Accountancy: samenvatting
DEEL I: HET BOEKHOUDKUNDIG PROCES
1. Boekhouden: definitie en situering
Principes met betrekking tot fundamenten van de boekhouding:
Boekhoudkundige entiteit: gegevens moeten beperkt blijven tot activiteiten van de
onderneming zelf
Principe van de periodiciteit: alle rapporten moeten betrekking hebben op een vooraf bepaalde
periode, meestal de voorbije 12 maanden
Contuïteitsbeginsel (going concern): men gaat ervan uit dat de onderneming zal blijven
bestaan in komende boekjaar (andere waardering indien onderneming zal stoppen)
Kwantitatief: alleen gegevens die op een objectieve manier kwantificeerbaar zijn
Getrouw beeld (true & fair view)!!: jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het
vermogen, financiële positie en het resultaat van de onderneming
Principes m.b.t. de waarderingsregels:
Geldwaarde-uitdrukking: gegevens in monetaire termen omzetten (voorraad niet in
hoeveelheid, maar in waarde)
Historische kost: activa moeten worden gewaardeerd aan aanschaffingswaarde
Realisatieprincipe: opbrengst kan pas worden geboekt als de dienst of het goed geleverd is
Overeenstemmingsprincipe: wanneer men opbrengsten in specifieke periode opneemt, moeten
ook de kosten, die daaraan gelinkt zijn, ook in die periode worden opgenomen
Materialiteit: toegepast op alle niet-verwaarloosbare posten (niet tot op 10 cijfers na de
komma)
Voorzichtigheidsprincipe: kosten en schulden mogen niet onderschat worden, opbrengsten en
bezittingen mogen niet overdreven worden
Consistentie: boekhoudkundige keuzes mogen niet veranderd worden doorheen de tijd
Volledigheid (full disclosure): alle verrichtingen moeten worden geregistreerd
Compensatieverbod: “nuloperaties moeten worden opgenomen in de boekhouding”
Objectiviteitsbeginsel: alles moet zo objectief mogelijk worden geregistreerd
Principe van verantwoordingsstukken: voor alles een bewijsstuk leveren (bv. Facturen,
afschrijvingstabellen)
Realisatieprincipe en overeenstemmingsprincipe = toerekeningsprincipe
3 standaardmodellen:
Volledig model: grotere en al beursgenoteerde vennootschappen
Verkort model: kleine vennootschappen
Micromodel: micro-ondernemingen
Opm: KMO bestaat niet in Belgische wetgeving
, 2. Basisaspecten van boekhouden
Definities:
Staat van bezittingen en schulden balans
Opbrengsten en kosten resultatenrekening
Additionele informatie Toelichting
Jaarrekening:
periodieke synthese van de registratie
Enkelvoudig of geconsolideerd
Stelsels boekhouden:
Cameralistisch of kasboekhouden ~ cash-based accounting
Enkel boekhouden
Dubbel boekhouden: elke verrichting krijgt een tegenboeking
Uitgangspunten van dubbel boekhouden:
Dubbel Effect Principe (Dual Effect Principle): per boeking voor zelfde bedrag debiteren en
crediteren
Entiteitsbeginsel/zaaktheorie: de zaak is een zelfstandige eenheid met bezittingen en
schulden
de zaak
= zelfstandige eenheid met bezittingen (B) en schulden (S)
= onafhankelijk van eigenaar
Boekhouding over B en S van onderneming:
≠ over privévermogen eigenaar
≠ over andere organisatie/onderneming
Boekhoudkundige vergelijking (Accounting Equation Principle): Bezittingen (B) = Eigen
vermogen (Se) + Vreemd vermogen (Sd)
Zaak heeft B en S: gefinancierd met:
Eigen vermogen (Se): schuld tov eigenaars/eigen middelen
Vreemd vermogen (Sd): schuld tov derden
Balans = foto of momentopname van het vermogen of het patrimonium op een welbepaald
moment (exacte datum!)
Actief: Bezittingen (werkmiddelen) = aanwending van vermogen
Passief: Schulden (financieringsmiddelen) = oorsprong van vermogen
Moeten gelijk zijn
Activa geordend volgens liquiditeit: hoe snel terug omzetten naar geld
Passiva geordend volgens opeisbaarheid: hoe snel kunnen schuldeisers geld opvragen
Beginbalans (start boekhouding) = eindbalans vorig boekjaar OF oprichtingsbalans (indien
nieuwe onderneming)
Resultatenrekening: geeft netto-vermogenswijziging weer
Resultaat over bepaalde periode
Boekhoudkundige evenwicht verschuift van balans niveau naar globale boekhouding
Einde boekjaar: eindbalans terug in evenwicht door resultaattoewijzing
,3. Boeken in grootboek en journaal
Rekeningen: veranderingen in vermogensbestanddeel bijhouden (want te tijdrovend om na
elke verrichting nieuwe balans op te maken)
Rekening: chronoligsche cijferevolutie
Rekeningstelsel: geheel van rekeningen
MAR (Minimum Algemeen Rekningstelsel) met 8 klassen
Grootboek: verzameling alle rekeningen
Journaal: bestand waarin op chronologische volgorde gebeurtenissen worden genoteerd
volgens een geijkte formule
A) OPENING VAN HET BOEKJAAR: VERTREK VAN BEGINBALANS
STAP 1: Opening in het grootboek + Opening in het journaal
STAP 2: Vaste activa uitsplitsen in aanschaffingswaarde (.0) en geboekte afschrijvingen (.9)
Opening van grootboek: voor iedere balanspost rekeningen openen
Afschrijvingen: boekhoudkundig middel om last van uitgave te verdelen over meerdere jaren
Vaste activa met beperkte gebruiksduur (Oprichtingskosten, IMVA en MVA) die meerdere
jaren bijdragen tot de productie en de resultaatvorming
Nooit voor vaste activa met onbeperkte levensduur (terreinen) ➔ waardeverminderingen
Reden: overeenstemmingsprincipe EN uitgaven spreiden over economische levensduur
Gebeurt lineair: elk jaar zelfde bedrag afschrijven
Balansrekening 2X BW uitsplitsen in: 2X.0 AW en 2X.9 GA (komen in toelichting)
Geboekte afschrijvingen (of waardeverminderingen)
SAMENGEVAT:
, Boekwaarde VA uitsplitsen in aanschaffingswaarde (.0) en geboekte afschrijvingen (.9)
BW = AW – GA
Rek xx = rek xx.0 – rek xx.9
Sluiten openen openen
B) REGISTRATIE VAN TRANSACTIES TIJDENS HET BOEKJAAR
Registeren transacties
Actief ↑ Debiteren Passief ↑ Crediteren
Actief ↓ Crediteren Passief ↓ Debiteren
Kosten ↑ Debiteren Opbrengsten ↑ Crediteren
Kosten ↓ Crediteren Opbrengsten ↓ Debiteren
3 cycli:
Operationele cyclus:
Dagelijkse activiteiten (aankopen, verkopen, lonen, etc)
Werken met rekeningen: “Vorderingen < 1 jr”, “schulden < 1 jr”, “liquide middelen”,
“bedrijfsopbrengsten”, “bedrijfskosten”
BTW (belasting op de toegevoegde waarde): terugvorderbaar voor aankopen (499.1), verschuldigd
voor verkopen (499.9) wachtrekeningen (worden op einde boekjaar verrekend)
Investeringscyclus:
Investeringen op langere termijn
Werken met rekeningen: “oprichtingskosten”, “immateriële VA”, “financiële VA”
Financiële cyclus:
Wijze waarop onderneming wordt gefinancierd
Werken met rekeningen: “Kapitaal”, “Schulden > 1 jr”, “Schulden < 1 jr” passief
balans, “Financiële kosten” en “financiële opbrengsten” resultatenrekening
DEEL I: HET BOEKHOUDKUNDIG PROCES
1. Boekhouden: definitie en situering
Principes met betrekking tot fundamenten van de boekhouding:
Boekhoudkundige entiteit: gegevens moeten beperkt blijven tot activiteiten van de
onderneming zelf
Principe van de periodiciteit: alle rapporten moeten betrekking hebben op een vooraf bepaalde
periode, meestal de voorbije 12 maanden
Contuïteitsbeginsel (going concern): men gaat ervan uit dat de onderneming zal blijven
bestaan in komende boekjaar (andere waardering indien onderneming zal stoppen)
Kwantitatief: alleen gegevens die op een objectieve manier kwantificeerbaar zijn
Getrouw beeld (true & fair view)!!: jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het
vermogen, financiële positie en het resultaat van de onderneming
Principes m.b.t. de waarderingsregels:
Geldwaarde-uitdrukking: gegevens in monetaire termen omzetten (voorraad niet in
hoeveelheid, maar in waarde)
Historische kost: activa moeten worden gewaardeerd aan aanschaffingswaarde
Realisatieprincipe: opbrengst kan pas worden geboekt als de dienst of het goed geleverd is
Overeenstemmingsprincipe: wanneer men opbrengsten in specifieke periode opneemt, moeten
ook de kosten, die daaraan gelinkt zijn, ook in die periode worden opgenomen
Materialiteit: toegepast op alle niet-verwaarloosbare posten (niet tot op 10 cijfers na de
komma)
Voorzichtigheidsprincipe: kosten en schulden mogen niet onderschat worden, opbrengsten en
bezittingen mogen niet overdreven worden
Consistentie: boekhoudkundige keuzes mogen niet veranderd worden doorheen de tijd
Volledigheid (full disclosure): alle verrichtingen moeten worden geregistreerd
Compensatieverbod: “nuloperaties moeten worden opgenomen in de boekhouding”
Objectiviteitsbeginsel: alles moet zo objectief mogelijk worden geregistreerd
Principe van verantwoordingsstukken: voor alles een bewijsstuk leveren (bv. Facturen,
afschrijvingstabellen)
Realisatieprincipe en overeenstemmingsprincipe = toerekeningsprincipe
3 standaardmodellen:
Volledig model: grotere en al beursgenoteerde vennootschappen
Verkort model: kleine vennootschappen
Micromodel: micro-ondernemingen
Opm: KMO bestaat niet in Belgische wetgeving
, 2. Basisaspecten van boekhouden
Definities:
Staat van bezittingen en schulden balans
Opbrengsten en kosten resultatenrekening
Additionele informatie Toelichting
Jaarrekening:
periodieke synthese van de registratie
Enkelvoudig of geconsolideerd
Stelsels boekhouden:
Cameralistisch of kasboekhouden ~ cash-based accounting
Enkel boekhouden
Dubbel boekhouden: elke verrichting krijgt een tegenboeking
Uitgangspunten van dubbel boekhouden:
Dubbel Effect Principe (Dual Effect Principle): per boeking voor zelfde bedrag debiteren en
crediteren
Entiteitsbeginsel/zaaktheorie: de zaak is een zelfstandige eenheid met bezittingen en
schulden
de zaak
= zelfstandige eenheid met bezittingen (B) en schulden (S)
= onafhankelijk van eigenaar
Boekhouding over B en S van onderneming:
≠ over privévermogen eigenaar
≠ over andere organisatie/onderneming
Boekhoudkundige vergelijking (Accounting Equation Principle): Bezittingen (B) = Eigen
vermogen (Se) + Vreemd vermogen (Sd)
Zaak heeft B en S: gefinancierd met:
Eigen vermogen (Se): schuld tov eigenaars/eigen middelen
Vreemd vermogen (Sd): schuld tov derden
Balans = foto of momentopname van het vermogen of het patrimonium op een welbepaald
moment (exacte datum!)
Actief: Bezittingen (werkmiddelen) = aanwending van vermogen
Passief: Schulden (financieringsmiddelen) = oorsprong van vermogen
Moeten gelijk zijn
Activa geordend volgens liquiditeit: hoe snel terug omzetten naar geld
Passiva geordend volgens opeisbaarheid: hoe snel kunnen schuldeisers geld opvragen
Beginbalans (start boekhouding) = eindbalans vorig boekjaar OF oprichtingsbalans (indien
nieuwe onderneming)
Resultatenrekening: geeft netto-vermogenswijziging weer
Resultaat over bepaalde periode
Boekhoudkundige evenwicht verschuift van balans niveau naar globale boekhouding
Einde boekjaar: eindbalans terug in evenwicht door resultaattoewijzing
,3. Boeken in grootboek en journaal
Rekeningen: veranderingen in vermogensbestanddeel bijhouden (want te tijdrovend om na
elke verrichting nieuwe balans op te maken)
Rekening: chronoligsche cijferevolutie
Rekeningstelsel: geheel van rekeningen
MAR (Minimum Algemeen Rekningstelsel) met 8 klassen
Grootboek: verzameling alle rekeningen
Journaal: bestand waarin op chronologische volgorde gebeurtenissen worden genoteerd
volgens een geijkte formule
A) OPENING VAN HET BOEKJAAR: VERTREK VAN BEGINBALANS
STAP 1: Opening in het grootboek + Opening in het journaal
STAP 2: Vaste activa uitsplitsen in aanschaffingswaarde (.0) en geboekte afschrijvingen (.9)
Opening van grootboek: voor iedere balanspost rekeningen openen
Afschrijvingen: boekhoudkundig middel om last van uitgave te verdelen over meerdere jaren
Vaste activa met beperkte gebruiksduur (Oprichtingskosten, IMVA en MVA) die meerdere
jaren bijdragen tot de productie en de resultaatvorming
Nooit voor vaste activa met onbeperkte levensduur (terreinen) ➔ waardeverminderingen
Reden: overeenstemmingsprincipe EN uitgaven spreiden over economische levensduur
Gebeurt lineair: elk jaar zelfde bedrag afschrijven
Balansrekening 2X BW uitsplitsen in: 2X.0 AW en 2X.9 GA (komen in toelichting)
Geboekte afschrijvingen (of waardeverminderingen)
SAMENGEVAT:
, Boekwaarde VA uitsplitsen in aanschaffingswaarde (.0) en geboekte afschrijvingen (.9)
BW = AW – GA
Rek xx = rek xx.0 – rek xx.9
Sluiten openen openen
B) REGISTRATIE VAN TRANSACTIES TIJDENS HET BOEKJAAR
Registeren transacties
Actief ↑ Debiteren Passief ↑ Crediteren
Actief ↓ Crediteren Passief ↓ Debiteren
Kosten ↑ Debiteren Opbrengsten ↑ Crediteren
Kosten ↓ Crediteren Opbrengsten ↓ Debiteren
3 cycli:
Operationele cyclus:
Dagelijkse activiteiten (aankopen, verkopen, lonen, etc)
Werken met rekeningen: “Vorderingen < 1 jr”, “schulden < 1 jr”, “liquide middelen”,
“bedrijfsopbrengsten”, “bedrijfskosten”
BTW (belasting op de toegevoegde waarde): terugvorderbaar voor aankopen (499.1), verschuldigd
voor verkopen (499.9) wachtrekeningen (worden op einde boekjaar verrekend)
Investeringscyclus:
Investeringen op langere termijn
Werken met rekeningen: “oprichtingskosten”, “immateriële VA”, “financiële VA”
Financiële cyclus:
Wijze waarop onderneming wordt gefinancierd
Werken met rekeningen: “Kapitaal”, “Schulden > 1 jr”, “Schulden < 1 jr” passief
balans, “Financiële kosten” en “financiële opbrengsten” resultatenrekening