70%: schriftelijk: open boek vooral inzichten. Gesloten boek (hersentjes) kennis.
Deel 1: wat maakt een leraar professioneel in zijn handelen?
1. Werkt een leraar die voltijds is aangesteld 20 uren per week?
Deel 2: wie bepaalt het onderwijsbeleid in Vlaanderen?
2. Hoeveel regeringen telt ons land?
3. Bestaat er zoiets als Belgisch onderwijs?
4. Hoe verander je iets in het onderwijs?
5. Wat is de internationale invloed op onderwijsbeleid?
6. Hoe goed doet het Vlaamse onderwijs het in de wereld?
Deel 3: wat zijn de spelregels in het Vlaamse onderwijs?
7. Mag je zelf een school starten?
8. Hoe ziet het onderwijssysteem in Vlaanderen eruit?
9. MOET je naar school?
10. Hoe zit het met leerplicht voor anderstalige nieuwkomers?
11. Is het Vlaamse onderwijs voor elke leerling gelijk?
12. Kan en mag iedereen zomaar zijn eigen school kiezen?
13. Wie controleert de kwaliteit van het onderwijs?
14. Sta je er als leerkracht alleen voor?
15. Moet je als leerkracht digitaal vaardig zijn?
Deel 4: hoe ziet de schoolloopbaan eruit in het leerplichtonderwijs?
16. Hoe ziet de structuur van het secundair onderwijs eruit?
17. Hoe ziet het Buitengewoon onderwijs eruit?
18. Wat als je schoolmoe bent?
19. Wat zijn methodescholen?
Deel 5: wat na het leerplichtonderwijs?
20. Mag je zolang proberen in het hoger onderwijs als je wil?
21. Welke mogelijkheden zijn er voor volwassenen?
, 1. WERKT EEN LERAAR DIE VOLTIJDS IS AANGESTELD 20 UREN PER
WEEK?
HERSENTJE!!
KERNWOORDEN
Prestatienoemer Het aantal uren dat je moet werken
om voltijds te zijn.
Extra lestijden Extra uren lesgeven die een school
krijgt (bijv. voor extra hulp of projecten).
Salarisbrief Een brief waarop je loon staat (hoeveel
je verdient en wat er wordt afgehouden).
Lerarenbonus Extra geld voor leraren boven op hun
loon.
Basiscompetenties De belangrijkste vaardigheden en
kennis die een leraar moet hebben.
Functionele gehelen, attitudes Grote onderdelen van een opleiding of vak
én de houding of gedrag (zoals respect
en samenwerken) die daarbij verwacht
worden.
LEERDOELEN
1. Het onderscheid en de samenhang verklaren tussen beroepsprofiel,
basiscompetenties en de lerarenopleiding.
2. De 3 groepen van verantwoordelijkheden van de leraar onderscheiden.
3. De 10 functionele gehelen en 8 attitudes illustreren met concrete praktijksituaties.
4. Een kritische houding toepassen bij het consulteren van bronnen.
5. De relevantie van professionele ontwikkeling duiden.
HET KORTE ANTWOORD: ALLE DISCUSSIES TERZIJDE – NEEN
De grootte van een lesopdracht wordt door verschillende zaken bepaald. Zo spelen het
onderwijsniveau en het ambt waarin je staat een belangrijke rol.
Het aantal uren dat je moet lesgeven voor een voltijdse opdracht hangt af van het soort
vak, de graad en het onderwijsniveau. De overheid maakt daarbij een onderscheid
tussen AV (algemene vakken), TV (technische vakken) en PV (praktijkvakken).
Omdat dit verschilt per vak en niveau, gebruikt men prestatienoemers om het aantal
uren te berekenen.
Je opdracht wordt weergegeven als een opdrachtenbreuk:
De teller geeft aan hoeveel uren je echt lesgeeft.
De noemer toont hoeveel uren een voltijdse opdracht is.
Bijvoorbeeld: 10/20 betekent 50% tewerkstelling.
Je salaris wordt berekend op basis van deze breuk, dus hoe meer uren je werkt, hoe
hoger je loon.
,Van een leraar wordt meer verwacht dan enkel lesgeven. Het aantal uren op je
salarisbrief is niet hetzelfde als het aantal uren dat je echt werkt.
Naast lesuren horen ook andere taken bij je opdracht, zoals vergaderingen,
nascholing en extra schooltaken. Soms kan een school vragen om extra lestijden op
te nemen, bijvoorbeeld om een zieke collega te vervangen.
Je mag die extra uren aanvaarden of weigeren, want ze horen niet standaard bij je
voltijdse opdracht.
Sinds 1 september 2022 hebben leraren die nog geen pedagogisch
bekwaamheidsbewijs hebben maar een lerarenopleiding volgen, recht op een
lerarenbonus. Ze mogen tot 3 uur minder les per week geven en behouden hun
volledig loon, zodat ze meer tijd hebben om hun opleiding af te ronden.
HET LANGERE ANTWOORD
Leraar zijn is een belangrijke en verantwoordelijke taak. Leraren helpen kinderen en
jongeren groeien en vormen mee de toekomst van de samenleving.
Om dit goed te doen, moeten ze meegaan met de snel veranderende wereld en
beschikken over veel competenties.
Competenties zijn een combinatie van kennis, vaardigheden en houding die leraren
nodig hebben om goed les te geven en aan de hoge verwachtingen in het onderwijs te
voldoen.
BASISCOMPETENTIES
Sinds 1997 bepaalt de overheid wat leraren moeten kennen en kunnen: voor ervaren
leraren via een beroepsprofiel en voor startende leraren via basiscompetenties.
Een beroepsprofiel beschrijft wat een ervaren leraar moet kunnen, weten en
doen om zijn beroep goed uit te oefenen.
De basiscompetenties, vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering
betreffende de basiscompetenties van de leraar, bevatten alle kennis,
vaardigheden en attitudes die een pas afgestudeerde leraar nodig heeft om goed te
starten. Ze helpen leraren om later door te groeien naar het volledige beroepsprofiel
via professionalisering.
Basiscompetenties geven aan wat het onderwijs en de maatschappij verwachten van
startende leraren. Ze dienen als referentie voor lerarenopleidingen en als
toetsingskader voor studenten. Zo is duidelijk wat ouders en externen mogen
verwachten.
Het laat ook zien dat leraar zijn een proces van levenslang leren is, waarbij leraren
zich voortdurend blijven ontwikkelen gedurende hun hele loopbaan.
Een basiscompetentie bestaat uit drie onderdelen:
Kennis → wat een leraar moet kennen om zijn vaardigheden goed te gebruiken.
Vaardigheden → wat een leraar daadwerkelijk doet in de klas.
Attitudes → de houding die een leraar moet aannemen.
, Hoe je denkt en wat je vindt over onderwijs beïnvloedt je leraarschap. Naast kennis en
vaardigheden is dus ook een bepaalde houding belangrijk.
De vereiste houdingen voor leraren zijn onderverdeeld in 8 overkoepelende attitudes.
Dit betekent dat deze attitudes niet alleen voor één vak of onderdeel van het
onderwijs gelden, maar voor alle functionele gehelen (zijn de grote onderdelen
of vakgebieden van een opleiding die samen het volledige onderwijsprogramma
vormen). Met andere woorden: ongeacht welk vak of welke taak een leraar uitvoert,
deze attitudes zijn overal van toepassing en vormen een algemene richtlijn voor goed
leraarschap. Ze zorgen ervoor dat leraren op een professionele, respectvolle en
effectieve manier met leerlingen, collega’s en ouders omgaan.
Basiscompetenties van de leraar
10 functionele gehelen 8 attitudes
= kennis en vaardigheden
VOORBEELD
Een leraar moet in zijn rol als begeleider beslissingen kunnen nemen en kritisch zijn
over lesvoorbereiding, en in zijn rol als organisator proactief zijn en letten op timing.
FUNCTIONELE GEHELEN
De 10 functionele gehelen worden in 3 clusters van verantwoordelijkheden van
de leraar ingedeeld:
Cluster 1: Verantwoordelijkheid van de leraar ten aanzien van de lerende:
1. De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
2. De leraar als opvoeder
3. De leraar als inhoudelijke expert
4. De leraar als organisator
5. De leraar als innovator, onderzoeker
Cluster 2: verantwoordelijkheid van de leraar ten aanzien van de school/ de
onderwijsgemeenschap
6. De leraar als partner van ouders en verzorgers
7. De leraar als lid van een onderwijsteam
8. De leraar als partner van externen
9. De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap
Cluster 3: verantwoordelijkheid van de leraar ten aanzien van de maatschappij
10. De leraar als cultuurparticipant meedoen aan de wereld om zich heen, en dit
aan de leerlingen laten zien.
Elk functioneel geheel beschrijft welke vaardigheden de leraar moet hebben en welke
ondersteunende kennis de leraar kan gebruiken om de vaardigheden uit te voeren.
DE ATTITUDES (BEROEPSHOUDINGEN)
A1 Beslissingsvermogen