Hoorcolleges Burgerlijk Recht w7 tm 13
Inhoudsopgave
Week 7:......................................................................................................................................................... 1
Week 8:......................................................................................................................................................... 4
Week 9:......................................................................................................................................................... 7
Week 10:..................................................................................................................................................... 10
Week 11:..................................................................................................................................................... 15
Week 12:..................................................................................................................................................... 20
Week 13: Responsiecollege.......................................................................................................................... 25
Week 7:
Goederenrecht in het BW
Privaatrecht
- Personenrecht (boek 1 en 2 BW)
- Vermogensrecht (boek 3,5,6,7,7A BW)
Verbintenissenrecht (boek 3,6,7,7A BW)
Goederenrecht (boek 3 en 5 BW)
Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten (art. 3:1 BW)
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW)
dieren zijn geen zaken art. 3:2a BW
Vermogensrechten
- Elementen
Overdraagbaar of stoffelijk voordeel verschaffend of verkregen in ruil voor stoffelijk
voordeel
- Voorbeelden:
Geldvordering (lening)
Beperkt recht, bijv. vruchtgebruik, erfpacht
Recht van bewoning (art. 3:226 BW, niet overdraagbaar, wel stoffelijk voordeel)
Intellectuele eigendomsrechten, bijv. auteursrecht
Data en digitale objecten, bijv. muziekbestanden
Eigendom
‘Het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben’ : art. 5:1 lid 1 BW
Naar analogie: ‘rechthebbende’ op een goed
Absolute en relatieve rechten
- Eigendom is een absoluut recht (of: zakelijk recht)
Tegen een ieder inroepbaar
De eigenaar is vrij het goed te gebruiken en erover te beschikken (art. 5:1 lid 2 BW)
Recht van revindicatie (art. 5:2 BW)
- Verbintenissen zijn relatieve rechten (of: persoonlijke rechten)
,HR Blaauboer/ Berlips
- Hoge Raad 3 maart 1905
- Derdenbeding art. 1354 BW (oud)
- Berlips verkocht naastliggende percelen aan Blaauboer en Kloots met belofte de
tussenliggende weg op te hogen en te bestraten
- Weduwe Maks koopt deze weg – is zij verplicht de verbintenis tot ophogen en bestraten na te
komen?
- ‘Men wordt verondersteld bedongen te hebben voor zich zelven, en voor zijne erfgenamen
en regtverkrijgenden, ten ware het tegendeel uitdrukkelijk bepaald zij, of uit den aard der
overeenkomst mogt voorvloeijen: art. 1354 BW (oud)
- Hoge Raad: ‘bedongen te hebben’ staat niet gelijk aan ‘verbonden hebben’
Ofwel: een partij kan de rechtsopvolger onder bijzondere titel niet binden zonder diens
toestemming onderscheid tussen persoonlijke en zakelijke rechten
Beperkte rechten: art. 3:8 BW van moederrecht afgesplitst
- Gesloten systeem
- Alleen op zaken boek 5 en op ander goederen boek 3
Roerend en onroerend: art. 3:3 BW
- HR Portacabin: roerend of onroerend
- Art. 3:3 lid 1 BW: de grond (…) en de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd
- Rabobank: ik heb een hypotheekrecht, want de zaak is onroerend
- Ontvanger: nee, je hebt geen hypotheekrecht, want de zaak is roerend valt onder
executoriaal beslag
Onroerend – criterium?
Hoge Raad:
- Naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven
- Niet van belang: technische mogelijkheid tot verplaatsen
- Letten op
I) Bedoeling van bouwer/ opdrachtgever (subjectief)
II) Voor zover deze naar buiten toe kenbaar is (objectief), en
III) Verkeersopvattingen
portacabin is onroerend
Registergoederen
- Art. 3:10 BW: voor overdracht of vestiging is inschrijving in openbare registers nodig
- Alle onroerende zaken zijn registergoederen (art. 3: 89 lid 1 BW)
- Kleine categorie roerende zaken: te boek gestelde schepen en te boek gestelde
luchtvaarschepen
- Vermogensrechten die registergoederen zijn: bijv. erfpachtrecht en hypotheekrecht
Zaaksgevolg (droit de suite)
- Eigendom blijft op de zaak rusten, waar die zich ook maar bevindt
Art. 5:2 eigenaar kan zaak van iedereen terugvorderen
Revindicatie
Uitzonderingen
- Beperkt recht volgt de zaak
Beschikkingsbevoegdheid
- Nemo plus-beginsel: niemand kan meer rechten overdragen dan hij zelf heeft
, - Indien een beperkt recht is gevestigd op een goed, is de beschikkingsbevoegd van een
vreemde goed
Prioriteitsbeginsel
- Indien een goed is belast met meerdere beperkte rechten geldt: het oudere beperkte recht
gaat voor
Voorbeeld: huis belast met recht van vruchtgebruik en recht van hypotheek
Stel, lening wordt niet voldaan en hypotheekhouder gaat over tot uitwinning
Welke gevolgen heeft de eerdere vestiging van het recht van vruchtgebruik
En wat zou de uitkomst zijn indien het recht van vruchtgebruik op een later moment
was gevestigd dan het recht van hypotheek?
Eenheidsbeginsel
- Eigendom en beperkte rechten alleen mogelijk van/ op complete zaak
Wel: huis, fiets
Niet: slechts één kamer in huis of zadel op fiets
- Art. 5:3 BW eigenaar van de zaak is eigenaar van al haar bestanddelen
HR Dépex/ Curatoren
- Dépex: eigendomsvoorbehoud dus wij kunnen apparatuur revindiceren!
- Curatoren Bergel: apparatuur is bestanddeel van fabriek
- Gerechtshof Arnhem: bij de beantwoording van de vraag of volgens verkeersopvatting de
onderhavige apparatuur en bestanddeel van de fabriek van Bergel uitmaakt, dient derhalve in
aanmerking te worden genomen dat het hier gaat om een farmaceutische fabriek.’
- Hoge Raad casseert: het gebouw is hier de hoofdzaak, niet de productie-inrichting
Moeten gebouw en appratuur naar verkeersopvatting als 1 zaak worden gezien?
‘bij beantwoording van de vraag of gebouw en apparatuur als 1 zaak moeten worden gezien
is constructieve afstemming een aanwijzing voor positieve beantwoording van die vraag ook
van belang of gebouw zonder appratuur als onvoltooid moet worden beschouwd
Bestanddelen
- Art. 3:4 BW bestanddeel:
Verkeersopvatting (lid 1)
Is zaak zonder het onderdeel incompleet? HR Dépex/ Curatoren Bergel
Hechte verbinding (lid 2)
losmaken niet mogelijk zonder beschadiging aan één van de zaken
Natrekking
- Een zaak wordt bestanddeel van de zaak van een ander
voorbeeld: zadel A wordt gemonteerd op fiets van B
- Art. 5:3 BW: eigenaar zaak wordt eigenaar van bestanddeel. Dit heet natrekking
- Vorm van eigendomsverkrijging
- Welke roerende zaak trekt welke na? art. 5:14 BW
- Natrekking door de grond art. 5:20 BW
HR Boom op erfgrens
- Stichting de Luwte: mijn boom. Ik ga kappen
- De van Veltens: ook onze boom. Kap met kappen
Eigenaar, bezitter en houder
- Eigenaar: van wie de zaak volgens het recht is
Bij andere goederen dan zaken: ‘rechthebbende’
Inhoudsopgave
Week 7:......................................................................................................................................................... 1
Week 8:......................................................................................................................................................... 4
Week 9:......................................................................................................................................................... 7
Week 10:..................................................................................................................................................... 10
Week 11:..................................................................................................................................................... 15
Week 12:..................................................................................................................................................... 20
Week 13: Responsiecollege.......................................................................................................................... 25
Week 7:
Goederenrecht in het BW
Privaatrecht
- Personenrecht (boek 1 en 2 BW)
- Vermogensrecht (boek 3,5,6,7,7A BW)
Verbintenissenrecht (boek 3,6,7,7A BW)
Goederenrecht (boek 3 en 5 BW)
Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten (art. 3:1 BW)
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW)
dieren zijn geen zaken art. 3:2a BW
Vermogensrechten
- Elementen
Overdraagbaar of stoffelijk voordeel verschaffend of verkregen in ruil voor stoffelijk
voordeel
- Voorbeelden:
Geldvordering (lening)
Beperkt recht, bijv. vruchtgebruik, erfpacht
Recht van bewoning (art. 3:226 BW, niet overdraagbaar, wel stoffelijk voordeel)
Intellectuele eigendomsrechten, bijv. auteursrecht
Data en digitale objecten, bijv. muziekbestanden
Eigendom
‘Het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben’ : art. 5:1 lid 1 BW
Naar analogie: ‘rechthebbende’ op een goed
Absolute en relatieve rechten
- Eigendom is een absoluut recht (of: zakelijk recht)
Tegen een ieder inroepbaar
De eigenaar is vrij het goed te gebruiken en erover te beschikken (art. 5:1 lid 2 BW)
Recht van revindicatie (art. 5:2 BW)
- Verbintenissen zijn relatieve rechten (of: persoonlijke rechten)
,HR Blaauboer/ Berlips
- Hoge Raad 3 maart 1905
- Derdenbeding art. 1354 BW (oud)
- Berlips verkocht naastliggende percelen aan Blaauboer en Kloots met belofte de
tussenliggende weg op te hogen en te bestraten
- Weduwe Maks koopt deze weg – is zij verplicht de verbintenis tot ophogen en bestraten na te
komen?
- ‘Men wordt verondersteld bedongen te hebben voor zich zelven, en voor zijne erfgenamen
en regtverkrijgenden, ten ware het tegendeel uitdrukkelijk bepaald zij, of uit den aard der
overeenkomst mogt voorvloeijen: art. 1354 BW (oud)
- Hoge Raad: ‘bedongen te hebben’ staat niet gelijk aan ‘verbonden hebben’
Ofwel: een partij kan de rechtsopvolger onder bijzondere titel niet binden zonder diens
toestemming onderscheid tussen persoonlijke en zakelijke rechten
Beperkte rechten: art. 3:8 BW van moederrecht afgesplitst
- Gesloten systeem
- Alleen op zaken boek 5 en op ander goederen boek 3
Roerend en onroerend: art. 3:3 BW
- HR Portacabin: roerend of onroerend
- Art. 3:3 lid 1 BW: de grond (…) en de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn
verenigd
- Rabobank: ik heb een hypotheekrecht, want de zaak is onroerend
- Ontvanger: nee, je hebt geen hypotheekrecht, want de zaak is roerend valt onder
executoriaal beslag
Onroerend – criterium?
Hoge Raad:
- Naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven
- Niet van belang: technische mogelijkheid tot verplaatsen
- Letten op
I) Bedoeling van bouwer/ opdrachtgever (subjectief)
II) Voor zover deze naar buiten toe kenbaar is (objectief), en
III) Verkeersopvattingen
portacabin is onroerend
Registergoederen
- Art. 3:10 BW: voor overdracht of vestiging is inschrijving in openbare registers nodig
- Alle onroerende zaken zijn registergoederen (art. 3: 89 lid 1 BW)
- Kleine categorie roerende zaken: te boek gestelde schepen en te boek gestelde
luchtvaarschepen
- Vermogensrechten die registergoederen zijn: bijv. erfpachtrecht en hypotheekrecht
Zaaksgevolg (droit de suite)
- Eigendom blijft op de zaak rusten, waar die zich ook maar bevindt
Art. 5:2 eigenaar kan zaak van iedereen terugvorderen
Revindicatie
Uitzonderingen
- Beperkt recht volgt de zaak
Beschikkingsbevoegdheid
- Nemo plus-beginsel: niemand kan meer rechten overdragen dan hij zelf heeft
, - Indien een beperkt recht is gevestigd op een goed, is de beschikkingsbevoegd van een
vreemde goed
Prioriteitsbeginsel
- Indien een goed is belast met meerdere beperkte rechten geldt: het oudere beperkte recht
gaat voor
Voorbeeld: huis belast met recht van vruchtgebruik en recht van hypotheek
Stel, lening wordt niet voldaan en hypotheekhouder gaat over tot uitwinning
Welke gevolgen heeft de eerdere vestiging van het recht van vruchtgebruik
En wat zou de uitkomst zijn indien het recht van vruchtgebruik op een later moment
was gevestigd dan het recht van hypotheek?
Eenheidsbeginsel
- Eigendom en beperkte rechten alleen mogelijk van/ op complete zaak
Wel: huis, fiets
Niet: slechts één kamer in huis of zadel op fiets
- Art. 5:3 BW eigenaar van de zaak is eigenaar van al haar bestanddelen
HR Dépex/ Curatoren
- Dépex: eigendomsvoorbehoud dus wij kunnen apparatuur revindiceren!
- Curatoren Bergel: apparatuur is bestanddeel van fabriek
- Gerechtshof Arnhem: bij de beantwoording van de vraag of volgens verkeersopvatting de
onderhavige apparatuur en bestanddeel van de fabriek van Bergel uitmaakt, dient derhalve in
aanmerking te worden genomen dat het hier gaat om een farmaceutische fabriek.’
- Hoge Raad casseert: het gebouw is hier de hoofdzaak, niet de productie-inrichting
Moeten gebouw en appratuur naar verkeersopvatting als 1 zaak worden gezien?
‘bij beantwoording van de vraag of gebouw en apparatuur als 1 zaak moeten worden gezien
is constructieve afstemming een aanwijzing voor positieve beantwoording van die vraag ook
van belang of gebouw zonder appratuur als onvoltooid moet worden beschouwd
Bestanddelen
- Art. 3:4 BW bestanddeel:
Verkeersopvatting (lid 1)
Is zaak zonder het onderdeel incompleet? HR Dépex/ Curatoren Bergel
Hechte verbinding (lid 2)
losmaken niet mogelijk zonder beschadiging aan één van de zaken
Natrekking
- Een zaak wordt bestanddeel van de zaak van een ander
voorbeeld: zadel A wordt gemonteerd op fiets van B
- Art. 5:3 BW: eigenaar zaak wordt eigenaar van bestanddeel. Dit heet natrekking
- Vorm van eigendomsverkrijging
- Welke roerende zaak trekt welke na? art. 5:14 BW
- Natrekking door de grond art. 5:20 BW
HR Boom op erfgrens
- Stichting de Luwte: mijn boom. Ik ga kappen
- De van Veltens: ook onze boom. Kap met kappen
Eigenaar, bezitter en houder
- Eigenaar: van wie de zaak volgens het recht is
Bij andere goederen dan zaken: ‘rechthebbende’