Didactiek van de lerarenopleiding
Les 1
“All you have to do to be a good teacher is to love to teach…”
● niet akkoord
● leeft wel in de publieke opinie: ‘je hebt niet veel nodig om leraar te zijn’
● = “anybody who believes that all you have to do to be a good teacher is to love to
teach also has to believe that all you have to do to become a good surgeon is to love
to cut”
● (A. Urbanski, Vice President – American Federation of Teachers, 1946)
Didactiek =
● methoden, materialen, doelen, inhouden,...
● doel van de didactiek:
○ algemene didactiek
○ vak-didactiek
● = de wetenschapsdisciplines die zich bezighoudt met de vraag HOE kennis,
vaardigheden en attitudes door een leerkracht kunnen worden overgedragen aan
leerlingen
● = didactiek gaat over het professioneel handelen van de leraar. Het is de theorie van
kennisoverdracht, aanleren van vaardigheden en inzicht. Daarbij staat de vraag
centraal hoe de leraar ervoor zorgt dat de leerling leert.
● didactische driehoek: leraar, leerstof, leerling
○ focus op leraar
○ tegenpool: hoe leren leerlingen, want ‘ik wil dat leerlingen bijleren’
■ Hebben de leerlingen iets geleerd?
Lerarenopleiding
Centrale thema’s?
1. tot welke soort leraar leiden we op?
a. Wat is een goede leraar? (criteria)
b. Wie bepaalt dit?
2. Hoe goede leraren opleiden?
a. Theoretische modellen (paradigma’s)
b. Werkvormen/procedures
c. Pedagogical content knowledge
3. De praktijkopleiding (stage)
4. de professionalisering van de lerarenopleiding?
1
, Centraal thema 1
Tot welke soort leraar leiden we op?
● Wat is een goede leraar? (criteria)
● Wie bepaalt dit?
Vroegere motivatie:
● op veilig spelen (-)
● passie voor het onderwerp (+)
● passie voor de jongeren (+)
→ Heeft ook te maken met het maatschappelijk beeld. In Finland zijn alle leraren
masters.
Waarin verschilt een leraar van een lerarenopleider?
● doelgroep
● leerstof
○ opleider: hoe ga je overbrengen? bewustzijn van wat er in de klas gebeurd?
■ onderwerp: lesgeven, didactief, overbrengen van biologie, leraar zijn
○ leraar:
■ onderwerp: biologie
Moet je eerst leraar zijn om een “goede” lerarenopleider te worden?
● geloofwaardigheid
In vergelijking met hoe mijn (groot)ouders les kregen…
Is er …(niet/wel) veel veranderd in het onderwijs
● technologie, tafelgroepen,... → pandemie heeft er veel mee te maken
○ Is de lerarenopleiding mee veranderd? (bv. m.b.t. de technologie)
● gewijzigde rol van de leraar
○ welk doel wil in bereiken? als designer, ontwerper
○ eerder dan lesgever
● Is de leraar nog nodig?
2
, Apprentenceship of observation
leren observeren, stage in observatie
● Lortie (1975), Schoolteacher
● leerlingen hebben meer dan 13.000 uren in klas doorgebracht voor ze afstuderen,
dus…..
○ daarom heeft iedereen het idee dat het moeilijk is, want iedereen heeft het al
zoveel gezien
● “toekomstige leraren onderwijzen, zoals ze zelf onderricht gekregen hebben” (leraar
worden = imiteren?)
○ daarom moeilijk om dingen te veranderen
○ zie kritiek!
● iedereen die aan lerarenopleiding begint, heeft een beeld van (handelen) van een
goede leraar
● Hoe volledig is dit beeld?
→ kan ook zorgen voor evalueren, reflecteren
→ belangrijk om bij startende leraren op te vragen wat het is om een goede
leraar te zijn: “wat is voor mij een goede leraar” → opvragen wat uw eigen
beelden zijn om die beelden dan te bevragen
Kritiek op Lortie:
→ Mewborn & Tyminski (2006)
● welke kritiek geven Mewborn & Tyminski op Lortie’s “apprenticeship of observation”?
● Hoe onderbouwen ze deze kritiek?
● wat zijn de gevolgen voor de lerarenopleiding?
○ imitatieleren (aapjes)
○ uitwendig observeerbaar → Lortie zegt dit
■ bv. ik sta rechtop want dat geeft meer autoriteit → wat de
leraren doen, heeft altijd een bepaalde reden
○ reflectie op kritische incidenten
■ niet altijd imiteren, maar reflecteren
● oordeel maken over ‘zo wil ik het doen’ en ‘zo wil ik het niet
doen’
● eigen oordeel vormen en het anders doen
Opdracht: (gebruikt in de lerarenopleiding)
● denk terug aan een positieve/negatieve ervaring met een leraar…
○ Wat maakt dat dit een positieve/negatieve ervaring was?
○ Welke “kwaliteit” (kenmerk, competentie, persoonlijkheid…) had deze leraar
wel/niet?
○ (hoe?) kan deze “kwaliteit” aangeleerd worden?
3
, CBTE: competence based teacher education
competentiegericht leraren opleiden
Competentie
= iets wat je hebt en blijkt pas als je het uitvoert
● kenmerkend: geheel van kennis, vaardigheden en attitudes (houding van hoe je in de
wereld staat, bv. op tijd komen)
= een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en attitudes om een taak, een bepaald
beroep, functie uit te oefenen.
voor leerkrachten: omschreven wat competenties moeten zijn
In Struyven, De Meyst, 2010 p. 1496
● evolutie
● eerst: ability to do, reductionistisch, behavioristisch
● dan/nu: holistisch, integratie van kennis, vaardigheden en attitudes, capability to
handles problems in practice
Voordelen CBTE
1. demystificatie TE (opheldering, transparanter maken)
2. duidelijkere rol voor opleiding
3. duidelijker wat van beginnende leraar verwacht wordt
4. duidelijkere doelen voor studeren
Beroepsprofiel/basiscompetenties → allemaal te kennen!
● functionele gebieden (kennis en vaardigheden)
○ 10 stuks (bovenste 4 de belangrijkste)
○ microniveau
1. begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (microniveau)
2. opvoeder (microniveau)
3. inhoudelijk expert (microniveau)
4. organisator (microniveau)
● mesoniveau
5. innovator/onderzoeker (mesoniveau)
6. partner van ouders/verzorgers (mesoniveau)
7. lid van een schoolteam (mesoniveau)
● macroniveau
8. partner van externen (macroniveau)
9. lid onderwijsgemeenschap (macroniveau)
10. cultuurparticipant: Kerstmis, Islamitisch,... (macroniveau)
4
Les 1
“All you have to do to be a good teacher is to love to teach…”
● niet akkoord
● leeft wel in de publieke opinie: ‘je hebt niet veel nodig om leraar te zijn’
● = “anybody who believes that all you have to do to be a good teacher is to love to
teach also has to believe that all you have to do to become a good surgeon is to love
to cut”
● (A. Urbanski, Vice President – American Federation of Teachers, 1946)
Didactiek =
● methoden, materialen, doelen, inhouden,...
● doel van de didactiek:
○ algemene didactiek
○ vak-didactiek
● = de wetenschapsdisciplines die zich bezighoudt met de vraag HOE kennis,
vaardigheden en attitudes door een leerkracht kunnen worden overgedragen aan
leerlingen
● = didactiek gaat over het professioneel handelen van de leraar. Het is de theorie van
kennisoverdracht, aanleren van vaardigheden en inzicht. Daarbij staat de vraag
centraal hoe de leraar ervoor zorgt dat de leerling leert.
● didactische driehoek: leraar, leerstof, leerling
○ focus op leraar
○ tegenpool: hoe leren leerlingen, want ‘ik wil dat leerlingen bijleren’
■ Hebben de leerlingen iets geleerd?
Lerarenopleiding
Centrale thema’s?
1. tot welke soort leraar leiden we op?
a. Wat is een goede leraar? (criteria)
b. Wie bepaalt dit?
2. Hoe goede leraren opleiden?
a. Theoretische modellen (paradigma’s)
b. Werkvormen/procedures
c. Pedagogical content knowledge
3. De praktijkopleiding (stage)
4. de professionalisering van de lerarenopleiding?
1
, Centraal thema 1
Tot welke soort leraar leiden we op?
● Wat is een goede leraar? (criteria)
● Wie bepaalt dit?
Vroegere motivatie:
● op veilig spelen (-)
● passie voor het onderwerp (+)
● passie voor de jongeren (+)
→ Heeft ook te maken met het maatschappelijk beeld. In Finland zijn alle leraren
masters.
Waarin verschilt een leraar van een lerarenopleider?
● doelgroep
● leerstof
○ opleider: hoe ga je overbrengen? bewustzijn van wat er in de klas gebeurd?
■ onderwerp: lesgeven, didactief, overbrengen van biologie, leraar zijn
○ leraar:
■ onderwerp: biologie
Moet je eerst leraar zijn om een “goede” lerarenopleider te worden?
● geloofwaardigheid
In vergelijking met hoe mijn (groot)ouders les kregen…
Is er …(niet/wel) veel veranderd in het onderwijs
● technologie, tafelgroepen,... → pandemie heeft er veel mee te maken
○ Is de lerarenopleiding mee veranderd? (bv. m.b.t. de technologie)
● gewijzigde rol van de leraar
○ welk doel wil in bereiken? als designer, ontwerper
○ eerder dan lesgever
● Is de leraar nog nodig?
2
, Apprentenceship of observation
leren observeren, stage in observatie
● Lortie (1975), Schoolteacher
● leerlingen hebben meer dan 13.000 uren in klas doorgebracht voor ze afstuderen,
dus…..
○ daarom heeft iedereen het idee dat het moeilijk is, want iedereen heeft het al
zoveel gezien
● “toekomstige leraren onderwijzen, zoals ze zelf onderricht gekregen hebben” (leraar
worden = imiteren?)
○ daarom moeilijk om dingen te veranderen
○ zie kritiek!
● iedereen die aan lerarenopleiding begint, heeft een beeld van (handelen) van een
goede leraar
● Hoe volledig is dit beeld?
→ kan ook zorgen voor evalueren, reflecteren
→ belangrijk om bij startende leraren op te vragen wat het is om een goede
leraar te zijn: “wat is voor mij een goede leraar” → opvragen wat uw eigen
beelden zijn om die beelden dan te bevragen
Kritiek op Lortie:
→ Mewborn & Tyminski (2006)
● welke kritiek geven Mewborn & Tyminski op Lortie’s “apprenticeship of observation”?
● Hoe onderbouwen ze deze kritiek?
● wat zijn de gevolgen voor de lerarenopleiding?
○ imitatieleren (aapjes)
○ uitwendig observeerbaar → Lortie zegt dit
■ bv. ik sta rechtop want dat geeft meer autoriteit → wat de
leraren doen, heeft altijd een bepaalde reden
○ reflectie op kritische incidenten
■ niet altijd imiteren, maar reflecteren
● oordeel maken over ‘zo wil ik het doen’ en ‘zo wil ik het niet
doen’
● eigen oordeel vormen en het anders doen
Opdracht: (gebruikt in de lerarenopleiding)
● denk terug aan een positieve/negatieve ervaring met een leraar…
○ Wat maakt dat dit een positieve/negatieve ervaring was?
○ Welke “kwaliteit” (kenmerk, competentie, persoonlijkheid…) had deze leraar
wel/niet?
○ (hoe?) kan deze “kwaliteit” aangeleerd worden?
3
, CBTE: competence based teacher education
competentiegericht leraren opleiden
Competentie
= iets wat je hebt en blijkt pas als je het uitvoert
● kenmerkend: geheel van kennis, vaardigheden en attitudes (houding van hoe je in de
wereld staat, bv. op tijd komen)
= een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en attitudes om een taak, een bepaald
beroep, functie uit te oefenen.
voor leerkrachten: omschreven wat competenties moeten zijn
In Struyven, De Meyst, 2010 p. 1496
● evolutie
● eerst: ability to do, reductionistisch, behavioristisch
● dan/nu: holistisch, integratie van kennis, vaardigheden en attitudes, capability to
handles problems in practice
Voordelen CBTE
1. demystificatie TE (opheldering, transparanter maken)
2. duidelijkere rol voor opleiding
3. duidelijker wat van beginnende leraar verwacht wordt
4. duidelijkere doelen voor studeren
Beroepsprofiel/basiscompetenties → allemaal te kennen!
● functionele gebieden (kennis en vaardigheden)
○ 10 stuks (bovenste 4 de belangrijkste)
○ microniveau
1. begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (microniveau)
2. opvoeder (microniveau)
3. inhoudelijk expert (microniveau)
4. organisator (microniveau)
● mesoniveau
5. innovator/onderzoeker (mesoniveau)
6. partner van ouders/verzorgers (mesoniveau)
7. lid van een schoolteam (mesoniveau)
● macroniveau
8. partner van externen (macroniveau)
9. lid onderwijsgemeenschap (macroniveau)
10. cultuurparticipant: Kerstmis, Islamitisch,... (macroniveau)
4