1️⃣
Deel 1 - De consument en de
producent
, publieke economie
Deel 1 - De consument en de producent
1.1 Doel economische wetenschap
theorie
economie = studie vh welvaartstreven vd mens / “iemand die een huishouden leidt”
1. productie van goederen en diensten
2. verdeling van deze goederen en diensten
economie = wetenschap die zich toelegt op het besturen van keuzeproblemen
➡️
we streven naar welvaart, leven = keuzes maken (het ene wel, het andere niet)
het keuzeprobleem bestaat omdat we een rationeel denkende en handelende mens zijn (ratio).
wij zullen mensen ondersteunen die een minder goede ratio hebben. vb. voor- en nadelen
afwegen, kosten en baten afwegen, beslissingen nemen, …
“homo economicus hypothese” = omdat we keuzes maken obv de ratio
het keuzeprobleem
● met de gegeven middelen
● maximale behoeftebevrediging bereiken (“ik heb 2 euro, cola of ijsje?”)
● met andere woorden het economisch principe
● weerslag (grote impact) op grote groepen
○ vb. beslissing overheid kan grote invloed hebben op veel soorten mensen
● weerslag op hele wereldbevolking
○ vb. meer geld voor defensie heeft invloed op groot niveau
● weerslag op dagelijkse
1. soorten behoeften (behoeften zijn subjectief en veelvuldig)
1. primaire (levensnoodzakelijke) en niet-primaire behoeften
● streeft eerst primaire behoeften na, vb. voedsel, onderdak, veiligheid
● daarna niet-primaire behoeften, vb. luxegoederen, reizen
2. materiële (tastbare) en immateriële (zorg, onderwijs) behoeften
● materieel = tastbare goederen
● immaterieel = dienstverlening
3. individuele (voeding, kleding) en collectieve (wegen, onderwijs) behoeften
● individuele behoeften zijn subjectiever
● collectieve behoefte: veiligheid, rechtspraak, …
1
, publieke economie
2. schaarse middelen (schaarstehypothese) = niet zeldzaam
“met de middelen die we hebben, kunnen we niet alles krijgen wat we willen”
“als het gratis zou zijn, zou er tekort zijn” we zitten hier, dus we kunnen niet nr Bahamas”
denk vb aan strandstoelen, moest het gratis zijn, zouden er te kort zijn
3. keuzeprobleem
afhankelijk van het nut (vb maximale bevrediging van cola)
efficiëntie vs rechtvaardigheid
● efficiëntie = maximale uit schaarse middelen halen (grootte taart)
● rechtvaardigheid = voordelen van bronnen worden eerlijk verdeeld (verdeling taart)
actueel vb: overheid KIEST ERVOOR om veel geld te geven aan defensie, waardoor er minder
geld is voor andere zaken (zorgpremie, schooltoelages, … worden duurder)
→ door de taart in gelijke stukken te proberen verdelen, wordt ze kleiner
taartprincipe: als 1 stuk vergroot, zullen andere stukken moeten verkleinen
belangrijk!
- we maken keuzes en beslissingen
- goed inzicht in aantal eco principes is belangrijk
- omdat we zo problemen kunnen begrijpen en oplossen
- opportuniteitskosten: datgene wat je verliest door het andere te kiezen
economie: studie vh menselijk streven nr bevrediging van behoeften met behulp van schaarse
middelen (maximale behoeftebevrediging)
vb. ik wil nu een cola en ik heb 2 euro
keuzeprobleem: alles en iedereen wordt geconfronteerd met maken van keuzes
allocatievraagstuk (toebedelen van aantal middelen)
1.2 Welvaart en welzijn
welvaart = rijk / arm (als welvaart stijgt, neemt schaarste af) → de mate
waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen
voorzien
2
, publieke economie
welzijn = ben je gelukkig, niet bepaald door welvaart (je kan porsche
hebben maar niet gelukkig zijn) → heeft dus niet te maken met schaarse
middelen
Verband tussen welzijn en welvaart?
Gevoel van welzijn neemt toe met de welvaart, maar steeds minder en minder. iemand die arm
is en meer welvaart kent, wordt daardoor snel gelukkiger
iemand die al veel heeft, weinig of niet gelukkiger wordt
Correlatie tussen welvaart en welzijn in westerse wereld heel zwak
1.3 De ceteris paribus-clausule
= een welbepaald economisch verschijnsel
De ceteris paribus-clausule betekent dat je naar 1 ding / variabele tegelijk kijkt.
Je onderzoekt bijvoorbeeld wat er gebeurt met de vraag naar brood als de prijs verandert,
terwijl je doet alsof alle andere zaken (zoals inkomen, voorkeuren of prijzen andere producten)
hetzelfde blijven. (als prijs stijgt, zal vraag dalen)
1.4 Economische principes
de tien economische principes
● 4 principes van individuele beslissingen
○ mensen moeten keuzes maken: kiezen is verliezen
○ kosten van iets worden bepaald door opportuniteitskosten
○ rationele mensen denken in marge (vb. kosten met voordelen vergelijken)
○ mensen reageren op prikkels (beslissingen zullen veranderen)
● 3 principes van hoe mensen met elkaar omgaan
○ handel kan in ieders belang zijn (meer aanbod voor lagere prijs)
○ markten zijn vaak goede manier om eco. activiteit te organiseren (invisible hand)
○ overheden kunnen resultaten vd markt soms verbeteren (anders marktfalen)
● 3 principes van hoe de economie als geheel werkt
○ levensstandaard land hangt af van mate productie producten en diensten
○ prijzen stijgen als overheid te veel geld drukt
○ afweging inflatie en werkloosheid (op korte termijn)
1.5 Vraag en aanbod
1.5.1 Markten
kopers en verkopers die samenkomen voor een bepaald product / bepaalde dienst.
3
Deel 1 - De consument en de
producent
, publieke economie
Deel 1 - De consument en de producent
1.1 Doel economische wetenschap
theorie
economie = studie vh welvaartstreven vd mens / “iemand die een huishouden leidt”
1. productie van goederen en diensten
2. verdeling van deze goederen en diensten
economie = wetenschap die zich toelegt op het besturen van keuzeproblemen
➡️
we streven naar welvaart, leven = keuzes maken (het ene wel, het andere niet)
het keuzeprobleem bestaat omdat we een rationeel denkende en handelende mens zijn (ratio).
wij zullen mensen ondersteunen die een minder goede ratio hebben. vb. voor- en nadelen
afwegen, kosten en baten afwegen, beslissingen nemen, …
“homo economicus hypothese” = omdat we keuzes maken obv de ratio
het keuzeprobleem
● met de gegeven middelen
● maximale behoeftebevrediging bereiken (“ik heb 2 euro, cola of ijsje?”)
● met andere woorden het economisch principe
● weerslag (grote impact) op grote groepen
○ vb. beslissing overheid kan grote invloed hebben op veel soorten mensen
● weerslag op hele wereldbevolking
○ vb. meer geld voor defensie heeft invloed op groot niveau
● weerslag op dagelijkse
1. soorten behoeften (behoeften zijn subjectief en veelvuldig)
1. primaire (levensnoodzakelijke) en niet-primaire behoeften
● streeft eerst primaire behoeften na, vb. voedsel, onderdak, veiligheid
● daarna niet-primaire behoeften, vb. luxegoederen, reizen
2. materiële (tastbare) en immateriële (zorg, onderwijs) behoeften
● materieel = tastbare goederen
● immaterieel = dienstverlening
3. individuele (voeding, kleding) en collectieve (wegen, onderwijs) behoeften
● individuele behoeften zijn subjectiever
● collectieve behoefte: veiligheid, rechtspraak, …
1
, publieke economie
2. schaarse middelen (schaarstehypothese) = niet zeldzaam
“met de middelen die we hebben, kunnen we niet alles krijgen wat we willen”
“als het gratis zou zijn, zou er tekort zijn” we zitten hier, dus we kunnen niet nr Bahamas”
denk vb aan strandstoelen, moest het gratis zijn, zouden er te kort zijn
3. keuzeprobleem
afhankelijk van het nut (vb maximale bevrediging van cola)
efficiëntie vs rechtvaardigheid
● efficiëntie = maximale uit schaarse middelen halen (grootte taart)
● rechtvaardigheid = voordelen van bronnen worden eerlijk verdeeld (verdeling taart)
actueel vb: overheid KIEST ERVOOR om veel geld te geven aan defensie, waardoor er minder
geld is voor andere zaken (zorgpremie, schooltoelages, … worden duurder)
→ door de taart in gelijke stukken te proberen verdelen, wordt ze kleiner
taartprincipe: als 1 stuk vergroot, zullen andere stukken moeten verkleinen
belangrijk!
- we maken keuzes en beslissingen
- goed inzicht in aantal eco principes is belangrijk
- omdat we zo problemen kunnen begrijpen en oplossen
- opportuniteitskosten: datgene wat je verliest door het andere te kiezen
economie: studie vh menselijk streven nr bevrediging van behoeften met behulp van schaarse
middelen (maximale behoeftebevrediging)
vb. ik wil nu een cola en ik heb 2 euro
keuzeprobleem: alles en iedereen wordt geconfronteerd met maken van keuzes
allocatievraagstuk (toebedelen van aantal middelen)
1.2 Welvaart en welzijn
welvaart = rijk / arm (als welvaart stijgt, neemt schaarste af) → de mate
waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in hun behoeften kunnen
voorzien
2
, publieke economie
welzijn = ben je gelukkig, niet bepaald door welvaart (je kan porsche
hebben maar niet gelukkig zijn) → heeft dus niet te maken met schaarse
middelen
Verband tussen welzijn en welvaart?
Gevoel van welzijn neemt toe met de welvaart, maar steeds minder en minder. iemand die arm
is en meer welvaart kent, wordt daardoor snel gelukkiger
iemand die al veel heeft, weinig of niet gelukkiger wordt
Correlatie tussen welvaart en welzijn in westerse wereld heel zwak
1.3 De ceteris paribus-clausule
= een welbepaald economisch verschijnsel
De ceteris paribus-clausule betekent dat je naar 1 ding / variabele tegelijk kijkt.
Je onderzoekt bijvoorbeeld wat er gebeurt met de vraag naar brood als de prijs verandert,
terwijl je doet alsof alle andere zaken (zoals inkomen, voorkeuren of prijzen andere producten)
hetzelfde blijven. (als prijs stijgt, zal vraag dalen)
1.4 Economische principes
de tien economische principes
● 4 principes van individuele beslissingen
○ mensen moeten keuzes maken: kiezen is verliezen
○ kosten van iets worden bepaald door opportuniteitskosten
○ rationele mensen denken in marge (vb. kosten met voordelen vergelijken)
○ mensen reageren op prikkels (beslissingen zullen veranderen)
● 3 principes van hoe mensen met elkaar omgaan
○ handel kan in ieders belang zijn (meer aanbod voor lagere prijs)
○ markten zijn vaak goede manier om eco. activiteit te organiseren (invisible hand)
○ overheden kunnen resultaten vd markt soms verbeteren (anders marktfalen)
● 3 principes van hoe de economie als geheel werkt
○ levensstandaard land hangt af van mate productie producten en diensten
○ prijzen stijgen als overheid te veel geld drukt
○ afweging inflatie en werkloosheid (op korte termijn)
1.5 Vraag en aanbod
1.5.1 Markten
kopers en verkopers die samenkomen voor een bepaald product / bepaalde dienst.
3