Verlich ngstechniek DEEL 1: Straling en licht
H1: Wat is licht en foto metrische grootheiden
Licht is belangrijk voor verschillende factoren zoals, leven, humeur, bedrijfsleven, studeren ect…. Licht
hee ook invloed op verschillende taken: Verhoogd de presta es, Je vermoeidheid daalt , je maakt
minder fouten en dit allemaal omdat er duidelijk licht is.
1.1 Wat is licht?
Licht is een energievorm zoals warmte-,radio-,televisiestraling.
Elektromagne sche straling breidt zicht rechtlijnig uit
Uv-straling< 380nm/ 380nm < menselijk oog < 780 nm / 780nm < infrarood
= elektromagne sche spectrum: kleur wordt bepaald door de frequen e
Naar rechts: golflengte neemt toe
Naar links: frequen e neemt toe
1.2 Fotometrie
1.2.1 Ooggevoeligheidscurve:
Is een curve waarvan een beeld is gevormd: door de dag zie je 556nm het grootst = geelgroen kleur.
In de nacht zie je blauw het best en de curve schui op naar links
,1.2.2 Foto metrische grootheden:
Lichtstroom: Uitgedrukt in lumen (Lm): Hoeveelheid licht die een bron uitzend in alle
rich ngen. Symbool:
Lichtsterkte: Uitgedrukt in Candela (Cd): Hoeveelheid licht die naar elke rich ng vertrekt. Je
kunt dit aflezen op een polaire diagram. Symbool: I = /w
- Polaire diagram: Lichtsterktediagram
Gee aan hoe de lichtsterkte verdeeld wordt in verschillende rich ngen. Zijn allemaal cirkels
met een snijpunt per 1000Lm. De verschillende rich ngen zijn
o C0-C180= dwarsvlak
o C45-C225 =vlak
o C90-C270 = langsvlak
o
- Armatuur bepaald de lichtsterkte hangt vooral af hoe de verlich ng is
o Direct = lampen schijnen naar beneden
o Indirect = verlich ng schijnt naar boven
o Gemend = Verlich ng schijnt naar beneden en boven
- De verdeling is ook een factor
o Extensieve verdeling: zeer breed en kort
o Intensieve verdeling: smal en lang
o Asymmetrische verdeling: random
Verlich ngssterkte: uitgedrukt in LUX (lm/m^2) of (lux). Dit is de hoeveelheid licht de ene
bepaald oppervlakte ontvangt. Symbool E = /A
Hangt af van welke taak er moet uitgevoerd worden. Voor precieze taken: Meer lux nodig.
Voorbeeld: Archief: 200 lux / Werkplek: 500 lux / Technische tekenlokaal: 750 lux
Meten met luxmeter
Luminan e: uitgedrukt in Cd/m^2. Grootheid voor helderheid van een oppervlak. Hoeveel
licht een voorwerp uitstraalt in een bepaalde rich ng/ eenheid van opp
, Verband tussen E en I (lux en candela): Verlich ngsterkte neemt af wanneer het oppervlak
steeds verder verwijderd is E = I/r^2
Onder een hoek veranderd de formule naar
1.2.3 mee oestellen:
Lichtstroom en lichtsterkte: Gebruikt met de bol van Ulrich of een goniophotometer
Verlich ngsterkte: luxmeter
o Meet op werkhoogte en onder normale omstandigheden ( 35°C in armatuur)
o Geen reflec es of schaduwen
o 1,5m snoer aan de sensoren: vermijd personen
o Sensor afdekken bij opbergen
lumina e camera
1.2.4 Bijkomende begrippen Specifieke lichtstroom: Uitgestraalde lichtstroom/ opgenomen
vermogen (Lm/W)
Voorbeeld: gloeilamp van 60W en 710 Lumen 710/60 = 11,83 Lm/W
H2 Colorimetrie, meten van kleuren
2.1 Werking oog
Kleine ronde opening (pupil), daar komt licht door daarachter zit een lens die lichtstralen samenvoegt
en projecteert op achterwand. Daar zit netvlies aan gekoppeld= gevoelig en zenuwencellen reageren
op lichtprikkels. Deze worden naar hersenen overgebracht. Er is een gele vlek in het midden van het
netvlies: Fovea: hier ziet men scherp + kleuren weergeven.
2.1.1 soorten zenuwcellen:
1 Kegeltjes:
3 soorten: rood,groen,blauw.
Onderscheiden van kleuren
Zorgen voor sterke verlich ng dagzien / Fotopisch
Groot scherptezicht, waarnemingssnelheid, contrasten
2 Staa es:
Met veel meer zijkanten
1 type
Minder goede verlich ng/lich ntensiteit Nachtzien/scotopisch
Zwak scherptezicht, kleine snelheid van contrast,
Zwart, grijs, wit nten
2.1.2 Accommoda e: Het oog laat toe op verschillende afstanden scherp een voorwerp te zien.
ooglens boller of minder bol maken. Afstand vermeerderd mee met de lee ijd.
2.1.3 Adap e Lich nval vermindert, vergroot pupilopening. Dus als het donker is vergroot de
pupil.
H1: Wat is licht en foto metrische grootheiden
Licht is belangrijk voor verschillende factoren zoals, leven, humeur, bedrijfsleven, studeren ect…. Licht
hee ook invloed op verschillende taken: Verhoogd de presta es, Je vermoeidheid daalt , je maakt
minder fouten en dit allemaal omdat er duidelijk licht is.
1.1 Wat is licht?
Licht is een energievorm zoals warmte-,radio-,televisiestraling.
Elektromagne sche straling breidt zicht rechtlijnig uit
Uv-straling< 380nm/ 380nm < menselijk oog < 780 nm / 780nm < infrarood
= elektromagne sche spectrum: kleur wordt bepaald door de frequen e
Naar rechts: golflengte neemt toe
Naar links: frequen e neemt toe
1.2 Fotometrie
1.2.1 Ooggevoeligheidscurve:
Is een curve waarvan een beeld is gevormd: door de dag zie je 556nm het grootst = geelgroen kleur.
In de nacht zie je blauw het best en de curve schui op naar links
,1.2.2 Foto metrische grootheden:
Lichtstroom: Uitgedrukt in lumen (Lm): Hoeveelheid licht die een bron uitzend in alle
rich ngen. Symbool:
Lichtsterkte: Uitgedrukt in Candela (Cd): Hoeveelheid licht die naar elke rich ng vertrekt. Je
kunt dit aflezen op een polaire diagram. Symbool: I = /w
- Polaire diagram: Lichtsterktediagram
Gee aan hoe de lichtsterkte verdeeld wordt in verschillende rich ngen. Zijn allemaal cirkels
met een snijpunt per 1000Lm. De verschillende rich ngen zijn
o C0-C180= dwarsvlak
o C45-C225 =vlak
o C90-C270 = langsvlak
o
- Armatuur bepaald de lichtsterkte hangt vooral af hoe de verlich ng is
o Direct = lampen schijnen naar beneden
o Indirect = verlich ng schijnt naar boven
o Gemend = Verlich ng schijnt naar beneden en boven
- De verdeling is ook een factor
o Extensieve verdeling: zeer breed en kort
o Intensieve verdeling: smal en lang
o Asymmetrische verdeling: random
Verlich ngssterkte: uitgedrukt in LUX (lm/m^2) of (lux). Dit is de hoeveelheid licht de ene
bepaald oppervlakte ontvangt. Symbool E = /A
Hangt af van welke taak er moet uitgevoerd worden. Voor precieze taken: Meer lux nodig.
Voorbeeld: Archief: 200 lux / Werkplek: 500 lux / Technische tekenlokaal: 750 lux
Meten met luxmeter
Luminan e: uitgedrukt in Cd/m^2. Grootheid voor helderheid van een oppervlak. Hoeveel
licht een voorwerp uitstraalt in een bepaalde rich ng/ eenheid van opp
, Verband tussen E en I (lux en candela): Verlich ngsterkte neemt af wanneer het oppervlak
steeds verder verwijderd is E = I/r^2
Onder een hoek veranderd de formule naar
1.2.3 mee oestellen:
Lichtstroom en lichtsterkte: Gebruikt met de bol van Ulrich of een goniophotometer
Verlich ngsterkte: luxmeter
o Meet op werkhoogte en onder normale omstandigheden ( 35°C in armatuur)
o Geen reflec es of schaduwen
o 1,5m snoer aan de sensoren: vermijd personen
o Sensor afdekken bij opbergen
lumina e camera
1.2.4 Bijkomende begrippen Specifieke lichtstroom: Uitgestraalde lichtstroom/ opgenomen
vermogen (Lm/W)
Voorbeeld: gloeilamp van 60W en 710 Lumen 710/60 = 11,83 Lm/W
H2 Colorimetrie, meten van kleuren
2.1 Werking oog
Kleine ronde opening (pupil), daar komt licht door daarachter zit een lens die lichtstralen samenvoegt
en projecteert op achterwand. Daar zit netvlies aan gekoppeld= gevoelig en zenuwencellen reageren
op lichtprikkels. Deze worden naar hersenen overgebracht. Er is een gele vlek in het midden van het
netvlies: Fovea: hier ziet men scherp + kleuren weergeven.
2.1.1 soorten zenuwcellen:
1 Kegeltjes:
3 soorten: rood,groen,blauw.
Onderscheiden van kleuren
Zorgen voor sterke verlich ng dagzien / Fotopisch
Groot scherptezicht, waarnemingssnelheid, contrasten
2 Staa es:
Met veel meer zijkanten
1 type
Minder goede verlich ng/lich ntensiteit Nachtzien/scotopisch
Zwak scherptezicht, kleine snelheid van contrast,
Zwart, grijs, wit nten
2.1.2 Accommoda e: Het oog laat toe op verschillende afstanden scherp een voorwerp te zien.
ooglens boller of minder bol maken. Afstand vermeerderd mee met de lee ijd.
2.1.3 Adap e Lich nval vermindert, vergroot pupilopening. Dus als het donker is vergroot de
pupil.