SAMENVATTING THEORETISCHE
CRIMINOLOGIE EN VICTIMOLOGIE
HOORCOLLEGE 1: INTRODUCTIE
Bedoeling van deze cursus?
è Criminologisch wetenschappelijk denken kennen, begrijpen, situeren, gebruiken en herkennen
è Probleem van de titel …
è "If we stand tall, it is because we stand on the shoulders of many ancestors." -> African proverb
Criminaliteit en de reactie op criminaliteit
Abolitionisme= afschaffing
Harm -> meer dan louter schade
1. ONTWIKKELING VAN EEN WETENSCHAP GENAAMD
CRIMINOLOGIE (INHOUD)
- Wat is wetenschappelijk denken?
- Is criminologie een wetenschap?
- Wat is het criminologisch onderzoeksobject?
o Criminologen vandaag met veel meer dan criminaliteit gedefinieerd in het
strafrecht
- De criminologische verbeelding
2. KLASSIEK OVERZICHT CRIMINOLOGISCH DENKEN
- De ontwikkeling van het criminologische denken (Europees 19de en 20ste eeuw) in de
afgelopen 200 jaar
- Hegemonische criminologie – Klassieke/mainstream criminologische perspectieven op het
criminologische vraagstuk
- focus oorzaken van criminaliteit, daders en slachtoffers
3. (RADICALE) WENDING IN CRIMINOLOGISCH DENKEN
- Radicale criminologie
- Kritische criminologie en culturele criminologie
4. ANDERE CRIMINOLOGISCHE PERSPECTIEVEN OP HET
CRIMINOLOGISCHE VRAAGSTUK
- Abolitionisme (gaat in tegen criminaliteitsbegrip zoals wij dat kennen, pleiten voor
afschaffing van gevangenis en strafrecht)
- Slachtoffer en harm (vooral focus geweest op daderschap, harm meer dan louter dan
schade)
- Feminisme, gender en queer (opkomst queer criminology)
- Klimaatcrisis (problematisering van slachtoffers en daders, green criminology)
- Politieke conflicten/protest en criminalisering
- Dekolonise crimonology (criminologie is westers en steunt op de kolonisatie in de 19e eeuw,
criminologisch kennis deel van kolonisatieproces)
1
,HOORCOLLEGE 1: DENKEN ALS EEN CRIMINOLOOG: CRIMINOLOGISCH &
WETENSCHAPPELIJK
Denken over criminaliteit/bestraffing doet iedereen
≠
Criminologie
Historiciteit van “fenomeen” criminaliteit & bestraffing
Een historisch perspectief
« Criminaliteit en bestraffing doorheen de tijd = deel van geschiedenis van de menselijke
samenleving,
« Politieke ontwikkeling (politieke macht!) Û laatste 1000 jaar
« Maatschappelijke (sociaal/economisch) ontwikkelingen
« Culturele … etc
Maatschappelijk en cultureel thema criminaliteit. Iedereen wel iets te zeggen over ons vraagstuk.
Criminologisch wetenschappelijk denken over het onderzoeksobject van criminologie (klassiek
criminaliteit en de reactie op criminaliteit)
Altijd al meningen en visies geweest op delinquenten en de bestraffing van delinquenten, altijd
aanwezig geweest, maar dat is geen criminologie, in brede zin in de SL en doorheen de tijd wel, maar is
niet wat criminologen zijn (wat maakt ons anders?)
Wetenschap deel van de moderniteit (politieke, historische, culturele ontwikkelingen spelen een rol in
wat ons onderzoeksvraagstuk is)
Theorieën voor bv crimineel delinquent gedrag bestaan niet echt, geen hard bewijs (wel perspectieven,
framework) -> Denken over criminaliteit doet iedereen, op een wetenschappelijke manier niet
Belangrijk om te begrijpen wat het verschil is, wat ons anders maakt
Historische ontwikkelingen bepalen wat ons onderzoeksvraagstuk is en moeten we meenemen om ons
vraagstuk te kunnen begrijpen.
Criminologisch wetenschappelijk denken is NIET van alle tijden het denken over criminaliteit en
bestraffing wel ...
• Verschillende soorten kennisproductie (!)
• Wetenschap én Wetenschappelijk denken kent ook ontstaansgeschiedenis
• (dat wat men wetenschap noemt)
Ouders van kinderen die zijn omgekomen in verkeersongevallen -> georganiseerd in belangengroepen
-> delen ervaringen -> hebben een bepaalde kennis -> die kennis is specifiek maar die is niet
wetenschappelijk -> ervaring die heel belangrijk is maar die behoort niet tot de wetenschappelijke
kennis -> andere vorm van kennisproductie
2
,Positionering -> verschillende vormen van kennis van ons onderzoeksobject spelen op elkaar in en
betwisten soms elkaars rol
Culturele producties -> film, series, boeken, fictie -> daar zit een bepaalde vorm van kennis in, dat wordt
gedragen door een bepaalde kennis
“Popular” ó “academic” criminologisch denken
• Common sense denken over criminaliteit en bestraffing?
• Politiek, ideologie en othering
• Media, beeldvorming en othering
• N.Rafter & M. Brown, Criminology goes to the movies
Er is heel veel common sense denken -> popular criminology zegt men daar ook tegen -> over de
doodstraf, drugsproblematiek
Othering -> we spreken over iets waar we onszelf van hebben afgescheiden -> we spreken alsof we zelf
niet behoren tot die onderzoeksvraag -> we zijn geen daders, geen delinquenten -> we bestuderen die
-> we hebben het niet over ons, maar over anderen -> we sluiten onszelf uit van de onderzoeksvraag
Iedereen heeft een mening over maatschappelijk criminologische vraagstukken “common sense”
denken?
è Defending the disciplinary identity of criminology against incursions from “elsewhere”’, (…) is
now as unfeasible as it is undesirable ... Given the centrality, the emotiveness and the political
salience of crime issues today, academic criminology can no longer aspire to monopolize
‘criminological’ discourse or hope to claim exclusive rights over the representation and
disposition of crime.
o Garland and Sparks (2000: 2–3)
Verschillende gezichten, invloeden van wat wij bestuderen
3
,EN IS CRIMINOLOGIE DAN EEN WETENSCHAP, EN WELKE?
1. Wat is wetenschappelijk denken?
2. Is criminologie een wetenschap?
3. Wat bestudeert de criminologie als wetenschap?
1. WAT IS WETENSCHAPPELIJK DENKEN?
Wetenschap is “zoekend” waarnemen
• zoeklicht theorie
• Dat is een
(Popper) sterkte
•“tunnel” = focus op “iets” MAAR
(afhankelijk van vraag) tegelijkertijd
Wetenschap
Zoekend =
• Afbakenen = selectieprincipe
heeft dus altijd ook een
“isoleren” (!)
een selectieve zwakte
focus
“De vraag”
Waarnemen is bepaalt waar
geen evidentie onderzoeker
naar kijkt
Wetenschappelijk denken= waarnemen/perceptie -> hier in het handen, in iets doen (observeren,
meten, bevragen,…)
Altijd een vorm van bevragen, vragen stellen -> interview? Observatie? Enquête? Tellen? -> allemaal
waarnemingen
Bedoeling van waarnemingen -> zoeken -> we zijn eeuwig zoekend -> we hebben veel vragen en zonder
een antwoord op deze vragen
Afbakenen -> focus bereiken -> niet gewoon kijken -> we kijken op een georganiseerde manier gedreven
door een vraag -> die vraag isoleert -> afbakenen= isoleren
Wat wij bestuderen is zo complex dat je altijd door die selectiviteit een deel weglaat ->
wetenschappelijke kunst om dit net niet te vergeten
Je verliest aan complexiteit van het object dat je observeert -> je moet op het einde van de rit (als je de
resultaten voorlegt) dat je die terugplaats in die complexiteit -> het komt altijd terug
De vraag moet geformuleerd worden
4
, Ø 2 figuren
Ø Jonge vrouw en een oude vrouw
Ø Illustreert -> link met wetenschappelijk waarnemen -> je moet uw kijken switchen -> je moet
anker/referentie punten hebben om de andere figuur te zien -> in wetenschappelijk onderzoek
is dit ook -> de vraag geeft u de ankerpunten, de referentiepunten om te zien waar je naar op
zoek bent
Ø De wereld is nooit zoals hij zich voordoet op het eerste gezicht
Wetenschap is een praktijk van handelen om waarnemingen te kunnen doen (cf. methodologie)
ó leidt tot kennis (productie)
Wetenschap is een praktijk van doen -> je moet handelingen stellen -> dat proces dat leidt tot
kennis en kennisproductie
Wetenschappelijke kennis (in deze visie…)
è is abstracte kennis die op een systematische, objectieve en logische wijze verkregen en
getoetst werd of toetsbaar is, en die een zo precies mogelijk omschreven deel van de
werkelijkheid verklaart of tracht te verklaren …
Donkere woorden= de ingrediënten om wetenschappelijke kennis te beschrijven
5
,Klassieke visie op wetenschap
1. Drie premissen ó model “natuurwetenschapper” - positivisme
1. Orde en rationaliteit veronderstellen ó wetmatigheden
2. Mens is enig kennend wezen
3. De scheiding tussen subject en object (waarnemer en waargenomen)
2. Wetenschapper actief op zoek è waarnemingen doen (feiten)
1. Wetenschapper ondervraagt de natuur zoals een rechter een getuige
ondervraagt
2. Systematiek en gerichtheid (vraagstelling & methode)
3. Wetenschapper plaats zich buiten gebeuren (subject / object scheiding)
4. Controle & Toetsing
• Procedure en tests
• Intersubjectiviteit
• Falisificatieprincipe (Popper)
Gaat terug tot de 19e eeuw
Basisuitgangspunt in het positivisme van de 19e eeuw -> het model van de natuurwetenschappen
De werkelijkheid die we willen begrijpen heeft een bepaalde orde en rationaliteit -> het is onze
opdracht als wetenschapper om deze orde die je niet ziet te gaan blootleggen -> onze verklaringen die
we afleggen is eigenlijk iets dat al aanwezig is
Antropocentrische manier van denken over kennis -> het veronderstelt dat andere wezens (dieren of
andere spaces) dat die geen kennis hebben
Scheiding tussen object en subject -> betekend the othering -> de onderzoeker staat buiten zijn
onderzoeksvraag -> buiten het object dat hij bestudeert
Ons object zijn mengsels -> de mens, de anderen -> maakt het moeilijker
De wetenschapper heeft een vraagstelling (zoals een rechter of politie de verdachte bevraagd) -> we
stellen vragen die vraagstellingen veronderstellen een systematiek -> we doen dit op een actieve en
georganiseerde manier
Wetenschappelijk werk is niet de toevalligheid van het moment -> een wetenschapper gaat actief op
zoek -> op een systematische en georganiseerde manier waarnemingen doen
Basis -> organiseren en systematische demarche die logisch is uitgedacht
Je bent geen deel van wat je bestudeert -> er is een scheiding
Controle en toetsing moet gebeuren -> anders behoort het niet tot de wetenschappelijke kennis ->
dan behoort het niet tot de state of art
Falsificatieprincipe -> constante beweging in de wetenschappelijke kennis
6
,POSITIVISME 19DE EEUW
Het denken mag zich niet onderwerpen …. behalve aan de feiten … -> (Poincaré)
• Uitdrukking van klassieke wetenschapsvisie
• illustratie sociale fysica voor sociale wetenschappen
• Fact-checking (!?)
Feiten zijn kenniselementen die losstaan van dogma, politiek etc
Discussie over de feiten is uiterst problematisch
De feiten zijn selectief -> deel van een selectieproces
Zijn buiten de complexiteit gehaald
Belang van toetsing op het einde van het proces
Wetenschap (kennisproductie) = praktijk van handelen (doen!!) gekenmerkt door:
Consensus en twijfel -> laatste stap in de cyclus is uiterst belangrijk -> die brengt u terug naar het
eerste punt (wat weten we al -> vertrekpunt van elk onderzoek)
Vraag gaat voortbouwen op wat we al weten -> dat is wat wetenschappers doen -> constante ketting
van opnieuw verder bouwen van wat we al weten
2e stap -> formulering van de vraag
7
, 4e stap -> alle resultaten, alle bevragingen moet je meenemen -> een breed gala aan metingen en
waarnemingen -> diversiteit is belangrijk -> als je dit niet doet dan ben je niet wetenschappelijk bezig
(een beetje fraude) -> onvoorwaardelijk
5e stap -> alles moet gemeten worden -> ordening (bij elkaar brengen) kan gebeuren in categorieën
(klein, groot, middelmatig) en dan is het een kwestie om deze categorieën een betekenis te geven
Categoriseren= groeperen van waarnemingen die betekenisvol zijn -> in functie van de vraag ->
kwalificatie van meetresultaten
Wetenschappers gaan van het particuliere naar het algemene -> bij criminologen ook nog terug
Alle uitspraken die je doet dat moet en zal bevraagd worden -> een uitspraak die je doet steunt op
gans dat proces -> je moet dat kunnen uitleggen, verdedigen -> je moet er transparant over zijn
• De georganiseerde sceptisch wordt dat ook wel genoemd
MAAR Kritische bedenkingen bij klassieke visie diversiteit en pluraliteit aan wetenschappelijke
praktijken
1. Het experiment (het lab) ó ideaal?!
• Bewijs leveren
2. Het object van onderzoek
• Een knikker is geen rat is geen mens
• Het recalcitrante object
• Het object is ook een subject
3. Buiten het lab
• De oncontroleerbaarheid van “de wereld”
• De oncontroleerbaarheid van sociale wezens
• Zijn de gedachten vrij?
Diversiteit en pluraliteit is groot -> heeft te maken met de 3 reflectiepunten
Ons onderzoeksobject zit niet in een lab -> het is niet afgesloten van de werkelijkheid -> je kan het niet
isoleren
We hebben een object dat manipuleerbaar is -> een mens -> heeft een subjectiviteit
We hebben geen controle over wat de mensen denken -> het is vrij
We zitten met onze studie buiten het lab
8
CRIMINOLOGIE EN VICTIMOLOGIE
HOORCOLLEGE 1: INTRODUCTIE
Bedoeling van deze cursus?
è Criminologisch wetenschappelijk denken kennen, begrijpen, situeren, gebruiken en herkennen
è Probleem van de titel …
è "If we stand tall, it is because we stand on the shoulders of many ancestors." -> African proverb
Criminaliteit en de reactie op criminaliteit
Abolitionisme= afschaffing
Harm -> meer dan louter schade
1. ONTWIKKELING VAN EEN WETENSCHAP GENAAMD
CRIMINOLOGIE (INHOUD)
- Wat is wetenschappelijk denken?
- Is criminologie een wetenschap?
- Wat is het criminologisch onderzoeksobject?
o Criminologen vandaag met veel meer dan criminaliteit gedefinieerd in het
strafrecht
- De criminologische verbeelding
2. KLASSIEK OVERZICHT CRIMINOLOGISCH DENKEN
- De ontwikkeling van het criminologische denken (Europees 19de en 20ste eeuw) in de
afgelopen 200 jaar
- Hegemonische criminologie – Klassieke/mainstream criminologische perspectieven op het
criminologische vraagstuk
- focus oorzaken van criminaliteit, daders en slachtoffers
3. (RADICALE) WENDING IN CRIMINOLOGISCH DENKEN
- Radicale criminologie
- Kritische criminologie en culturele criminologie
4. ANDERE CRIMINOLOGISCHE PERSPECTIEVEN OP HET
CRIMINOLOGISCHE VRAAGSTUK
- Abolitionisme (gaat in tegen criminaliteitsbegrip zoals wij dat kennen, pleiten voor
afschaffing van gevangenis en strafrecht)
- Slachtoffer en harm (vooral focus geweest op daderschap, harm meer dan louter dan
schade)
- Feminisme, gender en queer (opkomst queer criminology)
- Klimaatcrisis (problematisering van slachtoffers en daders, green criminology)
- Politieke conflicten/protest en criminalisering
- Dekolonise crimonology (criminologie is westers en steunt op de kolonisatie in de 19e eeuw,
criminologisch kennis deel van kolonisatieproces)
1
,HOORCOLLEGE 1: DENKEN ALS EEN CRIMINOLOOG: CRIMINOLOGISCH &
WETENSCHAPPELIJK
Denken over criminaliteit/bestraffing doet iedereen
≠
Criminologie
Historiciteit van “fenomeen” criminaliteit & bestraffing
Een historisch perspectief
« Criminaliteit en bestraffing doorheen de tijd = deel van geschiedenis van de menselijke
samenleving,
« Politieke ontwikkeling (politieke macht!) Û laatste 1000 jaar
« Maatschappelijke (sociaal/economisch) ontwikkelingen
« Culturele … etc
Maatschappelijk en cultureel thema criminaliteit. Iedereen wel iets te zeggen over ons vraagstuk.
Criminologisch wetenschappelijk denken over het onderzoeksobject van criminologie (klassiek
criminaliteit en de reactie op criminaliteit)
Altijd al meningen en visies geweest op delinquenten en de bestraffing van delinquenten, altijd
aanwezig geweest, maar dat is geen criminologie, in brede zin in de SL en doorheen de tijd wel, maar is
niet wat criminologen zijn (wat maakt ons anders?)
Wetenschap deel van de moderniteit (politieke, historische, culturele ontwikkelingen spelen een rol in
wat ons onderzoeksvraagstuk is)
Theorieën voor bv crimineel delinquent gedrag bestaan niet echt, geen hard bewijs (wel perspectieven,
framework) -> Denken over criminaliteit doet iedereen, op een wetenschappelijke manier niet
Belangrijk om te begrijpen wat het verschil is, wat ons anders maakt
Historische ontwikkelingen bepalen wat ons onderzoeksvraagstuk is en moeten we meenemen om ons
vraagstuk te kunnen begrijpen.
Criminologisch wetenschappelijk denken is NIET van alle tijden het denken over criminaliteit en
bestraffing wel ...
• Verschillende soorten kennisproductie (!)
• Wetenschap én Wetenschappelijk denken kent ook ontstaansgeschiedenis
• (dat wat men wetenschap noemt)
Ouders van kinderen die zijn omgekomen in verkeersongevallen -> georganiseerd in belangengroepen
-> delen ervaringen -> hebben een bepaalde kennis -> die kennis is specifiek maar die is niet
wetenschappelijk -> ervaring die heel belangrijk is maar die behoort niet tot de wetenschappelijke
kennis -> andere vorm van kennisproductie
2
,Positionering -> verschillende vormen van kennis van ons onderzoeksobject spelen op elkaar in en
betwisten soms elkaars rol
Culturele producties -> film, series, boeken, fictie -> daar zit een bepaalde vorm van kennis in, dat wordt
gedragen door een bepaalde kennis
“Popular” ó “academic” criminologisch denken
• Common sense denken over criminaliteit en bestraffing?
• Politiek, ideologie en othering
• Media, beeldvorming en othering
• N.Rafter & M. Brown, Criminology goes to the movies
Er is heel veel common sense denken -> popular criminology zegt men daar ook tegen -> over de
doodstraf, drugsproblematiek
Othering -> we spreken over iets waar we onszelf van hebben afgescheiden -> we spreken alsof we zelf
niet behoren tot die onderzoeksvraag -> we zijn geen daders, geen delinquenten -> we bestuderen die
-> we hebben het niet over ons, maar over anderen -> we sluiten onszelf uit van de onderzoeksvraag
Iedereen heeft een mening over maatschappelijk criminologische vraagstukken “common sense”
denken?
è Defending the disciplinary identity of criminology against incursions from “elsewhere”’, (…) is
now as unfeasible as it is undesirable ... Given the centrality, the emotiveness and the political
salience of crime issues today, academic criminology can no longer aspire to monopolize
‘criminological’ discourse or hope to claim exclusive rights over the representation and
disposition of crime.
o Garland and Sparks (2000: 2–3)
Verschillende gezichten, invloeden van wat wij bestuderen
3
,EN IS CRIMINOLOGIE DAN EEN WETENSCHAP, EN WELKE?
1. Wat is wetenschappelijk denken?
2. Is criminologie een wetenschap?
3. Wat bestudeert de criminologie als wetenschap?
1. WAT IS WETENSCHAPPELIJK DENKEN?
Wetenschap is “zoekend” waarnemen
• zoeklicht theorie
• Dat is een
(Popper) sterkte
•“tunnel” = focus op “iets” MAAR
(afhankelijk van vraag) tegelijkertijd
Wetenschap
Zoekend =
• Afbakenen = selectieprincipe
heeft dus altijd ook een
“isoleren” (!)
een selectieve zwakte
focus
“De vraag”
Waarnemen is bepaalt waar
geen evidentie onderzoeker
naar kijkt
Wetenschappelijk denken= waarnemen/perceptie -> hier in het handen, in iets doen (observeren,
meten, bevragen,…)
Altijd een vorm van bevragen, vragen stellen -> interview? Observatie? Enquête? Tellen? -> allemaal
waarnemingen
Bedoeling van waarnemingen -> zoeken -> we zijn eeuwig zoekend -> we hebben veel vragen en zonder
een antwoord op deze vragen
Afbakenen -> focus bereiken -> niet gewoon kijken -> we kijken op een georganiseerde manier gedreven
door een vraag -> die vraag isoleert -> afbakenen= isoleren
Wat wij bestuderen is zo complex dat je altijd door die selectiviteit een deel weglaat ->
wetenschappelijke kunst om dit net niet te vergeten
Je verliest aan complexiteit van het object dat je observeert -> je moet op het einde van de rit (als je de
resultaten voorlegt) dat je die terugplaats in die complexiteit -> het komt altijd terug
De vraag moet geformuleerd worden
4
, Ø 2 figuren
Ø Jonge vrouw en een oude vrouw
Ø Illustreert -> link met wetenschappelijk waarnemen -> je moet uw kijken switchen -> je moet
anker/referentie punten hebben om de andere figuur te zien -> in wetenschappelijk onderzoek
is dit ook -> de vraag geeft u de ankerpunten, de referentiepunten om te zien waar je naar op
zoek bent
Ø De wereld is nooit zoals hij zich voordoet op het eerste gezicht
Wetenschap is een praktijk van handelen om waarnemingen te kunnen doen (cf. methodologie)
ó leidt tot kennis (productie)
Wetenschap is een praktijk van doen -> je moet handelingen stellen -> dat proces dat leidt tot
kennis en kennisproductie
Wetenschappelijke kennis (in deze visie…)
è is abstracte kennis die op een systematische, objectieve en logische wijze verkregen en
getoetst werd of toetsbaar is, en die een zo precies mogelijk omschreven deel van de
werkelijkheid verklaart of tracht te verklaren …
Donkere woorden= de ingrediënten om wetenschappelijke kennis te beschrijven
5
,Klassieke visie op wetenschap
1. Drie premissen ó model “natuurwetenschapper” - positivisme
1. Orde en rationaliteit veronderstellen ó wetmatigheden
2. Mens is enig kennend wezen
3. De scheiding tussen subject en object (waarnemer en waargenomen)
2. Wetenschapper actief op zoek è waarnemingen doen (feiten)
1. Wetenschapper ondervraagt de natuur zoals een rechter een getuige
ondervraagt
2. Systematiek en gerichtheid (vraagstelling & methode)
3. Wetenschapper plaats zich buiten gebeuren (subject / object scheiding)
4. Controle & Toetsing
• Procedure en tests
• Intersubjectiviteit
• Falisificatieprincipe (Popper)
Gaat terug tot de 19e eeuw
Basisuitgangspunt in het positivisme van de 19e eeuw -> het model van de natuurwetenschappen
De werkelijkheid die we willen begrijpen heeft een bepaalde orde en rationaliteit -> het is onze
opdracht als wetenschapper om deze orde die je niet ziet te gaan blootleggen -> onze verklaringen die
we afleggen is eigenlijk iets dat al aanwezig is
Antropocentrische manier van denken over kennis -> het veronderstelt dat andere wezens (dieren of
andere spaces) dat die geen kennis hebben
Scheiding tussen object en subject -> betekend the othering -> de onderzoeker staat buiten zijn
onderzoeksvraag -> buiten het object dat hij bestudeert
Ons object zijn mengsels -> de mens, de anderen -> maakt het moeilijker
De wetenschapper heeft een vraagstelling (zoals een rechter of politie de verdachte bevraagd) -> we
stellen vragen die vraagstellingen veronderstellen een systematiek -> we doen dit op een actieve en
georganiseerde manier
Wetenschappelijk werk is niet de toevalligheid van het moment -> een wetenschapper gaat actief op
zoek -> op een systematische en georganiseerde manier waarnemingen doen
Basis -> organiseren en systematische demarche die logisch is uitgedacht
Je bent geen deel van wat je bestudeert -> er is een scheiding
Controle en toetsing moet gebeuren -> anders behoort het niet tot de wetenschappelijke kennis ->
dan behoort het niet tot de state of art
Falsificatieprincipe -> constante beweging in de wetenschappelijke kennis
6
,POSITIVISME 19DE EEUW
Het denken mag zich niet onderwerpen …. behalve aan de feiten … -> (Poincaré)
• Uitdrukking van klassieke wetenschapsvisie
• illustratie sociale fysica voor sociale wetenschappen
• Fact-checking (!?)
Feiten zijn kenniselementen die losstaan van dogma, politiek etc
Discussie over de feiten is uiterst problematisch
De feiten zijn selectief -> deel van een selectieproces
Zijn buiten de complexiteit gehaald
Belang van toetsing op het einde van het proces
Wetenschap (kennisproductie) = praktijk van handelen (doen!!) gekenmerkt door:
Consensus en twijfel -> laatste stap in de cyclus is uiterst belangrijk -> die brengt u terug naar het
eerste punt (wat weten we al -> vertrekpunt van elk onderzoek)
Vraag gaat voortbouwen op wat we al weten -> dat is wat wetenschappers doen -> constante ketting
van opnieuw verder bouwen van wat we al weten
2e stap -> formulering van de vraag
7
, 4e stap -> alle resultaten, alle bevragingen moet je meenemen -> een breed gala aan metingen en
waarnemingen -> diversiteit is belangrijk -> als je dit niet doet dan ben je niet wetenschappelijk bezig
(een beetje fraude) -> onvoorwaardelijk
5e stap -> alles moet gemeten worden -> ordening (bij elkaar brengen) kan gebeuren in categorieën
(klein, groot, middelmatig) en dan is het een kwestie om deze categorieën een betekenis te geven
Categoriseren= groeperen van waarnemingen die betekenisvol zijn -> in functie van de vraag ->
kwalificatie van meetresultaten
Wetenschappers gaan van het particuliere naar het algemene -> bij criminologen ook nog terug
Alle uitspraken die je doet dat moet en zal bevraagd worden -> een uitspraak die je doet steunt op
gans dat proces -> je moet dat kunnen uitleggen, verdedigen -> je moet er transparant over zijn
• De georganiseerde sceptisch wordt dat ook wel genoemd
MAAR Kritische bedenkingen bij klassieke visie diversiteit en pluraliteit aan wetenschappelijke
praktijken
1. Het experiment (het lab) ó ideaal?!
• Bewijs leveren
2. Het object van onderzoek
• Een knikker is geen rat is geen mens
• Het recalcitrante object
• Het object is ook een subject
3. Buiten het lab
• De oncontroleerbaarheid van “de wereld”
• De oncontroleerbaarheid van sociale wezens
• Zijn de gedachten vrij?
Diversiteit en pluraliteit is groot -> heeft te maken met de 3 reflectiepunten
Ons onderzoeksobject zit niet in een lab -> het is niet afgesloten van de werkelijkheid -> je kan het niet
isoleren
We hebben een object dat manipuleerbaar is -> een mens -> heeft een subjectiviteit
We hebben geen controle over wat de mensen denken -> het is vrij
We zitten met onze studie buiten het lab
8