Werken met groepen
Hoofdstuk 1: Methodisch begeleiden van groepsontwikkeling
DIVERSITEIT VAN GROEPEN OM TE BEGELEIDEN
• Vaak werkzaam in contexten waar je voor een groep personen staat
• 1 taak -> groepsgebeuren vlot laten verlopen
• Elke groep is anders, heeft een eigen stijl en dynamiek
Diversiteit van groepen
• Residentiële en ambulante setting
• Zeer diverse doelgroepen, niet altijd hulpbehoevend bv de familie
• Kan eenmalig bv een training
• Kan ook langdurige begeleiding
• We zijn groepsbegeleider
• Je communicatie moet je afstemmen op de groep, leeftijd en mogelijkheden
De groepsbegeleider is zijn eigen instrument
• Je persoonlijkheid, kennis, vaardigheden en houding zijn de middelen die je hebt
• Belangrijkste is een positieve werkrelatie met je cliënten en groepen
• Je moet ook beschikken over de nodige inhoudelijke deskundigheid, reflectievermogen en
samenwerkingsvaardigheden
Evenwicht houden tussen groepswerking en individuele benadering
• Je moet voor beide oog hebben
• Onbeantwoorde persoonlijke behoeften van groepsleden wekken onbehagen en weerstand
en bemoeilijken het groepsgebeuren
• Als je je teveel richt op het individuele verlies je het overzicht van de groep
• Je moet het evenwicht bewaren
Evenwicht houden tussen groepstaak en groepsproces
• Groepstaak = taakniveau = de inhoud, wat er gezegd en gedaan wordt in functie van het
bereiken van het groepsdoel en het uitvoeren van groepsactiviteiten
• Groepsproces = sociaal – emotionele niveau = hoe de groepsleden met elkaar omgaan
tijdens het uitvoeren van de taak
• Erop toe zien dat de groepsleden het groepsdoel bereiken en de groepsactiviteiten vervullen
die daarvoor nodig zijn
• Dit ligt in elke groep anders
Groepscohesie bevorderen
• = hechtingsgevoel dat aanwezig is in de groep = de samenhang tussen de groepsleden
• Nodig om vlot samen te werken
• Hoe sterker de groepscohesie, hoe groter de onderlinge hechting en dus ook hoe groter het
vertrouwen
• Dit is geen statische toestand
• Het is een continue opdracht om dit zo vlot mogelijk te laten verlopen.
1
,INLEIDENDE OEFENING P 10:
• Groepsbegeleider is zijn eigen instrument
• Belangrijk om evenwicht te zoeken tussen groepswerking en individuele benadering
• Evenwicht tussen groepstaak en groepsproces
• Groepscohesie bevorderen
- Groepscohesie: is de samenhang tussen de groepsleden
- Het gevoel gaat er niet vanzelf komen, je moet als groepsbegeleider eerst wat sturen, dit
is verschillend naar gelang de fase, ook is de groepscohesie dynamisch
• Groepsdoel is belangrijk, maar ook het groepsproces
• Als een groep stagneert heeft dat meestal een reden, je moet hierbij geduld hebben maar
ook de oorzaak zoeken en daar dan iets mee te doen
• Als een groep een bepaalde fase van de ontwikkeling heeft bereikt wil dit niet zeggen dat het
voor altijd verworven is, bv als er iemand bijkomt of wegvalt.
FASE VAN GROEPSONTWIKKELING
Zie groepsdynamica
Ook wel weergegeven in een cyclisch proces:
2
,Onthoud:
• Bij elke fase kan je als groepsbegeleider interventies doen
• Interventies richten zich tegelijk op de groepstaak en het groepsproces, klemtoon voor één
van beiden klemtoon volgens de noodzaak in de groep
• Correct inschatten welke interventies op dat moment in die groep nodig zijn, belang van
training en ervaringen
• Interventies en tips uitvoeren op maat van de doelgroep
• Groepsontwikkelingsfasen zijn geen éénmalige momenten. Je kan doorheen een fase een
veelheid aan interventies inzetten, spreiden en herhalen, tot een ontwikkelingsfase
beëindigd is
• In praktijksituaties goed nadenken welke tips al dan niet relevant zijn
• Niet elke groep doorloopt alle fasen
• Als een groep stagneert in een fase heeft dat een reden
• Er kan ook terugval zijn naar een vorige fase, ook dit heeft een reden -> alle teruggevallen
fasen moet je doorlopen terug
Voorfase
Wat gebeurt er?
• Groep is in ‘wording’
• Grote lijnen worden ontworpen
• Onzichtbaar toekomstige groepsleden
• Groepsbegeleider is soms wel/soms niet betrokken
Kenmerken
• Groepstaak:
- Er bestaat een context die aanleiding geeft tot vorming van een groep
- Er is een persoonlijke voorgeschiedenis bij elk groepslid
• Groepsproces:
- Aanwezigheid gevoelsmatige aspecten
Onzekerheden en wensen bij toekomstige groepsleden
Onzekerheden en wensen bij de toekomstige groepsbegeleider
Tips: p20-21
3
, Oriëntatiefase
Wat gebeurt er?
• Het echte begin van de groep -> is niet alleen de eerste sessie, maar de eerste sessies
• Veel vragen en onzekerheden
- Voornamelijk met betrekking tot groepstaak (= grootste focus)
Wat moet ik hier doen?
Wanneer komen we samen?
…
- Groepsproces nog op de achtergrond
• Groepsleden richten zich tot groepsbegeleider > afhankelijke opstelling
• Parallelle relaties = ieder is voor zichzelf en naast elkaar bezig
Kenmerken
• Groepstaak:
-
Onzekerheid over de groepstaak en de werkwijze
-
Onduidelijkheid over de afspraken en regels
-
Signalen van hulpeloosheid -> stellen zich afhankelijk op
-
‘inclusie-vragen’
Is dit wel iets voor mij?
Zit ik hier wel op mijn plaats?
Gaat dit wel mijn ding zijn?
• Groepsproces:
- Gevoelens van onveiligheid
- Onzekerheden met betrekking tot de andere groepsleden
- Vragen met betrekking tot de eigen positie in de groep
Tips: p 24-27
=> nooit op examen soms 10 tips op, maar het herkennen in een casus
Groepstaak:
• Benoem of zoek het groepsdoel
• Formuleer of verfijn evt. samen met de groepsleden het groepsdoel
• Stem individuele verwachtingen af op het groepsdoel
• Informeer de groepsleden over de groepstaak; geef voldoende uitleg
• Maak afspraken en leg groepsnormen vast
- Formuleer de regels positief
- Beperk het aantal regels
- Maak regels zichtbaar
• Neem een ‘rituele’ start
4
Hoofdstuk 1: Methodisch begeleiden van groepsontwikkeling
DIVERSITEIT VAN GROEPEN OM TE BEGELEIDEN
• Vaak werkzaam in contexten waar je voor een groep personen staat
• 1 taak -> groepsgebeuren vlot laten verlopen
• Elke groep is anders, heeft een eigen stijl en dynamiek
Diversiteit van groepen
• Residentiële en ambulante setting
• Zeer diverse doelgroepen, niet altijd hulpbehoevend bv de familie
• Kan eenmalig bv een training
• Kan ook langdurige begeleiding
• We zijn groepsbegeleider
• Je communicatie moet je afstemmen op de groep, leeftijd en mogelijkheden
De groepsbegeleider is zijn eigen instrument
• Je persoonlijkheid, kennis, vaardigheden en houding zijn de middelen die je hebt
• Belangrijkste is een positieve werkrelatie met je cliënten en groepen
• Je moet ook beschikken over de nodige inhoudelijke deskundigheid, reflectievermogen en
samenwerkingsvaardigheden
Evenwicht houden tussen groepswerking en individuele benadering
• Je moet voor beide oog hebben
• Onbeantwoorde persoonlijke behoeften van groepsleden wekken onbehagen en weerstand
en bemoeilijken het groepsgebeuren
• Als je je teveel richt op het individuele verlies je het overzicht van de groep
• Je moet het evenwicht bewaren
Evenwicht houden tussen groepstaak en groepsproces
• Groepstaak = taakniveau = de inhoud, wat er gezegd en gedaan wordt in functie van het
bereiken van het groepsdoel en het uitvoeren van groepsactiviteiten
• Groepsproces = sociaal – emotionele niveau = hoe de groepsleden met elkaar omgaan
tijdens het uitvoeren van de taak
• Erop toe zien dat de groepsleden het groepsdoel bereiken en de groepsactiviteiten vervullen
die daarvoor nodig zijn
• Dit ligt in elke groep anders
Groepscohesie bevorderen
• = hechtingsgevoel dat aanwezig is in de groep = de samenhang tussen de groepsleden
• Nodig om vlot samen te werken
• Hoe sterker de groepscohesie, hoe groter de onderlinge hechting en dus ook hoe groter het
vertrouwen
• Dit is geen statische toestand
• Het is een continue opdracht om dit zo vlot mogelijk te laten verlopen.
1
,INLEIDENDE OEFENING P 10:
• Groepsbegeleider is zijn eigen instrument
• Belangrijk om evenwicht te zoeken tussen groepswerking en individuele benadering
• Evenwicht tussen groepstaak en groepsproces
• Groepscohesie bevorderen
- Groepscohesie: is de samenhang tussen de groepsleden
- Het gevoel gaat er niet vanzelf komen, je moet als groepsbegeleider eerst wat sturen, dit
is verschillend naar gelang de fase, ook is de groepscohesie dynamisch
• Groepsdoel is belangrijk, maar ook het groepsproces
• Als een groep stagneert heeft dat meestal een reden, je moet hierbij geduld hebben maar
ook de oorzaak zoeken en daar dan iets mee te doen
• Als een groep een bepaalde fase van de ontwikkeling heeft bereikt wil dit niet zeggen dat het
voor altijd verworven is, bv als er iemand bijkomt of wegvalt.
FASE VAN GROEPSONTWIKKELING
Zie groepsdynamica
Ook wel weergegeven in een cyclisch proces:
2
,Onthoud:
• Bij elke fase kan je als groepsbegeleider interventies doen
• Interventies richten zich tegelijk op de groepstaak en het groepsproces, klemtoon voor één
van beiden klemtoon volgens de noodzaak in de groep
• Correct inschatten welke interventies op dat moment in die groep nodig zijn, belang van
training en ervaringen
• Interventies en tips uitvoeren op maat van de doelgroep
• Groepsontwikkelingsfasen zijn geen éénmalige momenten. Je kan doorheen een fase een
veelheid aan interventies inzetten, spreiden en herhalen, tot een ontwikkelingsfase
beëindigd is
• In praktijksituaties goed nadenken welke tips al dan niet relevant zijn
• Niet elke groep doorloopt alle fasen
• Als een groep stagneert in een fase heeft dat een reden
• Er kan ook terugval zijn naar een vorige fase, ook dit heeft een reden -> alle teruggevallen
fasen moet je doorlopen terug
Voorfase
Wat gebeurt er?
• Groep is in ‘wording’
• Grote lijnen worden ontworpen
• Onzichtbaar toekomstige groepsleden
• Groepsbegeleider is soms wel/soms niet betrokken
Kenmerken
• Groepstaak:
- Er bestaat een context die aanleiding geeft tot vorming van een groep
- Er is een persoonlijke voorgeschiedenis bij elk groepslid
• Groepsproces:
- Aanwezigheid gevoelsmatige aspecten
Onzekerheden en wensen bij toekomstige groepsleden
Onzekerheden en wensen bij de toekomstige groepsbegeleider
Tips: p20-21
3
, Oriëntatiefase
Wat gebeurt er?
• Het echte begin van de groep -> is niet alleen de eerste sessie, maar de eerste sessies
• Veel vragen en onzekerheden
- Voornamelijk met betrekking tot groepstaak (= grootste focus)
Wat moet ik hier doen?
Wanneer komen we samen?
…
- Groepsproces nog op de achtergrond
• Groepsleden richten zich tot groepsbegeleider > afhankelijke opstelling
• Parallelle relaties = ieder is voor zichzelf en naast elkaar bezig
Kenmerken
• Groepstaak:
-
Onzekerheid over de groepstaak en de werkwijze
-
Onduidelijkheid over de afspraken en regels
-
Signalen van hulpeloosheid -> stellen zich afhankelijk op
-
‘inclusie-vragen’
Is dit wel iets voor mij?
Zit ik hier wel op mijn plaats?
Gaat dit wel mijn ding zijn?
• Groepsproces:
- Gevoelens van onveiligheid
- Onzekerheden met betrekking tot de andere groepsleden
- Vragen met betrekking tot de eigen positie in de groep
Tips: p 24-27
=> nooit op examen soms 10 tips op, maar het herkennen in een casus
Groepstaak:
• Benoem of zoek het groepsdoel
• Formuleer of verfijn evt. samen met de groepsleden het groepsdoel
• Stem individuele verwachtingen af op het groepsdoel
• Informeer de groepsleden over de groepstaak; geef voldoende uitleg
• Maak afspraken en leg groepsnormen vast
- Formuleer de regels positief
- Beperk het aantal regels
- Maak regels zichtbaar
• Neem een ‘rituele’ start
4