Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen
Studentnummer: 320292
Examen 1
B1-K1-W1
Verslag behorende bij examen 1: Inventariseert de ondersteuningsvraag van de cliënt
Gegevens
Naam: Dhr. XXX
BSN: XXX
Geboortedatum: XXX
1. De beginsituatie van de heer XXX
Dhr. is een jongeman van 22 jaar en woont sinds juli 2018 bij ons op de woongroep. Hij
woonde bij Jeugd plus Jeugd. Deze organisatie is failliet gegaan en toen is hij doorverwezen
naar ons. Dhr. is licht verstandelijk beperkt.
Zijn ouders zijn verslaafd aan alcohol en drugs, en zijn vader was gewelddadig en heeft dhr.
seksueel misbruikt. Hij heeft 1 biologische broer, zus en zusje, Zijn zus woont in America, is
getrouwd en heeft een kindje. Zijn zusje is overleden. Dhr. Is grotendeels opgegroeid bij een
pleeggezin.
Dhr. heeft geen opleiding afgerond. Momenteel werkt hij als vrijwilliger bij Thuis op straat
(TOS)
2. Problematiek,
Huisvesting: Dhr. Woont bij TTT op een begeleid wonen groep.
Financiën: Dhr. heeft momenteel een Wajong uitkering, hij maakt schulden door niet
al zijn rekeningen te betalen waardoor er een achterstand ontstaat. Hij heeft nog geen
professionele hulp gehad omdat hij het zelf wil doen.
Sociale contacten: Het netwerk van dhr. is beperkt. Zijn familie heeft niet de
mogelijkheid om hem te ondersteunen. Ouders zijn beide verslaafd aan drugs en hebben
een beperking. Moeder is ongeneeslijk ziek; zij heeft kanker en gaat snel en sterk achteruit
volgens dhr. Dhr. heeft contact met het pleeggezin waar hij een aantal jaren van zijn leven
heeft gewoond. Dhr. ervaart wisselende gevoelens ten opzichte van dit pleeggezin. Dhr. is in
de periode dat hij bij hen woonde niet altijd goed behandeld. Zo is hij bijvoorbeeld geslagen
door pleegvader toen hij daar woonde. Hij heeft een aantal vrienden, het lijkt dat zij geen
positieve invloed op hem hebben. Er wordt veelvuldig drugs gebruikt en alcohol gedronken
als zij samen zijn. Ook zijn ze er niet voor hem als hij het nodig heeft.
Psychisch functioneren: Er is sprake van een licht verstandelijke beperking. Het maken
van oorzaak-gevolg relaties is moeilijk voor hem. Soms rekent hij zich dingen aan waar hij
geen invloed op heeft (gehad}. Het begrijpen en verwerken van nieuwe informatie kost meer
tijd. Hij voelt zich snel achtergesteld, tekortgedaan en heeft dan het gevoel dat niemand