de les
Shockspiraal
Huid en slijmvliezen: bleke, koude huid, klamme huid (koud zweet → als je zweet
wegveegt en het komt het niet terug, het laatste restje zweet in de zweetklieren)
Spieren onderhuids bindweefsel: iemand zal willen gaan liggen vanwege het gevoel dat
ze niet goed meer op de benen kunnen staan
Spijsvertering: iemand zal zich misselijk voelen of kunnen gaan braken → onderdrukt
eetlust, als iemand gaat eten zal er namelijk meer bloed naar het spijsverteringsstelsel
moeten
Nieren: verminderde urineproductie, activering RAAS-systeem → kleine polsdruk, RAAS als
laatste compensatiemechanisme om zoveel mogelijk vocht (terug) in de circulatie te krijgen /
te houden
ABCDE
Als je een ademhaling + hartritme hebt is er tijd om de vitale parameters te meten. Als
iemand bij bewustzijn is, of buiten bewustzijn is, maar wel een ademhaling heeft, werk je
volgens de ABCDE-methodiek. Heeft iemand geen ademhaling en ook geen niet-
reanimeerverklaring, dan pas je Basic Life Support toe.
Airway (ademweg)
Controle of de luchtweg vrij is. Als iemand kan praten dan is de luchtweg vrij. Om ademweg
vrij te maken anders chinlift of jaw-thrust
Jaw-thrust: beter houdbaar voor hulpverlener als ademweg voor langere tijd manueel
vrijgemaakt moet worden. Bovendien kan een hulpverlener via de jaw-thrust makkelijker in
de gaten houden of de borstkas op en neer gaat en er dus een ademhaling is, en of deze
diep of oppervlakkig is.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Als een patiënt belt en pijnklachten aangeeft, kijk dan ook naar de plek waar hij/zij last van
heeft. Dit kan helpen met verbanden leggen tussen klachten / symptomen en oorzaken van
een ziektebeeld → wat zie / voel ik?
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Breathing (ademhaling)
Wat kan je zeggen over de ademhaling?
Saturatie
Cyanose in het gelaat / van de slijmvliezen
Ademhalingsfrequentie (indien de patiënt onrustig is, ademhalingsfrequentie meten
met hand op borst patiënt)
Diepe of oppervlakkige ademhaling
Ademhalingsgeluiden indien aanwezig
Indien saturatie < 90 → Non-rebreather mask (elastiek tussen oor en slapen) op 15L O2
1
, Indien saturatie > 90 maar < 95 → zuurstofbril of -slang tot max. 9L O2
Indien saturatie niet stijgt tot stabiele waarde met therapie, controleren of patiënt recht zit!
!Schrijf parameters op!
Circulation (circulatie)
Welke parameters horen bij de circulatie?
Pols (bij voorkeur meten voor bloeddrukmeting)
Tensie / bloeddruk / RR
Capillaire refill
Bij iemand die in shocktoestand verkeert is de RR vaak laag, de pols vaak snel maar zwak,
en de capillaire refill vertraagd.
Capillaire refill → de tijd die het bloed nodig heeft om na het uitoefenen van druk
terug in de capillairen (haarvaten) te komen. Je meet de capillaire refill bij iemand met een
shock bij voorkeur bij het borstbeen. Perifeer bloed (onder nagels of vingers) is namelijk vaak
al ‘geknepen’ omdat ze patiënt dus in shock is.
!Schrijf parameters op!
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Indien bloeddruk is bij meten aanzienlijk lager dan de gegeven bloeddruk bij de
casusbeschrijving: infuus open zetten als patiënt die al heeft!
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Disability (bewustzijn / neurologische uitval)
Beoordelen van het bewustzijn met behulp van AVPU
A: Alert, is de patiënt alert? Kijkt de patiënt je spontaan aan?
V: Verbaal, reageert de patiënt als je hem/haar aanspreekt?
P: Pijnprikkel, reageert de patiënt op een pijnprikkel?
U: Unresponsive / bewusteloos, als de patiënt nergens op reageert
Wanneer je een verandering van het bewustzijn opmerkt neem je de AVPU opnieuw af.
Bovendien is het belangrijk dat je hier meteen op reageert!
Dus:
AVPU
Pupilcontrole (PEARL: Pupils Equal And Reactive to Light)
Functieverlies ledematen? (Parese?)
Bloedsuiker
2