Ontwikkelingspsychologie
Samenvatting hoorcolleges + samenvatting boek Feldman + artikelen
Janneke Galesloot (jaar 1 PW/UPVA)
,Hoorcollege 1 ~ inleiding
Hoofdstuk 1 ~ een inleiding in de ontwikkeling van een kind
Ontwikkelingspsychologen willen het leven van mensen verbeteren + mensen hun
leven potentieel laten benutten
Ontwikkelingspsychologie = Wetenschappelijke studie van patronen van groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun leven, van conceptie tot de dood
Reikwijdte vakgebied ontwikkelingsdomeinen
Ontwikkelingsfasen
1. Prenatale periode (conceptie tot geboorte)
2. Babytijd (0-2 jaar)
3. Peuter-/kleutertijd (2-6 jaar)
4. Schooltijd (6-12 jaar)
5. Adolescentie (12-20 jaar)
Sociale constructie = Het idee over realiteit dat breed geaccepteerd is, maar afhangt
van de maatschappij en cultuur
Puberteit = start adolescentie / geslachtsrijping
Prepuberteit = al hormonale veranderingen, maar nog niet zichtbaar
Ontluikende volwassenheid = nadruk op ontdekken van eigen identiteit
Ontwikkelingen in een sociale wereld
Cohort = een groep mensen die in een bepaalde periode leven, waardoor zij voor een
deel gelijke ervaringen opdoen
Normatieve gebeurtenissen = voltrekken zich voor de meeste mensen uit een groep
hetzelfde
Historisch: sociale omgevingsinvloeden en biologische invloeden verbonden met
specifieke maatschappelijke situaties in een historische tijd, bijv corona
, Leeftijdsgebonden: bijv puberteit
Sociaal cultureel: brede cultuur, etnisch, afkomst, sociale klasse en subcultuur
Niet-normatieve gebeurtenissen = specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het
leven van een bepaald persoon
Rekening houden met globale cultuur verschillen bijv. collectivistisch/individueel
Etniciteit = culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal
Etnische groep = gezamenlijke culturele achtergrond en groepshistorie
WEIRD kinderen = western, educated, Industria-Used Rich Democratic
Kinderen: verleden, heden en toekomst
Tot 1600: kind als mini volwassene
o Locke: onbeschreven blad (tabula rosa)
o Rousseau: kind geboren moraal (goed/kwaad) van nature goed, groei in
afzonderlijke fasen
o Darwin: revolutietheorie/erfelijkheid begin discussie nature nurture
20e eeuw: ontwikkelingspsychologie als discipline
o Binet: intelligentie, geheugen en hoofdrekenen
o Hall: Denken/gedrag onderzoeken met vragenlijsten + adolescentie als
storm en stress
o Hollingworth: intelligentietest, hoogbegaafdheid
Start grote, systematische en langdurige onderzoeken naar kinderen en hun
ontwikkeling
Doel: Aard van groei, verandering en stabiliteit tijdens kindertijd en adolescentie
(wetenschappen)
Vraagstukken
Toekomst ontwikkelingspsychologie
Specialiseren + nieuwe gebieden en perspectieven
Invloed epigenetica
Diversiteitsvraagstukken
Meer professionals in verschillende vakgebieden maken gebruik van
ontwikkelingspsychologie
Meer invloed op maatschappelijke kwesties
Technologie: big date en e-health (=digitale zorg)
, Hoofdstuk 2 ~ een inleiding in de ontwikkeling van een kind
Perspectieven bij het kijken naar kinderen
Ontwikkelingspsychologen hebben ook hun eigen visie, (doel)bewuster en preciezer
Theorie = een geheel van brede, geordende verklaringen en voorspellingen biedt een
raamwerk om de relaties tussen een op het oog ongeordende reeks feiten of principes te
begrijpen
Persoonlijke theorieën vaak meer gebaseerd op onze ervaringen, volkswijsheden en op
wat we in de media horen en lezen
Vijf belangrijkste theoretische perspectieven op de ontwikkeling van het kind
1. Psychodynamisch perspectief
Focus op innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon
zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft als oorzaak van
gedrag.
o Psychodynamisch perspectief Van Freud: onbewuste krachten zijn
bepalend voor iemand persoonlijkheid en gedrag
Onbewuste = kinderlijke wensen, verlangens en behoeften die zijn
afgesloten
3 aspecten persoonlijkheid
1) ID: primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de
persoonlijkheid op basis van genotsprincipe (honger, seks, agressie
en irrationele impulsen) veel mogelijk bevrediging en minimale
spanning
2) Ego: rationele en redelijke deel van persoonlijkheid op basis van
realiteitsprincipe (veiligheid)
3) Superego: iemands geweten, onderscheid van het goed en kwaad
Psychoseksuele ontwikkeling = 5 fasen die kinderen doorlopen
waarin genot of bevrediging telkens gericht is op een ander deel
van het lichaam en andere biologische functie
Fixatie = blijvende focus op een eerder psychoseksueel stadium
als gevolg van een onopgelost conflict
o Psychosociale theorie Erikson: Nadruk op sociale interactie
Psychosociale ontwikkeling = de verandering in onze interacties
met anderen en in hoe we aankijken tegen het gedrag van anderen
en van onszelf
Samenvatting hoorcolleges + samenvatting boek Feldman + artikelen
Janneke Galesloot (jaar 1 PW/UPVA)
,Hoorcollege 1 ~ inleiding
Hoofdstuk 1 ~ een inleiding in de ontwikkeling van een kind
Ontwikkelingspsychologen willen het leven van mensen verbeteren + mensen hun
leven potentieel laten benutten
Ontwikkelingspsychologie = Wetenschappelijke studie van patronen van groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun leven, van conceptie tot de dood
Reikwijdte vakgebied ontwikkelingsdomeinen
Ontwikkelingsfasen
1. Prenatale periode (conceptie tot geboorte)
2. Babytijd (0-2 jaar)
3. Peuter-/kleutertijd (2-6 jaar)
4. Schooltijd (6-12 jaar)
5. Adolescentie (12-20 jaar)
Sociale constructie = Het idee over realiteit dat breed geaccepteerd is, maar afhangt
van de maatschappij en cultuur
Puberteit = start adolescentie / geslachtsrijping
Prepuberteit = al hormonale veranderingen, maar nog niet zichtbaar
Ontluikende volwassenheid = nadruk op ontdekken van eigen identiteit
Ontwikkelingen in een sociale wereld
Cohort = een groep mensen die in een bepaalde periode leven, waardoor zij voor een
deel gelijke ervaringen opdoen
Normatieve gebeurtenissen = voltrekken zich voor de meeste mensen uit een groep
hetzelfde
Historisch: sociale omgevingsinvloeden en biologische invloeden verbonden met
specifieke maatschappelijke situaties in een historische tijd, bijv corona
, Leeftijdsgebonden: bijv puberteit
Sociaal cultureel: brede cultuur, etnisch, afkomst, sociale klasse en subcultuur
Niet-normatieve gebeurtenissen = specifieke gebeurtenissen die plaatsvinden in het
leven van een bepaald persoon
Rekening houden met globale cultuur verschillen bijv. collectivistisch/individueel
Etniciteit = culturele achtergrond, nationaliteit, religie en taal
Etnische groep = gezamenlijke culturele achtergrond en groepshistorie
WEIRD kinderen = western, educated, Industria-Used Rich Democratic
Kinderen: verleden, heden en toekomst
Tot 1600: kind als mini volwassene
o Locke: onbeschreven blad (tabula rosa)
o Rousseau: kind geboren moraal (goed/kwaad) van nature goed, groei in
afzonderlijke fasen
o Darwin: revolutietheorie/erfelijkheid begin discussie nature nurture
20e eeuw: ontwikkelingspsychologie als discipline
o Binet: intelligentie, geheugen en hoofdrekenen
o Hall: Denken/gedrag onderzoeken met vragenlijsten + adolescentie als
storm en stress
o Hollingworth: intelligentietest, hoogbegaafdheid
Start grote, systematische en langdurige onderzoeken naar kinderen en hun
ontwikkeling
Doel: Aard van groei, verandering en stabiliteit tijdens kindertijd en adolescentie
(wetenschappen)
Vraagstukken
Toekomst ontwikkelingspsychologie
Specialiseren + nieuwe gebieden en perspectieven
Invloed epigenetica
Diversiteitsvraagstukken
Meer professionals in verschillende vakgebieden maken gebruik van
ontwikkelingspsychologie
Meer invloed op maatschappelijke kwesties
Technologie: big date en e-health (=digitale zorg)
, Hoofdstuk 2 ~ een inleiding in de ontwikkeling van een kind
Perspectieven bij het kijken naar kinderen
Ontwikkelingspsychologen hebben ook hun eigen visie, (doel)bewuster en preciezer
Theorie = een geheel van brede, geordende verklaringen en voorspellingen biedt een
raamwerk om de relaties tussen een op het oog ongeordende reeks feiten of principes te
begrijpen
Persoonlijke theorieën vaak meer gebaseerd op onze ervaringen, volkswijsheden en op
wat we in de media horen en lezen
Vijf belangrijkste theoretische perspectieven op de ontwikkeling van het kind
1. Psychodynamisch perspectief
Focus op innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon
zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft als oorzaak van
gedrag.
o Psychodynamisch perspectief Van Freud: onbewuste krachten zijn
bepalend voor iemand persoonlijkheid en gedrag
Onbewuste = kinderlijke wensen, verlangens en behoeften die zijn
afgesloten
3 aspecten persoonlijkheid
1) ID: primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de
persoonlijkheid op basis van genotsprincipe (honger, seks, agressie
en irrationele impulsen) veel mogelijk bevrediging en minimale
spanning
2) Ego: rationele en redelijke deel van persoonlijkheid op basis van
realiteitsprincipe (veiligheid)
3) Superego: iemands geweten, onderscheid van het goed en kwaad
Psychoseksuele ontwikkeling = 5 fasen die kinderen doorlopen
waarin genot of bevrediging telkens gericht is op een ander deel
van het lichaam en andere biologische functie
Fixatie = blijvende focus op een eerder psychoseksueel stadium
als gevolg van een onopgelost conflict
o Psychosociale theorie Erikson: Nadruk op sociale interactie
Psychosociale ontwikkeling = de verandering in onze interacties
met anderen en in hoe we aankijken tegen het gedrag van anderen
en van onszelf