• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 10 páginas
Resumen

Samenvatting 'Nederlandse Grammatica'

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 10 páginas

Samenvatting van 10 pagina's voor het vak Nederlandse Grammatica aan de NHL (Handig overzicht.)

Vista previa del contenido

Redekundig ontleden
Werkwoorden

Tegenwoordige tijd: Ik ben, hij snurkt, wij komen
Verleden tijd: Ik was, hij snurkte, wij kwamen
Voltooide tijd: Ik ben geweest, hij heeft gesnurkt, wij zijn gekomen


Voltooide deelwoorden
Infinitief of bepaalde wijs = Hele werkwoord

Persoonsvorm
Hoe vind je de persoonsvorm in de zin:
- Verander de tijd (bijv. heeft gelakt  had gelakt)
- Verander het onderwerp in meervoud (Ik heb  wij hebben)
- Verander de zin en in een vraag die je met ja/nee kunt beantwoorden,
Het eerst woord in de zin is de persoonsvorm, of de tweede als er een wie/wat/waarom voor
staat.

Zinsdelen

Woordgroepjes en overgebleven woorden zijn de bouwstenen van een zin. Een kenmerk van
zinsdelen is dat je ze naar voren of naar achteren kunt verplaatsen:

Een groene enveloppe lag er de volgende morgen op de mat.
Op de mat lag er de volgende morgen een groene enveloppe.

Om uit te maken wat een zinsdeel is en gebruiken we de verplaatsingsproef:
Wat je maximaal voor de persoonsvorm kunt zetten is een zinsdeel. Dus zoveel mogelijk woorden
tegelijk voor de persoonsvorm. (Bijv: Een groene enveloppe, de volgende morgen, op de mat).
In zinsdelen wordt deze zin dus:
/De volgende morgen/ lag/ er/ een groene enveloppe/ op de mat./

Sommige zinsdelen kunnen niet voor de persoonsvorm staan. Bijv; nog of niet. Die woorden zijn nog
steeds een zinsdeel.

Soms worden zinsdelen onderbroken door andere woorden, ook wel een discontinu zinsdeel, bijv:
Kasper heeft een slang gezien van drie meter lang.

Dit kun je bepalen door de verplaatsingsproef:
Een slang van drie meter lang heeft Kasper gezien.

Werkwoordelijk gezegde

Alle werkwoorden en de persoonsvorm in een zin vormen samen het werkwoordelijk gezegde. Het
werkwoordelijk gezegde vind je door de persoonsvorm en de werkwoorden achter elkaar uit te
spreken. Bijv: is begonnen: Gisteren is het carnaval begonnen.
Is = Persoonsvorm
Is begonnen = Werkwoordelijke gezegde

, Onderwerp

Er is altijd een rolverdeling in de zinnen, bijv:
De kinderen/ gaven/ de witte muis/ een molentje.
Doet het krijgt het ondergaat het

De rol van ‘doener’: Onderwerp
De rol van ‘krijger’: Meewerkend voorwerp
De rol van ‘ondergander’: Lijdend voorwerp

Hoe vind je het onderwerp in de zin?

- Manier 1: Wie/wat + Gezegde? Bijv:

Wie gaven de witte muis een molentje?  De kinderen  Onderwerp
Wat verwoestte drie dorpen?  De tornado  Onderwerp

- Manier 2: Ook kun je het onderwerp vinden door de persoonsvorm in het meervoud te
zetten en dan zie je automatisch welk zinsdeel je in de meervoud moet zetten, bijv:

Zo’n kwal had de duiker nog nooit gezien. (Persoonsvorm enkelvoud)
Zo’n kwal hadden de duiker nog nooit gezien. (Persoonsvorm meervoud)
Zo’n kwal hadden de duikers nog nooit gezien. (Onderwerp meervoud)

Lijdend voorwerp

Sommige werkwoorden hebben niet alleen iemand die het uitvoert maar ook iemand die het
ondergaat. Hoe vind je het lijdend voorwerp?

Wie/Wat + persoonsvorm + Onderwerp + Werkwoordelijk gezegde

Bijv:
Masha koopt altijd drop.  Wat koopt Masha altijd?  Drop
Iedereen droeg opeens een muts.  Wat droeg iedereen?  Een muts
Isha zag dit keer helemaal niets.  Wat zag Isha?  Helemaal niets

Soms is er geen lijdend voorwerp in de zin:
1. Zinsdeel begint met een voorzetsel  Hij houdt van aardbeien
2. Er zijn of worden in de zin staat:  Karel is de voorzitter.
Jacob wordt goochelaar.
Meewerkend voorwerp


Het meewerkend voorwerp heeft altijd iets te maken met het werkwoord ‘geven’ en heeft altijd de
rol van ‘ontvanger’ of ‘krijger’. Het meewerkend voorwerp krijgt dus wat het onderwerp geeft. Het
onderwerp is de gever en het lijdend voorwerp ’wat gegeven wordt’, bijv:

Información del documento

Estudio
Subido en
23 de febrero de 2021
Número de páginas
10
Escrito en
2015/2016
Tipo
Resumen
$5.32

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
CosetteUnique
3.0
(2)
Vendido
29
Seguidores
26
Artículos
10
Última venta
2 año hace

Reseñas de compradores verificados




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes