Hoofdstuk 2
Boekingen vermogen in een onderneming
Rekeningschema
Bij het journaliseren geven we elke grootboekrekening een code (nummer), die
aansluit bij het gangbare rekeningstelsel dat in ons land gebuikt wordt. Het eerste
cijfer van het grootboeknummer is het rubieknummer.
Rubrieken
Rubriek 0 vaste activa, eigen vermogen en lang vreemd vermogen
Rubriek 1 vlottende activa, met uitzondering van de voorraden, en kort vreemd
vermogen
Rubriek 2 een aantal tussenrekeningen
Rubriek 3 voorraden grondstoffen
Rubriek 4 kostenrekeningen
Rubriek 5 rekeningen van indirecte kosten
Rubriek 6 rekeningen fabricagekosten
Rubriek 7 voorraden producten
Rubriek 8 rekeningen van verkopen
Rubriek 9 een aantal rekeningen van wist en verlies
In handelsondernemingen en dienstverlenende ondernemingen komen de rubrieken
3 en 6 niet voor en rubriek 5 zeer beperkt. Daarom komen deze hier ook niet voor in
dit boek. Voor het makkelijke heb ik ze erop gezet maar weet dus dat deze niet
behandeld zullen worden.
Het hiernavolgende rekeningschema wordt gebruikt in dit boek (zie afbeelding
hieronder).
In de praktijk heeft ieder bedrijf zijn eigen rekeningschema, afgestemd op de eigen
situatie. Meestal is dit uitgebreider en verfijnder. De codes of nummers bestaan vaak
uit vier of vijf cijfers.
, Zaakvermogen en privévermogen
In een eenmanszaak maakt men onderscheid tussen financiële feiten die op het
zaakvermogen betrekking hebben en feiten die betrekking hebben op het
privévermogen van de eigenaar.
Zaakvermogen
Het zaakvermogen is het vermogen dat de eigenaar in de onderneming heeft
geïnvesteerd. Het zaakvermogen blijkt uit de post Eigen vermogen op de balans.
Privévermogen
Het privévermogen is het vermogen van de eigenaar zelf. Dit staat los van het bedrijf
en bestaat uit particuliere bezittingen.
Voorbeelden van privévermogen:
- Een huis
- Een privéauto
- Meubels
- Spaargelden
Privéstortingen en privéopnames
Financiële mutaties waardoor zowel het zaakvermogen als het privévermogen
wijzigt, boek je wel in de boekhouding van de zaak. Er wordt daarbij onderscheid
gemaakt tussen privéstortingen en privéopnamen.
Privéstorting
Een privéstorting is een overheveling van privévermogen naar zaakvermogen.
Privéopname
Een privéopname is het overhevelen van zaakvermogen naar privévermogen.
Schematisch kun je het gebruik van de rekening Privé als volgt voorstellen:
Debet Privé Credit
Privéopname Privéstortingen
Debetsaldo: vermindert het eigen vermogen Creditsaldo: vermeerdert het eigen vermogen
Eigen vermogen berekenen aan het einde van een periode:
Eigen vermogen (datum) ………… (bedrag)
Resultaat ………… (bedrag) +/-
……………. (Bedrag)
Privéstortingen ………...(bedrag) +
…………(bedrag)
Privéopname ………….(bedrag) -
Eigen vermogen ………….(bedrag)
Boekingen vermogen in een onderneming
Rekeningschema
Bij het journaliseren geven we elke grootboekrekening een code (nummer), die
aansluit bij het gangbare rekeningstelsel dat in ons land gebuikt wordt. Het eerste
cijfer van het grootboeknummer is het rubieknummer.
Rubrieken
Rubriek 0 vaste activa, eigen vermogen en lang vreemd vermogen
Rubriek 1 vlottende activa, met uitzondering van de voorraden, en kort vreemd
vermogen
Rubriek 2 een aantal tussenrekeningen
Rubriek 3 voorraden grondstoffen
Rubriek 4 kostenrekeningen
Rubriek 5 rekeningen van indirecte kosten
Rubriek 6 rekeningen fabricagekosten
Rubriek 7 voorraden producten
Rubriek 8 rekeningen van verkopen
Rubriek 9 een aantal rekeningen van wist en verlies
In handelsondernemingen en dienstverlenende ondernemingen komen de rubrieken
3 en 6 niet voor en rubriek 5 zeer beperkt. Daarom komen deze hier ook niet voor in
dit boek. Voor het makkelijke heb ik ze erop gezet maar weet dus dat deze niet
behandeld zullen worden.
Het hiernavolgende rekeningschema wordt gebruikt in dit boek (zie afbeelding
hieronder).
In de praktijk heeft ieder bedrijf zijn eigen rekeningschema, afgestemd op de eigen
situatie. Meestal is dit uitgebreider en verfijnder. De codes of nummers bestaan vaak
uit vier of vijf cijfers.
, Zaakvermogen en privévermogen
In een eenmanszaak maakt men onderscheid tussen financiële feiten die op het
zaakvermogen betrekking hebben en feiten die betrekking hebben op het
privévermogen van de eigenaar.
Zaakvermogen
Het zaakvermogen is het vermogen dat de eigenaar in de onderneming heeft
geïnvesteerd. Het zaakvermogen blijkt uit de post Eigen vermogen op de balans.
Privévermogen
Het privévermogen is het vermogen van de eigenaar zelf. Dit staat los van het bedrijf
en bestaat uit particuliere bezittingen.
Voorbeelden van privévermogen:
- Een huis
- Een privéauto
- Meubels
- Spaargelden
Privéstortingen en privéopnames
Financiële mutaties waardoor zowel het zaakvermogen als het privévermogen
wijzigt, boek je wel in de boekhouding van de zaak. Er wordt daarbij onderscheid
gemaakt tussen privéstortingen en privéopnamen.
Privéstorting
Een privéstorting is een overheveling van privévermogen naar zaakvermogen.
Privéopname
Een privéopname is het overhevelen van zaakvermogen naar privévermogen.
Schematisch kun je het gebruik van de rekening Privé als volgt voorstellen:
Debet Privé Credit
Privéopname Privéstortingen
Debetsaldo: vermindert het eigen vermogen Creditsaldo: vermeerdert het eigen vermogen
Eigen vermogen berekenen aan het einde van een periode:
Eigen vermogen (datum) ………… (bedrag)
Resultaat ………… (bedrag) +/-
……………. (Bedrag)
Privéstortingen ………...(bedrag) +
…………(bedrag)
Privéopname ………….(bedrag) -
Eigen vermogen ………….(bedrag)