100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting L-filosofische grondslagen van de geesteswetenschappen

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
53
Subido en
05-08-2021
Escrito en
2021/2022

Samenvatting van het vak L-filosofische grondslagen van de geesteswetenschappen. Inhoudstafel: 1. Inleiding 2 2. Plato (428 – 347 v. Chr.) 3 2.1. Inleiding 3 2.2. De Meno-paradox 3 2.3. Wederherinnering en Ideeën 4 2.4. Plato’s ‘twee-werelden’-visie 5 3. Aristoteles (384-322 v.Chr.) 6 3.1. Inleiding 6 3.2. De weg van de kennisverwerving 6 3.3. Aristoteles’ wetenschapsleer 7 3.4. Categorieën en hylemorfisme 8 3.5. De natuurwetenschap 9 3.6. De domeinen van wetenschap 10 4. Rationalisme 10 4.1. Inleiding: subject en wetenschap 10 4.2. Het rationalisme van René Descartes (1596 – 1650) 11 4.3. Het ideaal van de mathesis universalis 11 4.4. Op zoek naar een zeker fundament 11 4.5. Het probleem van de brug 12 5. Empirisme 12 5.1. Het Britse empirisme 12 5.2. Francis Bacon () 13 5.3. John Locke () 13 5.4. David Hume () 14 6. Kant (1727 – 1804) en het kritische idealisme 15 6.1. Inleiding 15 6.2. De probleemstelling: synthetische a priori oordelen 16 6.2.1. Synthetische a priori oordelen 16 6.3. De ‘Copernicaanse revolutie’ 16 6.4. De transcendentale esthetiek 17 6.5. De transcendentale analytiek 17 6.6. Transcendentale dialectiek NIET KENNEN examen 2021 18 6.7. Conclusie 18 7. De linguistic turn 19 7.1. ‘Wittgenstein I’: ideal language philosophy 19 7.1.1. Bertrand Russell: logisch atomisme 19 7.1.2. Wittgensteins Tractatus 20 7.1.3. De afbeeldingstheorie 20 7.1.4. Zeggen en tonen 21 7.1.5. Filosofie als verheldering 21 7.2. ‘Wittgenstein II’: ordinary language philosophy 22 7.2.1. Een ‘tweede’ Wittgenstein? 22 7.2.2. Taalspelen en levensvormen 22 7.2.3. Een filosofie van de gewone taal 22 8. Wetenschapsfilosofie in de twintigste eeuw 23 8.1. Het logisch positivisme van de Wiener Kreis 23 8.1.1. Eenheidswetenschap 23 8.1.2. Verificatieprincipe 23 8.2. Het falsificatieprincipe van Karl Popper (1902 – 1994) 24 Popper en het demarcatieprobleem 25 8.3. Thomas Kuhn over wetenschappelijke paradigma’s 25 9. Filosofische paradigma’s voor de geesteswetenschappen 27 9.1. Institutionele en filosofische aanknopingspunten 27 9.1.1. Het Bildungsideaal van Humboldt () 27 9.1.2. Hegel en de historisering van het denken 28 9.2. Een methode voor de geesteswetenschappen 29 9.2.1. Karl Lachmann en de tekstkritiek 29 9.2.2. Leopold von Ranke en de geschiedenis 30

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
5 de agosto de 2021
Número de páginas
53
Escrito en
2021/2022
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

SAMENVATTING L-FILOSOFISCHE GRONDSLAGEN VAN DE
GEESTESWETENSCHAPPEN
Inhoud
Table of Contents
Inhoud...................................................................................................................................................1
Popper en het demarcatieprobleem................................................................................................26

,1. Inleiding
 “Epistemologie”: komt van epistêmê: zowel ‘kennis’ als ‘wetenschap’
 Hangen samen: wanneer men kennis heeft, bevindt men zich in een toestand van
wetenschap
 Epistemologie = filosofische kenleer, bestudeert de aard, reikwijdte en rechtvaardiging van
kennis
 “Hoe kennis verwerven”
o Relevante vragen: Wat is kennis?, Hoe onderscheidt kennis zich van
mening/overtuiging?, Hoe kunnen we kennis verwerven/rechtvaardigen?
 Wat is kennis? -> 3 componenten:
o Standaardtheorie: Kennis als ‘gerechtvaardigde, ware overtuiging’ (JTB)

 Definitie gaat terug op Plato (zie Meno & Theaetetus)
o Kennis veronderstelt overtuiging

 Ik kan maar iets weten indien ik ervan overtuigd ben dat het het geval is
o Kennis veronderstelt waarheid

 Ik kan maar iets weten als dat ook waar is
 Standaardtheorie v/d waarheid: waarheid als correspondentie
(overeenstemming met feiten)
o Kennis veronderstelt rechtvaardiging

 Ik kan maar iets weten als ik ook weet waarom het waar is
 Vb. zeggen: ‘Trump heeft de verkiezing gewonnen’
 Bronnen van kennis:
o Waarneming/ervaring: a posteriori kennis: kennis komt achteraf -> eerst ervaring

 Ervaringskennis
 Vb. ‘Het regent’
 Belangrijkste kennisbron voor ‘empiristische’ theorieën
 O.a. Aristoteles, Britse empiristen, positivisten, vroege Wittgenstein
o Verstand: a priori kennis: van te voren hebben -> niet afhankelijk van ervaring

 Vb. ‘De som van de hoeken van een driehoek is 180°’
 Belangrijkste kennisbron voor ‘rationalistische’ theorieën
 O.a. Plato, Descartes
 Kunnen een rol spelen in rechtvaardiging van kennis
 Hoe men opvattingen bekomt (bv. via een droomervaring)
Context of discovery

, <->
Hoe men deze rechtvaardigt (onderzoek naar die droomervaring)
Context of justification
 Kunnen hetzelfde zijn
 Demarcatieprobleem: heeft betrekking op de vraag waar de scheidingslijn loopt tussen
wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke uitspraken.
 Wetenschapsfilosofie beraadt zich over speciaal type kennis: wetenschappelijke kennis
o Welke methode gebruikt, Hoe wetenschappelijke kennis rechtvaardigen, hoe
verhouden wetenschappelijke modellen zicht tot werkelijkheid, Wat onderscheidt
wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke kennis, hoe verhouden verschillende
wetenschappen zich tot elkaar?
 Metafysica: “Aard van de werkelijkheid waarover we kennis verwerven”


1. Plato (428 – 347 v. Chr.)
Plato over a priori kennis

1.1. Inleiding
 Auteur v filosofische dialogen
 Ethische uitgangspunt: onderzoekt het ethische en wat dat inhoudt  cf. Socrates
 1Ste invloedrijk model van a priori kennis
o Ideeënleer

o Leer v/d onsterfelijke ziel

 Eerste definitie van kennis als JTB

1.1. De Meno-paradox
 Meno, ‘over de deugd’ = dialoog over deugdzaamheid
 Centrale vraag: Kan de deugd onderwezen worden?
 Deugd bestaat in een vorm van inzicht/kennis
o Socrates w overtuigd dat ware deugd gereduceerd kan worden tot kennis

 Niemand is slecht en doet bewust kwaad
 Wie het goede kent, zal het goede doen
 Men handelt doelbewust, met als doel: iets goed
 Dit niet doen is doordat men zich vergist in wat goed is
Bv. moorden omdat eerwraak belangrijker/beter is
 (Hoe) kunnen we kennis verwerven?
 De ‘Meno-paradox’:
o Wie kent, hoeft niet te zoeken

, o Wie niet kent, weet niet waarnaar hij naar op zoek is

 Kennisverwerving is dus ofwel overbodig, ofwel onmogelijk
 Een Sofistische (geen reële) paradox steunend op ambiguïteit? Onderscheid tussen:
o De vraag begrijpen (pre-theoretisch begrip)

o Het antwoord/de definitie kennen (theoretische articulatie)

 Oplossing v Socrates: de theorie van de anamnese/wederherinnering
o Elk leren (mathêsis) is een zich-herinneren (anamnêsis), we hebben de kennis al

 Kennis is reeds (onbewust) aanwezig
 Kennis is nog niet (bewust) aanwezig
 Nood aan wederherinnering (anamnese)
 Plato’s a priori kennis veronderstelt de pre-existentie van de ziel
 Praktisch ‘bewijs’: de ondervraging van de slaaf
 Kennis veronderstelt ‘oorzakelijkheidsredernering’
= weten waarom de overtuiging waar is (=JTB)

1.1. Wederherinnering en Ideeën
 Phaedo, over de ziel: 1 van de mooiste dialogen (dramatische enscenering) over laatste
levensdag Socrates
o Onderwerp: onsterfelijkheid van de ziel

 Het argument van de wederherinnering
o De pre-existentie van de ziel wordt afgeleid uit de observatie dat de mens beschikt
over niet-empirische kennis (die men dus niet in dit leven kan hebben verworven)
 Welke kennis? Conceptuele kennis: begrippen (die Ideeën veronderstellen)
 Argument van de wederherinnering
o We spreken van gelijke stokken (en begrijpen wat we daarmee bedoelen)

 Dus: begrip ‘Gelijkheid is verondersteld in onze empirische oordelen
o Waar komt begrip “Gelijkheid” vandaan?

 Niet uit waarneming (geen empirisch begrip)
 Want: gelijke stokken zijn nooit zomaar gelijk, maar tegelijk ook
ongelijk
Bv. Wat voor de ene rechtvaardig is, mss voor de andere niet
 Dan moet ons begrip van Gelijkheid voorafgaan aan waarneming
 Want: waarnemingsoordelen veronderstellen begrip van Gelijkheid
 Gelijkheid moet dus reeds van voor we waarnemen zijn gekend
 Dus: kennis van Gelijkheid (Idee) is a priori
7,49 €
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
wallyfh Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
21
Miembro desde
4 año
Número de seguidores
11
Documentos
9
Última venta
3 días hace

4,0

1 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes