Hoofdstuk 3. Democratie
- In een democratie kiezen burgers hun vertegenwoordigers in
organen zoals de gemeenteraad en het parlement (Vlaams,
Federaal, Europees).
- Machthebbers moeten opstappen als ze geen steun meer hebben
van de volksvertegenwoordigers.
- Burgers kunnen hun stem laten horen door te stemmen, te betogen,
petities te tekenen, actie te voeren of deel te nemen aan
participatiemomenten en middenveldorganisaties
- Het politieke regime bepaalt de vorm (format) van de democratie:
hoe wetten gemaakt worden, beleid gevoerd wordt en politieke
processen verlopen.
- Een volwaardige democratie is niet overal vanzelfsprekend; er
bestaan verschillende soorten democratische regimes.
- Sommige landen noemen zich democratisch, maar verschillen sterk
in werking — bijvoorbeeld België versus Rusland of Hongarije.
1. Democratie als principe
Democratie is niet enkel een specifieke staatsvorm of grondwet. Het
verwijst in de eerste plaats naar een principe van gelijkheid: alle burgers
hebben het recht en de mogelijkheid om mee te bepalen hoe de
samenleving wordt georganiseerd. Hoe dat principe wordt ingevuld, hangt
af van de grondwet en de bestuursvorm van een land.
Volgens filosofen zoals Jacques Rancière en klassieke denkers uit het oude
Griekenland kan democratie dus breder worden gezien dan enkel "vrije
verkiezingen". In de praktijk wordt een democratie echter altijd bestuurd
door een relatief kleine groep mensen — een oligarchie. Deze
machthebbers kunnen burgers meer of minder ruimte geven om deel te
nemen aan het bestuur.
Plato's vijf bestuursvormen
In Politeia onderscheidt Plato vijf mogelijke staatsvormen, elk met eigen
kenmerken:
- Aristocratie: De ideale staatsvorm volgens Plato. Wijsheid staat
centraal: filosofen die deugdzaam zijn en het algemeen belang
dienen, regeren.
- Timocratie: Macht is in handen van mensen die streven naar eer en
militaire deugd. Meer gericht op prestige dan op wijsheid.
- Oligarchie: Een kleine, rijke elite bestuurt de staat en stelt eigen
belangen boven het algemeen belang. Gebrek aan wijsheid en
deugd.
, - Democratie: De macht ligt bij het volk en iedereen kan deelnemen
aan het bestuur. Volgens Plato leidt dit tot chaos, omdat beslissingen
worden gemaakt op basis van verlangens, niet op wijsheid.
- Tirannie: De slechtste staatsvorm. Eén heerser heeft alle macht en
gebruikt die in eigen voordeel, ten koste van het volk.
2. Democratie als bestuursvorm
a) Democratie als bestuur van, door en voor het volk
Bestuur van het volk:
- Via het sociaal contract krijgt de staat macht van de burgers.
- De macht gaat uit van het soevereine volk, wat politieke gelijkheid
betekent.
- Centrale vraag: Wie behoort tot “het volk”? Wie krijgt politiek
burgerschap?
Bestuur door het volk:
- In het oude Griekenland: directe democratie (burgers bestuurden
zelf).
- Nu: representatieve (indirecte) democratie, waarin
vertegenwoordigers beslissen in naam van het volk.
- Probleem: kloof tussen burger en politiek.
Bestuur voor het volk:
- Het bestuur moet handelen in het algemeen belang.
- Maar er blijft discussie over wat het algemeen belang precies is.
Waarom vallen de kenmerken van-voor-door het volk niet altijd
naadloos samen?
Is er (g)een kloof tussen volk en volksvertegenwoordigers
Wie is het volk
Wat is de vertegenwoordiging
De verschillende manieren om de democratie te organiseren:
- Directe democratie:
o Burgers beslissen zelf, direct en niet via hun
vertegenwoordigers
- Indirecte democratie
o Burgers beslissen via vertegenwoordigers
- Deliberatieve democratie
o In een diverse groep van burgers wordt, na grondige
informatie en overleg, samen gezocht naar de best mogelijke
politieke oplossing, bijvoorbeeld via steekproef, loting of een
jurymodel.
- In een democratie kiezen burgers hun vertegenwoordigers in
organen zoals de gemeenteraad en het parlement (Vlaams,
Federaal, Europees).
- Machthebbers moeten opstappen als ze geen steun meer hebben
van de volksvertegenwoordigers.
- Burgers kunnen hun stem laten horen door te stemmen, te betogen,
petities te tekenen, actie te voeren of deel te nemen aan
participatiemomenten en middenveldorganisaties
- Het politieke regime bepaalt de vorm (format) van de democratie:
hoe wetten gemaakt worden, beleid gevoerd wordt en politieke
processen verlopen.
- Een volwaardige democratie is niet overal vanzelfsprekend; er
bestaan verschillende soorten democratische regimes.
- Sommige landen noemen zich democratisch, maar verschillen sterk
in werking — bijvoorbeeld België versus Rusland of Hongarije.
1. Democratie als principe
Democratie is niet enkel een specifieke staatsvorm of grondwet. Het
verwijst in de eerste plaats naar een principe van gelijkheid: alle burgers
hebben het recht en de mogelijkheid om mee te bepalen hoe de
samenleving wordt georganiseerd. Hoe dat principe wordt ingevuld, hangt
af van de grondwet en de bestuursvorm van een land.
Volgens filosofen zoals Jacques Rancière en klassieke denkers uit het oude
Griekenland kan democratie dus breder worden gezien dan enkel "vrije
verkiezingen". In de praktijk wordt een democratie echter altijd bestuurd
door een relatief kleine groep mensen — een oligarchie. Deze
machthebbers kunnen burgers meer of minder ruimte geven om deel te
nemen aan het bestuur.
Plato's vijf bestuursvormen
In Politeia onderscheidt Plato vijf mogelijke staatsvormen, elk met eigen
kenmerken:
- Aristocratie: De ideale staatsvorm volgens Plato. Wijsheid staat
centraal: filosofen die deugdzaam zijn en het algemeen belang
dienen, regeren.
- Timocratie: Macht is in handen van mensen die streven naar eer en
militaire deugd. Meer gericht op prestige dan op wijsheid.
- Oligarchie: Een kleine, rijke elite bestuurt de staat en stelt eigen
belangen boven het algemeen belang. Gebrek aan wijsheid en
deugd.
, - Democratie: De macht ligt bij het volk en iedereen kan deelnemen
aan het bestuur. Volgens Plato leidt dit tot chaos, omdat beslissingen
worden gemaakt op basis van verlangens, niet op wijsheid.
- Tirannie: De slechtste staatsvorm. Eén heerser heeft alle macht en
gebruikt die in eigen voordeel, ten koste van het volk.
2. Democratie als bestuursvorm
a) Democratie als bestuur van, door en voor het volk
Bestuur van het volk:
- Via het sociaal contract krijgt de staat macht van de burgers.
- De macht gaat uit van het soevereine volk, wat politieke gelijkheid
betekent.
- Centrale vraag: Wie behoort tot “het volk”? Wie krijgt politiek
burgerschap?
Bestuur door het volk:
- In het oude Griekenland: directe democratie (burgers bestuurden
zelf).
- Nu: representatieve (indirecte) democratie, waarin
vertegenwoordigers beslissen in naam van het volk.
- Probleem: kloof tussen burger en politiek.
Bestuur voor het volk:
- Het bestuur moet handelen in het algemeen belang.
- Maar er blijft discussie over wat het algemeen belang precies is.
Waarom vallen de kenmerken van-voor-door het volk niet altijd
naadloos samen?
Is er (g)een kloof tussen volk en volksvertegenwoordigers
Wie is het volk
Wat is de vertegenwoordiging
De verschillende manieren om de democratie te organiseren:
- Directe democratie:
o Burgers beslissen zelf, direct en niet via hun
vertegenwoordigers
- Indirecte democratie
o Burgers beslissen via vertegenwoordigers
- Deliberatieve democratie
o In een diverse groep van burgers wordt, na grondige
informatie en overleg, samen gezocht naar de best mogelijke
politieke oplossing, bijvoorbeeld via steekproef, loting of een
jurymodel.