100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting burgerlijk procesrecht

Rating
-
Sold
-
Pages
45
Uploaded on
16-09-2025
Written in
2024/2025

Vak afgerond met een 7,0

Institution
Course

Content preview

Doel van burgerlijk procesrecht:
- Geschilbeslechting
- Titelverschaffing (executoriale titel)  hiermee kan je afdwingen dat
je daadwerkelijk krijgt wat de andere partij volgens die titel moet
doen.

Garantie van recht op een eerlijk proces  art. 6 lid 1 EVRM  geeft
grenzen aan waarbinnen het burgerlijk procesrecht zich kan bewegen

Recht op een eerlijk proces kan worden verdeeld in twee categorieën:
1. Institutionele beginselen
2. Processuele beginselen

Institutionele beginselen  De wijze waarop een rechterlijke instantie
moet worden ingericht om te voldoen aan de vereisten van rechtspraak
binnen een rechtsstaat.

Art. 6 EVRM eist dat over burgerlijke zaken moet worden beslist door een
onafhankelijke en onpartijdige rechter. Deze rechter moet worden
ingesteld bij wet (art. 17 lid 1 GW stelt dezelfde eisen)

Onafhankelijkheid:
- Beslechting van burgerrechtelijke geschillen wordt opgedragen aan
de rechterlijke macht (art. 112 lid 1 GW)
- De leden van de rechterlijke macht worden voor het leven benoemd
(art. 117 lid 1 GW)
- Schorsing en ontslag zijn alleen mogelijk door de Hoge Raad, alleen
in bepaalde omschreven gevallen (art. 117 lid 3 GW en art. 46i, 46l,
46m WRRA)
- Een rechter kan zelf stoppen of hij gaat met pensioen op zijn
zeventigste (art. 117 lid 2 GW en art. 46h lid 3 WRRA)
- Tot slot kunnen rechters die onrechtmatig handelen door het nemen
van een bepaalde beslissing niet persoonlijk aansprakelijk worden
gesteld voor de schade (art. 42 lid 3 WRRA)
- Trias politica

Onpartijdigheid:
- Een rechter mag geen voorkeur hebben om een bepaalde partij te
laten winnen. Een rechter wordt uit hoofde van zijn aanstelling
vermoed onpartijdig te zijn
- Wanneer een rechter niet vrij een beslissing kan nemen  hij kan
zich verschonen op grond van art. 40 Rv
- Onpartijdigheid wordt bekeken vanuit de objectiviteit- en
subjectiviteitstest, geïntroduceerd door het Hauschildt-arrest
- Wraken op grond van art. 36 t/m 41 Rv

,Gerecht ingesteld bij de wet:
Art. 6 lid 1 EVRM eerste zin stelt dat een gerecht bij de wet moet zijn
ingesteld. Daarin liggen drie eisen:
1. Het moet gaan om een rechterlijke instantie
2. De rechterlijke instantie moet zijn ingesteld
3. Het instellen moet bij wet gebeuren

Processuele beginselen  eisen die aan de procedures bij die rechterlijke
instanties worden gesteld

Toegang tot de rechter en verbod op excessief formalisme:
Voor adequate rechtsbescherming dient er een procedure bij een rechter
geregeld te zijn (art. 13 EVRM). Er mogen geen onoverkomelijke financiële
obstakels zijn. Ook dienen er formele regels te zijn m.b.t. de procedure.
Art. 6 EVRM verbindt 3 eisen aan de formele regels:
1. De formele regels mogen het recht tot toegang tot de rechter niet in
de weg staan
2. De formele regels dienen een redelijk doel te dienen
3. De beperkingen dienen proportioneel te zijn ten opzichte van het
doel  dit is het verbod op excessief formalisme

Voorbeeld excessief formalisme  te korte (onmogelijke) termijnen
hanteren of geen regels hebben m.b.t. verdachten die vanwege detentie
niet zelf naar de rechtbank kunnen komen

Het recht van hoor en wederhoor:
Het recht op een eerlijk proces geeft het recht om als partij gehoord te
worden en te reageren op hetgeen de tegenpartij of derden inbrengt. Uit
het recht van hoor en wederhoor volgt ook dat de rechter niet buiten de
procedure om stukken mag aannemen

Equality of arms  Processuele middelen moeten voor alle partijen gelijk
toegankelijk zijn, zodat elke partij een eerlijke kans krijgt om haar zaak
naar voren te brengen zonder in een wezenlijk nadeligere positie te
verkeren dan de andere partij. (Suominen/Finland)

Openbaarheid van behandeling en uitspraak  openbaarheid is
vastgelegd in art. 121 Gw. Alleen bij wet kunnen er uitzonderingen worden
gemaakt. Art. 6 lid 1 EVRM volgt dezelfde constructie, maar geeft daarbij
nog waarop de uitzonderingen moeten berusten:
- De goede zeden
- De openbare orde
- De nationale veiligheid
- De belangen van minderjarigen
- Het priveleven van procespartijen
- Eisen van behoorlijke rechtspleging

,Motiveren en beslissen  beslissingen moeten gemotiveerd worden, zij
moeten inhouden waar zij op berusten (art. 121 GW). Bij wet kunnen
uitzonderingen worden gemaakt

Behandeling binnen een redelijke termijn  indien partijen te lang moeten
wachten op een beslissing, en dus de termijnen niet in acht zijn genomen,
moet er volgens het EHRM een schadevergoeding worden betaald

Recht op consistente rechtspraak  dit vereist dat er een effectief en
toegankelijk mechanisme in het nationale recht moet bestaan waarmee
tegenstrijdigheden in de uitspraak kunnen worden opgelost. In Nederland
is dit systeem de Hoge Raad die altijd via cassatie uitspraak kan doen in
kwesties waarin tegenstrijdig wordt geoordeeld

Recht op tenuitvoerlegging (executie)  Volgens het EHRM moet de staat
ervoor zorgen dat er voorzieningen zijn waarmee de winnende partij de
uitspraak zoveel mogelijk kan laten uitvoeren.

Fair trial in Rechtsvordering  art. 19 t/m 30 Rv

Als het overleg voor een vaststellingsovereenkomst tot niets leidt dan zijn
de kosten voor niets geweest. Die kunnen in beginsel in een procedure
later op grond van art. 6:96 lid 2 sub c BW aan de eis worden toegevoegd
als buitengerechtelijke kosten.

Vaststellingsovereenkomst  art. 7:900 BW

Na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst kan je je niet beroepen
op dat de overeenkomst strijdig is met dwingend recht, alleen op het
bestaan van strijdigheid met de goede zeden of openbare orde  art.
7:902 BW

Beroep op dwaling is mogelijk, met name indien die is te wijten aan een
inlichting van de wederpartij  Van Leeuwen/Lips arrest

Ontbinding wegens wanprestatie is niet uitgesloten of beperkt (art. 7:905
BW), maar in latere rechtspraak wordt wel aangenomen dat alleen een
ernstige tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt.

Een beroep doen op art. 7:902 BW kan alleen een einde maken aan de
overeenkomst indien de overeenkomst een einde maakt aan het geschil.
Het maken van een vaststellingsovereenkomst voor toekomstige
geschillen is nietig indien deze in strijd is met dwingend recht

Indien partijen het oogmerk hebben om via de overeenkomst het
dwingend recht te omzeilen, is deze strijdig met art. 3:40 BW

Art. 7:901 BW  naast de overeenkomst moeten nog steeds de
gebruikelijke handelingen worden verricht

, Verjaringstermijnen beginnen te lopen vanaf het moment van de afspraak,
mits overigens aan alle eisen is voldaan

De toepasselijke verjaringsbepalingen worden bepaald door de regeling,
niet door de daaraan voorafgaande rechtsverhouding waarover een
geschil bestond

Voor een vaststellingsovereenkomst bestaan geen vereisten  kan ook
mondeling

Het verschaft geen titel en bij niet-nakoming moet alsnog vordering
worden ingesteld op grond van wanprestatie

Mediation  het betrekken van een derde die onafhankelijk is van
partijen, met als doel toch een vaststellingsovereenkomst te kunnen
sluiten

Doel  het tot stand brengen van een vaststellingsovereenkomst, waarbij
de mediator geen advies of mening geeft, maar partijen probeert te sturen
naar een oplossing

Mediation heeft geen wettelijke regeling. Een buitenwettelijke regeling ziet
alleen op grensoverschrijdende mediation

Er bestaat contractsvrijheid  partijen moeten samen beslissen over te
gaan tot mediation. Dit mag niet als een bindende afspraak worden
gemaakt

Op grond van art. 818 lid 2 Rv kan de rechter mediation aanbevelen

Mediator heeft geen verschoningsrecht (art. 165 Rv) en kan dus als
getuige voor de zitting worden geroepen. Dat kan negatief uitpakken voor
partijen na een mislukte mediation (tenzij dit in de bewijsovereenkomst
als bewijs wordt uitgesloten)

Bindend advies  een derde beslist over het geschil (denk aan rijdende
rechter). De uitkomst hiervan is een bindend advies (als in een
vaststellingsovereenkomst op grond van art. 7:900 BW).

Er is geen wettelijke basis voor een bindend adviseur. Op verzoek van
partijen kan middels een verzoekschrift een bindend adviseur door de
voorzieningenrechter worden toegewezen  is welwillendheidsbeslissing

Er staat tegen de welwillendheidsbeslissing geen rechtsmiddel open en
kan niet door de rechter in kosten worden veroordeeld  want geen
wettelijke regeling

Het bindend advies gaat deel uitmaken van de vaststellingsovereenkomst.
Ontbinding door wanprestatie wordt moeilijker door art. 7:905 BW

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 16, 2025
Number of pages
45
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

CA$12.49
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
femkescheperss01

Get to know the seller

Seller avatar
femkescheperss01 Maastricht University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions