14.1 cellen in het zenuwstelsel
Je lichaam bevat 100 miljard neuronen en elk daarvan heeft vaak tientallen
verbindingen met andere. Dit vormt een netwerk met veel informatieoverdracht
via impulsen. Twee typen cellen:
1. Neuron = zenuwcel, impuls geleidende
cellen
Bestaat uit een cellichaam met de
celkern en een aantal uitlopers (2)
Cel heeft twee soorten uitlopers
(Meerdere) dendrieten =
voeren vanaf zintuigcellen of
andere neuronen impulsen
naar het cellichaam toe (1)
Axon = afvoerende uitloper(4)
Iedere axon eindigt in een synaps (= contactplaats waar het neuron zijn
informatie overdraagt aan een andere cel, 3)
Deze informatie overdracht gaat via de stof: neurotransmitter
Er zijn drie soorten neuronen (binas 88A)
Sensorische neuronen = ontvangen impulsen van zintuigcellen en voeren
die naar de hersenen of het ruggenmerg
Dendrieten ontvangen impulsen van zintuigcellen
Axon voert impulsen van cellichaam af
Cellichamen liggen bij elkaar in verdikkingen aan achterzijde van
ruggenmerg (= spinale ganglia)
Neuronen die informatie van zintuigcellen in je hoofd afvoeren
liggen in hersenen
Dendriet kan lang zijn en axon is dan kort
Ze hebben myelineschede gevorm door cellen van Schwann (= biedt
bescherming en geeft hogere geleidingssnelheid van de impulsen)
Cellichaam ligt buiten het pad
Schalelneuronen = liggen allemaal in de hersenen of ruggenmerg (csz) en
ze schakelen de impulsen naar andere neuronen door
Hebben meestal geen myelineschede om de uitlopers
Ontvangen van sensorische of schakelneuronen en geven impulsen
door
Motorische neuronen = voeren de impulsen van hersenen of ruggenmerg
naar spieren en klieren
Korte, sterk vertakte dendrieten zonder myelineschede
Tot 1,5m lang axon met myelineschede
Ontvangen impulsen en geven via synapsen door aan spieren of via
grensstreng door aan klieren
Cellichamen bevinden zich in csz
2. Gliacellen = ondersteunende en beschermende cellen in het zenuwstelsel
(van neuronen)
Er zijn vijf typen met elk een eigen functie
, Sommige voeden en afvoer neuronen (astrocyten) en andere bieden
bescherming, vorming van myelineschede (oligodenrocyten (csz) en cellen
van Schwann)
Zenuwen = bundels gemyeliniseerde uitlopers van neuronen met bindweefsel en
bloedvaten
Gemengde zenuwen = ruggenmergzenuwen, bevatten dendrieten van
sensorische neuronen (rugzijde) en axonen van motorische neuronen, impulsen
gaan in tegengestelde richting
14.2 het centrale zenuwstelsel
Het zenuwstelsel bestaat uit twee delen
Centrale zenuwstelsel (CZS) = bestaat uit neuronen van de hersenen en
het ruggenmerg met hun ondersteunende gliacellen
Perifere zenuwstelsel = bestaat uit de zenuwen die het CZS met je organen
en weefsels verbinden
Bij hersenen en ruggenmerg is er een licht en donkerdeel (binas 88C/J). De
donkere kleur van de grijze stof komt door de cellichamen van miljarden
neuronen. De lichte kleur van de witte stof komt van de vettige myeline (binas
88A). In hersenen grijze stof aan buitenkant en witte binnenkant. In ruggenmerg
is het andersom en ligt grijze stof binnenkant en witte buitenkant. De zenuwen in
je lichaam zijn lichtgekleurde banen, omdat er myeline omheen zit.
Bescherming van verschillende zenuwen
De grootste zenuwen liggen diep in je lichaam en zijn zo enigszins
beschermt
Wervels en drie ruggenmergvliezen beschermen het ruggenmerg
Hersenen zijn beschermt door de schedel en drie hersenvliezen
Tussen twee binnenste hersenvliezen stroomt veel hersenvloeistof
en dit beschermt tegen schokken en voert afvalstoffen af
Bloed-hersenbarrière = de endotheelcellen van de haarvaten in de
hersenen liggen strak tegen elkaar door tight junctions en om de
haarvaten heen liggen uitlopers van astrocyten (=gliacellen)
De barrière zorgt voor selectief doorlaten van stoffen en het
verhindert dat er bloedplasma tussen hersencellen kan stromen
de astrocyten nemen actief voedingsstoffen op uit het bloed en
geven ze af aan het hersenvocht en hersencellen
grote hersenen (binas 88C)
Vormen het grootste deel van de hersenen
Bestaat uit twee delen verbonden via de hersenbalk
Hersenschors = neuronen uit allerlei delen van de hersens geven
informatie aan elkaar door
Informatie uit omgeving gaat via zintuigen, zenuwen, ruggenmerg
en hersenstam naar grote hersenen
Grote hersenen ordenen en verwerken de informatie
Buitenste laag van grote hersenen
Primaire gehoorcentra = de bewustwording vindt hier plaats (je hoort
geluid)