Moleculaire biologie Prof. Dr. Van Camp
2e Ba BMW
Zelfstudie opdracht: RNA processing
Algemene opdrachten
Geef de definitie van RNA-processing.
• Proces waarbij pre-mRNA wordt omgezet naar mRNA door een combinatie van meerdere
processen
• Proces wat enkel voorkomt bij eukaryoten -> geeft mogelijkheid tot recombinatie
• Combinatie van meerdere processen
Beschrijf het proces van mRNA splicing.
• Intronen moeten verwijdert worden
• Niet-coderende RNA-sequentie worden verwijderd voor het
translatieproces
• 2 proteïne RNA-complexen binden aan de GU-code van het intron
-> lus wordt gevormd en 3 andere complexen kunnen aanhechten
• Finaal complex ondergaat conformationele veranderingen
• Klieving aan 5’ GU-sequentie
• Gekliefd intron vormt een lus met de A-branch
• Verder gelegen op hetzelfde intron
• Klieving aan 3’ AG-sequentie
• Intronen komen vrij van de volledige pre-mRNA streng
• Exonen worden naar elkaar gebracht
Leg uit: alternatieve splicing en self-splicing.
• Functie van spliceosoom kan eventueel gereguleerd worden = alternatieve splicing
• Enkele streng kan zo coderen voor twee of meerdere polypeptides met
verschillende aminozuursequenties
• Vaak voorkomend in humaan genoom (eerder regel dan uitzondering)
• rRNA en tRNA doen aan self-splicing
• RNA katalyseert zelf het verwijderen van zijn eigen intronen
• Proteïnen van RNA reageren als enzymen
-> klieven covalente bindingen tussen intron/exon grenzen
+ connecteren exonen
• Katalyse door enzyme ribozyme
Leg het proces van capping uit, en verklaar de functie van de 5’ cap.
• Een gemodificeerde guanosine wordt gebonden aan 5’-uiteinde = capping
• 7-methylguanosine
• Cap gevormd terwijl pre-mRNA gemaakt wordt door RNA-polymerase
(wanneer transcript 20 tot 25 nucleotiden lang is)
• Cap wordt herkend door cap-bindingsproteïne
• Herkenningsproces is noodzakelijk voor vertrek van mRNA uit de nucleus
• In cytosol wordt cap ook herkent
-> mRNA zal kunnen binden aan ribosoom voor translatie
Beschrijf de functie van de poly-A staart en leg uit hoe deze gevormd wordt.
• Poly-A-staart aan het 3’-uiteinde is een 100-200 nucleotiden lange adeninestreng
• Enzymatisch toegevoegd nadat pre-mRNA al gevormd is
-> wordt niet gecodeerd in genen sequentie
• Helpt in transport van mRNA vanuit de nucleus
1
ZSO 3: RNA
processing
2e Ba BMW
Zelfstudie opdracht: RNA processing
Algemene opdrachten
Geef de definitie van RNA-processing.
• Proces waarbij pre-mRNA wordt omgezet naar mRNA door een combinatie van meerdere
processen
• Proces wat enkel voorkomt bij eukaryoten -> geeft mogelijkheid tot recombinatie
• Combinatie van meerdere processen
Beschrijf het proces van mRNA splicing.
• Intronen moeten verwijdert worden
• Niet-coderende RNA-sequentie worden verwijderd voor het
translatieproces
• 2 proteïne RNA-complexen binden aan de GU-code van het intron
-> lus wordt gevormd en 3 andere complexen kunnen aanhechten
• Finaal complex ondergaat conformationele veranderingen
• Klieving aan 5’ GU-sequentie
• Gekliefd intron vormt een lus met de A-branch
• Verder gelegen op hetzelfde intron
• Klieving aan 3’ AG-sequentie
• Intronen komen vrij van de volledige pre-mRNA streng
• Exonen worden naar elkaar gebracht
Leg uit: alternatieve splicing en self-splicing.
• Functie van spliceosoom kan eventueel gereguleerd worden = alternatieve splicing
• Enkele streng kan zo coderen voor twee of meerdere polypeptides met
verschillende aminozuursequenties
• Vaak voorkomend in humaan genoom (eerder regel dan uitzondering)
• rRNA en tRNA doen aan self-splicing
• RNA katalyseert zelf het verwijderen van zijn eigen intronen
• Proteïnen van RNA reageren als enzymen
-> klieven covalente bindingen tussen intron/exon grenzen
+ connecteren exonen
• Katalyse door enzyme ribozyme
Leg het proces van capping uit, en verklaar de functie van de 5’ cap.
• Een gemodificeerde guanosine wordt gebonden aan 5’-uiteinde = capping
• 7-methylguanosine
• Cap gevormd terwijl pre-mRNA gemaakt wordt door RNA-polymerase
(wanneer transcript 20 tot 25 nucleotiden lang is)
• Cap wordt herkend door cap-bindingsproteïne
• Herkenningsproces is noodzakelijk voor vertrek van mRNA uit de nucleus
• In cytosol wordt cap ook herkent
-> mRNA zal kunnen binden aan ribosoom voor translatie
Beschrijf de functie van de poly-A staart en leg uit hoe deze gevormd wordt.
• Poly-A-staart aan het 3’-uiteinde is een 100-200 nucleotiden lange adeninestreng
• Enzymatisch toegevoegd nadat pre-mRNA al gevormd is
-> wordt niet gecodeerd in genen sequentie
• Helpt in transport van mRNA vanuit de nucleus
1
ZSO 3: RNA
processing