Strafrecht &
Strafprocesrecht 2018-’19
Deel I. Algemene oriëntatie
Inleiding
Belangrijke principes
- proportionaliteit = verhouding ernst misdrijf + sanctie
- voorzienbaarheid / voorspelbaarheid = waar begint het strafrecht? (leidt tot legaliteitsbeginsel)
Frustratie strafuitvoering
- evident dat opgelegde straf wordt uitgevoerd na een geldig proces maar is niet altijd zo
- bv. enkelband wordt snel als alternatieve straf opgelegd maar komt vaak niet tot uitvoering
Belangrijkste principe: evenwicht realiseren
- toepassing strafrecht:
- verantwoording recht om te straffen:
- vergelding (‘je hebt het verdiend’)
- preventiegedachte
- algemene preventie: anderen worden ook afgeschrikt
- individuele preventie: ‘ezel stoot zich geen 2x aan dezelfde steen’
→ is dit nog actueel en waar? visie dat strafrecht nu ook moet kijken naar
herstelrecht: veroordeelden moeten terug in de samenleving worden
opgenomen (= resocialisatie)
- gevangenisstraf nu als ultimum remedium (als laatste middel, als alternatieve straffen
niet meer volstaan)
- toepassing strafprocesrecht:
- vorm & inhoud zijn beide belangrijk
- evenwicht tussen:
- efficiëntie (maatschappij moet kunnen optreden)
- rechtsbescherming (niet willekeurig optreden)
- hebben we evenwicht gevonden?
- hervorming = delicaat want groot maatschappelijk klankbord
- botsing met sommige politieke stromingen
1
,Hoofdstuk 1. Wat is strafrecht?
Afdeling 1. Het verschijnsel “strafrecht”
- doelen =
- kanaliseren vergeldingsbehoeftes
- publieke strafrecht
- intomen overheidsmacht
- strafacties & de reacties hierop aan banden leggen
- toevoegen van leed (taliowet: bij kwaad ook terug kwaad opleggen)
waarborgen nodig (= band tussen strafrecht & strafprocesrecht)
- 2 dimensies:
- instrumentele dimensie = maatschappelijke ordening & sociale controle
- rechtsbeschermingsdimensie = rechtsnormen leggen ordenings- & controlebevoegdheid
aan banden
- beleidsinstrument: om dingen te doen veranderen (wordt het niet te vaak gebruikt?)
Afdeling 2. Het begrip ‘strafrecht’
- definitieprobleem: verschillende betekenissen naargelang de gekozen invalshoek
- (positief) strafrecht in ruime zin : geheel van rechtsregels die bepalen
- onder welke voorwaarden op specifieke gedragingen (misdrijven) specifieke sancties
(strafrechtelijke sancties) kunnen worden opgelegd en uitgevoerd worden
- omschrijven van gedragingen & sancties
- voorschrijven hoe daartoe bevoegde (publiekrechtelijke) instanties hun recht (en soms
plicht) om misdrijven vast te stellen en sancties op te leggen aan daders
- omvat materieel als formeel strafrecht (verbinden & niet verschillen benadrukken)
- nauw verbonden:
- materieel strafrecht komt tot leven door toepassing ervan in kader van
strafrechtspleging
- sanctionering moet gebeuren in een formeel wettelijk strafprocesrechtelijk kader
- materieel strafrecht: geheel van rechtsregels die bepalen onder welke voorwaarden
handelingen/onthoudingen als misdrijven kunnen worden beschouwd en met welke
strafrechtelijke sanctie hierop gereageerd moet worden (belangrijkste bron:
Strafwetboek)
- formeel strafrecht: geheel van rechtsregels met betrekking tot de procedure van
vaststelling, vervolging en beoordeling (bronnen: Wetboek van Strafvordering, Wet op
voorlopige hechtenis)
Hoofdstuk 2. Codificatie
Afdeling 1. Het Belgisch strafwetboek
- wetboek van 1867: mildering & technische correcties van het Napoleontische wetboek
- klassieke visie: homo economicus = mens als iemand die rationeel afweegt + vrij zijn gedrag kiest
2
,- door theorie van sociaal verweer wetboek veel gewijzigd door talloze nieuwe wetten
- sociaal verweer = bescherming van maatschappij tegen ‘gevaarlijke’ personen
- mens is minder vrij en berekend dan in het klassieke strafrechtsdenken
- individuele eigenschappen + maatschappelijke omstandigheden hebben invloed
- veel herziening(spogingen):
- nooit een nieuwe strafwetboek gekomen maar ingrepen zijn wel tot het wetboek
doorgedrongen waardoor het onoverzichtelijk is nu
- herziening 2016-2017: Potpourri-wetten
- Potpourri II: alle misdaden kunnen voor de correctionele rechtbank komen
arrest 21 december 2017, GwH: vernietiging van aantal bepalingen
- Potpourri III: internering geesteszieken
- Potpourri IV: rechtspositie gedetineerden + toezicht op gevangenissen
Afdeling 2. Het Belgisch Wetboek van Strafvordering
- compromis tussen:
- maatschappelijk belang (vereist een bepaalde efficiëntie van het apparaat)
- individueel belang (vereist een rechtsbescherming)
- inquisitoire vs. accusatoire procedure
- ons rechtssysteem = gemengd systeem
- onderzoek = geheim, schriftelijk & niet-contradictoir
- procedure = openbaar, mondeling & contradictoir
nuances hierop
accusatoir inquisitoir
maatschappij neemt geen initiatief maatschappij werkt via een vertegenwoordiger
slachtoffer & vervolgde = gelijke voet vervolgde is ondergeschikt
rechter = scheidsrechter (niet tussenkomen) rechter werkt actief mee
openbaarheid geheim
mondeling schriftelijk
tegenspraak niet-tegensprekelijk
- 1808-1998
- ontstaan in 1808: basis van huidige regeling (gemengd systeem in gevoerd)
- wet van 12 maart 1998: verbetering strafrechtspleging in het opsporings- & gerechtelijk
onderzoek (had 7 krachtlijnen)
- wetswijzigingen 2011: meer slagkracht O.M. bij buitengerechtelijke afhandeling van
strafprocedures + recht op bijstand van advocaat tijdens verhoor
- talloze invoegingen, aanpassingen rommelig
- nog geen nieuw wetboek, maar zal er komen
Hoofdstuk 3. Situering v/h strafrecht tussen andere
rechtsdisciplines
Afdeling 1. De autonomie van het strafrecht
- vraag naar autonomie is van belang voor de interpretatie van strafwetten
3
, - relatieve autonomie:
- op functioneel vlak
- op conceptueel vlak
§1. De functionele autonomie van het strafrecht
- schept eigen, exclusief strafrechtelijke gedragsnormen (bv. meineed)
- eigen handhaving
- specificiteit van afhandeling van inbreuken op de rechtsordening
- veel verschil of een rechtsonderhorigen enkel een burgerlijk sanctie dan wel een
strafsanctie riskeert
§2. De conceptuele autonomie van het strafrecht
- niet noodzakelijk dezelfde betekenis of draagwijdte geven aan begrippen, definities of
instellingen uit andere rechtstakken
- gelet op het rechtsgoed dat wordt veilig gesteld (bv. art 559, 1° Sw.: opzettelijke beschadiging of
vernieling van andermans roerende eigendommen roerend is hier ook de onroerende
goederen door incorporatie of bestemming uit het burgerlijk recht)
- verantwoording = bescherming van de fundamentele maatschappelijke waarden (= functie)
- uitzonderlijke gevallen toch schikken naar de regels van het burgerlijk recht (bv. art 16 V.T.)
§3. Autonomie van het strafprocesrecht t.a.v. het gerechtelijk recht
- art 2 Ger.W. = toepasselijk behoudens wetsbepalingen / rechtsbeginselen waarvan de toepassing
niet verenigbaar is met het Gerechtelijk Wetboek
- Gerechtelijk Wetboek = burgerlijk procesrecht
Afdeling 2. Publiekrechtelijk karakter van het strafrecht
- beslissend = aard van de rechtsverhouding bij strafrecht is dit een verhouding tussen de
persoon die een misdrijf heeft gepleegd en de Staat als soevereine macht
- schadevergoeding door burgerlijke partij = burgerlijk recht (privaatrechtelijk)
- strafwetten zijn van openbare orde
- gevolgen: art 6, 1131 + 1133 BW
- niemand kan zich contractueel onttrekken aan zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid of
zich rechtsgeldig verbinden om een misdrijf te plegen
Hoofdstuk 4. Indelingen van het strafrecht
Afdeling 1. Algemeen strafrecht en bijzonder strafrecht
§1. Algemeen strafrecht
- algemeen strafrecht = algemeen gedeelte van het Strafwetboek met inbegrip van de wetten die
het hebben aangevuld of gewijzigd en de complementaire strafwetten
- Boek I = algemene regels die gelden voor alle misdrijven
- ≠ Boek II (= bijzonder deel: omschrijving, straffen & specifieke misdrijfgebonden regels
- complementaire wetten = strafwetten die, zonder in het Wetboek te zijn ingevoegd, worden
geacht er logisch & integraal deel van uit te maken (bv. Wet op de Voorlopige Hechtenis)
4
Strafprocesrecht 2018-’19
Deel I. Algemene oriëntatie
Inleiding
Belangrijke principes
- proportionaliteit = verhouding ernst misdrijf + sanctie
- voorzienbaarheid / voorspelbaarheid = waar begint het strafrecht? (leidt tot legaliteitsbeginsel)
Frustratie strafuitvoering
- evident dat opgelegde straf wordt uitgevoerd na een geldig proces maar is niet altijd zo
- bv. enkelband wordt snel als alternatieve straf opgelegd maar komt vaak niet tot uitvoering
Belangrijkste principe: evenwicht realiseren
- toepassing strafrecht:
- verantwoording recht om te straffen:
- vergelding (‘je hebt het verdiend’)
- preventiegedachte
- algemene preventie: anderen worden ook afgeschrikt
- individuele preventie: ‘ezel stoot zich geen 2x aan dezelfde steen’
→ is dit nog actueel en waar? visie dat strafrecht nu ook moet kijken naar
herstelrecht: veroordeelden moeten terug in de samenleving worden
opgenomen (= resocialisatie)
- gevangenisstraf nu als ultimum remedium (als laatste middel, als alternatieve straffen
niet meer volstaan)
- toepassing strafprocesrecht:
- vorm & inhoud zijn beide belangrijk
- evenwicht tussen:
- efficiëntie (maatschappij moet kunnen optreden)
- rechtsbescherming (niet willekeurig optreden)
- hebben we evenwicht gevonden?
- hervorming = delicaat want groot maatschappelijk klankbord
- botsing met sommige politieke stromingen
1
,Hoofdstuk 1. Wat is strafrecht?
Afdeling 1. Het verschijnsel “strafrecht”
- doelen =
- kanaliseren vergeldingsbehoeftes
- publieke strafrecht
- intomen overheidsmacht
- strafacties & de reacties hierop aan banden leggen
- toevoegen van leed (taliowet: bij kwaad ook terug kwaad opleggen)
waarborgen nodig (= band tussen strafrecht & strafprocesrecht)
- 2 dimensies:
- instrumentele dimensie = maatschappelijke ordening & sociale controle
- rechtsbeschermingsdimensie = rechtsnormen leggen ordenings- & controlebevoegdheid
aan banden
- beleidsinstrument: om dingen te doen veranderen (wordt het niet te vaak gebruikt?)
Afdeling 2. Het begrip ‘strafrecht’
- definitieprobleem: verschillende betekenissen naargelang de gekozen invalshoek
- (positief) strafrecht in ruime zin : geheel van rechtsregels die bepalen
- onder welke voorwaarden op specifieke gedragingen (misdrijven) specifieke sancties
(strafrechtelijke sancties) kunnen worden opgelegd en uitgevoerd worden
- omschrijven van gedragingen & sancties
- voorschrijven hoe daartoe bevoegde (publiekrechtelijke) instanties hun recht (en soms
plicht) om misdrijven vast te stellen en sancties op te leggen aan daders
- omvat materieel als formeel strafrecht (verbinden & niet verschillen benadrukken)
- nauw verbonden:
- materieel strafrecht komt tot leven door toepassing ervan in kader van
strafrechtspleging
- sanctionering moet gebeuren in een formeel wettelijk strafprocesrechtelijk kader
- materieel strafrecht: geheel van rechtsregels die bepalen onder welke voorwaarden
handelingen/onthoudingen als misdrijven kunnen worden beschouwd en met welke
strafrechtelijke sanctie hierop gereageerd moet worden (belangrijkste bron:
Strafwetboek)
- formeel strafrecht: geheel van rechtsregels met betrekking tot de procedure van
vaststelling, vervolging en beoordeling (bronnen: Wetboek van Strafvordering, Wet op
voorlopige hechtenis)
Hoofdstuk 2. Codificatie
Afdeling 1. Het Belgisch strafwetboek
- wetboek van 1867: mildering & technische correcties van het Napoleontische wetboek
- klassieke visie: homo economicus = mens als iemand die rationeel afweegt + vrij zijn gedrag kiest
2
,- door theorie van sociaal verweer wetboek veel gewijzigd door talloze nieuwe wetten
- sociaal verweer = bescherming van maatschappij tegen ‘gevaarlijke’ personen
- mens is minder vrij en berekend dan in het klassieke strafrechtsdenken
- individuele eigenschappen + maatschappelijke omstandigheden hebben invloed
- veel herziening(spogingen):
- nooit een nieuwe strafwetboek gekomen maar ingrepen zijn wel tot het wetboek
doorgedrongen waardoor het onoverzichtelijk is nu
- herziening 2016-2017: Potpourri-wetten
- Potpourri II: alle misdaden kunnen voor de correctionele rechtbank komen
arrest 21 december 2017, GwH: vernietiging van aantal bepalingen
- Potpourri III: internering geesteszieken
- Potpourri IV: rechtspositie gedetineerden + toezicht op gevangenissen
Afdeling 2. Het Belgisch Wetboek van Strafvordering
- compromis tussen:
- maatschappelijk belang (vereist een bepaalde efficiëntie van het apparaat)
- individueel belang (vereist een rechtsbescherming)
- inquisitoire vs. accusatoire procedure
- ons rechtssysteem = gemengd systeem
- onderzoek = geheim, schriftelijk & niet-contradictoir
- procedure = openbaar, mondeling & contradictoir
nuances hierop
accusatoir inquisitoir
maatschappij neemt geen initiatief maatschappij werkt via een vertegenwoordiger
slachtoffer & vervolgde = gelijke voet vervolgde is ondergeschikt
rechter = scheidsrechter (niet tussenkomen) rechter werkt actief mee
openbaarheid geheim
mondeling schriftelijk
tegenspraak niet-tegensprekelijk
- 1808-1998
- ontstaan in 1808: basis van huidige regeling (gemengd systeem in gevoerd)
- wet van 12 maart 1998: verbetering strafrechtspleging in het opsporings- & gerechtelijk
onderzoek (had 7 krachtlijnen)
- wetswijzigingen 2011: meer slagkracht O.M. bij buitengerechtelijke afhandeling van
strafprocedures + recht op bijstand van advocaat tijdens verhoor
- talloze invoegingen, aanpassingen rommelig
- nog geen nieuw wetboek, maar zal er komen
Hoofdstuk 3. Situering v/h strafrecht tussen andere
rechtsdisciplines
Afdeling 1. De autonomie van het strafrecht
- vraag naar autonomie is van belang voor de interpretatie van strafwetten
3
, - relatieve autonomie:
- op functioneel vlak
- op conceptueel vlak
§1. De functionele autonomie van het strafrecht
- schept eigen, exclusief strafrechtelijke gedragsnormen (bv. meineed)
- eigen handhaving
- specificiteit van afhandeling van inbreuken op de rechtsordening
- veel verschil of een rechtsonderhorigen enkel een burgerlijk sanctie dan wel een
strafsanctie riskeert
§2. De conceptuele autonomie van het strafrecht
- niet noodzakelijk dezelfde betekenis of draagwijdte geven aan begrippen, definities of
instellingen uit andere rechtstakken
- gelet op het rechtsgoed dat wordt veilig gesteld (bv. art 559, 1° Sw.: opzettelijke beschadiging of
vernieling van andermans roerende eigendommen roerend is hier ook de onroerende
goederen door incorporatie of bestemming uit het burgerlijk recht)
- verantwoording = bescherming van de fundamentele maatschappelijke waarden (= functie)
- uitzonderlijke gevallen toch schikken naar de regels van het burgerlijk recht (bv. art 16 V.T.)
§3. Autonomie van het strafprocesrecht t.a.v. het gerechtelijk recht
- art 2 Ger.W. = toepasselijk behoudens wetsbepalingen / rechtsbeginselen waarvan de toepassing
niet verenigbaar is met het Gerechtelijk Wetboek
- Gerechtelijk Wetboek = burgerlijk procesrecht
Afdeling 2. Publiekrechtelijk karakter van het strafrecht
- beslissend = aard van de rechtsverhouding bij strafrecht is dit een verhouding tussen de
persoon die een misdrijf heeft gepleegd en de Staat als soevereine macht
- schadevergoeding door burgerlijke partij = burgerlijk recht (privaatrechtelijk)
- strafwetten zijn van openbare orde
- gevolgen: art 6, 1131 + 1133 BW
- niemand kan zich contractueel onttrekken aan zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid of
zich rechtsgeldig verbinden om een misdrijf te plegen
Hoofdstuk 4. Indelingen van het strafrecht
Afdeling 1. Algemeen strafrecht en bijzonder strafrecht
§1. Algemeen strafrecht
- algemeen strafrecht = algemeen gedeelte van het Strafwetboek met inbegrip van de wetten die
het hebben aangevuld of gewijzigd en de complementaire strafwetten
- Boek I = algemene regels die gelden voor alle misdrijven
- ≠ Boek II (= bijzonder deel: omschrijving, straffen & specifieke misdrijfgebonden regels
- complementaire wetten = strafwetten die, zonder in het Wetboek te zijn ingevoegd, worden
geacht er logisch & integraal deel van uit te maken (bv. Wet op de Voorlopige Hechtenis)
4