Samenvatting echografie periode 6
De student kan:
• De topografische anatomie en de ligging van de (bij)nieren, milt, uterus en prostaat
beschrijven
• Het gevraagde ziektebeeld in eigen woorden omschrijven
• Omschrijven hoe het ziektebeeld zich echografisch presenteert
• De gegevens op de aanvraag interpreteren zodat er bewuste keuzes worden
gemaakt
• De technische parameters instellen voor een goede echografische afbeelding
• De technische keuzes onderbouwen
• Het gemaakt handelingsschema uitvoeren
• De ‘patiënt’ informeren, instrueren en begeleiden
• Echografisch (bij)nieren, milt, uterus en prostaat afbeelden, zowel sagittaal,
longitudinaal en transversaal en de verschillende structuren benoemen
• Het uitgevoerde echografisch onderzoek, met betrekking tot het handelen,
onderbouwen en beargumenteren
• Pathologie herkennen, beschrijven, rapporteren volgens medische beschrijvende
terminologie en interpreteren:
o (bij)nieren en milt
o Uterus en prostaat
• Zorg dragen voor apparatuur en ruimte
• Het eigen handelen evalueren en tekortkomingen analyseren
• Aan de hand van de analyse een leerdoel maken en een plan van aanpak opstellen/
bijstellen
, 1. Anatomie en scantechniek
Nieren
Nieren anatomie
- Je hebt een linkernier en een rechternier.
- Craniaal hiervan liggen de bijnieren.
- Aorta links, vena cava inferior rechts.
- Vanuit de aorta gaat de arteria renalis sinistra naar de linker nier en de arteria renalis
dextra, dorsaal van de vena cava, naar de rechternier
- Afvoersysteem van de nieren: uretheren naar de blaas (links en rechts)
- Vooraanzicht:
- Achteraanzicht:
o Voor de wervelkolom liggen de aorta en vena cava inferior
o Op dezelfde hoogte ligt de rechternier
o Rechternier ligt iets lager, omdat lever erboven ligt
o Afvoersysteem van de nieren: uretheren naar de blaas (links en rechts)
o Blaasuitgang heet urethra
• Structuren nier
- Kapsel: Dun vlies. Ligt om de buitenkant van de nier
- Parenchym: Nierschors en medulla samen. Donkere rand
op echo.
o Cortex (nierschors)
o Medulla (niermerg)
, ▪ Piramides liggen in medulla
- Centraal complex / sinus
o Sinusvet
o Bloedvaten
▪ Arteria renalis : bloed aanvoer
▪ vena renalis: bloedavoer richting
vena cava
o Verzamelsysteem
▪ Calices en pyelum (pelvis renalis)
▪ Calices minor en major gaan samen over in het myelum
- Ureter
o Urine gaat via calices minor en major en myeleum naar ureter
en dan naar de blaas
- Schematisch aanzicht:
• Nier echografisch sagittaal
- Parecnhym rode stip en is echoarm
- Lever zit erboven
- Nier hoort echoarmer te zijn dan lever
- Rechts in beeld is het caudale deel van de nier
- Psoas major: spier waarop de nier rust (onder nier op plaatje)
- Echorijke gebied is centraal complex
• Nier schematisch
, Kapsel
Medulla en cortex (met piramides erin)
Calices minor
Sinusvet = steunweefsel
Pyeulum
Uretet
- Overzicht:
De student kan:
• De topografische anatomie en de ligging van de (bij)nieren, milt, uterus en prostaat
beschrijven
• Het gevraagde ziektebeeld in eigen woorden omschrijven
• Omschrijven hoe het ziektebeeld zich echografisch presenteert
• De gegevens op de aanvraag interpreteren zodat er bewuste keuzes worden
gemaakt
• De technische parameters instellen voor een goede echografische afbeelding
• De technische keuzes onderbouwen
• Het gemaakt handelingsschema uitvoeren
• De ‘patiënt’ informeren, instrueren en begeleiden
• Echografisch (bij)nieren, milt, uterus en prostaat afbeelden, zowel sagittaal,
longitudinaal en transversaal en de verschillende structuren benoemen
• Het uitgevoerde echografisch onderzoek, met betrekking tot het handelen,
onderbouwen en beargumenteren
• Pathologie herkennen, beschrijven, rapporteren volgens medische beschrijvende
terminologie en interpreteren:
o (bij)nieren en milt
o Uterus en prostaat
• Zorg dragen voor apparatuur en ruimte
• Het eigen handelen evalueren en tekortkomingen analyseren
• Aan de hand van de analyse een leerdoel maken en een plan van aanpak opstellen/
bijstellen
, 1. Anatomie en scantechniek
Nieren
Nieren anatomie
- Je hebt een linkernier en een rechternier.
- Craniaal hiervan liggen de bijnieren.
- Aorta links, vena cava inferior rechts.
- Vanuit de aorta gaat de arteria renalis sinistra naar de linker nier en de arteria renalis
dextra, dorsaal van de vena cava, naar de rechternier
- Afvoersysteem van de nieren: uretheren naar de blaas (links en rechts)
- Vooraanzicht:
- Achteraanzicht:
o Voor de wervelkolom liggen de aorta en vena cava inferior
o Op dezelfde hoogte ligt de rechternier
o Rechternier ligt iets lager, omdat lever erboven ligt
o Afvoersysteem van de nieren: uretheren naar de blaas (links en rechts)
o Blaasuitgang heet urethra
• Structuren nier
- Kapsel: Dun vlies. Ligt om de buitenkant van de nier
- Parenchym: Nierschors en medulla samen. Donkere rand
op echo.
o Cortex (nierschors)
o Medulla (niermerg)
, ▪ Piramides liggen in medulla
- Centraal complex / sinus
o Sinusvet
o Bloedvaten
▪ Arteria renalis : bloed aanvoer
▪ vena renalis: bloedavoer richting
vena cava
o Verzamelsysteem
▪ Calices en pyelum (pelvis renalis)
▪ Calices minor en major gaan samen over in het myelum
- Ureter
o Urine gaat via calices minor en major en myeleum naar ureter
en dan naar de blaas
- Schematisch aanzicht:
• Nier echografisch sagittaal
- Parecnhym rode stip en is echoarm
- Lever zit erboven
- Nier hoort echoarmer te zijn dan lever
- Rechts in beeld is het caudale deel van de nier
- Psoas major: spier waarop de nier rust (onder nier op plaatje)
- Echorijke gebied is centraal complex
• Nier schematisch
, Kapsel
Medulla en cortex (met piramides erin)
Calices minor
Sinusvet = steunweefsel
Pyeulum
Uretet
- Overzicht: