Nederlands 2: woordenlijst –
breid je woordenschat uit
H6: De financieel-economische wereld & de
arbeidsmarkt, p. 44-50
Woord Uitleg
1. Anciënniteit Aantal jaren dat iemand bij dezelfde werkgever of in dezelfde
functie werkt.
2. Assessment Test waarbij kandidaten hun gedrag en vaardigheden tonen in
praktijksituaties.
3. Barema, barema’s Vaste loonschaal die bepaalt hoeveel iemand verdient volgens
functie en ervaring.
4. Bearmarkt Periode waarin beurskoersen sterk dalen en beleggers
pessimistisch zijn.
5. Bullmarkt Periode waarin beurskoersen stijgen en beleggers optimistisch
zijn.
6. Burn-out Ernstige uitputting door langdurige stress, zowel psychisch als
lichamelijk.
7. Commissieloon Loon dat bestaat uit een percentage van de verkoop die je maakt.
8. Consolideren Iets verstevigen of blijvend maken, zoals een positie of resultaat.
9. Crowdfunding Project financieren met kleine bijdragen van veel mensen.
10. Curator Persoon die het beheer van een failliet bedrijf overneemt.
11. Devaluatie Daling van de waarde van een munt tegenover andere munten.
12. Dienstenchequ Betaalmiddel voor huishoudhulp, bedoeld om zwartwerk te
e bestrijden.
13. Dow- Belangrijke beursindex van 65 grote Amerikaanse bedrijven.
Jonesindex
1
, 14. Duobaan Eén job die door twee werknemers samen wordt uitgevoerd.
15. Expansie Groei of uitbreiding van een bedrijf of economie.
16. Extralegaal Voordeel bovenop het loon dat niet wettelijk verplicht is (bv.
laptop, auto).
17. Glazen plafond Onzichtbare drempel waardoor vrouwen moeilijk topfuncties
bereiken.
18. Globalisering Wereldwijde economische en culturele verbondenheid.
19. Gouden Hoge ontslagvergoeding voor leidinggevenden.
handdruk
20. Headhunter Persoon die talent opspoort en aanwerft voor bedrijven.
21. Indexsprong Het tijdelijk niet aanpassen van lonen aan de levensduurte (index).
22. Joint venture Samenwerkingsbedrijf opgezet door twee of meer ondernemingen.
23. Kaderpersonee Werknemers in hogere functies (management en
l leidinggevenden).
24. Knelpuntberoe Beroep waarvoor men moeilijk personeel vindt.
p
25. Leefloon Minimumbedrag dat OCMW toekent aan mensen zonder inkomen.
26. Maximumfactu Maximaal bedrag dat een gezin per jaar moet betalen voor
ur medische kosten.
27. Outplacementb Bekommeren zich om ontslagen werknemers van een zekere
ureaus leeftijd die anders moeilijk nieuw werk vinden.
28. Phishing Internetfraude waarbij men via valse websites gegevens probeert
te stelen.
29. Positieve Bewust iemand bevoordelen om kansen gelijker te maken.
discriminatie
30. Privatisering Overheidsdiensten worden overgedragen aan privébedrijven.
31. Quota (mv.), Vastgelegd aantal of percentage dat gehaald moet worden.
het quotom (enk.)
2
breid je woordenschat uit
H6: De financieel-economische wereld & de
arbeidsmarkt, p. 44-50
Woord Uitleg
1. Anciënniteit Aantal jaren dat iemand bij dezelfde werkgever of in dezelfde
functie werkt.
2. Assessment Test waarbij kandidaten hun gedrag en vaardigheden tonen in
praktijksituaties.
3. Barema, barema’s Vaste loonschaal die bepaalt hoeveel iemand verdient volgens
functie en ervaring.
4. Bearmarkt Periode waarin beurskoersen sterk dalen en beleggers
pessimistisch zijn.
5. Bullmarkt Periode waarin beurskoersen stijgen en beleggers optimistisch
zijn.
6. Burn-out Ernstige uitputting door langdurige stress, zowel psychisch als
lichamelijk.
7. Commissieloon Loon dat bestaat uit een percentage van de verkoop die je maakt.
8. Consolideren Iets verstevigen of blijvend maken, zoals een positie of resultaat.
9. Crowdfunding Project financieren met kleine bijdragen van veel mensen.
10. Curator Persoon die het beheer van een failliet bedrijf overneemt.
11. Devaluatie Daling van de waarde van een munt tegenover andere munten.
12. Dienstenchequ Betaalmiddel voor huishoudhulp, bedoeld om zwartwerk te
e bestrijden.
13. Dow- Belangrijke beursindex van 65 grote Amerikaanse bedrijven.
Jonesindex
1
, 14. Duobaan Eén job die door twee werknemers samen wordt uitgevoerd.
15. Expansie Groei of uitbreiding van een bedrijf of economie.
16. Extralegaal Voordeel bovenop het loon dat niet wettelijk verplicht is (bv.
laptop, auto).
17. Glazen plafond Onzichtbare drempel waardoor vrouwen moeilijk topfuncties
bereiken.
18. Globalisering Wereldwijde economische en culturele verbondenheid.
19. Gouden Hoge ontslagvergoeding voor leidinggevenden.
handdruk
20. Headhunter Persoon die talent opspoort en aanwerft voor bedrijven.
21. Indexsprong Het tijdelijk niet aanpassen van lonen aan de levensduurte (index).
22. Joint venture Samenwerkingsbedrijf opgezet door twee of meer ondernemingen.
23. Kaderpersonee Werknemers in hogere functies (management en
l leidinggevenden).
24. Knelpuntberoe Beroep waarvoor men moeilijk personeel vindt.
p
25. Leefloon Minimumbedrag dat OCMW toekent aan mensen zonder inkomen.
26. Maximumfactu Maximaal bedrag dat een gezin per jaar moet betalen voor
ur medische kosten.
27. Outplacementb Bekommeren zich om ontslagen werknemers van een zekere
ureaus leeftijd die anders moeilijk nieuw werk vinden.
28. Phishing Internetfraude waarbij men via valse websites gegevens probeert
te stelen.
29. Positieve Bewust iemand bevoordelen om kansen gelijker te maken.
discriminatie
30. Privatisering Overheidsdiensten worden overgedragen aan privébedrijven.
31. Quota (mv.), Vastgelegd aantal of percentage dat gehaald moet worden.
het quotom (enk.)
2