100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting VBA Financiering niveau 6

Rating
-
Sold
-
Pages
34
Uploaded on
18-12-2025
Written in
2025/2026

Deze samenvatting heeft betrekking op het examen VBA Financiering niveau 6 van Associatie voor Examinering. De boeken bij deze module zijn de boeken VBA Financiering met resultaat van Convoy de tweede druk. Het is een complete samenvatting van het boek en alle belangrijke aspecten worden uitgebreid omschreven. Het examen maakt ook deel uit van de bacheloropleiding HBO Finance & Control van de LOI.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 18, 2025
File latest updated on
December 27, 2025
Number of pages
34
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

VBA Financiering

Hoofdstuk 1: De structuur en omvang van de vermogensbehoefte

1.1 Het analyseren van een jaarrekening
De jaarrekening => geeft een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van
een bedrijf en bestaat uit een balans, een winst- en verliesrekening en een
toelichting. Middelgrote en grote bedrijven moeten ook een kasstroomoverzicht
opnemen in de jaarrekening.

Belanghebbenden zoals aandeelhouders, leveranciers, afnemers en werknemers
(stakeholders) nemen op basis van de jaarrekening de beslissing of zij betrokken
willen blijven bij de organisatie.

Liquiditeit => geeft aan in welke mate een onderneming in staat is om op korte
termijn te voldoen aan haar financiële verplichtingen.

De directie wil deze informatie verkrijgen middels een interne
liquiditeitsprognose. Deze prognose wordt opgesteld aan de hand van een
analyse van inkomende en uitgaande geldstromen. Ook wel de dynamische
liquiditeitsanalyse genoemd.

Balansliquiditeit (ook wel statische liquiditeit) = beoordeling van de liquiditeit van
een onderneming op basis van de gepubliceerde balans.

Voor de beoordeling van de statische liquiditeit bestaan onderstaande
kengetallen:
1. Het netto werkkapitaal
2. De current ratio
3. De quick ratio

1 Het netto werkkapitaal
Netto werkkapitaal = het deel van de vlottende activa dat met lang vermogen is
gefinancierd.

Formule:
Netto werkkapitaal = vlottende activa – vlottende passiva

2 De current ratio
Current ratio = de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende
passiva. In de praktijk hanteert men graag een current ratio van minimaal 2.

Formule:
Current ratio = vlottende activa / vlottende passiva

3 De quick ratio
Quick ratio = de verhouding tussen enerzijds de vlottende activa minus de
voorraden en anderzijds de kortlopende passiva. De quick ratio moet minstens
gelijk zijn aan 1.

Formule:
Quick ratio = (vlottende activa – voorraden) / vlottende passiva

,Window dressing => de activiteiten die voor het publicatiemoment plaatsvinden
met als doel de financiële structuur gunstiger voor te stellen dan deze in
werkelijkheid is. Voorbeelden:
 Het voor balansdatum aflossen van schulden
 Het voor balansdatum betalen van crediteuren
 Het voor balansdatum omzetten van kortlopend vreemd vermogen in
langlopend vreemd vermogen
 Het voor balansdatum activeren van kosten

De directie is meer geïnteresseerd in de dynamische liquiditeit. De dynamische
liquiditeit geeft aan of de ontvangsten (inkomende geldstroom) en de uitgaven
(uitgaande geldstroom) elkaar voldoende dekken. Hiertoe maakt de onderneming
een liquiditeitsbegroting (cashflow forecast).

Liquiditeitsbegroting (cashflow forecast) => overzicht van verwachte inkomsten
en verwachte uitgaven voor een toekomstige periode. Hierin worden
afschrijvingskosten niet meegenomen.

Solvabiliteit = de mate waarin een onderneming in staat is om in het geval van
liquidatie aan alle financiële verplichtingen ten opzichte van de verschaffers van
vreemd vermogen te kunnen voldoen.

In het geval van liquidatie moeten eerst de schulden (vreemd vermogen) worden
afgelost. Het eigen vermogen fungeert als buffer, omdat de opbrengsten van de
activa bij liquidatie veelal lager zijn dan de boekwaarde van de activa. Een
overblijvend positief eigen vermogen wordt ten slotte uitgekeerd aan de
verschaffers van het eigen vermogen.

Bij beoordeling van de solvabiliteit wordt uitgegaan van de boekwaarden, omdat
de liquidatiewaarde van de activa niet bekend zal zijn.

De solvabiliteit wordt gemeten als verhouding tussen het eigen vermogen en het
totale vermogen. Dit geeft aan welk gedeelte van de totale activa is gefinancierd
met het eigen vermogen.

Solvabiliteit ratio’s:
1. Debt ratio
2. Weerstandsvermogen
3. Interest coverage rate

1 Debt ratio = de verhouding tussen het vreemd vermogen en het totale
vermogen.

Formule debt ratio:
Debt ratio = vreemd vermogen / totaal vermogen

2 Weerstandsvermogen = het vermogen van een onderneming om in economisch
slechte tijden een faillissement af te wenden. Het weerstandsvermogen neemt
toe wanneer het eigen vermogen toeneemt of het vreemd vermogen afneemt.

3 Interest coverage ratio = deze ratio geeft aan hoe vaak de interestlasten
kunnen worden betaald uit de winst voor interest en belasting. De minimale
hoogte van de ICR is factor 5.

,Formule interest coverage ratio:
ICR = winst voor interest en belasting (bedrijfsresultaat) / interestkosten

Rentabiliteit = de verhouding tussen geïnvesteerde bedragen en de hiermee
gerealiseerde opbrengsten. De rentabiliteit is een belangrijke maatstaf voor de
besluitvorming op lange termijn.


Rentabiliteit ratio’s:
1. Brutowinstmarge
2. Rentabiliteit op het totale vermogen (RTV)
3. Rentabiliteit op het eigen vermogen (REV)
4. Rentabiliteit op het vreemd vermogen (RVV)

Brutowinstmarge => hierbij wordt het bedrijfsresultaat gerelateerd aan de
omzet. Deze ratio geeft aan in hoeverre de onderneming gevoelig is voor
kostenstijgingen en prijsdalingen.

Formule:
Brutowinstmarge = bedrijfsresultaat / omzet

RTV = winst voor interest en belasting (bedrijfsresultaat) / gemiddeld totaal
vermogen x 100%

REV = nettowinst (winst na belasting) / gemiddeld eigen vermogen x 100%

RVV = betaalde interest / gemiddeld vreemd vermogen x 100%

Financiële hefboomeffect = de winst die wordt behaald met gebruik van vreemd
vermogen en toekomt aan de verschaffers van het eigen vermogen.

Hefboomfactor = de verhouding tussen vreemd vermogen en het eigen
vermogen. Deze is maatgevend voor de mate waarin verschaffers van eigen
vermogen profiteren van de winst op vreemd vermogen.

Verband tussen de REV, RTV en RVV formule:
REV = ( 1 - f ) x [ RTV + (RTV – RVV) x VV / EV ]
f = de belastingquote => het percentage belasting dat de onderneming betaald

Financiële hefboomeffect formule:
(RTV – RVV) x VV / EV

Uit bovenstaande redenering blijkt dat het verstandig is om meer met vreemd
vermogen te financieren en op deze wijze gebruik te maken van het financiële
hefboomeffect. Bezwaren tegen deze redenering:
 Lagere winst => risico RTV < RVV => rentabiliteit op eigen vermogen
wordt aangetast => de mate van onzekerheid over de hoogte van de RTV
wordt het bedrijfsrisico genoemd.
 Meer gebruik vreemd vermogen => risico voor verschaffers vreemd
vermogen neemt toe => uitdrukking in geëiste rentevoet => kleinere
hefboommarge => hoger risico verschaffers eigen vermogen =>
benaming het financiële risico.

Relatie tussen bedrijfsrisico en financieel risico:

, Financieel risico = bedrijfsrisico x VV / EV

Omloopsnelheid van het vermogen = een maatstaf voor de efficiency waarmee
een onderneming haar vermogen inzet. Hoe hoger de omloopsnelheid, hoe
efficiënter de onderneming omgaat met het ter beschikking gestelde vermogen.

De omloopsnelheid van het totaal vermogen geeft de relatie weer tussen de
omzet en het totaal geïnvesteerde vermogen.

Omloopsnelheid totaal vermogen = omzet / gemiddeld totaal vermogen

RTV = omloopsnelheid totaal vermogen x brutowinstmarge

Dupontschema = schema waarin de rentabiliteit van het totale vermogen wordt
opgesplitst in bepalende deelposten van de balans en de resultatenrekening.
Hierdoor worden de gevolgen van veranderingen in bepaalde posten zichtbaar
voor de rentabiliteit.




1.2 Traditionele financieringsregels
Interne financiering => sprake van een relatie tussen de activa en een deel van
de ingehouden winst waarmee de aanschaf van de activa worden gefinancierd.
Een deel van de vermogensbehoefte wordt dus gefinancierd met gelden vanuit
de onderneming zelf.

Intensieve financiering => sprake van het intensiveren van gelden. Gelden die de
onderneming niet nodig heeft, worden gebruikt om activa te financieren.

Rente op braakliggende gelden is laag => financiering via eigen middelen leidt
tot verhoging omloopsnelheid => totale vermogen blijft gelijk, maar door te
investeren in activa kan de omzet stijgen.

Voorbeelden intensieve financiering:
CA$9.96
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
fkramer LOI
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
14
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
6 days ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions