HET BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL
Het biopsychosociaal model helpt ons begrijpen waarom een cliënt zich op een
bepaalde manier gedraagt en functioneert.
We bekijken gedrag vanuit drie samenhangende domeinen:
Biologisch: Erfelijkheid, neurologische factoren, aandoeningen (bv. autisme)
Psychologisch: Gedachten, emoties, persoonlijkheid, coping
Sociaal: Opvoeding, omgeving, relaties
o vb. “Heeft iemand altijd zijn zin gekregen?” invloed op gedrag (bv.
directheid, grenzen)
Dit model maakt duidelijk dat gedrag nooit één oorzaak heeft, maar ontstaat uit een
samenspel van factoren.
Het biopsychosociaal model is waardevol, maar onvolledig als we één belangrijke pijler
vergeten
De ontwikkeling van de cliënt = mensen blijven zich levenslang
ontwikkelen, de ontwikkelingsgeschiedenis beïnvloedt het huidige
functioneren
ONTWIKKELINGSDYNAMISCHE BENADERING
Daarom spreken we van een ontwikkelingsdynamische kijk, een holistische
benadering waarbij we niet alleen kijken naar wat iemand doet, maar ook naar:
- hoe iemand zich ontwikkeld heeft
- wat iemand emotioneel aankan
- welke noden er onder het gedrag liggen
, Het model
is toepasbaar op iedereen niet enkel bij mensen met een beperking
!! Belangrijk om te begrijpen:
hoeveel iemand aankan
welke behoeften iemand heeft
waarom iemand op een bepaalde manier reageert
Gedrag kan je pas echt begrijpen als je kijkt naar de onderliggende emotionele
behoeften
Hiervoor gebruiken we het model van emotionele ontwikkeling:
o Geeft inzicht in wat iemand nodig heeft
o Helpt om gedrag juist te interpreteren
EMOTIONELE ONTWIKKELING VS COGNITIEVE ONTWIKKELING
!! Belangrijke inzicht over ontwikkeling:
Emotionele ontwikkeling loopt vaak achter op cognitieve ontwikkeling
o Maar ze bepaalt wel wat iemand aankan en wat je van iemand mag
verwachten
We kijken vaak naar wat iemand kan, maar niet naar wat iemand aankan
Bv, activiteit maken voor jeugdbeweging houd je rekening met de cognitieve
ontwikkeling en niet met de emotionele
,Schommelingen in ontwikkeling
Emotioneel functioneren is niet stabiel
Op stressmomenten kan iemand terugvallen naar een lager niveau
Gevolg:
o sneller overvraging
o meer kans op probleemgedrag
Disharmonische ontwikkeling = wanneer behoeften niet beantwoord worden of
ontwikkeling ongelijk verloopt ontstaat er een disbalans
SAMENHANG MET BIOPSYCHOSOCIALE FACTOREN
De drie domeinen beïnvloeden ook de ontwikkeling:
o Biologische factoren (bv. beperking)
o Psychologische factoren (bv. coping)
o Sociale factoren (bv. opvoeding)
Wanneer iemand zich niet goed voelt valt die terug op basale emotionele
behoeften:
o Rust
o Regelmaat
o Reinheid
!! Als we enkel kijken naar gedrag, verwachtingen en zichtbare vaardigheden dan
interpreteren we gedrag vaak fout
Daarom is het essentieel om: onderliggende behoeften te zien EN rekening te
houden met ontwikkeling
VERSCHILLENDE FASES IN ONTWIKKELING DYNAMISCHE BENADERING
ONTWIKKELINGSFASES
, CASUS
RONNY
Conclusie van Ronny
Je kan al veel gedrag van Ronny interpreteren door te kijken naar Dösen, Erickson,
Piaget, …
Waarom kiezen we dan toch voor “de draad”?
- Analyse: Verschil thuis – leefgroep - … : dynamisch
o Biologische leeftijd: 53jr
o Verstandelijke leeftijd: matige VB 4-7jr
o Sociaal en emotioneel functioneren:
thuis: identificatie/ afstandsbediening/ houdt zich aan regels/
initiatief
Leeftijdsadequaat
Leefgroep: adaptatie, eerste draad/ orale fase: wantrouwen,
hechte draad/ anale fase/ regels moeilijker
Niet leeftijdsadequaat (kwetsbare draad)
- Hypothese
- Begeleiding
- Draad bij Ronny
o De draad trekken: reguleren (veranderingen leefsituatie!)
o De hechte draad: aan wie kan hij hechten?
o De draad doorgeven: Een steunende lus: wie?
o Zelf de draad trekken: Exploratie
o Afstandsbediening: Hoe kunnen we hem loslaten?
o Denken over zichzelf en de ander?
o Netwerk: Hoe uitbreiden?
o KUNNEN VS AANKUNNEN