Thema 6. Afwijkend gedrag
Normaliteit
- Normaliteit is een sociale constructie: ze is niet neutraal of
objectief.
- Wat normaal wordt gevonden, wordt bepaald door groepen
met macht in de samenleving.
- Daarom moet je steeds afvragen: wiens norm ligt achter dit
idee van normaliteit?
- Er bestaat geen strikte tweedeling tussen normaal en
afwijkend; gedrag volgt eerder een normale verdeling.
- Foucault: moderne samenlevingen disciplineren mensen
doordat zij normen internaliseren.
Dit gebeurt via toezicht en sanctionering, waardoor individuen
zich automatisch conformeren aan de norm.
Voorbeelden van disciplinerende normaliteit
- Normen rond productiviteit (altijd nuttig moeten zijn)
- Schoonheidsnormen (slank, fit, gespierd)
- Gendernormen (zorgende vrouw, rationele man)
Belang voor sociaal werk
Sociaal werkers moeten alert zijn dat “hulp” niet verandert in
normalisering waarbij cliënten zich moeten aanpassen aan normatieve
gedragsverwachtingen. Het doel moet zijn: sociale rechtvaardigheid en
ruimte voor verschil zonder oordeel.
Socialisatie
Socialisatie:
- Zorgt voor het voortbestaan en voorspelbaar maken van de
samenleving;
- Disciplineert (beperkt vrijheid);
- Emancipeert (verruimt vrijheid);
- Vormt het self (I + Me);
- Omvat ook resocialisering (aanleren van nieuwe normen).
Wanneer kenmerken van bepaalde groepen als afwijkend worden gezien
(armoede, beperkingen, LGBTQIA+…), leidt dat tot:
- Uitsluiting
- Minder toegang tot hulpbronnen
- Discriminatie
- Internalisering van schaamte
, Afwijkend gedrag
Afwijkend gedrag = gedrag dat afwijkt van geldende normen.
Belangrijk:
- Het is geen eigenschap van een persoon, maar een relatie
tussen gedrag en de norm.
- Deviantie is een sociaal proces, geen individuele fout.
- Macht bepaalt wat als afwijkend wordt gezien en wie sneller
als deviant wordt gelabeld.
Rol van instituties
Instituties zoals scholen, gevangenissen, ziekenhuizen en hulpverlening:
- Observeren, classificeren en sanctioneren gedrag;
- Bepalen welke gedragingen als problematisch gelden.
Machtsprocessen bepalen:
1. Welk gedrag als gevaarlijk of problematisch wordt gezien.
2. Welke groepen vaker als deviant worden gelabeld.
Voorbeelden van ongelijke labeling
- Mensen in armoede → sneller gezien als “overlast”
- Jongeren met migratieachtergrond → vaker “risicojongeren”
- Neurodivergent gedrag → sneller gemedicaliseerd
4 soorten van sociale sancties
Normaliteit
- Normaliteit is een sociale constructie: ze is niet neutraal of
objectief.
- Wat normaal wordt gevonden, wordt bepaald door groepen
met macht in de samenleving.
- Daarom moet je steeds afvragen: wiens norm ligt achter dit
idee van normaliteit?
- Er bestaat geen strikte tweedeling tussen normaal en
afwijkend; gedrag volgt eerder een normale verdeling.
- Foucault: moderne samenlevingen disciplineren mensen
doordat zij normen internaliseren.
Dit gebeurt via toezicht en sanctionering, waardoor individuen
zich automatisch conformeren aan de norm.
Voorbeelden van disciplinerende normaliteit
- Normen rond productiviteit (altijd nuttig moeten zijn)
- Schoonheidsnormen (slank, fit, gespierd)
- Gendernormen (zorgende vrouw, rationele man)
Belang voor sociaal werk
Sociaal werkers moeten alert zijn dat “hulp” niet verandert in
normalisering waarbij cliënten zich moeten aanpassen aan normatieve
gedragsverwachtingen. Het doel moet zijn: sociale rechtvaardigheid en
ruimte voor verschil zonder oordeel.
Socialisatie
Socialisatie:
- Zorgt voor het voortbestaan en voorspelbaar maken van de
samenleving;
- Disciplineert (beperkt vrijheid);
- Emancipeert (verruimt vrijheid);
- Vormt het self (I + Me);
- Omvat ook resocialisering (aanleren van nieuwe normen).
Wanneer kenmerken van bepaalde groepen als afwijkend worden gezien
(armoede, beperkingen, LGBTQIA+…), leidt dat tot:
- Uitsluiting
- Minder toegang tot hulpbronnen
- Discriminatie
- Internalisering van schaamte
, Afwijkend gedrag
Afwijkend gedrag = gedrag dat afwijkt van geldende normen.
Belangrijk:
- Het is geen eigenschap van een persoon, maar een relatie
tussen gedrag en de norm.
- Deviantie is een sociaal proces, geen individuele fout.
- Macht bepaalt wat als afwijkend wordt gezien en wie sneller
als deviant wordt gelabeld.
Rol van instituties
Instituties zoals scholen, gevangenissen, ziekenhuizen en hulpverlening:
- Observeren, classificeren en sanctioneren gedrag;
- Bepalen welke gedragingen als problematisch gelden.
Machtsprocessen bepalen:
1. Welk gedrag als gevaarlijk of problematisch wordt gezien.
2. Welke groepen vaker als deviant worden gelabeld.
Voorbeelden van ongelijke labeling
- Mensen in armoede → sneller gezien als “overlast”
- Jongeren met migratieachtergrond → vaker “risicojongeren”
- Neurodivergent gedrag → sneller gemedicaliseerd
4 soorten van sociale sancties