Kernconcepten en Theoretische Grondslagen
, SOCIOLOGIE 1. INLEIDING 2. SOCIOLOGIE, EEN KENNISMAKING
Sociologie houdt zich bezig met het sociale van een samenleving.
Auguste Comte gebruikte in 1838 voor het eerst de term sociologie en wordt dus ook gezien als één van
de grondleggers van de sociologie.
Hoe denken sociologen zien het algemene in het bijzondere
gedrag wordt bepaald door sociale relaties
Hoe individueel keuzes vaak ook lijken, er doemen toch heel duidelijk bepaalde patronen op. Wat er met
ieder van ons gebeurt wordt sterk beïnvloed door al onze sociale relaties, en dus door de sociale
structuur en cultuur waar wij deel van uitmaken.
Sociologen zoeken de verklaringen voor menselijk bedrag in de samenleving en niet in specifieke
individuele processen (psychologen). De grondleggers van de sociologen hadden vooral oog voor het
macro-niveau, terwijl psychologen het individuele micro-niveau beklemtoonden. Maar doorheen de tijd
zijn ze naar elkaar toe gegroeid en daardoor ontstond de sociale psychologie waarin de effecten van
groepskenmerken bestudeerd worden op het individu en omgekeerd.
Hoe conformeren individuen zich door groepsdruk aan de
groepsnorm
Welk effect hebben verschillende soorten leiderschap op groepen en
massa’s
Een socioloog komt los van het individuele niveau, en hij linkt individuele gebeurtenissen steeds aan
het niveau van de maatschappij
Durkheim wou aantonen hoe het aantal zelfdodingen in een samenleving afhankelijk si
van de mate va integratie, de onderlinge samenhang en verbondenheid tussen de leden
van die samenleving. Hij onderscheidde 4 soorten zelfdoding
- Egoïstische zelfdoding: resultaat van een gebrek aan sociale integratie . (godsdienst,
familiaal, politie) zinloosheid
- Anomische zelfdoding: resultaat van een gebrek aan waarden en normen in de
maatschappij, waardoor een individu zijn zekerheden verliest, en moeilijker in een
groter geheel kan opgenomen worden. (steden>platteland)
- Altruïstische zelfdoding: Komt voor bij mensen die zo hevig geïntegreerd zijn, dat
het eigen leven lager wordt ingeschat dan het nakomen van de sociale of morele
verplichtingen van de groep. Dergelijke zelfopoffering voor een hoger doel, met het
vooruitzicht op compensatie na de dood. (kamikazepiloten, zelfmoordterroristen of
collectieve zelfdoding bij sekteleden)
- Fatalistische zelfdoding: resultaat van een teveel aan regels en beperkingen vanuit
de samenleving. Daarbij kan een individu nauwelijks nog eigen keuzes maken.
(slaven of levenslang veroordeelden)
Deze studie is een voorbeeld van sociologische eenzijdigheid. Geen enkel gedrag
uitsluitend economisch, psychologisch of historisch oorzaken heeft, zo kan ook geen
enkel gedrag uitsluitend vanuit de sociale omgeving verklaard worden.
,Sociologie: is de wetenschappelijke bestudering van de interactie tussen personen en sociale eenheden,
van de factoren die die interactie bepalen, en van de gevolgen daarvan op menselijk gedrag.
De sociologie beperkt zich niet tot het verzamelen van feiten of het beschrijven van situaties. Ze wil voor
al die vaststellingen ook verklaringen geven. Dat zijn meestal voorlopige verklaringen en die zelden echt
bewezen zijn.
Interactie is het handelen tussen mensen onderling of sociaal handelen. Ons gedrag staat zelden los van
andere mensen omdat we altijd op elkaar reageren, en elkaar dus voortdurend beïnvloeden.
Interactie: elk gerag dat gericht is op anderen of beïnvloed word door anderen
Men hoeft geen fysiek contact te hebben met iemand om sociaal te zijn. Zich klaarmaken voor een feest
of een sms-sturen is ook al sociaal zijn. Dit is doordat er geanticipeerd word op een reactie van die
anderen. De sociale verwevenheid van gedrag maakt dat onze interacties altijd een zekere
onvoorspelbaarheid behouden. Dit neemt toe naarmate er meer deelnemers zijn. Toch is er ook
regelmaat. Er groeien gewoontes, afspraken, gedragsregels, die grenzen stellen aan ons sociaal
handelen, en die het intermenselijk verkeer onvermijdelijk stabieler maken.
Men kan interactie op verschillende niveaus bestuderen.
- Macroniveau (samenleving als geheel/sociale categorieën)
- Mesoniveau (concrete groepen zoals een wijk/ziekenhuis/sportclub)
- Microniveau (kleine groeperingen of allerlei persoonlijkerelaties zoals
gezin/moederdochter/ vriendenkring)
Gedrag: alle cognitieve, affectieve of dynamische uitingen van een individu.
Een contextuele factor heeft invloed op de interactie en dus ook op het gedrag.
Vb: het effect van de gezinsgrootte op de studieprestaties van kinderen
- Contextuele factor: gezinsgrootte
- Interactie: de belangstelling die ouders tonen voor de studie van hun kinderen -
Gedrag: de studieprestaties
Soorten interactie
1. Sociale ruil
Sociale ruiltheorie: mensen gaan slechts relaties (langdurige interacties) aan als ze enken dat ze
daar voordeel uit kunnen halen. Aan de interactie gaat dus een soort kosten-batenanalys vooraf.
Enkel als de analyse voor beide partijen gunstig lijkt uit te vallen gaat e interactie door. Bij
langdurige interacties wordt geregeld een nieuwe kosten-batenanalyse uitgevoerd, al dan niet
bewust. Wanneer de baten niet meer opwerken tegen de kosten wordt de relatie stopgezet.
Beide partijen streven een individueel doel na.
2. Samenwerking
Partijen hebben een gemeenschappelijk doel voor ogen. Bij deze gaan de partijen vaak over tot
een vorm van taakverdeling
, 3. Conflict
Conflicten ontstaan er wanneer er zich objectieve (feitelijke) of subjectieve (als zodanig ervaren)
tegenstellingen voordoen tussen de betrokken partijen, en dat als gevolg van de ongelijke
verdeling van schaarse elementen. (materieel of immaterieel)
4. Conformiteit
Conformiteit is die vorm van interactie waarbij de betrokkenen in hoge mate voldoen aan de
verwachtingen die anderen hebben over hun gedrag. Dit zijn de normatieve verwachtingen,
omdat het gaat om de geldende gebruiken of voorschriften van de groep waartoe men behoort
(groepsnorm). Het gaat over het inlossen van zulke verwachtingen en dus over het zich
aanpassen aan het sociale leven.
Het is pas mogelijk als alle partijen voldoende op de hoogte zijn van de bestaande
rolverwachtingen. Dit vereist een voldoende sociale integratie.
Conformistisch gedrag zorgt ervoor dat onze interacties vlotter verlopen doordat ze
voorspelbaar zijn. We verliezen minder energie en kunnen ons focussen op de eigenlijke inhoud
van de interactie.
Er ontstaat ook conformiteit door het voortdurend interageren. Hierdoor ontstaan er
gezamenlijke visies, meningen en smaken. De angst om door de groep afgewezen te worden kan
daarbij leiden tot sterke vormen van groepsdruk. Hierdoor volgt er volgzaamheid. (=soort
conformiteit)
Zich eigenzinnig, rebels of zelfs misdadig gedragen wordt deviant gedrag genoemd.
5. Machtsuitoefening
De machtigste interactiepartner beïnvloed de andere om zijn eigen doelstellingen te bereiken,
mogelijk zelfs tegen de doelstellingen en de weerstand van de onderworpene in. Toch is er vaak
wel sprake van wederzijdse beïnvloeding omdat de machtigste toch min of meer beïnvloed
wordt door de eigenschappen of de te verwachten reacties van de tegenpartij.
Factoren die de interactie beïnvloeden
1. Demografische factoren
= de meetbare eigenschappen van een bevolking of bevolkingsgroep, en van de samenstelling
daarvan.
Omvang, bevolkingsdichtheid, geboortes, gemiddelde levensverwachting, nationaliteit.. Deze
factoren kunnen het gedrag van mensen bepalen, en zelfs een maatschappij als geheel
veranderen.
2. Ecologische factoren
=de klimatologische en geografische kenmerken van de omgeving
Klimatologisch: houdt in hoe het klimaat het gedrag van de mensen kan beïnvloeden.
(rond Middellandse Zee vals het openbare leven helemaal stil tijdens de heetste
middaguren)
Geografisch: houdt de aardrijkskundige kenmerken in