HC 1: Waar worden mensen door beïnvloed?
Consument en diëtetiek:
- Kiezen voor voedingsmiddelen: voor lekker of gezond?
- Kiezen voor dieettrouw: wel of niet volhouden?
- Kiezen voor een hulpbron: diëtist, gewichtsconsulent, zelfhulpboek of internet
logger?
Diëtist in relatie tot: Cliënt, huisarts, ziekenhuis, voedingsmiddelenbranche en
politiek …
Model van consumentengedrag
Keuze: bewust of minder bewust
- Herkennen van probleem, informatie zoeken, evalueren van alternatieven,
(aankoop)beslissing en evaluatie.
- Verschil tussen een grote en kleine aankoop.
- Verschil tussen incidenteel en routine.
‘ja-ja-ja-techniek’ (video) Als ze al ‘Ja’ zeggen tegen andere vragen zeggen ze dit
ook sneller tegen een product zoals de vegetarische kroket.
1
, Denken > Schema’s, scripts en heuristieken > Keuzegedrag > Gedrag.
Objecten in de buitenwereld vormen een concept in onze hersenen.
Bijvoorbeeld je denkt aan een kat en weet direct hoe die eruit ziet, want je weet
hoe een kat eruit ziet. Of een tomaat die je vanaf meerdere kanten kan
herkennen.
Hiërarchisch georganiseerde structuur van concepten in de hersenen.
Bloemkool en tomaat zijn groente, groente behoort tot voedsel.
Je weet dat kip en schnitzel vlees zijn, vlees behoort tot groente.
Concepten vormen schema’s.
Denk bijvoorbeeld aan restaurant. Er hoort van alles bij het concept. Zoals
drankje, fooi, gezellig, ober etc.
Schema’s in een bepaalde volgorde zijn een script.
Jas ophangen > Tafel > Kaarsje > Ober > Drankje > Eten> Rekening > Fooi
2