De Werking van Onze Hersenen
WOH
GEN3MIN15
Samenvatting
Tamar Seele
689952
, Maandag 1 september
Leerdoelen:
- Het verkrijgen van een globaal overzicht van de werking van de hersenen.
- Het vormen van een “framework”.
- Een kijkje in de geschiedenis van de neurowetenschappen.
- Het leren kennen van een aantal termen, namelijk:
1. Motorisch systeem
2. Sensorisch systeem
3. Gedrag
4. Gedachten
5. Slaap
6. Psychiatrische aandoeningen
7. Farmacologische effecten op het brein
8. Effect van genetica op het brein
9. Van atoom tot cel
10. Autonoom zenuwstelsel
11. Niet-autonoom zenuwstelsel
De neurowetenschappen worden afgebakend tegenover andere vakgebieden, met name de neurologie en de
psychiatrie. Met behulp van een brainstorm wordt er een heel globaal overzicht gegeven van wat de hersenen
doen.
Neurowetenschappen ontfermt zich over het zenuwstelsel.
Psychiatrie een medisch specialisme dat zich ontfermt over ziektes van de geest.
Psychologie de wetenschap of het specialisme van de geest, ook wel ziel of gedrag.
Filosofie het vergaren van kennis en wijsheid.
Een globaal overzicht – macroscopie van de hersenen
De hersenen zijn onderdeel van ons zenuwstelsel. We onderscheiden twee zenuwstelsels:
- Het centraal zenuwstelsel (CNS), beschikkend over:
1. Hersenen
2. Het ruggenmerg (myelum)
- Het perifeer zenuwstelsel (PNS), beschikkend over:
1. Zenuwen (12 paar hersenzenuwen, 31 paar spinale zenuwen, en autonome
(viscerale) zenuwen).
2
, 2. Ganglia (= een knoop/ophoping van zenuwcellen (neuronen) buiten het centrale
zenuwstelsel, die een gemeenschappelijke functie delen).
De hersenen hebben een anatomische naamverdeling, globaal gezien
zijn deze:
1. Telencephalon deze bestaat uit de hersenschors (cortex
cerebri) en de subcorticale kernen die zich er onder, dieper in
de hersenen bevinden voor basale functies.
2. Diencephalon deze worden ook wel de tussenhersenen
genoemd en functioneert als het schakelpunt tussen de
hersenstam en de grote hersenen.
3. Mesencephalon deze wordt ook wel midbrain of middenhersenen genoemd, is het
bovenste deel van de hersenstam en een cruciaal onderdeel dat betrokken is bij de
regulatie van zintuiglijke en motorische functies.
4. Metencephalon deze bestaat uit het cerebellum en de pons, en de structuur omvat
de vierde ventrikel en de kernen van verschillende hersenzenuwen belangrijk voor de
motoriek en coördinatie, evenwicht, en het reguleren van slaap en opwinding.
5. Myelencephalon deze omvat de medulla oblongata (ook wel verlengde merg), en
reguleert vitale autonome functies zoals ademhaling, hartslag, en bloeddruk, en het
doorgeven van sensorische en motorische informatie tussen het ruggenmerg en de
hogere hersengebieden.
De hersenen bevatten verschillende soorten indelingen waar vandaan gekeken kan worden,
namelijk:
1. Functioneel / fysiologisch de motorische en sensibele functies.
2. Functioneel / anatomisch het autonome en somatische (ook wel niet-autonome)
systeem.
3. Functioneel / farmacologisch de inhiberende, exciterende en modulerende
functies. Ook wel de manier waarop neurotransmitters signalen doorgeven in het
zenuwstelsel.
4. Histologisch kijkt naar typen neuronen, gliacellen en endotheelcellen (ook wel
bleodvaten).
5. (Fylogenetisch oude hersendelen worden hier vergeleken met meer recent
ontwikkelde delen.)
De geschiedenis van de neurowetenschappen begon met theorieën:
1. Ramon y Cajal formuleerde de neuron theorie alle neuronen zijn individuele
cellen die onderling “contact” maken.
2. Golgi formuleert de reticulaire theorie alle neuronen zijn als een netwerk met
elkaar verbonden.
Beiden kregen de nobelprijs in 1906, maar Ramon y Cajal had gelijk met de neuron theorie.
Echter hielp Golgi’s techniek Cajal met het beschrijven van een zeer gedetailleerde versie
van de anatomie van de hersenen, waarmee hij de basis legt voor de huidige
neurowetenschappen.
Het brein bestaat uit grijze en witte stof;
3
, - Grijze stof bevat de cellichamen van de neuronen. Hier zitten soms ook korte axonen.
- Witte stof bevat de uitlopers van de
neuronen (deze worden axonen genoemd) die
de communicatie tussen neuronen verzorgen.
Deze axonen kunnen gemyeliniseerd of
ongemyeliniseerd zijn.
Alle hersenfuncties zijn mogelijk gemaakt door
communicatie tussen neuronen. Deze communicatie
gebeurt door elektrische signalen. Deze elektrische
signalen worden actiepotentialen genoemd. Actiepotentialen die zijn er wel of niet, dit is
afhankelijk van de hoeveelheid spanning dat aanwezig is. Een voorbeeld van een
actiepotentiaal: je stoot je kleine teen, het eerste actiepotentiaal ontstaat dan in je receptoren
in je teen, dan in je ruggenmerg, dan in je thalamus, dan in je cerebrale schors. Deze
actiepotentialen werken namelijk als een kettingreactie, waardoor de gegevens dus worden
doorgegeven.
De juiste informatie wordt doorgegeven aan
specifieke onderdelen van de hersenen. Zo zijn er
verschillende hersengebieden met ieder zijn
eigen functie:
1. Vestibulaire cortex cruciaal voor
evenwicht, ruimtelijke orientatie en het
waarnemen van zelfbeweging.
2. Somatosensorische cortex (gyrus post-
centralis) verantwoordelijk voor de
verwerking van lichamelijke zintuigelijke
informatie zoals tast, pijn, temperatuur,
druk, houding en beweging. Ontvangt
informatie van de huid, spieren en pezen
etc..
3. Gustatorische cortex ook wel de smaakcortex genoemd, verantwoordelijk voor de
perceptie van smaken.
4. Visuele cortex ook wel visuele schors, cortex visualis of gezichtsschors, is
onderdeel van de occipitale kwab betrokken bij de visuele waarneming.
5. Auditieve cortex bevind zich in de temporaalkwab en analyseert en verwerkt alle
informatie uit het gehoor, van basale geluidskenmerken tot complexe geluidspatronen
zoals spraak en muziek.
6. Olfactorische cortex ook wel de reukschors genoemd en verantwoordelijk voor de
verwerking en herkenning van geur.
4
WOH
GEN3MIN15
Samenvatting
Tamar Seele
689952
, Maandag 1 september
Leerdoelen:
- Het verkrijgen van een globaal overzicht van de werking van de hersenen.
- Het vormen van een “framework”.
- Een kijkje in de geschiedenis van de neurowetenschappen.
- Het leren kennen van een aantal termen, namelijk:
1. Motorisch systeem
2. Sensorisch systeem
3. Gedrag
4. Gedachten
5. Slaap
6. Psychiatrische aandoeningen
7. Farmacologische effecten op het brein
8. Effect van genetica op het brein
9. Van atoom tot cel
10. Autonoom zenuwstelsel
11. Niet-autonoom zenuwstelsel
De neurowetenschappen worden afgebakend tegenover andere vakgebieden, met name de neurologie en de
psychiatrie. Met behulp van een brainstorm wordt er een heel globaal overzicht gegeven van wat de hersenen
doen.
Neurowetenschappen ontfermt zich over het zenuwstelsel.
Psychiatrie een medisch specialisme dat zich ontfermt over ziektes van de geest.
Psychologie de wetenschap of het specialisme van de geest, ook wel ziel of gedrag.
Filosofie het vergaren van kennis en wijsheid.
Een globaal overzicht – macroscopie van de hersenen
De hersenen zijn onderdeel van ons zenuwstelsel. We onderscheiden twee zenuwstelsels:
- Het centraal zenuwstelsel (CNS), beschikkend over:
1. Hersenen
2. Het ruggenmerg (myelum)
- Het perifeer zenuwstelsel (PNS), beschikkend over:
1. Zenuwen (12 paar hersenzenuwen, 31 paar spinale zenuwen, en autonome
(viscerale) zenuwen).
2
, 2. Ganglia (= een knoop/ophoping van zenuwcellen (neuronen) buiten het centrale
zenuwstelsel, die een gemeenschappelijke functie delen).
De hersenen hebben een anatomische naamverdeling, globaal gezien
zijn deze:
1. Telencephalon deze bestaat uit de hersenschors (cortex
cerebri) en de subcorticale kernen die zich er onder, dieper in
de hersenen bevinden voor basale functies.
2. Diencephalon deze worden ook wel de tussenhersenen
genoemd en functioneert als het schakelpunt tussen de
hersenstam en de grote hersenen.
3. Mesencephalon deze wordt ook wel midbrain of middenhersenen genoemd, is het
bovenste deel van de hersenstam en een cruciaal onderdeel dat betrokken is bij de
regulatie van zintuiglijke en motorische functies.
4. Metencephalon deze bestaat uit het cerebellum en de pons, en de structuur omvat
de vierde ventrikel en de kernen van verschillende hersenzenuwen belangrijk voor de
motoriek en coördinatie, evenwicht, en het reguleren van slaap en opwinding.
5. Myelencephalon deze omvat de medulla oblongata (ook wel verlengde merg), en
reguleert vitale autonome functies zoals ademhaling, hartslag, en bloeddruk, en het
doorgeven van sensorische en motorische informatie tussen het ruggenmerg en de
hogere hersengebieden.
De hersenen bevatten verschillende soorten indelingen waar vandaan gekeken kan worden,
namelijk:
1. Functioneel / fysiologisch de motorische en sensibele functies.
2. Functioneel / anatomisch het autonome en somatische (ook wel niet-autonome)
systeem.
3. Functioneel / farmacologisch de inhiberende, exciterende en modulerende
functies. Ook wel de manier waarop neurotransmitters signalen doorgeven in het
zenuwstelsel.
4. Histologisch kijkt naar typen neuronen, gliacellen en endotheelcellen (ook wel
bleodvaten).
5. (Fylogenetisch oude hersendelen worden hier vergeleken met meer recent
ontwikkelde delen.)
De geschiedenis van de neurowetenschappen begon met theorieën:
1. Ramon y Cajal formuleerde de neuron theorie alle neuronen zijn individuele
cellen die onderling “contact” maken.
2. Golgi formuleert de reticulaire theorie alle neuronen zijn als een netwerk met
elkaar verbonden.
Beiden kregen de nobelprijs in 1906, maar Ramon y Cajal had gelijk met de neuron theorie.
Echter hielp Golgi’s techniek Cajal met het beschrijven van een zeer gedetailleerde versie
van de anatomie van de hersenen, waarmee hij de basis legt voor de huidige
neurowetenschappen.
Het brein bestaat uit grijze en witte stof;
3
, - Grijze stof bevat de cellichamen van de neuronen. Hier zitten soms ook korte axonen.
- Witte stof bevat de uitlopers van de
neuronen (deze worden axonen genoemd) die
de communicatie tussen neuronen verzorgen.
Deze axonen kunnen gemyeliniseerd of
ongemyeliniseerd zijn.
Alle hersenfuncties zijn mogelijk gemaakt door
communicatie tussen neuronen. Deze communicatie
gebeurt door elektrische signalen. Deze elektrische
signalen worden actiepotentialen genoemd. Actiepotentialen die zijn er wel of niet, dit is
afhankelijk van de hoeveelheid spanning dat aanwezig is. Een voorbeeld van een
actiepotentiaal: je stoot je kleine teen, het eerste actiepotentiaal ontstaat dan in je receptoren
in je teen, dan in je ruggenmerg, dan in je thalamus, dan in je cerebrale schors. Deze
actiepotentialen werken namelijk als een kettingreactie, waardoor de gegevens dus worden
doorgegeven.
De juiste informatie wordt doorgegeven aan
specifieke onderdelen van de hersenen. Zo zijn er
verschillende hersengebieden met ieder zijn
eigen functie:
1. Vestibulaire cortex cruciaal voor
evenwicht, ruimtelijke orientatie en het
waarnemen van zelfbeweging.
2. Somatosensorische cortex (gyrus post-
centralis) verantwoordelijk voor de
verwerking van lichamelijke zintuigelijke
informatie zoals tast, pijn, temperatuur,
druk, houding en beweging. Ontvangt
informatie van de huid, spieren en pezen
etc..
3. Gustatorische cortex ook wel de smaakcortex genoemd, verantwoordelijk voor de
perceptie van smaken.
4. Visuele cortex ook wel visuele schors, cortex visualis of gezichtsschors, is
onderdeel van de occipitale kwab betrokken bij de visuele waarneming.
5. Auditieve cortex bevind zich in de temporaalkwab en analyseert en verwerkt alle
informatie uit het gehoor, van basale geluidskenmerken tot complexe geluidspatronen
zoals spraak en muziek.
6. Olfactorische cortex ook wel de reukschors genoemd en verantwoordelijk voor de
verwerking en herkenning van geur.
4