Begrippenlijst wijsbegeerte
,Begrippen Wijsbegeerte
1 Probleemstelling met Socrates
Het Binnen een heel korte tijd zijn er belangrijke elementen
Griekse uitgevonden
mirakel = een explosie die naar de moderne wetenschap heeft
geleid
Gelukt Een leven waarbij je je goed voelt in je vel
leven
Eudaimoni Letterlijk: geluk
a Griekse betekenis: een plant die het goed stelt
Betekenis: je goed voelen omdat je menselijke
ontwikkelingen hebt doorgemaakt
Arete Letterlijk: deugd
Griekse betekenis: goed zijn in datgene waarin je goed
moet zijn
Retoriek De bewust beoefende kunst van het goed en overtuigend
spreken voor een groot publiek
De praktische vaardigheid om goed en overtuigend te
spreken en naar de theoretische wetenschap die de regels
en voorwaarden van een goed en overtuigend betoog
bestudeert
Neiging tot Het verlangen van mensen om je leven, overtuigingen en de
transcendentie dingen die je belangrijk vindt te bekijken vanuit een ander
standpunt dan je persoonlijk, particulier of subjectief
standpunt
Apologie van Plato schrijft de apologie van Socrates waarin hij neer schrijft
Socrates wat Socrates werkelijk heeft gezegd
Hierdoor moest Socrates zijn levenswijzen verdedigen:
1. Socrates weet zelf het antwoord niet op zijn vragen, hij hoopt dat
zijn gesprekspartner een deugdelijk antwoord geeft zodat hij iets
kan bijleren (onwetendheid)
2. Socrates discussieert met mensen in opdracht van God om
opzoek te gaan naar inzicht --> gebaseerd op het orakel van
Delphi:
Socrates vraagt wie de wijste man is die leeft
Delphi zegt Socrates
Socrates zegt dat dat niet klopt --> hij probeert iemand te vinden
die antwoorden weet op zijn vragen (iemand die verstandiger is dan
hem), maar hij vindt niemand
Mensenrechten God heeft alle mensen op dezelfde manier gecreëerd en heeft
hen een aantal onvervreemdbare rechten gegeven
Deze rechten hebben we omdat we mens zijn en hangen los van
de sociale positie
Marxisme: mensenrechten = toegangsregels voor vrije markt
De facto Mensen zijn overtuigd dat de macht beantwoordt aan wat ze
vinden dat gerechtvaardigde macht moet zijn
De jure De macht beantwoordt aan wat gerechtvaardigde macht
werkelijk moet zijn
Hulpwetensch Historicus stelt vast wat er precies is gebeurd in het verleden
app en - ze baseren zich op feiten uit het verleden
, - historicus kan deze controleren
Geschiedschrijvin Historicus plaatst de feiten in een zinvol verband
g - selecteert feiten + plaatst deze in structuur (narratio)
- zorgt ervoor dat hij betekenis kan geven aan de feiten en een
interpretatie aan het verleden
2 Plato
Dialectiek De kunst van het discussiëren
Nous Een bijzonder vermogen, dat superieur is aan de wiskunde
Kenmerken:
- a priori = vrij van informatie die we men onze zintuigen
krijgen
- onvoorwaardelijke vorm van kennis =niet gebaseerd op
hypothesen die mensen zelf hebben ingevoerd
De nous maakt een einde aan elke discussie want het gaat
hier om uitspraken die niet alleen waar zijn, maar ook zeker
Amnese We herinneren ons wat we hebben gezien in een leven voor
de geboorte
we discussiëren om ons te herinneren wat we in dat vorige
leven hebben gezien
De Mening Het niveau van kennis die niet zeker is, zoals veranderlijke,
zintuigelijke, onduidelijk, onzekere kennis
De kennis Het niveau van kennis in de ware zin van het woord, zoals
eeuwige, onveranderlijke, zintuigelijke, heldere, duidelijke
kennis
Anamneseleer De stelling dat een mens beschikt over inzichten die hij heeft
of theorie van verworven toen hij nog geen mens was, de ziel heeft een vorig
de bestaan
herinneringen
Radicale De overtuiging dat de kenmerken van een vorm van kennis
objectivisme geheel door het object van die vorm van kennis bepaald
wordt
Het Worden Een niveau van de werkelijkheid: de individuele, concrete,
zintuiglijk waarneembare dingen die gelokaliseerd zijn in de
ruimte en de tijd
Het Zijn De wereld van de eeuwige ideeën of vormen
De enige realiteit die in de volle zin van het woord bestaat en
dan ook volkomen en zuiver is wat zij is
Het mooie Alles wat gemeenschappelijk is aan alle dingen die we mooi
noemen, hoe verschillend zij verder ook zijn
De idee De eigen structuur of vorm van het mooie als zodanig
schoonheid
Relatie tussen - Tegenwoordigheid: de idee is in concrete tegenwoordig
het concrete en zonder iets van zelfstandigheid te verliezen
de idee - Participatie: het concrete neemt deel aan de idee
het ontvangt er de kenmerken van maar vermindert niet de
structurerende kracht van de Idee
- Exemplariteit: de idee is een model voor het concrete
Ziel van de mens - Het redelijke = het vermogen dat de nous schenkt --> mens
is verdeeld in 3 en God
delen - Het temperament = de psychische energie, bron van moed
,Begrippen Wijsbegeerte
1 Probleemstelling met Socrates
Het Binnen een heel korte tijd zijn er belangrijke elementen
Griekse uitgevonden
mirakel = een explosie die naar de moderne wetenschap heeft
geleid
Gelukt Een leven waarbij je je goed voelt in je vel
leven
Eudaimoni Letterlijk: geluk
a Griekse betekenis: een plant die het goed stelt
Betekenis: je goed voelen omdat je menselijke
ontwikkelingen hebt doorgemaakt
Arete Letterlijk: deugd
Griekse betekenis: goed zijn in datgene waarin je goed
moet zijn
Retoriek De bewust beoefende kunst van het goed en overtuigend
spreken voor een groot publiek
De praktische vaardigheid om goed en overtuigend te
spreken en naar de theoretische wetenschap die de regels
en voorwaarden van een goed en overtuigend betoog
bestudeert
Neiging tot Het verlangen van mensen om je leven, overtuigingen en de
transcendentie dingen die je belangrijk vindt te bekijken vanuit een ander
standpunt dan je persoonlijk, particulier of subjectief
standpunt
Apologie van Plato schrijft de apologie van Socrates waarin hij neer schrijft
Socrates wat Socrates werkelijk heeft gezegd
Hierdoor moest Socrates zijn levenswijzen verdedigen:
1. Socrates weet zelf het antwoord niet op zijn vragen, hij hoopt dat
zijn gesprekspartner een deugdelijk antwoord geeft zodat hij iets
kan bijleren (onwetendheid)
2. Socrates discussieert met mensen in opdracht van God om
opzoek te gaan naar inzicht --> gebaseerd op het orakel van
Delphi:
Socrates vraagt wie de wijste man is die leeft
Delphi zegt Socrates
Socrates zegt dat dat niet klopt --> hij probeert iemand te vinden
die antwoorden weet op zijn vragen (iemand die verstandiger is dan
hem), maar hij vindt niemand
Mensenrechten God heeft alle mensen op dezelfde manier gecreëerd en heeft
hen een aantal onvervreemdbare rechten gegeven
Deze rechten hebben we omdat we mens zijn en hangen los van
de sociale positie
Marxisme: mensenrechten = toegangsregels voor vrije markt
De facto Mensen zijn overtuigd dat de macht beantwoordt aan wat ze
vinden dat gerechtvaardigde macht moet zijn
De jure De macht beantwoordt aan wat gerechtvaardigde macht
werkelijk moet zijn
Hulpwetensch Historicus stelt vast wat er precies is gebeurd in het verleden
app en - ze baseren zich op feiten uit het verleden
, - historicus kan deze controleren
Geschiedschrijvin Historicus plaatst de feiten in een zinvol verband
g - selecteert feiten + plaatst deze in structuur (narratio)
- zorgt ervoor dat hij betekenis kan geven aan de feiten en een
interpretatie aan het verleden
2 Plato
Dialectiek De kunst van het discussiëren
Nous Een bijzonder vermogen, dat superieur is aan de wiskunde
Kenmerken:
- a priori = vrij van informatie die we men onze zintuigen
krijgen
- onvoorwaardelijke vorm van kennis =niet gebaseerd op
hypothesen die mensen zelf hebben ingevoerd
De nous maakt een einde aan elke discussie want het gaat
hier om uitspraken die niet alleen waar zijn, maar ook zeker
Amnese We herinneren ons wat we hebben gezien in een leven voor
de geboorte
we discussiëren om ons te herinneren wat we in dat vorige
leven hebben gezien
De Mening Het niveau van kennis die niet zeker is, zoals veranderlijke,
zintuigelijke, onduidelijk, onzekere kennis
De kennis Het niveau van kennis in de ware zin van het woord, zoals
eeuwige, onveranderlijke, zintuigelijke, heldere, duidelijke
kennis
Anamneseleer De stelling dat een mens beschikt over inzichten die hij heeft
of theorie van verworven toen hij nog geen mens was, de ziel heeft een vorig
de bestaan
herinneringen
Radicale De overtuiging dat de kenmerken van een vorm van kennis
objectivisme geheel door het object van die vorm van kennis bepaald
wordt
Het Worden Een niveau van de werkelijkheid: de individuele, concrete,
zintuiglijk waarneembare dingen die gelokaliseerd zijn in de
ruimte en de tijd
Het Zijn De wereld van de eeuwige ideeën of vormen
De enige realiteit die in de volle zin van het woord bestaat en
dan ook volkomen en zuiver is wat zij is
Het mooie Alles wat gemeenschappelijk is aan alle dingen die we mooi
noemen, hoe verschillend zij verder ook zijn
De idee De eigen structuur of vorm van het mooie als zodanig
schoonheid
Relatie tussen - Tegenwoordigheid: de idee is in concrete tegenwoordig
het concrete en zonder iets van zelfstandigheid te verliezen
de idee - Participatie: het concrete neemt deel aan de idee
het ontvangt er de kenmerken van maar vermindert niet de
structurerende kracht van de Idee
- Exemplariteit: de idee is een model voor het concrete
Ziel van de mens - Het redelijke = het vermogen dat de nous schenkt --> mens
is verdeeld in 3 en God
delen - Het temperament = de psychische energie, bron van moed