Hoe onze omgeving ons eetgedrag beïnvloedt
Onze maatschappij = een obesogene omgeving waarin ongezonde voeding en sedentaire levensstijl
gemakkelijk worden gemaakt. Eetgedrag wordt niet alleen bepaald door persoonlijke keuzes, maar ook
sterk beïnvloed door externe, vaak onbewuste factoren. (fysieke en sociale omgeving)
Fysieke omgeving: Wat ons omringt, beïnvloedt onze keuzes
De fysieke omgeving bepaalt hoe toegankelijk en aantrekkelijk voedselkeuzes zijn.
1. Beschikbaarheid en buurt: Ongezond voedsel is vaak overal aanwezig en opvallend
gepresenteerd, terwijl gezonde opties minder zichtbaar of beschikbaar zijn, vooral in minder
welvarende buurten.
2. Portiegrootte: Grotere standaardporties stimuleren overconsumptie.
3. Prijs: Ongezonde voeding is vaak goedkoper dan gezonde alternatieven, wat ongezonde keuzes
bevordert.
4. Priming: Zien of ruiken van voedsel kan onbewust eetlust en impulsaankopen opwekken.
➔ plannen, kleinere porties gebruiken en gericht winkelen, kunnen deze invloeden verminderen.
Sociale omgeving: Eten is ook sociaal gedrag
Eetgedrag wordt sterk gestuurd door sociale interacties en normen.
• Sociale facilitatie-effect: In gezelschap eten mensen vaak meer, vooral wanneer anderen grotere
porties nemen.
• Modeling: Mensen nemen eetgedrag over v anderen, wat zowel pos. als neg. effecten kan hebben.
• Impression management: Om een goede indruk te maken passen mensen hun eetgedrag aan, wat
kan leiden tot later compenserend eten.
Bewust omgaan met sociale situaties en consistent eetgedrag helpt om deze effecten te beperken.
Tips en tricks voor gezondere eetgewoonten
• Maak gezonde keuzes gemakkelijker door ze zichtbaar en bereikbaar te maken.
• Plan en bereid maaltijden om impulsaankopen te vermijden.
• Wees bewust van sociale invloeden en bespreek eetgedrag met anderen.
• Focus op kleine, haalbare gedragsveranderingen.
• Zie voeding als zelfzorg in plaats van als een beperking.
PWP – afslankmedicijnen voor obesitas
WHO formuleert richtlijnen voor het gebruik van afslank-medicijnen voor obesitas vb. Ozempic
→ Kan ingezet worden in de ‘strijd’ tegen obesitas MAAR onder voorbehoud
1. Nog maar weinig bekend over:
• werkzaamheid en veiligheid op de lange termijn
• kostenplaatje
• mogelijke gevolgen voor ongelijkheid (wegens hoge prijs)
2. Steeds in combinatie met intensieve gedragsverandering! (voeding en beweging)
85
,3. Strikte regulering (voorschrift en verkrijgbaarheid): overdosis of verkeerd gebruik kan leiden tot
ernstige bijwerkingen en overdosis
PWP – Gezonde leefstijl ALLES
• Afwisselend eten → eetcompetenties + voedingsdriehoek
• Leuk bewegen → bewegingsdriehoek
• Lief zijn voor jezelf en je lichaam → lichaamstevredenheid + zelfwaarde
• Emoties hanteren → Adaptieve emotieregulatie
• Slaap → Slaapadvies
H4 – Gezond gedrag
4.2) Gezonde voeding
Voeding speelt een belangrijke rol bij GZ en het voorkomen v ziekten op lange termijn.
→ Vetinname → direct verband met hart- en vaatziekten en indirect met ziekten via overgewicht.
→ Het aantal kinderen en adolescenten met overgewicht / obesitas is sterk toegenomen.
WHO → gezonde voedingsgewoonten in 1ste jaren dragen bij aan GZ op volwassen leeftijd. Ernstig
overgewicht op jonge leeftijd vergroot risico op diabetes, hart- & vaatziekten en vroegtijdig overlijden.
→ Een lage consumptie v groente en fruit is wereldwijd verantw voor miljoenen sterfgevallen per jaar.
Slechte voedingsgewoonten dragen bij aan een aanzienlijk deel van de overlijdens aan kanker.
→ Meer groente en fruit verlaagt risico op hart- en vaatziekten en sommige vormen v kanker. Bewijs
voor gewichtsreductie = beperkter.
4.2.1) De gezondheidsvoordelen van het eten van groenten en fruit
Groente en fruit bevatten vitaminen, foliumzuur, vezels en antioxidanten, zoals polyfenolen.
➔ Antioxidanten kunnen het oxidatieproces v LDL-cholesterol remmen = relevant omdat oxidatie v
LDL-cholesterol bijdraagt aan vetafzettingen in de slagaders.
Grootschalige OZn en meta-analyses (herhaalde analyses v grote, gecombineerde gegevensbestanden)
tonen beperkt bewijs voor een direct verlaagd kankerrisico.
→ Een hogere consumptie v groente en fruit verlaagt wel significant het totale sterfterisico en het
risico op hart- en vaatziekten.
→ Er is een dosis-responsrelatie tot ong 5 porties per dag.
De relatie tussen groente- en fruitconsumptie en GZ kan variëren per land en leefstijl. In combinatie
met een Mediterraan dieet wordt soms een sterkere bescherming tegen ziekten gezien.
➔ Lagere sterftecijfers bij vegetariërs, oa door minder ischemische hartaandoeningen (aandoeningen
door slagaderverkalking of afwijkingen in de kransslagaders), kunnen deels verklaard worden door andere
gezonde leefstijlfactoren.
Gezonde voedingspatronen met veel groente en fruit worden in verband gebracht met langere en
gezondere telomeren (beschermende stukjes DNA aan de uiteinden v chromosomen die korter worden bij
veroudering en ziekte).
➔ Gunstige effecten = toegeschreven aan de antioxidante en ontstekingsremmende werking v
gezonde voeding.
86
, Onderzoeksuitkomsten zijn over het algemeen consistent over het gezondheidsbevorderende effect van
groente- en fruitconsumptie.
➔ De WHO adviseert dagelijks minimaal 400g groente en fruit te eten en de inname van vet, suiker
en zout te beperken.
PWP - Suikerinname
Soorten koolhydraten
Enkelvoudig (suikers) = mono-/disachariden
→ Zoet van smaak Vb. glucose, fructose, lactose, galactose,...
Meervoudig (zetmeel) = ketens van enkelvoudige koolhydraten
→ Geen zoete smaak Vb. granen, aardappelen,...
Wat is 'suiker'?
→ Vaak toegevoegd aan voedingsmiddelen en dranken → ontgonnen uit o.a. suikerbieten
→ Vb. kristalsuiker, rietsuiker, kandij, siroop,...
4.2.2) Aanbevelingen voor gezonde voeding
Uitgangspunten vd voedingsdriehoek:
1) Eet in verhouding meer voeding van plantaardige dan van dierlijke oorsprong.
2) Geef de voorkeur aan weinig of niet-bewerkte voeding en
beperk ultrabewerkte producten.
3) Vermijd overconsumptie en voedselverspilling.
Voldoende water drinken is cruciaal en krijgt voorrang op
alle andere voedingsmiddelen.
Bovenste zone = plantaardige voeding met een gunstig
gezondheidseffect.
→ Groenten en fruit, volle granen, aardappelen,
peulvruchten, noten en zaden, plantaardige oliën en andere
vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren.
Middelste zone = dierlijke voeding met een gunstig,
neutraal / onvoldoende bewezen effect op GZ.
→ Vis, yoghurt, melk, kaas, eieren en gevogelte.
(aanbeveling voor weinig / onbewerkte producten)
Onderste zone = voedingsmiddelen v dierlijke / plantaardige oorsprong met mogelijk een ongunstig
gezondheidseffect.
→ Rood vlees, boter, kokos- en palmolie, die rijk zijn aan verzadigde vetzuren.
➔ Deze producten bevatten wel nog nuttige voedingsstoffen, zoals ijzer en vetoplosbare vitaminen.
Buiten de voedingsdriehoek = ultraverwerkte producten met veel toegevoegd suiker, vet en/of zout.
→ Bv.: bereide vleeswaren, frisdrank, alcohol, snoep, snacks, gebak en fastfood.
➔ = overbodig in een gezond voedingspatroon en worden best zo weinig mogelijk geconsumeerd.
4.2.3) Hoe gezond eten Belgen en Nederlanders?
In BE en NL wordt het voedingspatroon regelmatig gemonitord → er is een lichte positieve tendens
richting gezondere voeding.
Consumptie v eieren, noten, zaden en smeer- en bereidingsvetten komt overeen met de aanbevelingen.
87