Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Vermogensrecht

Rating
3.0
(2)
Sold
1
Pages
18
Uploaded on
07-03-2016
Written in
2015/2016

Samenvatting van het boek Hoofdlijnen Nederlands Recht van Prof. mr. C.J. Loonstra (elfde druk). In de samenvatting staat hoofdstuk 2 paragraaf 2.1 t/m 2.7 m.u.v. 2.6.2 en 2.6.3, hoofdstuk 4, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6. Dit zijn alle onderdelen die je moet leren voor dit vak. De belangrijkste woorden heb ik een andere kleur gegeven zodat dit makkelijker is met leren.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Samenvatting Vermogensrecht




Auteur: RamonavW
School: Windesheim
Vak: M2.1 Vermogensrecht




1

,Hoofdstuk 2 Verbintenissenrecht – de overeenkomst
2.1 Praktijkvoorbeelden

Een overeenkomst kunnen we omschrijven als een afspraak door twee of meer personen
(partijen), die juridisch relevant zijn. Uit deze overeenkomst vloeien rechten en plichten
voort en deze noemen we verbintenissen. Een overeenkomst die door twee is gesloten met
het doel dat daaruit rechten of plichten voortvloeien, noemen wij een obligatoire of
verbintenisscheppende overeenkomst. Een wederkerige overeenkomst is een
overeenkomst die meebrengt dat beide partijen ten minste zowel een recht verkrijgen als een
plicht op zich nemen. Eenzijdige overeenkomsten zijn afspraken waaruit slechts één
verbintenis voortvloeit, in tegenstelling tot de wederkerige overeenkomst, waaruit ten minste
twee verbintenissen ontstaan.

2.2 Wanneer ontstaat er een overeenkomst?

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. De
aanbieder kan het bod intrekken als het aanbod nog niet aanvaard is en de aanbieder mag
zijn bod niet onherroepelijk hebben gemaakt. Dat doet hij onder andere als hij een termijn
heeft gesteld waarbinnen de aanvaarding moet plaatsvinden. Er ontstaat geen overeenkomst
als er geen aanbod, maar slecht een uitnodiging tot het doen van een aanbod wordt
gedaan. Voor het tot stand komen van onder meer een overeenkomst vereist is dat de
wilsverklaringen van beide partijen met elkaar overeenstemmen. Als ik iets wil verkopen
dan moet ik dat allereerst willen. Vervolgens moet ik deze wil verklaren. De overeenkomst
ontstaat pas als de ander, de wederpartij, de totstandkoming van deze overeenkomst
eveneens wil en dat tevens verklaart.

2.3 En toch geen overeenkomst?

2.3.1 ‘Mijn wil was niet overeenkomstig mijn verklaring’
Bij een wilsdefect wordt gesteld: wat ik verklaard heb, wilde ik niet; daarom kan er ook geen
overeenkomst zijn ontstaan. Als de verklaring niet overeenkomst de wil is geweest, dan is er
geen overeenkomst tot stand gekomen. We noemen dit ook wel discrepantie tussen wil en
verklaring. Er komt evenwel toch een overeenkomst tot stand wanneer de wederpartij er in
redelijkheid op mocht vertrouwen dat verklaring en wil van de andere partij wel met elkaar in
overeenstemming waren. We nomen deze theorie ook wel de ‘leer van de dubbele
grondslag’ of de wils- en vertrouwensleer. Bij een geestelijke stoornis kunnen we denken
aan een krankzinnige of aan iemand die onder invloed is (geweest) van medicijnen of
alcohol. Als iemand tijdens een geestelijke stoornis iets heeft verklaard, dan wordt
aangenomen dat die verklaring niet overeenkomstig de wil is geweest indien: de stoornis een
redelijke waardering van de beide handeling betrokken belangen belette of indien de
verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan. Een verklaring wordt vermoed onder
invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk
gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijs
niet wat te voorzien.

2.3.2 ‘Mijn wil was gebrekkig gevormd’
Bij een wilsgebrek betoogt een partij dat de verklaring op een gebrekkige wijze tot stand is
gekomen. Wilsgebreken vallen uiteen in vier categorieën: dwaling, bedrog, bedreiging en
misbruik van omstandigheden. Dwaling doet zich voor wanneer iemand een overeenkomst
heeft gesloten terwijl hij, als hij van de werkelijke situatie op de hoogte was geweest, de
overeenkomst zeker niet had gesloten. De betreffende persoon moet hebben gedwaald over
de zelfstandigheid van de zaak. Naast dwaling omtrent de zelfstandigheid van de zaak
moet ten minste aan één van de volgende voorwaarden zijn voldaan: de dwaling is te wijten




2

,aan een inlichting van de wederpartij, de wederpartij had de dwalende behoren in te
lichten (nalaten van inlichten), maar heeft dit niet gedaan of de wederpartij ging van
dezelfde onjuiste veronderstelling uit als de dwalende. Bij de eerste voorwaarde mag je
ervan uitgaan dat wat je wordt verteld, juist is, maar je moet zelf ook wel, binnen redelijke
grenzen, onderzoeken of het allemaal klopt wat wordt gezegd. Er rust op jouw tot op zekere
hoogte een onderzoeksplicht. Als de dwaling betreft een uitsluitend toekomstige
omstandigheid of de aard van de overeenkomst, de in het verkeer gelegde opvattingen of de
omstandigheden van het geval brengen mee dat de dwaling voor rekening van de dwalende
behoort te blijven; is er geen sprake van dwaling.

Van bedrog is sprake als iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde
rechtshandeling beweegt door opzettelijk onjuiste mededelingen te doen of door daarvan
juist opzettelijk af te zien. Het voordeel van bedrop boven dwaling is dat je – als bedrog kan
worden aangetoond – ook altijd de schade vergoed krijgt die is geleden. Wil je met dwaling
ook gelden schade vergoed krijgen, dan zal je naast het bewijzen van de dwaling ook
moeten aantonen dat de wederpartij onzorgvuldig gehandeld heeft. Van bedreiging is
sprake als iemand met ongewone pressiemiddelen een ander beweegt tot het aangaan van
een rechtshandeling. Misbruik van omstandigheden doet zich voor als iemand behendig
gebruikmaakt van een bijzondere situatie waarin een ander verkeert. Hierbij kan gedacht
worden aan abnormale geestestoestand, noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid en
onervarenheid. De overeenkomst, tot stand gekomen als gevolg van een wilsgebrek, is
namelijk vernietigbaar.

2.3.3 Overeenkomst is in strijd met de wet, goede zeden of openbare orde
Als een overeenkomst in strijd is met de wet, goede zeden of openbare orde is de
overeenkomst nietig. Nietigheid houdt in dat de overeenkomst geacht wordt nooit te hebben
bestaan. Een vernietigbare overeenkomst is een overeenkomst die rechtskracht bezit tot
het moment waarop deze door de partij die wordt beschermd, vernietigd wordt. Gebeurt dit
niet, dan blijft de overeenkomst gewoon bestaan.

2.3.4 ‘Ik ben handelingsonbekwaam’
Handelingsbekwaamheid houdt in: de mogelijkheid om onaantastbare rechtshandelingen te
verrichten. Rechtsfeiten zijn juridisch relevant, omdat er een rechtsregel is die een bepaald
rechtsgevolg verbindt aan een bepaalde feit. De rechtshandeling is een rechtsfeit, maar
een met een gewild rechtsgevolg. De wil staat centraal. Meerzijdige rechtshandelingen zijn
rechtshandelingen die pas geldig zijn wanneer twee of meer rechtssubjecten hun op elkaar
aansluitende wilsverklaringen kenbaar maken. Eenzijdige rechtshandelingen zijn geldig als
ze worden verricht door één persoon. bij een feitelijke handeling ontstaat er een
rechtsgevolg waarbij volkomen onverschillig is of dit rechtsgevolg wel of niet gewild is. Het
blote rechtsfeit is een feit waaruit rechtsgevolgen voorkomen zonder de betrokkene in staat
is daarop wezenlijk invloed uit te oefenen.

Er zijn twee groepen mensen die handelingsonbekwaam zijn; zij zijn niet in staat
onaantastbare rechtshandelingen te verrichten. Het gaat hier om onder curatele gestelden
en zij die krachtens een rechtelijk bevel in een krankzinnigengesticht (psychiatrische
inrichting) zijn opgenomen. Wie de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt en niet gehuwd of
geregistreerd zijn dan wel gehuwd of geregistreerd zijn geweest of als je geen gezag hebt
over een kind, zijn minderjarigen. Een minderjarige is handelingsonbekwaam wanneer hij
zonder toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordiger handelt en de wet (elders) niet
anders bepaalt. Tot het moment waarop de handelingen van de minderjarige vernietigd
worden, blijven de rechtshandelingen verricht door handelingsonbekwamen in stand.




3

,2.4 Welke inhoud heeft een overeenkomst?

2.4.1 Hetgeen partijen overeenkomen
De letterlijke betekenis van een contractbepaling is van belang, maar ook moet rekening
worden gehouden met de context waarbinnen zich de transactie heeft afgespeeld. Daarbij
moet ook in beschouwing worden genomen, wat partijen redelijkerwijs moeten hebben
bedoeld en wat zij redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten.

2.4.2 Wet
Sluiten partijen een overeenkomst, dan kunnen daaruit rechten en plichten op grond van
de wet voortvloeien. Dwingend recht modelleert ook de inhoud van de overeenkomst.
Daarnaast komt het ook regelmatig voor dat twee partijen slechts summier het een en ander
afspreken. Regelmatig vult de wet dan het een en ander aan wat partijen niet hebben
aangeroerd.

2.4.3 Gewoonte
Op gelijke wijze kunnen gewoonteregels van toepassing zijn op een contractuele
verhouding, zonder dat partijen daarover iets hebben afgesproken. Ook hier zien we dat het
gewoonterecht een contractbepaling aan de kant kan schuiven of aanvullen.

2.4.4 Redelijkheid en billijkheid
De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid doet zich voor als partijen een
geschil hebben over iets waarover zijn geen expliciete afspraken hebben gemaakt, terwijl de
wet en de gewoonte ook geen uitsluitsel geven over wat het juiste standpunt is. De
aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid brengt dan met zich mee dat de
overeenkomst moet worden uitgebreid (aangevuld) met wat het meest redelijke standpunt is.
Bij de beperkende of derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid hebben partijen
bijvoorbeeld clausule A in het contract opgenomen, maar neemt de rechter als standpunt in
dat deze clausule (hoewel uitdrukkelijk overeengekomen) niet tussen partijen van kracht is.
Dat wat partijen expliciet zijn overeengekomen, wordt eenvoudigweg niet voor geschreven
gehouden.
Factoren die een rol spelen bij een exoneratiebeding zijn:
 de zwaarte van de schuld, mede in aanmerking genomen de aard en de ernst van de
betrokken belangen;
 de aard en de inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt;
 de maatschappelijke positie en de onderlinge verhouding van partijen;
 de wijze waarop het beding tot stand is gekomen;
 de mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest.

2.5 Men komt niet na wat is afgesproken

Wanprestatie is als je tekortkomt in de nakoming van een verbintenis. Er zijn zeven rechten
die iemand heeft als die geconfronteerd wordt met tekortkoming, namelijk:
1. nakoming van hetgeen waartoe de wederpartij zich verplicht had;
2. ontbinding van de overeenkomst;
3. vervangende schadevergoeding;
4. aanvullende schadevergoeding;
5. nakoming, gecombineerd met aanvullende schadevergoeding;
6. ontbinding, gecombineerd met aanvullende schadevergoeding;
7. vervangende en aanvullende schadevergoeding.




4

,2.5.1 Nakoming (met aanvullende schadevergoeding)
Nakoming kan altijd worden gevorderd als iemand niet aan zijn contractuele verplichtingen
voldoet. Er geldt echter wel een uitzondering: nakoming kan niet worden geëist als dat
feitelijk gezien niet meer kan. Een genuszaak heeft betrekking op een soort zaak dat niet
geïndividualiseerd is. Nakoming is bijna altijd mogelijk. Een specieszaak is een
geïndividualiseerde zaak. Zodra deze tenietgaat, is het vorderen van nakoming uitgesloten.
Aanvullende schadevergoeding kan tezamen met nakoming worden gevorderd als men
kostenposten heeft doordat er niet, te laat of ondeugdelijk is nagekomen.

2.5.2 Vervangende schadevergoeding
Wil je vervangende schadevergoeding vorderen, dan moet je in de meeste gevallen nogal
wat juridische handelingen verrichten. We maken in dit verband dan ook een onderscheid
tussen: de juridische handelingen die moeten worden verricht voordat je een juridische
procedure kunt starten (fase A: de prejuridische fase) en juridische handelingen die je tijdens
de juridische procedure moet verrichten (fase B: de juridische fase).

Fase A: de prejuridische fase
Is nakoming feitelijk onmogelijk, dan kan de eiser die vervangende schadevergoeding
vordert direct doorgaan naar fase B, de gerechtelijke procedure. Als men van rechtswege
recht heeft op vervangende schadevergoeding, als nakoming blijvend onmogelijk is. Als
nakoming nog mogelijk is, dan moet de schuldenaar eerst in verzuim zijn. Iemand is in
verzuim wanneer hij een bepaalde termijn genoemd in een ingebrekestelling, laat passeren.
Een ingebrekestelling is een schriftelijke aanmaning aan het adres van de debiteur, waarbij
deze alsnog een redelijke termijn krijgt om aan zijn verplichtingen te voldoen. Hoofdregel is
eerst een ingebrekestelling, dan in verzuim, om vervolgens over te stappen naar fase B.
Ingebrekestelling is niet nodig wanneer de volgende oorzaken zijn: er is (meestal ten tijde
van het sluiten van de overeenkomst) al uitdrukkelijk een termijn gesteld waarbinnen de
debiteur aan zijn verplichting moet voldoen (fatale termijn) of de schuldeiser moet uit een
mededeling van de schuldenaar afleiden dat deze tekort zal schieten in de nakoming van de
verbintenis, met andere woorden: dat deze wanprestatie zal plegen. Tijdens fase A dient er
ten slotte nog een handeling te worden verricht. De schuldeiser moet ook een
omzettingsmededeling doen. De schuldeiser moet de schuldenaar berichten dat hij in
plaats van (de gebruikelijke) nakoming, schadevergoeding zal vorderen. De ingebrekestelling
en de omzettingsmededeling kunnen door middel van een en dezelfde brief worden
gerealiseerd.

Fase B: de juridische fase
Als de crediteur als eiser de procedure start, zal hij moeten aantonen dat de debiteur
tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verbintenis (bewijs crediteur). Hij zal met andere
woorden moeten bewijzen, dat de schuldenaar wanprestatie heeft gepleegd. De debiteur
heeft een verweermiddel ingeval vervangende schadevergoeding geëist wordt. Hij heeft
namelijk de mogelijkheid om aan te tonen dat de tekortkoming hem niet kan worden
toegerekend. De debiteur moet dan aantonen dat hij geen schuld heeft aan de tekortkoming
van de nakoming van de verbintenis: mij treft geen verwijt en de tekortkoming ook niet voor
zijn rekening (men zegt ook wel risico) komt én niet krachtens de wet én niet krachtens
rechtshandeling én niet krachtens de in het verkeer getelde opvattingen. Beroept een
schuldenaar hierop, dan zeggen we in juridische termen ook wel dat hij een beroep op
overmacht doet. Wil hij met succes op overmacht kunnen beroepen, dan zal hij wel heel wat
aannemelijk moeten maken. Iemand is aansprakelijk voor de schade die is veroorzaakt door
personen die hij heeft ingeschakeld bij de uitvoering van een uit een overeenkomst
voortvloeiende verbintenis (hulppersonen). Men is aansprakelijk voor de schade die het
gevolg is van zaken die gebruikt zijn bij de uitvoering van een verbintenis (hulpmiddelen).
Iemand is aansprakelijk voor het gebruik van hulpmiddelen tenzij dit, gelet op de inhoud en
strekking van de rechtshandeling waaruit de verbintenis voortvloeit, de in het verkeer
geldende opvattingen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk zou zijn. In



5

,plaats van ‘krachtens rechtshandeling’ kan men beter denken ‘krachtens overeenkomst’.
Via de overeenkomst kunnen partijen het risico van aansprakelijkheid voor ontstane schade,
vergroten of verkleinen. Door middel van exoneratieclausule kan men zich vrijwaren tegen
een bepaalde schadepost; het risico wordt daarmee verkleind. Het tegenovergestelde beding
heeft de garantieverplichting. De schuldenaar zegt dan toe, onder omstandigheden die
normaliter geen schadeplicht in het leven roepen, toch de schade te vergoeden. Onder
verkeersopvattingen verstaan we: wat in het algemeen wordt aanvaard, of wat men
doorgaans acceptabel vindt. Een terecht beroep op overmacht leidt tot afwijzing van de
vordering tot schadevergoeding. De crediteur kan nog wel overgaan tot ontbinding van de
gesloten overeenkomst.

2.5.3 Aanvullende schadevergoeding
Vertragingsschade heeft betrekking op schade die is ontstaan door een niet correcte
levering op de overeengekomen datum. Bijvoorbeeld als je kosten hebt moeten maken
aangezien het later is geleverd. De gevolgschade heeft betrekking op alle schade die is
voortgekomen uit een ondeugdelijke nakoming. Ook bij de vordering tot aanvullende
schadevergoeding kan de gedaagde zich beroepen op overmacht. Bijvoorbeeld als het
verkeerde is geleverd waardoor je onkosten hebt gemaakt.

2.5.4 Ontbinding (met aanvullende schadevergoeding)
Ontbinding kan worden gevorderd indien een van de partijen wanprestatie pleegt.
Ontbinding heeft tot gevolg dat beide partijen worden bevrijd van de verplichtingen
(verbintenissen) uit de gesloten overeenkomst. Er geldt echter een beperking: je kunt alleen
ontbinding vorderen bij een wederkerige overeenkomst. Als nakoming nog mogelijk is,
moet de schuldenaar eerst in verzuim worden gesteld. Is een debiteur als hoofdregel pas in
verzuim als hij de redelijke termijn, vermeld in de ingebrekestelling, voorbij laten gaan. Is
nakoming blijvend onmogelijk, dan bezit de crediteur in kwestie het recht op ontbinding
direct. Ontbinding kan door een schriftelijke, buitengerechtelijke verklaring, gericht aan de
schuldenaar. Daarnaast kan de ontbinding van een overeenkomst ook door de rechter
worden uitgesproken. Je moet je in dit verband realiseren dat iemand die (nog) geen gebruik
heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot ontbinding, juridisch verplicht is en blijft, te voldoen
aan hetgeen waartoe hij zich heeft verbonden. Pas na ontbinding vervalt die verplichting.
Ontbinding heeft geen terugwerkende kracht.

2.5.5 Vervangende en aanvullende schadevergoeding
Ten slotte kan de eisende partij een combinatie van vervangende en aanvullende
schadevergoeding vorderen. Om dit te kunnen doen moeten aan alle voorwaarden voor de
vervangende schadevergoeding en de voorwaarden voor aanvullende schadevergoeding
voldoen.

2.6 Opschortingsrechten
Overeenkomsten moeten worden nagekomen. Zowel schuldeiser als schuldenaar moet doen
waartoe zij zich hebben verplicht. Toch zijn er bepaalde situaties waarin één van de
contracterende partijen zijn verplichtingen mag opschorten omdat de ander zijn verplichting
ook niet nakomt.

2.6.1 Expectio non adimpleti contractus
Als je van te voren weet dat iemand niet gaan betalen, dan kun je jouw rechten opschorten
en nadat er betaald is pas de goederen te leveren. Dit noemen we expectio non adimpleti
contractus. Als iets gedeeltelijk niet in orde is of niet in geleverd, dan kan je voor dit bedrag
de opschortingsrecht toepassen. Dit is voor het gedeelte dat nog moet worden geleverd,
maar niet voor het volledige bedrag. Expectio non adimpleti contractus betekent eigenlijk ik
presteer weer als jij het ook doet.




6

,2.7 Beëindiging en opzegging

Duurovereenkomsten zijn overeenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn gesloten en die naar
hun aard op continuïteit zijn gericht. Willen deze overeenkomsten ten einde komen, dan
zullen ze moeten worden opgezegd. Opzegging van een duurovereenkomst zal aan de
andere partij te kennen worden gegeven dat de overeenkomst zal eindigen. Dat kan alleen
als een opzegtermijn in acht wordt genomen. De termijnen die zijn afgesproken worden dan
toegepast, maar als partijen niets hebben afgesproken dan worden de wettelijke termijnen in
acht genomen.

Hoofdstuk 4 Verbintenissenrecht – de onrechtmatige en
rechtmatige daad
4.1 Rechtsgrond schadevergoeding

Kun je geen schade vorderen op grond van wanprestatie, dan moet je schadevergoeding
vorderen omdat de andere een onrechtmatige daad heeft begaan. Daarnaast is er nog een
bijzondere categorie voor het vorderen van schadevergoeding op grond van een gepleegde
rechtmatige daad. De onrechtmatige daad is voor de rechtspraak veel en veel belangrijker
dan de rechtmatige daad. Gezamenlijk vormen zij wat ook wel wordt genoemd
verbintenissen die uit de wet voortvloeien. Bij schadevergoeding op grond van schending
van een gesloten overeenkomst kun je je dus als regel niet op de onrechtmatige daad
baseren. Is er geen overeenkomst tot stand gekomen, dan is het niet mogelijk schade te
vorderen met behulp de regels van de wanprestatie. Het is het één of ander.

4.2 Wat te bewijzen?

Als eiser moet je vier voorwaarden bewijzen wil een vordering tot schadevergoeding op
grond van onrechtmatige daad worden toegewezen: er moet allereerst sprake zijn van een
daad die onrechtmatig is, deze onrechtmatigheid moet de dader kunnen worden
toegerekend, er moet schade zijn geleden en de schade moet het rechtstreekse gevolg zijn
van de onrechtmatigheid van de daad; er dient, met andere woorden, sprake te zijn van
causaal verband tussen schade en daad.

4.2.1 Onrechtmatigheid van de daad
Bij onrechtmatigheid gaat het om een daad of handeling die niet te accepteren valt. Als
onrechtmatige daad wordt aangemerkt: een inbreuk op een recht (subjectief recht) , een
doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of een doen of nalaten in strijd met
hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt; men spreekt
ook wel een schending van een zorgvuldigheidsnorm (fatsoensregels die niet in acht zijn
genomen). De Hoge Raad definieerde de schending van de zorgvuldigheidsnorm als volgt:
een handelen of nalaten dat óf indruist tegen de goede zeden óf tegen de zorgvuldigheid die
in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van een persoon of goed. De
gevaarzetting kan worden omschreven als: iemand schendt een zorgvuldigheidsnorm en
pleegt derhalve een onrechtmatige daad wanneer een gevaar in het leven wordt geroepen
waarmee een normaal denkend en handelend persoon geen rekening hoeft te houden.

4.2.2 Toerekening
Onder toerekening wordt verstaan: een onrechtmatige daad kan aan de dader worden
toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de
wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt’. De eiser zal dus
moeten aantonen dat: de dader schuld heeft aan het ontstaan van de onrechtmatige daad;
hem moet een verwijt kunnen worden gemaakt, of dat de gevolgen van de onrechtmatige
daad, ook al trof de dader enkele schuld, gewoon voor zijn rekening komen en wel krachtens



7

, de wet of krachtens de verkeersopvattingen. Een daad kan iemand worden aangerekend
omdat deze persoon op dit punt een verwijt kan worden gemaakt, dit noemen we
schuldaansprakelijkheid. Als iemand aansprakelijk wordt gesteld omdat de gevolgen van
een bepaalde onrechtmatige daad hem ‘gewoon’ worden toegerekend, zonder dat de
schuldvraag ook maar van enig belang is, noemen we dit risicoaansprakelijkheid. Ook bij
de vordering op grond van wanprestatie speelt de toerekening een rol. Alleen, de eiser hoeft
deze toerekening niet aan te tonen. Voldoende is als hij aangeeft dat de schuldenaar
tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verbintenis. Ook bij de vordering op grond van
wanprestatie speelt de toerekening een rol. Alleen de eiser hoeft deze toerekening niet aan
te tonen. Voldoende is als hij aangeeft dat de schuldenaar tekortgeschoten is in de nakoming
van zijn verbintenis. De schuldenaar kan zich vervolgens weren met de stelling: maar deze
tekortkoming kan mij niet worden toegerekend. Dit beroep op overmacht wordt gehonoreerd
wanneer de debiteur bewijst dat hij en geen schuld heeft en de tekortkoming ook niet voor
zijn rekening komt krachtens de wet, een rechtshandeling of de verkeersopvattingen.
Baseert iemand zich op de onrechtmatige daad dan zal hij wel moeten stellen en bewijzen
dat gedaagde de daad kan worden toegerekend, maar voldoende is dat hij aantoont dat er of
sprake is van schuld of van risicoaansprakelijkheid.

4.2.3 Schade
Vermogensschade omvat zowel gelden verlies als gederfde winst. Mede komen namelijk
voor vergoeding de redelijke kosten in aanmerking, gemaakt ter voorkoming of beperking
van de schade. Naast vermogensschade behoort voorts ander nadeel tot de
schadeomvang. Dit ander nadeel heeft betrekking op de mogelijkheid tot het vorderen van
immateriële schade, ook welsmartengeld genoemd. Onder immateriële schade valt
gederfde levensvreugde als verdriet, pijn of teleurstelling als gevolg van de onrechtmatige
daad. Een benadeelde heeft recht op smartengeld wanneer: de aansprakelijke persoon het
immateriële nadeel opzettelijk heeft toegebracht, de benadeelde lichamelijk letsel heeft
opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is
aangetast en de nagedachtenis van een overlevende tot in een bepaalde graad is aangetast.

4.2.4 Causaal verband
Aan het vereiste van causaal verband is voldaan wanneer de schade noodzakelijkerwijs uit
de onrechtmatige daad is voorgekomen. Als schade ook was ontstaan als de onrechtmatige
daad niet was begaan, is de voorwaarde van het causaal verband niet vervuld en zal de
vordering tot schadevergoeding worden afgewezen. Het is belangrijk dat als voldaan is aan
het vereiste van het causaal verband, nog niets is gezegd over de omvang van de te
vergoeden schade. Is er causaal verband tussen de daad en de schade, dan is in beginsel
duidelijk dat schadevergoeding moet worden betaald, maar nog niet hoeveel.

4.3 Verweermiddelen gedaagde

De gedaagde bezit over de volgende twee verweermiddelen:
 er is (misschien) wel voldaan aan de criteria van de onrechtmatige daad, maar ik had
een rechtvaardiginggrond, waardoor de daad toch niet zo onrechtmatig is.
 ik heb (misschien) wel een norm geschonden, maar deze geschonden norm strekt
niet tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.

4.3.1 Rechtvaardigingsgrond
Als iemand een daad pleegt die in eerste instantie een onrechtmatige daad lijkt te zijn, maar
deze daad wordt verricht als gevolg van overmacht, noodweer, wettelijk voorschrift of
ambtelijk bevel, dan ontvalt de onrechtmatigheid van de daad. Overmacht houdt kort gezegd
in dat iemand, door een maatschappelijke plicht te voldoen, een strafbaar feit pleegt. Van
noodweer is sprake wanneer iemand zich noodzakelijkerwijs verdedigt tegen een
ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.




8

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 2.1 t/m 2.7 (m.u.v. 2.6.2 en 2.6.3), hoofdstuk 4, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6
Uploaded on
March 7, 2016
File latest updated on
June 17, 2016
Number of pages
18
Written in
2015/2016
Type
SUMMARY

Subjects

CA$7.42
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all 2 reviews
7 year ago

9 year ago

3.0

2 reviews

5
0
4
1
3
0
2
1
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
RamonavW Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1697
Member since
10 year
Number of followers
1095
Documents
0
Last sold
4 days ago

3.8

318 reviews

5
74
4
149
3
68
2
16
1
11

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions