Hoorcollege ONLE-01 11-
09-2014
Ontwikkelingspsychologie
Wetenschappelijke benadering
Groei, verandering en stabiliteit in leven
Conceptie tot en met volwassenheid
Gebieden: sociale, emotionele/ persoonlijkheid, fysieke en cognitieve
ontwikkeling
Wat is ontwikkeling
Verandering die groei is, dit is:
o Duurzaam
o Onomkeerbaar → tenzij je een ziekte of ongeluk hebt gehad
waardoor de motoriek of cognitie is aangetast
o Hogere organisatie van gedrag → wordt steeds hoger. Hoe ouder je
wordt hoe hoger je op een mentaal niveau kan denken
Wat houdt ontwikkeling aan de gang?
Aanleg
↗ ↘
Ervaring ← Rijping
Aanleg: DNA, genetica
Aanleg heeft invloed op de ervaring. Voorbeeld: aanleg om te willen
sporten, dan ga je dit ook doen en doe je ervaring op
Rijping: hoe openbaart en ontwikkeld jou genetisch materiaal
Visies op de ontwikkeling
Stromingen binnen de ontwikkelingsleer
Biologische georiënteerde theorieën → nature: genotype bepaalt gedrag
dus ontwikkeling
Milieu/ omgevingstheorieën → nurture (verzorging): invloed milieu op
ontwikkeling staat centraal
Psychodynamische theorieën → mens heeft driften/ behoeften/ motieven
die bevredigd worden
Onderzoeksmethoden
Longitudinaal → meerdere tijdstippen na elkaar
Transversaal → dwarsdoorsnede, op een moment
Cross-cultureel → vergelijking verschillende culturen
Sociale ontwikkeling
Ontwikkeling en verandering van sociale relaties en interacties met
anderen
Sociale ontwikkeling baby
Sociaal gericht
o Meer gericht op mensen dan dingen
o Gericht op gezichten, ogen en mond
o Gericht op stem
,Temperament
Reactie en herstel op nieuwe invloeden
o Bijvoorbeeld:
Rustig-onrustig
Actief-passief
Introvert-extravert
Sociaal gedrag baby’s
0-2mnd → huilen, glimlachen, oogcontact, geen voorkeur
2-6/7mnd → lichte voorkeur voor bekende mensen → hechting
6/7-12mnd → toenaderingsgedrag, vreemdenangst, scheidingsangst,
speeltjes aanbieden
Vanaf 14mnd → imitatie van ouders en elkaar
Hechting
Proces waarin een kind in toenemende mate emotioneel afhankelijk word
van een of enkele mensen
Belang hechting
Voorwaarde voor gezonde sociale- en emotionele ontwikkeling
Hechting is niet afhankelijkheid!
Kan autonomie stimuleren
Het beïnvloed de:
o Sociale/ persoonlijkheidsontwikkeling
o Cognitieve ontwikkeling
o Taalontwikkeling
Wanneer
Eerste maanden wordt de basis gelegd
Na 3 maanden selectiever
Na 6 maanden 1 persoon centraal
Rond 9 maanden afsluiting kritieke fase
Hoe?
Stimulering: visueel, verbaal, tactiel
Responsiviteit: mate van reageren op kind
Hechtingsvormen
Veilig (moeder kan weg gaan)
Onveilig, angstig-vermijdend (op moment dat moeder terug komt wil kind
dit niet)
Onveilig, angstig-ambivalent (wil moeder wel vasthouden maar kalmeert
niet bij terugkomst moeder)
Onveilig, angstig-gedesoriënteerd (weten helemaal niet meer wat ze
moeten doen bij terugkomst moeder)
, ONLE-03 Hoorcollege 16-
09-2014
Cognitie
Processen van denken, waarnemen en herinneren waardoor kennis wordt
verkregen, gemaakt en opgeslagen en kan worden gebruikt.
Cognitieve ontwikkeling van baby’s
Uiting van cognitie ligt in handelen (Piaget)
Denken ontstaat door doen (Vygotsky/ Bruner)
Informatieverwerkingstheorie
Uitgangspunten Piaget (1896-1980)
Actie= kennis
Kennis= waarnemen, communicatie, sensatie
Kinderen zijn actieve onderzoekers
Ontwikkeling volgens stadia
Stadia in cognitieve ontwikkeling (Piaget)
Sensomotorisch stadium (0-2 jaar)
Preoperationeel stadium -> fase voordat een kind kan overzien, kind
ontwikkeld symbolisch denken
Concreet operationeel stadium -> kind gaat denken in oorzaak-gevolg.
Kind kan terug denken van begin tot eind
Formeel operationeel stadium -> op formeel abstract niveau kunnen
denken (logisch denken)
Overgang tussen stadia
Bij fysieke rijping + ervaring -> kind kan door naar een hoger cognitief
niveau
Kwaliteit van kennis verandert
Van reflex naar reflectie
Belangrijke elementen Piaget
Schema:
o Een manier van denken waarmee wij de werkelijkheid zien en
ervaren ofwel mentale structuur/ denkkader
Adaptie
o Aanpassen aan omgeving. Komt tot stand via assimilatie en
accommodatie
Processen volgens Piaget
Assimilatie
o Ervaringen inpassen van de omgeving in cognitieve patronen (bijv.
interpreteren)
Accommodatie
09-2014
Ontwikkelingspsychologie
Wetenschappelijke benadering
Groei, verandering en stabiliteit in leven
Conceptie tot en met volwassenheid
Gebieden: sociale, emotionele/ persoonlijkheid, fysieke en cognitieve
ontwikkeling
Wat is ontwikkeling
Verandering die groei is, dit is:
o Duurzaam
o Onomkeerbaar → tenzij je een ziekte of ongeluk hebt gehad
waardoor de motoriek of cognitie is aangetast
o Hogere organisatie van gedrag → wordt steeds hoger. Hoe ouder je
wordt hoe hoger je op een mentaal niveau kan denken
Wat houdt ontwikkeling aan de gang?
Aanleg
↗ ↘
Ervaring ← Rijping
Aanleg: DNA, genetica
Aanleg heeft invloed op de ervaring. Voorbeeld: aanleg om te willen
sporten, dan ga je dit ook doen en doe je ervaring op
Rijping: hoe openbaart en ontwikkeld jou genetisch materiaal
Visies op de ontwikkeling
Stromingen binnen de ontwikkelingsleer
Biologische georiënteerde theorieën → nature: genotype bepaalt gedrag
dus ontwikkeling
Milieu/ omgevingstheorieën → nurture (verzorging): invloed milieu op
ontwikkeling staat centraal
Psychodynamische theorieën → mens heeft driften/ behoeften/ motieven
die bevredigd worden
Onderzoeksmethoden
Longitudinaal → meerdere tijdstippen na elkaar
Transversaal → dwarsdoorsnede, op een moment
Cross-cultureel → vergelijking verschillende culturen
Sociale ontwikkeling
Ontwikkeling en verandering van sociale relaties en interacties met
anderen
Sociale ontwikkeling baby
Sociaal gericht
o Meer gericht op mensen dan dingen
o Gericht op gezichten, ogen en mond
o Gericht op stem
,Temperament
Reactie en herstel op nieuwe invloeden
o Bijvoorbeeld:
Rustig-onrustig
Actief-passief
Introvert-extravert
Sociaal gedrag baby’s
0-2mnd → huilen, glimlachen, oogcontact, geen voorkeur
2-6/7mnd → lichte voorkeur voor bekende mensen → hechting
6/7-12mnd → toenaderingsgedrag, vreemdenangst, scheidingsangst,
speeltjes aanbieden
Vanaf 14mnd → imitatie van ouders en elkaar
Hechting
Proces waarin een kind in toenemende mate emotioneel afhankelijk word
van een of enkele mensen
Belang hechting
Voorwaarde voor gezonde sociale- en emotionele ontwikkeling
Hechting is niet afhankelijkheid!
Kan autonomie stimuleren
Het beïnvloed de:
o Sociale/ persoonlijkheidsontwikkeling
o Cognitieve ontwikkeling
o Taalontwikkeling
Wanneer
Eerste maanden wordt de basis gelegd
Na 3 maanden selectiever
Na 6 maanden 1 persoon centraal
Rond 9 maanden afsluiting kritieke fase
Hoe?
Stimulering: visueel, verbaal, tactiel
Responsiviteit: mate van reageren op kind
Hechtingsvormen
Veilig (moeder kan weg gaan)
Onveilig, angstig-vermijdend (op moment dat moeder terug komt wil kind
dit niet)
Onveilig, angstig-ambivalent (wil moeder wel vasthouden maar kalmeert
niet bij terugkomst moeder)
Onveilig, angstig-gedesoriënteerd (weten helemaal niet meer wat ze
moeten doen bij terugkomst moeder)
, ONLE-03 Hoorcollege 16-
09-2014
Cognitie
Processen van denken, waarnemen en herinneren waardoor kennis wordt
verkregen, gemaakt en opgeslagen en kan worden gebruikt.
Cognitieve ontwikkeling van baby’s
Uiting van cognitie ligt in handelen (Piaget)
Denken ontstaat door doen (Vygotsky/ Bruner)
Informatieverwerkingstheorie
Uitgangspunten Piaget (1896-1980)
Actie= kennis
Kennis= waarnemen, communicatie, sensatie
Kinderen zijn actieve onderzoekers
Ontwikkeling volgens stadia
Stadia in cognitieve ontwikkeling (Piaget)
Sensomotorisch stadium (0-2 jaar)
Preoperationeel stadium -> fase voordat een kind kan overzien, kind
ontwikkeld symbolisch denken
Concreet operationeel stadium -> kind gaat denken in oorzaak-gevolg.
Kind kan terug denken van begin tot eind
Formeel operationeel stadium -> op formeel abstract niveau kunnen
denken (logisch denken)
Overgang tussen stadia
Bij fysieke rijping + ervaring -> kind kan door naar een hoger cognitief
niveau
Kwaliteit van kennis verandert
Van reflex naar reflectie
Belangrijke elementen Piaget
Schema:
o Een manier van denken waarmee wij de werkelijkheid zien en
ervaren ofwel mentale structuur/ denkkader
Adaptie
o Aanpassen aan omgeving. Komt tot stand via assimilatie en
accommodatie
Processen volgens Piaget
Assimilatie
o Ervaringen inpassen van de omgeving in cognitieve patronen (bijv.
interpreteren)
Accommodatie