100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Other

Oefentoets periode 1 leerjaar 3 ''De boer op''

Rating
-
Sold
3
Pages
14
Uploaded on
23-10-2022
Written in
2022/2023

Oefentoets van 60 vragen met de antwoorden erbij die je door de stof heen helpen van afgelopen periode. Op deze manier kom je erachter wat hoofdzaken zijn en welke onderwerpen extra aandacht nog nodig hebben van jou als student.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 23, 2022
Number of pages
14
Written in
2022/2023
Type
Other
Person
Unknown

Subjects

Content preview

Oefentoets Nadine leerjaar 3 periode 1
Pathofysiologie

1. In welk product zit het meeste kalium?
a. Rijst
b. Kaas
c. Vruchtensap
d. Roomboter
2. Wat is de functie van angiotensine 2
a. Het haalt eiwit terug uit de voorurine
b. Het zorgt voor vaatverwijding
c. Het zorgt voor bloeddrukverhoging
d. Het zorgt voor een volumetoename in het bloed
3. Welke uitspraak is niet waar?
a. Het zorgt ervoor dat er meer hormoon angiotensine 2 in het bloed komt
b. Het zorgt ervoor dat de bijnieren meer van het hormoon androsteron aan gaan
maken.
c. Het zorgt ervoor dat de bijnieren meer van het hormoon androsteron aan gaan
maken. Onder invloed van androsteron halen de nieren meer water en zouten uit
het lichaam, hierdoor daalt de bloeddruk.
d. Het zorgt ervoor dat de bijnieren meer van het hormoon androsteron aan gaan
maken. Onder invloed van androsteron halen de nieren minder water en zouten
uit het lichaam, hierdoor stijgt de bloeddruk.
4. Wat is het doel van een dieetbehandeling bij nierziektes?
a. Natrium beperking bij hypertensie en/of albuminurie 1800-2400 mg.
b. Kaliumbeperking wanneer het serumkalium gehalte in het bloed hoger is dan 5,5
mmol/l.
c. Calcium < 2000 mg inclusief uit de voeding en fosfaatbinders
d. Energie adv. Harris en Bennedicht bij een BMI >30 kg/m2
5. Kruis aan welke zin WAAR is met betrekking tot een opsporingstest voor coeliakie:
a. In het geval van IgA deficientie (<0,07) is het zinvol IgG iTGA en IgG EMA
aanvullend te bepalen om coeliakie op te sporen.
b. voor dat er een geringde kans bestaat dat coeliakie in het spel zal zijn of niet.
6. Wat is NIET waar over coeliakie
a. Bij de diagnose en follow-up van coeliakiepatienten met de nutrientenstatus
gecontroleerd worden: Hb, ijzer, en initieel foliumzuur en B12
b. Onder het serologisch onderzoek valt: het kijken op patiënten dragers zijn van het
HLA-variant DQ2 en/of DQ8.
c. Er dienen voor optimale diagnostiek minimaal 4 biopten nodig te zijn
d. Vlokatrofie wil zeggen dat de villi kleiner worden, de uitstekers worden platter
7. Wat is de definitie van chronische ondervoeding bij kinderen?
a. Er is sprake van chronische ondervoeding als het gewicht meer dan 2 SD onder
het gemiddelde ligt bij een normale lengte of wanneer er een significante
afbuiging in gewichtsgroei is in korte tijd.
b. Er is sprake van chronische ondervoeding bij een achterstand in de lengtegroei
waarbij de SD-score voor lengte naar leeftijd meer dan 2 SD onder het
gemiddelde ligt of wanneer er sprake is van een significante afbuiging in
lengtegroei.

, c. Er is sprake van chronische ondervoeding wanneer het gewicht zowel voor
gewicht als in lengtegroei meer dan 2 SD afwijken van het gemiddelde of
wanneer er sprake in van zowel een afbuiging in lengte en gewicht
8. Hoeveel vetzuren zijn er bij een fosfolipide aan glycerol gebonden?
a. 1
b. 2
c. 3
d. 4
9. Wat is de waar over de t-cellen?
a. Bestrijden ziekteverwerkers met antistoffen
b. Het is een vorm van een fagocycel.
c. Het herkennen van de antigenen
d. Het bindt aan de oppervlakte van de B-cellen en deze binding zorgt voor het
loslaten van lymfocyten.
e. Het afscheiden van antistoffen tegen de antigenen
f. Ze rijpen in de thymus
10. 1. Coeliakie is een vorm van een niet IgE-medieerde voedselallergie
2. Coeliakie is een IgE-gemedieerde voedselallergie omdat er antistoffen worden
gevormd
3. coeliakie is een niet-allergische voedselovergevoeligheid, omdat het niet het
afweersysteem aanvalt.
Uitspraak…. Is juist.
Dieetleer:

11. Wat is een goede fosfaathuishouding?
a. 2,10-2,55 mmol/L
b. 20-22 mmol/L
c. 0,7-1,5 mmol/L
d. <5,5 mmol/L
12. Welke uitspraak mbt. vocht bij dialyse is waar?
a. Een vochtbeperking is nodig wanneer je oedeem hebt
b. Een vochtbeperking is afhankelijk van de persoon wanneer deze meer als 2 liter
p/d drinkt.
c. Bij een hemodialyse mag je maximaal 750 ml vocht gebruiken.
d. Bij een perioneaaldialyse wordt als je minder dan 800 ml plast een
vochtbeperking afgesproken van 1500 ml.

13. Hoeveel eiwit mag je hebben als je gaat dialyseren?
a. Je mag geen extra eiwit eten als je gaat dialyseren, je moet juist letten op je
eiwitbeperking
b. 0,8 gr/kg
c. 1,2-1,5 gr/kg
d. 1-1,2 gr/kg
14. Wat is de reden waarom mensen meer last krijgen van botontkalking bij nierschade?
a. Dit komt doordat de bijnieren niet meer het calcium kunnen verwerken uit de
voeding
b. Dit komt doordat er een overschot is aan fosfaat tov. calcium
c. Dit komt doordat de omzetting naar calcidiol niet meer goed verloopt
CA$7.95
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
nadinevanduijnhoven1

Get to know the seller

Seller avatar
nadinevanduijnhoven1
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
3 year
Number of followers
2
Documents
5
Last sold
9 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions