1
Methoden van Forensisch Handelen
Naam:
Studentnummer:
Erasmus Universiteit Rotterdam
Datum:
Tutor:
, 2
Algemeen beeld en voorinformatie
G. is een zestienjarige jongen. Hij woont samen met zijn moeder in een Rotterdamse
achterstandswijk. G. heeft tot zijn elfde veel geweld meegemaakt thuis. Zijn verslaafde vader
mishandelde G., zijn zus en moeder. Na melding van de basisschool van vermoedens van een
onveilige situatie, is het gezin onder toezicht gesteld. Rond diezelfde periode heeft zijn vader
één jaar vastgezeten voor wapenbezit. Moeder is toen met de kinderen verhuisd. Sindsdien is
er geen contact meer met vader. G heeft een gemiddelde intelligentie, maar zijn
gedragsproblemen en spijbelgedrag op het VMBO waren wel zorgelijk. G. is naar een
instelling in Rotterdam verwezen voor behandeling voor zijn gedragsproblemen, maar
behandeling is nooit van de grond gekomen. G. is eerder opgepakt voor winkeldiefstal en
vechtpartijen. Hij kreeg hiervoor een taakstraf, maar deze is nooit afgemaakt. Daardoor is hij
aangehouden en zit hij nu in een justitiële jeugdinrichting.
Risicotaxatie
Tabel 1.
Risicotaxatie: inschatting van recidiverisico
Schalen Inschatting van recidiverisico
Delictgeschiedenis 1
Huidige delict en delict patronen 1
Huisvesting en wonen 1
Opleiding, werk en leren 1
Inkomen en omgaan met geld n.v.t.
Relaties met partner, gezins- en familieleden 1
Relaties met vrienden en kennissen n.v.t.
Drugsgebruik n.v.t.
Alcoholgebruik n.v.t.
Emotioneel welzijn 1
Denkpatronen en gedrag 1
Houding 0
Noot* 0 = laag risico, 1 = matig risico, 2 = hoog risico, n.v.t.= niet gezien in documentaire
Het delict heeft al vóór zijn 18e plaatsgevonden wat een risico kan zijn. Echter zijn
winkeldiefstal en straatvechten geen ‘zware’ delicten. Het recidiverisico wordt daarom voor
de eerste twee schalen als matig ingeschat. G. woont in een achterstandswijk, wat een
risicofactor kan zijn voor criminaliteit. Echter is het recidiverisico matig, aangezien G. bij zijn
moeder woont.
Methoden van Forensisch Handelen
Naam:
Studentnummer:
Erasmus Universiteit Rotterdam
Datum:
Tutor:
, 2
Algemeen beeld en voorinformatie
G. is een zestienjarige jongen. Hij woont samen met zijn moeder in een Rotterdamse
achterstandswijk. G. heeft tot zijn elfde veel geweld meegemaakt thuis. Zijn verslaafde vader
mishandelde G., zijn zus en moeder. Na melding van de basisschool van vermoedens van een
onveilige situatie, is het gezin onder toezicht gesteld. Rond diezelfde periode heeft zijn vader
één jaar vastgezeten voor wapenbezit. Moeder is toen met de kinderen verhuisd. Sindsdien is
er geen contact meer met vader. G heeft een gemiddelde intelligentie, maar zijn
gedragsproblemen en spijbelgedrag op het VMBO waren wel zorgelijk. G. is naar een
instelling in Rotterdam verwezen voor behandeling voor zijn gedragsproblemen, maar
behandeling is nooit van de grond gekomen. G. is eerder opgepakt voor winkeldiefstal en
vechtpartijen. Hij kreeg hiervoor een taakstraf, maar deze is nooit afgemaakt. Daardoor is hij
aangehouden en zit hij nu in een justitiële jeugdinrichting.
Risicotaxatie
Tabel 1.
Risicotaxatie: inschatting van recidiverisico
Schalen Inschatting van recidiverisico
Delictgeschiedenis 1
Huidige delict en delict patronen 1
Huisvesting en wonen 1
Opleiding, werk en leren 1
Inkomen en omgaan met geld n.v.t.
Relaties met partner, gezins- en familieleden 1
Relaties met vrienden en kennissen n.v.t.
Drugsgebruik n.v.t.
Alcoholgebruik n.v.t.
Emotioneel welzijn 1
Denkpatronen en gedrag 1
Houding 0
Noot* 0 = laag risico, 1 = matig risico, 2 = hoog risico, n.v.t.= niet gezien in documentaire
Het delict heeft al vóór zijn 18e plaatsgevonden wat een risico kan zijn. Echter zijn
winkeldiefstal en straatvechten geen ‘zware’ delicten. Het recidiverisico wordt daarom voor
de eerste twee schalen als matig ingeschat. G. woont in een achterstandswijk, wat een
risicofactor kan zijn voor criminaliteit. Echter is het recidiverisico matig, aangezien G. bij zijn
moeder woont.