten aan een zijde vast aan de stembanden, kunnen met behulp
van spieren de stembanden aanspannen of ontspannen. Stemvorming ontstaat
wanneer de uitademingslucht in trilling wordt gebracht.
Valse stembanden: voorkomen dat vreemde voorwerpen de glottis binnenkomen.
Komt voedsel of vloeistoffen in aanraking met de stembanden dan ontstaat er een
hoestreflex.
Ware stembanden: betrokken bij het voortbrengen van geluid.

Onderste luchtwegen:
- Trachea
- Bronchi (grote luchtwegen)
- Bronchioli (kleinere luchtwegen)

Luchtpijp: Trachea
Bestaat uit U-vormige kraakbeenringen, deze ringen zorgen ervoor dat de trachea niet
dichtvalt.
De binnenkant van de ringen is bedenkt met trilhaarepitheel. De ringen zijn met elkaar
verbonden door bindweefsel. Door de vorm van de ringen, is de trachea elastisch. De
luchtpijp splitst zich in de linker en de recht hoofdbronchus. Deze hebben volledige
ringen. Deze bronchus dringen de longen in de longhili binnen tegelijkertijd met
bloedvaten, lymfevaten en zenuwen. De diameter van de trachea wordt gewijzigd door
samentrekkingen van spieren die door het autonome zenuwstelsel worden aangestuurd.
Sympathische prikkeling  diameter wordt groter  grotere hoeveelheid lucht door de
luchtwegen.

Brochi (grote luchtwegen)
De trachea vertakt zich in de rechter en linker primaire bronchus. De rechter
primaire bronchus voert lucht aan naar de rechterlong en de linker primaire bronchus
voert lucht aan naar de linkerlong.
De rechterlong is wat groter dan de linkerlong, hierdoor komt het meeste lucht in de
rechterlong terecht. De primaire bronchus vertakt zich steeds tot kleinere luchtwegen die
de bronchusboom vormen. Primaire bronchi  secundaire bronchi  tertiaire
bronchi. Elke tertiaire bronchi voorziet een gebied van lucht (lobje).

Bronchioli (kleine luchtwegen)
Van bronchi naar bronchioli:
Als de bronchi vertakt, verandert de bouw. In de loop van de vertakkingen wordt het
kraakbeen geleidelijk vervangen door gladspierweefsel en verdwijnen de slijmcellen. In
de bronchioli is er geen kraakbeen meer aanwezig. Deze wordt opengehouden doordat ze
vastzitten aan met luchtgevuld longweefsel. De activiteit van de spieren van het glad
spierweefsel worden geregeld door het autonome zenuwstelsel.
Sympathische activering  bronchodilatatie: verwijding van de luchtwegen
Parasympathische activering  bronchoconstrictie  vernauwing van de luchtwegen. De
luchtwegen kunnen ook helemaal geblokkeerd zijn, hierdoor is ademen niet mogelijk.

Alveoli: Longblaasjes
De uiteinde van de vertakkingen. Hier vindt de zuurstofopname en kooldioxide afgifte
plaats.

, De alveoli zijn gerangschikt in trosjes (longrechtertjes).
Deze vormen een zo groot mogelijk contactoppervlak met de capillairen. Door het grote
oppervlak is het contact tussen de capillairen en de buitenlucht het grootste. De alveoli
bestaat uit epitheel zonder trilcellen met daarop of daartussen de alveolaire
macrofragen. Deze fagocyteren stoffen.
Om te voorkomen dat de longblaasjes dichtklappen onder invloed van de oppervlakte
spanning van water maken gespecialiseerde longcellen, pneumocyten type II,
surfactant aan. Deze verlaagd de oppervlakte spanning.
Als er geen surfactant aanwezig is, bijvoorbeeld door verwonding of door een genetische
afwijking, zullen de longblaasjes samenvallen. Hierdoor is het heel moeilijk om in te
ademen  ademnoodsyndroom.

Gasuitwisseling vindt plaats door de respiratoire membraan van de alveoli.
Kooldioxide (CO2) wordt in de alveoli getrokken vanuit het bloed, omdat hier de
concentratie laag is.
Het bloed trekt zuurstof (O2) het bloed in, omdat in het bloed de concentratie van
zuurstof laag is. Het zuurstof wordt gevonden aan hemoglobine in rode bloedcellen
(erytrocyten).
Longen:
De longen zijn omgeven door longvliezen, pleurae:
- Pleura visceralis  rond de longen
- Pleura parietalis (borstvlies)  binnenzijde borstkas
Tussen deze vliezen zit een klein beetje pleuravocht, hierdoor blijven de vliezen aan
elkaar kleven en kunnen ze nog wel over elkaar verschuiven. Als er lucht tussen deze
vliezen komt (bijv. door thoracenthese: vocht met een naald door de ribben opnemen),
hebben de longen de neiging om samen te klappen, klaplong / pneumothorax.
Ook kan bloed ophopen in de pleuraholte, dan wordt het longvolume verkleind 
hemothorax.
De rechterlong heeft 3 kwabben (lobussen) en de linkerlong heeft 2 kwabben. De
kwabben zijn door diepe groeven onderscheiden. De bovenste kwab van de linkerlong
heeft een instulping de incisura cardiaca. Hierin wordt het pericard (hartzakje) herbergt.


Je kunt de belangrijkste functies van het ademhalingsstelsel beschrijven

De vijf
basale functies van het ademhalingsstelsel:
1. Het vormt een groot oppervlak voor gaswisseling tussen de lucht en het bloed.
2. Het verplaatsen van lucht van en naar het gaswisselingsoppervlak in de longen.
3. Beschermen van de alveolaire oppervlakken tegen uitdroging,
temperatuursveranderingen en ziekteverwekkers.
4. De vorming van geluiden waardoor spraak, zang en andere vormen van
communicatie mogelijk zijn.
5. De reukzin bevorderen door reukcellen in de neusholte.

Je kunt uitleggen uit welke deelprocessen de ademhaling bestaat

Deelprocessen:
- Ventilatie
- Gaswisseling
- Transport zuurstof en kooldioxide

Ventilatie (ademhaling)
Ademhalingscyclus: inademing + uitademing
Deze komt tot stand doordat ademhalingsspieren worden geactiveerd. In de hersenstam
bevinden zich groepen neuronen (zenuwcellen), waaruit impulsen ontspringen voor de
ademhalingsbeweging.
4,39 €
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
daniqueridder
2,0
(1)

Conoce al vendedor

Seller avatar
daniqueridder Hogeschool InHolland
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
3
Miembro desde
7 año
Número de seguidores
3
Documentos
0
Última venta
6 año hace

2,0

1 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes