Staatsrecht samenvatting
week1
Nederlands is een staat
kenmerken van een staat:
1) grondgebied
het territorium van een staat.
2) gemeenschap
mensen die zich met elkaar verbonden voelen door: taal, godsdienst, cultuur of geschiedenis.
3) gezag
de staat heeft zeggenschap, er is geweldsmonopolie.
4) erkenning andere staten
Staat = land
Staat = overheid
- zelfstandige en ondeelbare eenheid -> soeverein
Staatsrecht = het geldende recht die gaat over inrichting van overheidsorganisatie en haar
machtsuitvoering.
Koninkrijk der Nederlanden
curacao- Sint maarten – aruba zijn zelfstandige staten binnen het koninkrijk.
-> hebben een eigen bestuur, wetgever en rechtelijke macht (41 statuut)
BES-eilanden zijn openbare lichamen/overzeese gemeenten (134 GW)
Bronnen staatsrecht
- statuut koninkrijk der Nederlanden
regelt organisatie van Nederland en overzeese gebieden
- de grondwet
regelt de inrichting en het functioneren van de Nederlandse staat, de staatorganen en de verdeling
van de staatmacht
- organieke wetten + reglementen
als de grondwet bepaald dat iets nader geregeld moet worden
- gewoonterecht
als een bepaald gebruik waarvan men vindt dat het juridisch hoort, een tijd voortduurt.
- verdragen en europese maatregelen
regels zijn rechtstreeks van toepassing in Nederland
- jurisprudentie
de rechters verduidelijken bestaande rechtsregels.
, Organisatie nederlandse koninkrijk
Statenbond / conferderatie
elke gemeenten had een eigen bestuur.
er was een staten-generaal die bestond uit afgevaardigde van de provincies. Elke afgevaardigde
bezat een mandaat/last (opdracht).
Eenheidsstaat
centraal gezag en onzelfstandige departementen.
Hoogste gezag was nationale vergadering. Hierin zaten gekozen mannen uit de kiesdistricten.
Nu: Frankrijk
Bondsstaat
USA-Belgie-Duitsland
de kleine staten geven hun zelfstandigheid grotendeels aan centrale gezag.
Het staat vast in de GW ipv in een verdrag.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Centrale overheid heeft deel van haar taken overgedragen aan lagere organen.
Proces nederlandse staat
nachtwakerstaat (moest alleen zorgen voor rust en veiligheid) -> sociale verzorgingsstaat (NL moest
ingrijpen in sociaal-economisch leven) -> democratische rechtsstaat.
4 uitgangspunten democratische rechtsstaat:
1. Legaliteitsbeginsel
elk overheidsoptreden moet op een wettelijke grondslag berusten
2. Machtenscheiding (trias politicas)
Wetgevende macht -> H3 GW = SG + regering
uitvoerende macht (bestuur) -> H2 GW = regering
rechtsprekende macht -> H6 GW = rechters
3. Onafhankelijke rechters
onpartijdig en onafhankelijk
rechtmatigheidstoets : rechter toetst het optreden van andere staatsmachten
4. Waarborging grondrechten
klassieke grondrechten = bescherming tegen overheid
sociale grondrechten = prestatie van de overheid (niet afdwingbaar bij de rechter)
week1
Nederlands is een staat
kenmerken van een staat:
1) grondgebied
het territorium van een staat.
2) gemeenschap
mensen die zich met elkaar verbonden voelen door: taal, godsdienst, cultuur of geschiedenis.
3) gezag
de staat heeft zeggenschap, er is geweldsmonopolie.
4) erkenning andere staten
Staat = land
Staat = overheid
- zelfstandige en ondeelbare eenheid -> soeverein
Staatsrecht = het geldende recht die gaat over inrichting van overheidsorganisatie en haar
machtsuitvoering.
Koninkrijk der Nederlanden
curacao- Sint maarten – aruba zijn zelfstandige staten binnen het koninkrijk.
-> hebben een eigen bestuur, wetgever en rechtelijke macht (41 statuut)
BES-eilanden zijn openbare lichamen/overzeese gemeenten (134 GW)
Bronnen staatsrecht
- statuut koninkrijk der Nederlanden
regelt organisatie van Nederland en overzeese gebieden
- de grondwet
regelt de inrichting en het functioneren van de Nederlandse staat, de staatorganen en de verdeling
van de staatmacht
- organieke wetten + reglementen
als de grondwet bepaald dat iets nader geregeld moet worden
- gewoonterecht
als een bepaald gebruik waarvan men vindt dat het juridisch hoort, een tijd voortduurt.
- verdragen en europese maatregelen
regels zijn rechtstreeks van toepassing in Nederland
- jurisprudentie
de rechters verduidelijken bestaande rechtsregels.
, Organisatie nederlandse koninkrijk
Statenbond / conferderatie
elke gemeenten had een eigen bestuur.
er was een staten-generaal die bestond uit afgevaardigde van de provincies. Elke afgevaardigde
bezat een mandaat/last (opdracht).
Eenheidsstaat
centraal gezag en onzelfstandige departementen.
Hoogste gezag was nationale vergadering. Hierin zaten gekozen mannen uit de kiesdistricten.
Nu: Frankrijk
Bondsstaat
USA-Belgie-Duitsland
de kleine staten geven hun zelfstandigheid grotendeels aan centrale gezag.
Het staat vast in de GW ipv in een verdrag.
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat.
Centrale overheid heeft deel van haar taken overgedragen aan lagere organen.
Proces nederlandse staat
nachtwakerstaat (moest alleen zorgen voor rust en veiligheid) -> sociale verzorgingsstaat (NL moest
ingrijpen in sociaal-economisch leven) -> democratische rechtsstaat.
4 uitgangspunten democratische rechtsstaat:
1. Legaliteitsbeginsel
elk overheidsoptreden moet op een wettelijke grondslag berusten
2. Machtenscheiding (trias politicas)
Wetgevende macht -> H3 GW = SG + regering
uitvoerende macht (bestuur) -> H2 GW = regering
rechtsprekende macht -> H6 GW = rechters
3. Onafhankelijke rechters
onpartijdig en onafhankelijk
rechtmatigheidstoets : rechter toetst het optreden van andere staatsmachten
4. Waarborging grondrechten
klassieke grondrechten = bescherming tegen overheid
sociale grondrechten = prestatie van de overheid (niet afdwingbaar bij de rechter)