HOUT
- Naaldhout
Stam, meestal recht gaat door tot aan de top
van de boom
Groenblijvende boom
Snel groeiend (60-80 jaar)
Smalle planken
Langere vezels
Meestal zachthout, meer kans op uitzetten/krimpen
- Loofhout
Onregelmatige vertakkingen, stam loopt niet door
tot aan de top
Bladverliezend
Traag groeiend (120-00jaar)
Sector meubilair
Kortere vezels
Meestal hardhout
BOOMOPBOUW
Binnenkant van de boom is ouder dan de
buitenkant. (tekeningen in het hout)
Sapstroom loopt langs buitenkant.
Groeit zowel in breedte als in de hoogte.
Vezelrichting:
- is kenmerkend voor boomsoort en staat in relatie met de groei van de boom.
- Goede jaren, dikkere ringen- slechte jaren dunner
- dichte vezelstructuur= trage gelijkmatige groei
- Dwarse kronkelige vezelstructuur= snelle onregelmatige groei
Opbouw stam
- Merg: sponsachtig weefsel 1ste jaar (bruin)
1
, - Kernhout: - steunfunctie voor de boom
- donkerder
- dood hout= geen levende
cellen
- toepassing voor massief hout
- Spinthout: functie: transport water naar
boven
- Licht van kleur
- minder bruikbaar voor
massief hout (zacht)
- Cambium: Functie: regelt dikte-en lengtegroei
- nieuw weefsel wordt aangemaakt
- Schil: - bast: dalende sapstroom
- korst: bescherming tegen uitwendige bedreigingen
Productie- houtzaag methoden
- Doorsnede stam
Dwarsdoorsnede : rechthoekig op de as van de stam =kopshout
Lengtedoorsnede: verloopt volgens middellijn van de boom. (evenwijdig
met de vezelrichting) = Radiaal hout of
kwartiersvlak
Tangentiale doorsnede: evenwijdig aan de as van de
boom
Door de lengte van de stam heet dit langshout of
dossevlak
- Houtzaag methoden voor massief hout
Dosse zagen
dosse gezaagd rechte nerf komt het
meeste voor, minder arbeidsintensief
Kwartiers gezaagd
De hoek waarin de jaarringen door het
2
- Naaldhout
Stam, meestal recht gaat door tot aan de top
van de boom
Groenblijvende boom
Snel groeiend (60-80 jaar)
Smalle planken
Langere vezels
Meestal zachthout, meer kans op uitzetten/krimpen
- Loofhout
Onregelmatige vertakkingen, stam loopt niet door
tot aan de top
Bladverliezend
Traag groeiend (120-00jaar)
Sector meubilair
Kortere vezels
Meestal hardhout
BOOMOPBOUW
Binnenkant van de boom is ouder dan de
buitenkant. (tekeningen in het hout)
Sapstroom loopt langs buitenkant.
Groeit zowel in breedte als in de hoogte.
Vezelrichting:
- is kenmerkend voor boomsoort en staat in relatie met de groei van de boom.
- Goede jaren, dikkere ringen- slechte jaren dunner
- dichte vezelstructuur= trage gelijkmatige groei
- Dwarse kronkelige vezelstructuur= snelle onregelmatige groei
Opbouw stam
- Merg: sponsachtig weefsel 1ste jaar (bruin)
1
, - Kernhout: - steunfunctie voor de boom
- donkerder
- dood hout= geen levende
cellen
- toepassing voor massief hout
- Spinthout: functie: transport water naar
boven
- Licht van kleur
- minder bruikbaar voor
massief hout (zacht)
- Cambium: Functie: regelt dikte-en lengtegroei
- nieuw weefsel wordt aangemaakt
- Schil: - bast: dalende sapstroom
- korst: bescherming tegen uitwendige bedreigingen
Productie- houtzaag methoden
- Doorsnede stam
Dwarsdoorsnede : rechthoekig op de as van de stam =kopshout
Lengtedoorsnede: verloopt volgens middellijn van de boom. (evenwijdig
met de vezelrichting) = Radiaal hout of
kwartiersvlak
Tangentiale doorsnede: evenwijdig aan de as van de
boom
Door de lengte van de stam heet dit langshout of
dossevlak
- Houtzaag methoden voor massief hout
Dosse zagen
dosse gezaagd rechte nerf komt het
meeste voor, minder arbeidsintensief
Kwartiers gezaagd
De hoek waarin de jaarringen door het
2