VWO. Hoofdstuk 1. Schaarste en welvaart
1.1 Inkomen en welvaart
Opgave 1.1
a J, b. OJ meer factoren beinvloeden welvaart c. OJ reëel = nominaal gecorrigeerd voor
inflatie, d. J
Opgave 1.2
a. VS scoort hoger bij scholing en levensverwachting
b. Nee. Welvaart is subjectief en hangt ook van de behoeften af.
Opgave 1.3
a. Jan: + 2,6% Piet: -20,5% Joris: 0% Corneel: - 1,3%
b. 2,15%
c. €18.017,86
d. Behoeften en middelen (inkomen) onbekend
e. Hafa. Britannica: prijzen ↑ > inkomen↑. Tusmenie: inkomen ↑ en prijzen↓
f. 1,83%
g. -1,9%
Opgave 1.4
a. % ↑ prijspeil > % ↑ loon
b. klopt
c. 3,85%
Opgave 1.5
a. €33.650
b. index inkomen 103,3 en van prijspeil 106,1 → reëel inkomen -2,6%
Opgave 1.6
- % ↓ behoeften = %↓ koopkracht (onwaarschijnlijk)
- belasting gebruikt voor betere wegen onderwijs e.d. waar mensen behoefte aan hebben
1.2 Schaarste en kiezen
Opgave 1.7
a. J b. J c. OJ
Opgave 1.8
a. Gesloten € 175 Open: kinderen niet zien
b. Kinderen zien belangrijker dan € 175
c. OJ, OJ, OJ
d. €15
e. € 30
f. Achter de bar staan heeft laagste opofferingskosten
g. Belastingverlaging belangrijker dan opofferingskosten: kwaliteits↓ zorg en onderwijs
Opgave 1.9
a. Max 30 bioscoopjes of 6 kledingstukken
b. 5
Opgave 1.10
a. q2 = -0,5q1 +10
1.1 Inkomen en welvaart
Opgave 1.1
a J, b. OJ meer factoren beinvloeden welvaart c. OJ reëel = nominaal gecorrigeerd voor
inflatie, d. J
Opgave 1.2
a. VS scoort hoger bij scholing en levensverwachting
b. Nee. Welvaart is subjectief en hangt ook van de behoeften af.
Opgave 1.3
a. Jan: + 2,6% Piet: -20,5% Joris: 0% Corneel: - 1,3%
b. 2,15%
c. €18.017,86
d. Behoeften en middelen (inkomen) onbekend
e. Hafa. Britannica: prijzen ↑ > inkomen↑. Tusmenie: inkomen ↑ en prijzen↓
f. 1,83%
g. -1,9%
Opgave 1.4
a. % ↑ prijspeil > % ↑ loon
b. klopt
c. 3,85%
Opgave 1.5
a. €33.650
b. index inkomen 103,3 en van prijspeil 106,1 → reëel inkomen -2,6%
Opgave 1.6
- % ↓ behoeften = %↓ koopkracht (onwaarschijnlijk)
- belasting gebruikt voor betere wegen onderwijs e.d. waar mensen behoefte aan hebben
1.2 Schaarste en kiezen
Opgave 1.7
a. J b. J c. OJ
Opgave 1.8
a. Gesloten € 175 Open: kinderen niet zien
b. Kinderen zien belangrijker dan € 175
c. OJ, OJ, OJ
d. €15
e. € 30
f. Achter de bar staan heeft laagste opofferingskosten
g. Belastingverlaging belangrijker dan opofferingskosten: kwaliteits↓ zorg en onderwijs
Opgave 1.9
a. Max 30 bioscoopjes of 6 kledingstukken
b. 5
Opgave 1.10
a. q2 = -0,5q1 +10