Anno 1900:
Er werd altijd en overal al sociologisch verbeeld (Ibn Khaldun, Plato).
Comte in 1838 bedenker van term sociologie, waarmee hij sociale fysica bedoelde: Dit is de leemte die
nog moet worden aangevuld. Nu de menselijke geest de fyisca van aarde en hemellichamen zowel op
mechanisch als op chemisch gebied, in het leven heeft geroepen, evenals de organische fysica, zowel
op plantaardig als op dierlijk terrein, dient hij het stelsel van de ervaringswetenschappen nog te
voltooien door ook tot een maatschappelijke fyisca te komen. Dit is de grootste en dringendste taak
waarvoor ons intellect zich gesteld ziet.
Vijf belangrijke historische veranderingen:
1. Economisch: gevolgen kapitalisme en de Industriële Revolutie.
2. Politiek: natievorming, kolonialisatie, overal revoluties, stemrecht langzaam uitgebreid.
3. Religieus: onttovering van de wereld (Max Weber).
4. Demografisch: urbanisatie, grootschalige internationale migratie, afschaffing slavernij, het
ontstaan van allerlei (nieuwe) sociale problemen.
5. Opkomst van de moderne wetenschap: empirie als bron voor wetenschappelijke kennis.
What’s up with society?!
Van Gemeinschaft naar Gesellschaft (Tonnies, 1887).
Van gemeenschap naar samenleving:
Gemeenschappelijke, persoonlijke, vaak levenslange banden met vrienden en familie.
Associatieve, onpersoonlijke, instrumentele, vaak kortdurende banden (vgl. arbeidsdeling bij
Durkheim).
Institutionalisering van de empirische studie van samenleving.
Aanvankelijk vooral in Frankrijk, Duitsland en de VS.
Eerste invloedrijke sociologische studies:
Verenigde Staten:
1893: Hull-House Maps and Papers, Jane Addams.
1899: The Philadelphia Negro: A Social Study, W.E.B. du Bois.
1917: The Polish Peasant, W.I. Thomas and F. Znaniecki.
Europa:
1838: How to observe morals and manners, Henriet Martineau.
1895: Rules of the Sociological Method, E. Durkheim.
1905: The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalism, Max Weber.
Sociologische paradigma’s:
Universally recognized scientific achievements that for a time provide model problems and solutions
to a community of practitioners.
Stelsels van theoretische assumpties en concepten die je perspectief op, en begrip van, een
onderwerp bepalen.
Soort wetenschappelijke dominante wereldbeelden.
De bril die je opzet, bepaalt je perspectief en dus de vragen die je stelt en oplossingen die er zijn ->
macro of micro? Orde of strijd?
Structureel-functionalisme:
Kernbegrippen: sociale structuren en functies:
Hoofdfiguren: Durkheim (1858-1917), later Merton (1910-2002).
Niveau van analyse: macro, dus vooral aandacht voor structuren.
Structureel functionalisme veronderstelt dat sociale verschijnselen en instituties (gezin,
criminaliteit, onderwijs) het best kunnen worden verklaard in termen van de functies die zij
vervullen voor de continuïteit en stabiliteit van de gehele samenleving.
Focust vooral op: hoe is orde mogelijk?
Sociale structuren hebben een leven los van het individu.
Samenlevingen handhaven hun structuren, ondanks hoog verloop van leden.
The system of signs that I employ to express my thoughts, the monetary system I use to pay my debts,
the credit instruments I utilise in my commercial relationships, the practices I follow in my profession,
etc. all function independently of the use I make of them.
Robert Merton:
Manifeste functies: herkende en bedoelde gevolgen van een sociale structuur.