Geschiedenis bodem Nederland
Tertair tijdperk
Nederland is een grote zandbank met rivierafzettingen (300-400m dik)
Het zand is slecht en grof gesorteerd en is onder te verdelen in 2 soorten:
- Wit zand (arm)
- Bruin zand (vruchtbaar)
Rivierstromingen van voor de ijstijd
,Kwartair tijdsperk
Dit tijdperk is onder te verdelen in pleistoceen en holoceen, holoceen is nog gaande en pleistoceen is
weer onder te verdelen in:
- Saalien
- Eemien
- Weichselein
Saalien
Saalien is een-na-laatste ijstijd die Nederland heeft meegemaakt. Hierbij is het ijs het land
ingetrokken en is tot aan de Utrechtse heuvelrug gekomen, de heuvelrug is ook ontstaan
dankzij het duwen van dit landijs.
Sandr
In dit tijdperk zijn er ook fluvio-glaciale afzettingen gecreëerd, ook wel sandr genoemd.
Op de foto is te zien dat er een ijskap aan het smelten is, het smeltwater baant zich een weg
door de gevormde stuwwal en mond achter de stuwwal uit. Het smeltwater neemt fijn zand
mee en legt dit achter de stuwwal neer in de sandrvlakten.
Kameterras
Door de stuwing van het ijs zijn er niet alleen voor stuwwallen gevormd maar ook naast de
ijskap zijn hoogte verschillen ontstaan. Eerst was dit een ijskap met daarnaast bulten met
zand, maar naarmate de tijd smolt de ijskap en werd dit een soort dal waar beneden een
soort moeras ontstond waar je in de zomer goed kon wezen maar in de winter stond dit
onder water. Mensen bouwden hun huizen dan ook veilig op een kameterras.
,3 fases van Saalien
(Tempratuur laag evenals de zeespiegel)
Fase 1: ijs tot ongeveer Haarlem- Nijmegen
- Uitschuren van rivierdalen: Ijseldal en Gelderse vallei
- Maas en Rijn buigen af naar het westen
- Afzetting van keileem en zwerfstenen
- Vorming van stuwwallen
Fase 2: ijs tot ongeveer Texel – Coevorden
- Overijsselse Vecht buigt af naar westen
- Vorming van keileembulten
Fase 3: IJs tot Oost- Groningen
- Vorming van keileembulten
Eemien
(tempratuur omhoog, zeespiegel omhoog en meer neerslag)
- Klimaat is vergelijkbaar met dat van nu
- Opvulling van dalen
- Afzetting van klei (eemklei) in rivierdalen
- Veenvorming
Weichselien ( laatste ijstijd)
(tempratuur omlaag, neerslag omlaag en zeespiegel daalt ook)
- Toendraklimaat met permafrost in de bodem
- Noordzee stond droog (je kon naar Engeland lopen)
- Vlechtende rivieren.
Pleistocene dekzanden
Eolische afzettingen door het koude en winderige klimaat met weinig vegetatie
Dit ontstond toen in heel Nederland, nu alleen nog aan het oppervlak in het oosten en
zuiden.
Lössafzettingen
Eolische siltafzettingen, de deeltjes zijn kleiner dan zand maar groter dan klei.
Dit ontstond in luwten; in Limburg en tegen stuwwallen (Arnhem/Nijmegen)
Droge dalen
Smeltwater kon niet in de bodem wegzinken door permafrost en nam bij het wegspoelen
grond mee. Nu stroomt er geen water meer door.
Ontstonden o.a. op de stuwwallen en op de heuvels in Zuid-Limburg en op de Posbank bij
Arnhem.
Donken of rivierduinen
Rivierduinen zijn opgestoven rivierbeddingen, die droog kwamen te liggen.
Ontstonden voornamelijk in Noord-Limburg, het land van Maas en Waal en in de
Alblasserwaard.
, Pingo’s / ping ruïnes
Opgedrukte bodem door ijslensen, die bij het smelten zijn ingestort
Waar ontstonden ze?
Voornamelijk Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel
Holoceen
Het Holoceen is gepaard met een zeespiegelstijging, dit word veroorzaakt door:
- Het smelten van ijskappen
- NL staat aan de rand van een dalingsgebied.(kantelt de Noordzee in, 7 cm per 100
jaar)
- Niet altijd even snelle stijging: gaat in fases
Regressie en transgressie
De zeespiegelstijging verloopt niet altijd even snel:
- Regressie: relatief langzame stijging (terugtrekken van de zee)
- Transgressie: relatief snelle stijging (zee dringt het land terug)
Holoceen in fases:
Fase 1: regressie
Door het afsmelten van de ijskap word er veen gevormd op pleistocene dekzanden en er is
duinvorming langs de kust.
Basisveen vormt zich achter strandwallen; dit is veen op eerste dekzand.
De zee daalt dus duinen worden gevormd door zand afzettingen vanuit de zee.