H1. Overzicht van de staatsrechtelijke principes
• Zijn te vergelijken met films, gaan hele tijd mee maar worden telkens anders ingevuld, de kern
moet echter altijd hetzelfde blijven
• Er zijn meerdere vertellers van de Grondwet: regering, Grondwettelijk Hof
• Essentie: bescherming persoonlijke vrijheid
• Democratie: hoe we macht legitiem maken
• Grondwettelijke staat, rechtsstaat en scheiding der machten: bescherming van
personen tegen willekeur van de overheid
• Federalisme: hoe we een land structuur geven op een manier die aansluit bij de
bevolking
Als we kijken naar Duitse Grondwet zien we dat die principes daar beter zijn uitgedrukt <-> in de
Belgische Grondwet gaan we die principes niet terugvinden omdat dat ongeschreven beginselen zijn,
we vinden ze vanzelfsprekend, als ze uitdrukkelijk in Gw. staan betekent dit dat ze niet
vanzelfsprekend zijn
In Belgische Gw. is enkel principe van federalisme terug te vinden omdat dit eerder niet
vanzelfsprekend was (art. 1 Gw.)
Bovenste = essentieel voor de vraag hoe we macht legitiem maken
1.1 België is een Grondwettelijke Staat
• In grondwettelijke staat = de toewijzing van macht, de uitoefening van macht, en de
verhouding met burgers aan vaste regels onderworpen: moeten niet steeds opnieuw
onderhandeld worden
consensus belangrijk bij grondwettelijke principes Grondwet moeilijk wijzigbaar
• Regels van constitutieve aard staan in Gw. of meerderheidswetten
1
, • Andere regels in gewone wetten of ongeschreven regels (gewoonten, algemene
rechtsbeginselen)
• = garanties tegen misbruik: regels liggen vast en kunnen niet door machtsgreep naar willekeur
worden aangepast, daarom ook procedurele regels
Art. 33 Gw. toont belangrijke positie van Belgische Grondwet
1.2 België is een democratie
In democratie wil men macht legitimeren door burgers te betrekken bij overheidsbeleid: burgers
hebben inspraak en kunnen wetgever ter verantwoording roepen kan via verkiezingen
We hebben systeem nodig o.b.v. vertrouwen: dit is rode draad in ons grondwettelijk systeem: je gaat
burgers betrekken bij beleid en regering moet hun vertrouwen geven, in praktijk is dit niet echt
gerealiseerd
Belgische staat in 1831 opgericht als representatieve democratie met verkozen parlement
Grondwetgever legt soevereiniteit niet bij parlement maar bij natie (art. 33 Gw.)
In 1830 nog geen scherp onderscheid tussen volk en Natie
Pas later concept van stemrecht dat toekwam aan elite
Vervolgens evolueerde België naar meer concreet meerderheidsmodel waarin deelname aan beleid
democratisch grondrecht is
Stemrecht evolueerde zo naar universeel enkelvoudig stemrecht
Verdeeldheid tussen taalgemeenschappen heeft van België consensusdemocratie gemaakt waarin
structurele subgroepen in beleid worden opgenomen
Op federaal niveau wordt Franstalige minderheid beschermd waardoor overleg tussen
taalgroepen noodzakelijk wordt: regering is paritair samengesteld uit beide taalgroepen, voor
sommige materies meerderheid in elke taalgroep vereist en beschikt elke taalgroep over
vetorecht
Afkeer tegen referenda als gevolg van volksraadpleging van 1950 die land in crisis bracht:
Vraag was of koning kon terugkeren naar België
ontstaan consensusdemocratie
Enkel gewesten = bevoegd om volksraadplegingen te houden
Daarmee instrument van directe democratie ingebouwd
Vlaamse en Waalse Gewest = homogeen samengesteld zodat bezwaar van
consensusdemocratie niet geldt
Representatief karakter van Belgische democratie betekent niet dat wetten gestemd door parlement
per definitie legitiem zijn:
Volgens deliberatief concept van democratie zijn wetten legitiem wanneer resultaat zijn van
integrale, geïnformeerde & transparante belangenafweging
2
,Representatieve democratie: burgers kiezen vertegenwoordigers die in hun plaats beslissingen nemen
kan op 2 manieren worden georganiseerd:
Meerderheidsmodel: meerderheid beslist, partij/groep met meeste stemmen krijgt macht,
beslissingen gaan snel maar minderheden weinig invloed, vaak enkelvoudig stemrecht &
meerderheidsstemmingen
Consensusmodel: meerderheid en minderheden werken samen, macht gedeeld tussen
verschillende groepen, besluiten trager maar iedereen wordt gehoord, vaak proportionele
vertegenwoordiging, coalities, bijzondere meerderheden, vetorechten
Consensusdemocratie ligt vandaag onder vuur: besluitvorming vaak traag, complex & omslachtig –
door vele partijen, vetorechten & compromissen raken belangrijke problemen soms moeilijk opgelost
onvrede & wantrouwen tegenover politiek
1.3 België is een rechtsstaat
Principe van rechtsstaat: overheid is gebonden aan recht; vooraf vastgestelde algemeen geldende
regels
Maakt overheidsoptreden voorspelbaar
Principe van rechtsstaat: overheid leeft eigen regels na
Rechters belangrijke rol daarin: zorgen dat burgers rechten kunnen afdwingen en zien erop
toe dat overheid binnen grenzen van recht blijft
Veronderstelt dat overheid geen druk uitoefent op rechter en rechterlijke beslissingen
respecteert
Maar komt vaker onder druk te staan
Gw. vermeldt niet uitdrukkelijk dat België rechtsstaat is maar richt land wel zo in
In 1831 werd primauteit van Gw. vooropgesteld & werden besluiten van bestuur en regering
onderworpen aan rechterlijke toetsing
Later RvS opgericht waar elke belanghebbende vernietiging kan vorderen van
bestuursbesluiten
Bij aanvang België eerder ‘wettenstaat’: klemtoon lag op onderwerping van bestuur aan formele
wetten, rechters moesten die formele wetten zelf niet toetsen
In 1971 bracht HvC Smeerkaasarrest uit waarin het voorrang van rechtstreeks werkende
internationale en Europese Gemeenschapsrecht proclameerde
Sindsdien kunnen alle rechters formele wetten toetsen aan internationale rechtsregels
Omvorming België tot federale staat oprichting van GwH dat formele wetten kan toetsen
Oorspronkelijk bevoegdheid Arbitragehof beperkt tot louter federale functie
Alle overheden in België = onderworpen aan hogere rechtsregels
Naleving daarvan = juridisch afdwingbaar
3
, 1.4 België is gebaseerd op een scheiding der machten
Leer van scheiding der machten gaat terug op Montesquieu: onderscheidde 3 staatsfuncties en
verdeelde ze over afzonderlijke organen
In België geen strikte scheiding der machten maar systeem van checks and balances: functies worden
verdeeld tussen instellingen die elkaar controleren; parlement controleert regering en rechter
controleert zowel formele wetgever als uitvoerende macht
Bedoeling: overheidswillekeur vermijden door machtsconcentratie tegen te gaan
Scheiding der machten dient algemeen belang en vooral bescherming van burger
Gevolg: principe van scheiding der machten kan niet meer worden ingeroepen om
overheidsaansprakelijkheid te vermijden
Maakte HvC duidelijk door overheidsaansprakelijkheid te erkennen voor handelen & nalaten
van bestuur, rechter en wetgever
Parlement verschillende middelen om controle uit te oefenen op regering
Omdat regeringspartijen in parlement regering gewoonlijk ondersteunen, ligt werkelijke
spanningslijn tussen meerderheidspartijen & oppositie
Idee om machtsconcentratie tegen te gaan door taken te verdelen ook op andere manieren besloten
in organisatie van staat
Voorbeeld: federale inrichting; formele wetten daardoor niet monopolie van Kamer
Maar principe van scheiding der machten is vooral toegespitst op verhouding tussen
rechterlijke macht en andere overheden
Centraal daarbij: onafhankelijkheid van rechter
1.5 België is een federaal systeem
Federale systemen in ruime zin = politieke organisaties die overheidsmacht verdelen tussen centrale
bestuur en territoriale deelgebieden
Die ruime categorie wordt verder onderverdeeld in verschillende staatsvormen
Gw. vermeld uitdrukkelijk dat België federale staat is (art. 1 Gw.) met 2 deelstaten met eigen
kernbevoegdheden (art. 2 & 3 Gw.)
Werkelijkheid = complexer: België is geëvolueerd van eenheidsstaat, over regionale staat, naar
federale staat met confederale kenmerken en is ingebed in supranationaal Europa
1. Een statistische benadering
Traditioneel worden 3 staatsvormen erkend
Eenheidsstaat Federale staat Confederale staat
Centrale overheid = soeverein Machtsdeling tussen federale Soevereine staten komen bij
en deelstatelijke verdrag overeen dat
rechtsordening via confederatie aantal materies
4
• Zijn te vergelijken met films, gaan hele tijd mee maar worden telkens anders ingevuld, de kern
moet echter altijd hetzelfde blijven
• Er zijn meerdere vertellers van de Grondwet: regering, Grondwettelijk Hof
• Essentie: bescherming persoonlijke vrijheid
• Democratie: hoe we macht legitiem maken
• Grondwettelijke staat, rechtsstaat en scheiding der machten: bescherming van
personen tegen willekeur van de overheid
• Federalisme: hoe we een land structuur geven op een manier die aansluit bij de
bevolking
Als we kijken naar Duitse Grondwet zien we dat die principes daar beter zijn uitgedrukt <-> in de
Belgische Grondwet gaan we die principes niet terugvinden omdat dat ongeschreven beginselen zijn,
we vinden ze vanzelfsprekend, als ze uitdrukkelijk in Gw. staan betekent dit dat ze niet
vanzelfsprekend zijn
In Belgische Gw. is enkel principe van federalisme terug te vinden omdat dit eerder niet
vanzelfsprekend was (art. 1 Gw.)
Bovenste = essentieel voor de vraag hoe we macht legitiem maken
1.1 België is een Grondwettelijke Staat
• In grondwettelijke staat = de toewijzing van macht, de uitoefening van macht, en de
verhouding met burgers aan vaste regels onderworpen: moeten niet steeds opnieuw
onderhandeld worden
consensus belangrijk bij grondwettelijke principes Grondwet moeilijk wijzigbaar
• Regels van constitutieve aard staan in Gw. of meerderheidswetten
1
, • Andere regels in gewone wetten of ongeschreven regels (gewoonten, algemene
rechtsbeginselen)
• = garanties tegen misbruik: regels liggen vast en kunnen niet door machtsgreep naar willekeur
worden aangepast, daarom ook procedurele regels
Art. 33 Gw. toont belangrijke positie van Belgische Grondwet
1.2 België is een democratie
In democratie wil men macht legitimeren door burgers te betrekken bij overheidsbeleid: burgers
hebben inspraak en kunnen wetgever ter verantwoording roepen kan via verkiezingen
We hebben systeem nodig o.b.v. vertrouwen: dit is rode draad in ons grondwettelijk systeem: je gaat
burgers betrekken bij beleid en regering moet hun vertrouwen geven, in praktijk is dit niet echt
gerealiseerd
Belgische staat in 1831 opgericht als representatieve democratie met verkozen parlement
Grondwetgever legt soevereiniteit niet bij parlement maar bij natie (art. 33 Gw.)
In 1830 nog geen scherp onderscheid tussen volk en Natie
Pas later concept van stemrecht dat toekwam aan elite
Vervolgens evolueerde België naar meer concreet meerderheidsmodel waarin deelname aan beleid
democratisch grondrecht is
Stemrecht evolueerde zo naar universeel enkelvoudig stemrecht
Verdeeldheid tussen taalgemeenschappen heeft van België consensusdemocratie gemaakt waarin
structurele subgroepen in beleid worden opgenomen
Op federaal niveau wordt Franstalige minderheid beschermd waardoor overleg tussen
taalgroepen noodzakelijk wordt: regering is paritair samengesteld uit beide taalgroepen, voor
sommige materies meerderheid in elke taalgroep vereist en beschikt elke taalgroep over
vetorecht
Afkeer tegen referenda als gevolg van volksraadpleging van 1950 die land in crisis bracht:
Vraag was of koning kon terugkeren naar België
ontstaan consensusdemocratie
Enkel gewesten = bevoegd om volksraadplegingen te houden
Daarmee instrument van directe democratie ingebouwd
Vlaamse en Waalse Gewest = homogeen samengesteld zodat bezwaar van
consensusdemocratie niet geldt
Representatief karakter van Belgische democratie betekent niet dat wetten gestemd door parlement
per definitie legitiem zijn:
Volgens deliberatief concept van democratie zijn wetten legitiem wanneer resultaat zijn van
integrale, geïnformeerde & transparante belangenafweging
2
,Representatieve democratie: burgers kiezen vertegenwoordigers die in hun plaats beslissingen nemen
kan op 2 manieren worden georganiseerd:
Meerderheidsmodel: meerderheid beslist, partij/groep met meeste stemmen krijgt macht,
beslissingen gaan snel maar minderheden weinig invloed, vaak enkelvoudig stemrecht &
meerderheidsstemmingen
Consensusmodel: meerderheid en minderheden werken samen, macht gedeeld tussen
verschillende groepen, besluiten trager maar iedereen wordt gehoord, vaak proportionele
vertegenwoordiging, coalities, bijzondere meerderheden, vetorechten
Consensusdemocratie ligt vandaag onder vuur: besluitvorming vaak traag, complex & omslachtig –
door vele partijen, vetorechten & compromissen raken belangrijke problemen soms moeilijk opgelost
onvrede & wantrouwen tegenover politiek
1.3 België is een rechtsstaat
Principe van rechtsstaat: overheid is gebonden aan recht; vooraf vastgestelde algemeen geldende
regels
Maakt overheidsoptreden voorspelbaar
Principe van rechtsstaat: overheid leeft eigen regels na
Rechters belangrijke rol daarin: zorgen dat burgers rechten kunnen afdwingen en zien erop
toe dat overheid binnen grenzen van recht blijft
Veronderstelt dat overheid geen druk uitoefent op rechter en rechterlijke beslissingen
respecteert
Maar komt vaker onder druk te staan
Gw. vermeldt niet uitdrukkelijk dat België rechtsstaat is maar richt land wel zo in
In 1831 werd primauteit van Gw. vooropgesteld & werden besluiten van bestuur en regering
onderworpen aan rechterlijke toetsing
Later RvS opgericht waar elke belanghebbende vernietiging kan vorderen van
bestuursbesluiten
Bij aanvang België eerder ‘wettenstaat’: klemtoon lag op onderwerping van bestuur aan formele
wetten, rechters moesten die formele wetten zelf niet toetsen
In 1971 bracht HvC Smeerkaasarrest uit waarin het voorrang van rechtstreeks werkende
internationale en Europese Gemeenschapsrecht proclameerde
Sindsdien kunnen alle rechters formele wetten toetsen aan internationale rechtsregels
Omvorming België tot federale staat oprichting van GwH dat formele wetten kan toetsen
Oorspronkelijk bevoegdheid Arbitragehof beperkt tot louter federale functie
Alle overheden in België = onderworpen aan hogere rechtsregels
Naleving daarvan = juridisch afdwingbaar
3
, 1.4 België is gebaseerd op een scheiding der machten
Leer van scheiding der machten gaat terug op Montesquieu: onderscheidde 3 staatsfuncties en
verdeelde ze over afzonderlijke organen
In België geen strikte scheiding der machten maar systeem van checks and balances: functies worden
verdeeld tussen instellingen die elkaar controleren; parlement controleert regering en rechter
controleert zowel formele wetgever als uitvoerende macht
Bedoeling: overheidswillekeur vermijden door machtsconcentratie tegen te gaan
Scheiding der machten dient algemeen belang en vooral bescherming van burger
Gevolg: principe van scheiding der machten kan niet meer worden ingeroepen om
overheidsaansprakelijkheid te vermijden
Maakte HvC duidelijk door overheidsaansprakelijkheid te erkennen voor handelen & nalaten
van bestuur, rechter en wetgever
Parlement verschillende middelen om controle uit te oefenen op regering
Omdat regeringspartijen in parlement regering gewoonlijk ondersteunen, ligt werkelijke
spanningslijn tussen meerderheidspartijen & oppositie
Idee om machtsconcentratie tegen te gaan door taken te verdelen ook op andere manieren besloten
in organisatie van staat
Voorbeeld: federale inrichting; formele wetten daardoor niet monopolie van Kamer
Maar principe van scheiding der machten is vooral toegespitst op verhouding tussen
rechterlijke macht en andere overheden
Centraal daarbij: onafhankelijkheid van rechter
1.5 België is een federaal systeem
Federale systemen in ruime zin = politieke organisaties die overheidsmacht verdelen tussen centrale
bestuur en territoriale deelgebieden
Die ruime categorie wordt verder onderverdeeld in verschillende staatsvormen
Gw. vermeld uitdrukkelijk dat België federale staat is (art. 1 Gw.) met 2 deelstaten met eigen
kernbevoegdheden (art. 2 & 3 Gw.)
Werkelijkheid = complexer: België is geëvolueerd van eenheidsstaat, over regionale staat, naar
federale staat met confederale kenmerken en is ingebed in supranationaal Europa
1. Een statistische benadering
Traditioneel worden 3 staatsvormen erkend
Eenheidsstaat Federale staat Confederale staat
Centrale overheid = soeverein Machtsdeling tussen federale Soevereine staten komen bij
en deelstatelijke verdrag overeen dat
rechtsordening via confederatie aantal materies
4