TAB 1.1 Anatomie en fysiologie
Hoofdstuk 10: het bloed
Samenstelling en functies
- Circulatie
o 2 systemen nodig
▪ Geleidend systeem
▪ De vloeistof die rondgeleid wordt = bloed
- VRAAG: de voornaamste functie van bloed is transport. Noem een aantal zeer
belangrijke stoffen die worden getransporteerd.
o Zuurstof
o Koolzuur en andere afvalstoffen (ureum, bilirubine)
o Voedingsstoffen (glucose, aminozuren, vetten als lipoproteïnen)
o Ionen
o Hormonen
- Enkele overige functies
o Regeling van zuurtegraad: weefsels en vooral spieren en RBC kunnen
melkzuur produceren: dit wordt geneutraliseerd in het bloed
o Stolling, om bij letsels verder bloedverlies te voorkomen
o Verdediging tegen ziektekiemen door eiwitten (antistoffen) en witte
bloedcellen
o Stabilisatie van lichaamstemperatuur; de temperatuur is +/- 38°, iets hoger
dan de lichaamstemperatuur.
- VRAAG: wat is de pH van bloed? 7.4
- Plasma bestaat uit
o Vocht
o Elektrolyten
o Onopgeloste plasmaproteïne
- Cellen bestaan uit
o Rode bloedcellen of RBC
o Witte bloedcellen of WBC
o Bloedplaatjes
o TC (trombocyten).
- VRAAG: wat soort weefsel is bloed? Vloeibaar bindweefsel
- VRAAG: hoeveel liter heeft een volwassen persoon en hoeveel % van het
lichaamsgewicht is dit? 5,5 liter, of 7%
Plasma
- 3 klassen eiwitten
, o Albumine
▪ Maakt ongeveer 60% uit van de bloedeiwitten en leveren de
voornaamste osmotische druk.
• VRAAG: Kun je een belangrijke functie voor albumine
bedenken?
o Drager voor water onoplosbare hormonen
o Colloid osmotische druk
o Globuline
▪ Maakt ongeveer 35% uit van de bloedeiwitten en bestaan uit
transport globuline en immunoglobulines
o Fibrinogeen
▪ Speelt een belangrijke rol in bloedstolling en maakt 4% uit van de
bloedeiwitten.
- Resterende proteïne
o Eiwithormonen
- In plasma zitten ook elektrolyten
- VRAAG: noem de meest voorkomende elektrolyten: Na, K, Ca, Cl
Rode bloedcellen = RBC
- Haematocriet = Hct
o Definitie
▪ Is het volume % aan cellen
Hoofdstuk 10: het bloed
Samenstelling en functies
- Circulatie
o 2 systemen nodig
▪ Geleidend systeem
▪ De vloeistof die rondgeleid wordt = bloed
- VRAAG: de voornaamste functie van bloed is transport. Noem een aantal zeer
belangrijke stoffen die worden getransporteerd.
o Zuurstof
o Koolzuur en andere afvalstoffen (ureum, bilirubine)
o Voedingsstoffen (glucose, aminozuren, vetten als lipoproteïnen)
o Ionen
o Hormonen
- Enkele overige functies
o Regeling van zuurtegraad: weefsels en vooral spieren en RBC kunnen
melkzuur produceren: dit wordt geneutraliseerd in het bloed
o Stolling, om bij letsels verder bloedverlies te voorkomen
o Verdediging tegen ziektekiemen door eiwitten (antistoffen) en witte
bloedcellen
o Stabilisatie van lichaamstemperatuur; de temperatuur is +/- 38°, iets hoger
dan de lichaamstemperatuur.
- VRAAG: wat is de pH van bloed? 7.4
- Plasma bestaat uit
o Vocht
o Elektrolyten
o Onopgeloste plasmaproteïne
- Cellen bestaan uit
o Rode bloedcellen of RBC
o Witte bloedcellen of WBC
o Bloedplaatjes
o TC (trombocyten).
- VRAAG: wat soort weefsel is bloed? Vloeibaar bindweefsel
- VRAAG: hoeveel liter heeft een volwassen persoon en hoeveel % van het
lichaamsgewicht is dit? 5,5 liter, of 7%
Plasma
- 3 klassen eiwitten
, o Albumine
▪ Maakt ongeveer 60% uit van de bloedeiwitten en leveren de
voornaamste osmotische druk.
• VRAAG: Kun je een belangrijke functie voor albumine
bedenken?
o Drager voor water onoplosbare hormonen
o Colloid osmotische druk
o Globuline
▪ Maakt ongeveer 35% uit van de bloedeiwitten en bestaan uit
transport globuline en immunoglobulines
o Fibrinogeen
▪ Speelt een belangrijke rol in bloedstolling en maakt 4% uit van de
bloedeiwitten.
- Resterende proteïne
o Eiwithormonen
- In plasma zitten ook elektrolyten
- VRAAG: noem de meest voorkomende elektrolyten: Na, K, Ca, Cl
Rode bloedcellen = RBC
- Haematocriet = Hct
o Definitie
▪ Is het volume % aan cellen