Aantekeningen hoorcolleges
Hoorcollege 1
Inhoudsanalyse als onderzoekstechniek (bij mediaonderzoek)
Voor het tentamen:
-slides van het hoorcollege (vormt de basis)
-teksten: kennis, inhoud en inzicht in materie. Je moet de kennis kunnen toepassen
-slides van de werkgroepen
-open vraag: stuk codeboek wordt getoond en dan vragen over wat er aan verbeterd zou
kunnen worden
Waarom een inhoudsanalyse?
Verschil met survey
-het materiaal:
Bij het survey heb je te maken met mensen, die tegenwoordig heel moeilijk te bereiken zijn:
lastige subjecten om informatie uit te halen.
Bij inhoudsanalyse heb je niet te maken met een subject die er voor kan kiezen wel/niet
informatie te kiezen, maar met dood materiaal die je kunt manipuleren zoals je dat wilt.
Grote voordeel is dus dat je er zelf meer controle over hebt
Nadelen van surveys
1. Kan de onafhankelijke variabelen niet manipuleren
-causaal verband misschien een probleem
2. Vraagformulering en volgorde van vragen kan invloed hebben op hoe je respondent
antwoordt
-> dit probleem heb je niet bij inhoudsanalyse; je kunt zelf je codeboek samenstellen,
dit beïnvloedt niet op hoe er wordt gereageerd
3. Groeiende afkeer van surveys
-leidt tot hoge non respons
-> dit probleem heb je niet bij inhoudsanalyse
Over welke inhoud gaat het dan bij inhoudsanalyse?
-in principe over alle inhoud van communicatie
-vaak nieuws en informatie, maar ook over nieuwe media (twitterberichten), songteksten, of
presentatie op songfestivals, hoe personages in films naar voren komen
,Wat is inhoudsanalyse
Definitie: kan zowel kwalitatief als kwantitatief zijn
-kwantitatief: systematisch
-kwalitatief: interpreterend
Vaak wordt dit gelijkgesteld met een systematisch-kwantificerende inhoudsanalyse (dat doen
wij ook)
VB Bryman definitie: ‘seeks to quantify content in terms of predetermined categories and in a
systematic and replicable manner’
->eigen regels opstellen en die goed volgen (systematisch te werk gaan)
Twee grondleggers
1. Berelson:
‘content analysis is a research technique for the objective, systematic and
quantitative description of the manifest content of communication’
2. Holsti:
‘content analysis is any technique for making inferences by objectively and
systematically identifying specified characteristics of messages’
Overeenkomst: objectieve, systematische techniek
Verschil in beide definities
-Berelson: manifeste inhoud van communicatie (dus echt zichtbare, telbare stukken van
materiaal), Holsti heeft het over ‘any technique’: opening naar kwalitatieve en meer
interpretatie in toepassen van techniek
(Berelson is dus heel strikt kwantitatief, Holsti iets minder)
Waar ligt voor ons de grens?
Beperken ons tot systematisch-kwantificerende inhoudsanalyse
Beperken tot het onderzoeken van manifeste inhoud
Maar: als het zowel valide als systematisch, objectief, betrouwbaar en repliceerbaar
kan, kan meer latente inhoud ook (bijvoorbeeld toon of framing)
Globale opzet inhoudsanalyse:
-Groot aantal eenheden die je wilt analyseren
-Waarnemingsinstrument: codeboek
-Je behandelt elke eenheid op dezelfde manier; elke eenheid die je gaat coderen, behandel
,je op de zelfde manier
-> is dus heel vergelijkbaar met survey-onderzoek
Ook de fasering is gelijklopend; conceptueel model met probleemstelling, operationalisatie,
steekproeftrekking, waarneming (coderen), analyse, conclusie
-> wijkt niet af in opbouw van onderzoek, loopt gelijk aan survey bijvoorbeeld
Alleen komen er specifieke aspecten bij; systematisch te werk gaan, betrouwbaar coderen et
cetera
Wat is van belang bij inhoudsanalyse?
Ook validiteit, betrouwbaarheid en repliceerbaarheid zijn belangrijk bij inhoudsanalyse
Betrouwbaarheid vooral: focus van inhoudsanalyse, daar zit namelijk vaak het probleem.
Validiteit blijft een aspect; je moet echt meten wat je van plan was te meten. Je kan je
variabelen een(-voudig) maken, dat de validiteit van je variabelen wegvalt
Speciale aandachtspunten (4):
1. Theorie (moet je vanuit vertrekken)
2. Eenheden: moet je goed kiezen en expliciteren
3. Maken van goede variabelen: vooral betrouwbaarheid is een heikel punt bij
inhoudsanalyse (omdat er vaak meer dan één codeur is)
4. Sampling
->zijn de basiselementen waar speciale aandacht voor is voor een onderzoek als
inhoudsanalyse
Aandachtspunt 1: theorie
Je hebt een theoretisch kader (idee) dat uit een theorie komt en daar vragen uit destileren en
testen. Dat is niet anders bij inhoudsanalyse. Ook al is de verleiding groot dat niet te doen en
te beginnen te tellen en te meten. Je hebt een grafiek dus het is verleidelijk om theorie over
te slaan. Het is belangrijk om dit niet over te slaan.
Het is nodig om deductief te werk te gaan: vertrekken vanuit een theorie om zo overzicht te
houden over de context (relatie met sociale realiteit)
Dit is vooral belangrijk bij het interpreteren van resultaten
Iedereen kan tellen (dat doe je bij inhoudsanalyse); het voorkomen van een element in iets
(artikels bijvoorbeeld) en dit gaan tellen. Dat is het gevaar; omdat tellen zo eenvoudig is
wordt het vergeten om de context mee te nemen (wat en waarom je aan het doen bent).
, Gevaar: tellen is eenvoudig, daarom wordt te weinig nagedacht over WAT en HOE te tellen.
-WAT: context
-WAAROM: validiteit
Daarom moet je vanuit een conceptueel model starten (theoretisch oogpunt) met een
onderzoeksvraag die onderbouwd is en waar iets achter zit zodat je later een conclusie kunt
trekken
Kwantitatief onderzoek is dus niet zomaar tellen, maar wel proberen om de sociale realiteit/
communicatie-inhoud telbaar te maken
Er zijn relatief gezien twee soorten inhoudsanalyses te onderscheiden
-Kwantitatieve inhoudsanalyse: vaak beschrijvende probleemstellingen
-Indien voldoende comparatief uitgewerkt, kan het ook verklarend worden
Dus twee soorten:
1. Monitoring: je telt een bepaald fenomeen/realiteit en doet dit op langere termijn. Je
monitort bijvoorbeeld het voorkomen van minderheidsgroepen in media-inhoud. Op langere
termijn zodat je evoluties kunt zien. Hier heb je weinig theoretisch kader voor nodig. Dit zie je
vaak voor in de media (met een grafiekje erbij)
2. Wetenschappelijk onderzoek: hierbij probeer je ook iets bij te brengen. Wordt gedacht
aan theoretisch kader. Hierbij wordt meer comparatief te werk gegaan en wil je dingen
verklaren; je gaat dingen vergelijken en proberen oorzaak te vinden waarom er verschil is.
VB tv-zenders kijken hoe zij minderheidsgroepen in media berichten, verschil tussen
commerciële zender en andere zender bijvoorbeeld
Je kunt vergelijken
-in de tijd (binnen zelfde soort medium)
-tussen media (in zelfde land)
-tussen media in verschillende landen
Het is eerder een continuüm; de monitoring en wetenschappelijk gaan vaak meer in elkaar
over
Monitoring versus interpretatiever, verklarend onderzoek
De grafiek in de slide is iets als wat bij opdracht 2; prominentie-analyse gedaan moet worden
Vertrekken vanuit een theorie: onderzoeksvragen
DOEL: onderzoeksvragen/hypothesen formuleren die je kan beantwoorden met de middelen
die je hebt
Hoorcollege 1
Inhoudsanalyse als onderzoekstechniek (bij mediaonderzoek)
Voor het tentamen:
-slides van het hoorcollege (vormt de basis)
-teksten: kennis, inhoud en inzicht in materie. Je moet de kennis kunnen toepassen
-slides van de werkgroepen
-open vraag: stuk codeboek wordt getoond en dan vragen over wat er aan verbeterd zou
kunnen worden
Waarom een inhoudsanalyse?
Verschil met survey
-het materiaal:
Bij het survey heb je te maken met mensen, die tegenwoordig heel moeilijk te bereiken zijn:
lastige subjecten om informatie uit te halen.
Bij inhoudsanalyse heb je niet te maken met een subject die er voor kan kiezen wel/niet
informatie te kiezen, maar met dood materiaal die je kunt manipuleren zoals je dat wilt.
Grote voordeel is dus dat je er zelf meer controle over hebt
Nadelen van surveys
1. Kan de onafhankelijke variabelen niet manipuleren
-causaal verband misschien een probleem
2. Vraagformulering en volgorde van vragen kan invloed hebben op hoe je respondent
antwoordt
-> dit probleem heb je niet bij inhoudsanalyse; je kunt zelf je codeboek samenstellen,
dit beïnvloedt niet op hoe er wordt gereageerd
3. Groeiende afkeer van surveys
-leidt tot hoge non respons
-> dit probleem heb je niet bij inhoudsanalyse
Over welke inhoud gaat het dan bij inhoudsanalyse?
-in principe over alle inhoud van communicatie
-vaak nieuws en informatie, maar ook over nieuwe media (twitterberichten), songteksten, of
presentatie op songfestivals, hoe personages in films naar voren komen
,Wat is inhoudsanalyse
Definitie: kan zowel kwalitatief als kwantitatief zijn
-kwantitatief: systematisch
-kwalitatief: interpreterend
Vaak wordt dit gelijkgesteld met een systematisch-kwantificerende inhoudsanalyse (dat doen
wij ook)
VB Bryman definitie: ‘seeks to quantify content in terms of predetermined categories and in a
systematic and replicable manner’
->eigen regels opstellen en die goed volgen (systematisch te werk gaan)
Twee grondleggers
1. Berelson:
‘content analysis is a research technique for the objective, systematic and
quantitative description of the manifest content of communication’
2. Holsti:
‘content analysis is any technique for making inferences by objectively and
systematically identifying specified characteristics of messages’
Overeenkomst: objectieve, systematische techniek
Verschil in beide definities
-Berelson: manifeste inhoud van communicatie (dus echt zichtbare, telbare stukken van
materiaal), Holsti heeft het over ‘any technique’: opening naar kwalitatieve en meer
interpretatie in toepassen van techniek
(Berelson is dus heel strikt kwantitatief, Holsti iets minder)
Waar ligt voor ons de grens?
Beperken ons tot systematisch-kwantificerende inhoudsanalyse
Beperken tot het onderzoeken van manifeste inhoud
Maar: als het zowel valide als systematisch, objectief, betrouwbaar en repliceerbaar
kan, kan meer latente inhoud ook (bijvoorbeeld toon of framing)
Globale opzet inhoudsanalyse:
-Groot aantal eenheden die je wilt analyseren
-Waarnemingsinstrument: codeboek
-Je behandelt elke eenheid op dezelfde manier; elke eenheid die je gaat coderen, behandel
,je op de zelfde manier
-> is dus heel vergelijkbaar met survey-onderzoek
Ook de fasering is gelijklopend; conceptueel model met probleemstelling, operationalisatie,
steekproeftrekking, waarneming (coderen), analyse, conclusie
-> wijkt niet af in opbouw van onderzoek, loopt gelijk aan survey bijvoorbeeld
Alleen komen er specifieke aspecten bij; systematisch te werk gaan, betrouwbaar coderen et
cetera
Wat is van belang bij inhoudsanalyse?
Ook validiteit, betrouwbaarheid en repliceerbaarheid zijn belangrijk bij inhoudsanalyse
Betrouwbaarheid vooral: focus van inhoudsanalyse, daar zit namelijk vaak het probleem.
Validiteit blijft een aspect; je moet echt meten wat je van plan was te meten. Je kan je
variabelen een(-voudig) maken, dat de validiteit van je variabelen wegvalt
Speciale aandachtspunten (4):
1. Theorie (moet je vanuit vertrekken)
2. Eenheden: moet je goed kiezen en expliciteren
3. Maken van goede variabelen: vooral betrouwbaarheid is een heikel punt bij
inhoudsanalyse (omdat er vaak meer dan één codeur is)
4. Sampling
->zijn de basiselementen waar speciale aandacht voor is voor een onderzoek als
inhoudsanalyse
Aandachtspunt 1: theorie
Je hebt een theoretisch kader (idee) dat uit een theorie komt en daar vragen uit destileren en
testen. Dat is niet anders bij inhoudsanalyse. Ook al is de verleiding groot dat niet te doen en
te beginnen te tellen en te meten. Je hebt een grafiek dus het is verleidelijk om theorie over
te slaan. Het is belangrijk om dit niet over te slaan.
Het is nodig om deductief te werk te gaan: vertrekken vanuit een theorie om zo overzicht te
houden over de context (relatie met sociale realiteit)
Dit is vooral belangrijk bij het interpreteren van resultaten
Iedereen kan tellen (dat doe je bij inhoudsanalyse); het voorkomen van een element in iets
(artikels bijvoorbeeld) en dit gaan tellen. Dat is het gevaar; omdat tellen zo eenvoudig is
wordt het vergeten om de context mee te nemen (wat en waarom je aan het doen bent).
, Gevaar: tellen is eenvoudig, daarom wordt te weinig nagedacht over WAT en HOE te tellen.
-WAT: context
-WAAROM: validiteit
Daarom moet je vanuit een conceptueel model starten (theoretisch oogpunt) met een
onderzoeksvraag die onderbouwd is en waar iets achter zit zodat je later een conclusie kunt
trekken
Kwantitatief onderzoek is dus niet zomaar tellen, maar wel proberen om de sociale realiteit/
communicatie-inhoud telbaar te maken
Er zijn relatief gezien twee soorten inhoudsanalyses te onderscheiden
-Kwantitatieve inhoudsanalyse: vaak beschrijvende probleemstellingen
-Indien voldoende comparatief uitgewerkt, kan het ook verklarend worden
Dus twee soorten:
1. Monitoring: je telt een bepaald fenomeen/realiteit en doet dit op langere termijn. Je
monitort bijvoorbeeld het voorkomen van minderheidsgroepen in media-inhoud. Op langere
termijn zodat je evoluties kunt zien. Hier heb je weinig theoretisch kader voor nodig. Dit zie je
vaak voor in de media (met een grafiekje erbij)
2. Wetenschappelijk onderzoek: hierbij probeer je ook iets bij te brengen. Wordt gedacht
aan theoretisch kader. Hierbij wordt meer comparatief te werk gegaan en wil je dingen
verklaren; je gaat dingen vergelijken en proberen oorzaak te vinden waarom er verschil is.
VB tv-zenders kijken hoe zij minderheidsgroepen in media berichten, verschil tussen
commerciële zender en andere zender bijvoorbeeld
Je kunt vergelijken
-in de tijd (binnen zelfde soort medium)
-tussen media (in zelfde land)
-tussen media in verschillende landen
Het is eerder een continuüm; de monitoring en wetenschappelijk gaan vaak meer in elkaar
over
Monitoring versus interpretatiever, verklarend onderzoek
De grafiek in de slide is iets als wat bij opdracht 2; prominentie-analyse gedaan moet worden
Vertrekken vanuit een theorie: onderzoeksvragen
DOEL: onderzoeksvragen/hypothesen formuleren die je kan beantwoorden met de middelen
die je hebt