100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting bijzondere weefselleer- cardiovasculair systeem

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
11
Subido en
18-11-2025
Escrito en
2025/2026

Notities van in de les bwl, aangepast en met foto's.

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
18 de noviembre de 2025
Número de páginas
11
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

BIJZONDERE WEEFSELLEER
PARENCHYMATEUZE ORGANEN
AW: parenchym, stroma etc. zijn termen die alleen maar van toepassing zijn bij BW.

Er zijn eigenlijk maar twee types organen: parenchymateuze en buisvormige.

- Parenchymateuze organen zijn de volle, massieve organen. Ze zien er allemaal verschillend uit,
maar het basisprincipe is hetzelfde: ze bestaan uit parenchym en stroma.

- voorbeelden: lever, nier, bijnier, speekselklieren, milt …
- twee componenten
o Parenchym : is meestal van epitheliale oorsprong en vormt het functionele deel van het
orgaan.
o Stroma : bestaat uit bindweefsel dat zich in en rond het orgaan bevindt. Het zorgt voor
stevigheid, bescherming en ondersteuning, en draagt ook indirect bij aan de functie van het
orgaan. In het stroma vinden we bovendien bloedvaten en zenuwen terug. Ook de afweerreactie
van het orgaan speelt zich in het stroma af
- Parenchym
o functionele elementen
o epitheliale cellen
- Stroma
o geheel van bindweefsel in een orgaan
o bevat zenuwen, bloedvaten, afvoerwegen
- Organisatie
o parenchym + stroma = functioneel geheel
 Kapsel
 Hilus
 trabekels, septa → lobi, lobuli
 interstitieel bindweefsel
- Bv. nier : lobus kan je zien en de lobuli enkel
macroscopisch.

Tekening

- Parenchym: bestaat uit kliereindstukjes met hun
afvoerwegen (blauw).
- Stroma: een stevige laag bindweefsel die het parenchym volledig omhult en een kapsel vormt (groen). Dit
kapsel bestaat uit ODCBW (eigenschappen kennen!).

Dankzij dit kapsel blijft het parenchym mooi samen. Soms zie je dat het kapsel licht instulpt: dat is de plaats waar
de hoofdafvoerweg het orgaan verlaat. Deze zone heet het hilum of hilus. Hier treden ook de grote bloedvaten
het orgaan binnen of verlaten het:

- rood = arterie (naar binnen),
- blauw = venen (naar buiten).

Een uitzondering hierop is de bijnier: die heeft geen duidelijke hiluszone. Daar gaan de arteriën overal naar binnen
en is er slechts één vene die naar buiten gaat.

Vanuit het kapsel lopen overal bindweefseltrabekels of -balken naar binnen, die extra stevigheid geven. Soms
zijn er ook grotere septa: deze vertrekken altijd van een dikke trabekel en vertakken verder. Naarmate ze dunner
worden, zijn ze ook minder dens en gaan ze over in LCBW. Dit bevindt zich tussen de
kliereindstukjes en de afvoerwegen. Al dit bindweefsel vormt samen één continuüm en bevat
bovendien veel bloedvaten, die eveneens vertakken. Ook functies zoals vasoconstrictie spelen
zich hier af.

, Afb : het parenchym met de zichtbare scheidingen door de bindweefsel-septa. Hierdoor ontstaat een duidelijke
structuur.




afb: een dwarsdoorsnede door de tekening. Je ziet het parenchym, enkele afvoerwegen
(witte vlekjes) en kleine bindweefsel-septa en trabekels (rechts bovenaan).

Tot slot kan je het parenchym indelen in lobi en lobuli:

- een lobus is een macroscopisch zichtbaar deel van het orgaan,
- een lobulus is enkel microscopisch waarneembaar.

BUISVORMIGE ORGANEN
Deze organen hebben de vorm van een buis. Het eenvoudigste voorbeeld is het spijsverteringskanaal. (De long is
parenchymateus, maar de trachea is bijvoorbeeld buisvormig.) De wand van een buisvormig orgaan bestaat altijd
uit verschillende mantels of tunicae. Van binnen naar buiten:

1) Tunica mucosa (slijmvlies). Meestal bedekt met een slijmlaagje. Bestaat uit verschillende lagen
(laminae):
o Lamina epithelialis mucosae: verschillende vormen
mogelijk (bv. blauw: eenlagig cilindrisch).
o Lamina basalis/ membrana basalis propria
(basaalmembraan): dun laagje onder het epitheel
(stipjeslijntje).
o Lamina propria mucosae: altijd losmazig bindweefsel
(groene stipjes).
o Lamina muscularis mucosae: dun spierlaagje, niet altijd
aanwezig (oranje lijntje).
 Functie: contracties zorgen ervoor dat de mucosa kan bewegen t.o.v. de inhoud.
 Belangrijk: deze contracties zorgen nooit voor het voortbewegen van de inhoud!
 In de dunne darm sterk ontwikkeld: vergroot het contactoppervlak en bevordert zo
vertering en opname.
 Ontbreekt in regio’s waar beweging van de mucosa geen nut heeft, bv.:
 mondholte,
 ureter (verbinding nier–blaas: urine moet enkel passeren).
2) Tela (tunica) submucosa : Bevindt zich onder de mucosa, tussen de mucosa en de tunica muscularis.
Bestaat uit losmazig bindweefsel (LCBW), iets denser dan de lamina propria.
o Functie: verbindingslaag tussen mucosa en muscularis.
o Wanneer de lamina muscularis mucosae ontbreekt, gaat de lamina propria rechtstreeks over in de
tela submucosa. Er is dan geen duidelijke grens, omdat beide lagen los bindweefsel zijn. → in dat
geval spreken we van één doorlopende zone.
3) Tunica muscularis : Deze laag zorgt wél voor het voortstuwen van de inhoud. Bestaat meestal uit twee
gladde spierlagen:
o Stratum circulare (binnenste laag): circulair gerangschikte vezels. Te herkennen op overlangse
doorsnede (kruisjes in de tekening).
o Stratum longitudinale (buitenste laag): longitudinaal gerangschikte vezels. Te herkennen op
dwarse doorsnede (streepjes in de tekening).
 Contracties van deze twee lagen zorgen voor peristaltiek → golfachtige bewegingen die de inhoud
voortbewegen (bv. in slokdarm en dunne darm). Kan zeer stevig zijn, afhankelijk van het orgaan.
4) Tunica serosa en tunica adventitia
I. Tunica serosa : Bestaat uit LCBW, afgegrensd door een mesotheel: eenlagig plavei-epitheel
(stipjeslijntje in tekening). Aanwezig wanneer het orgaan in een lichaamsholte ligt. Er zijn vier
lichaamsholten: buikholte, borstholte, pericardiale holte en bekkenholte. Vormt een sereus vlies dat
vocht produceert. Dit vocht bevindt zich in de lichaamsholte en is het meest efficiënte glijmiddel. Zorgt
voor bewegingsvrijheid van de organen. In de tunica serosa liggen altijd kleine bloedvaatjes, waaruit
vocht uittreedt. Over kliercellen en instulpingen:
o Intraperiteliale kliercellen in de mucosa produceren slijm. Wanneer klieren groter worden, stulpen
ze in:
 Eerst in de lamina propria,
 Groter → in de lamina mucosa,
 Nog groter → in de lamina muscularis mucosae (komt in de praktijk nooit voor),
$4.32
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
lienmichielsen24

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
lienmichielsen24 Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
6 meses
Número de seguidores
0
Documentos
29
Última venta
2 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes