Week 1
De student kan:
De bronnen van het materiële strafrecht benoemen.
- De wet → Wetboek van Strafrecht en bijzondere strafwetten (WVW, WWM,
Opiumwet)
- Jurisprudentie
- Verdragen
- Rechtsbeginselen
- Literatuur
Uitleggen wat het materieelrechtelijke legaliteitsbeginsel inhoudt.
- Art. 16 Gw, art. 1 Sr, art. 7 EVRM
- Er kan alleen gestraft worden als die straf een grondslag heeft in een
voorafgaande wettelijke strafbepaling van de formele wetgever.
- Uitzondering is te vinden in art. 7 lid 2 EVRM → Bijv. bij oorlogsmisdaden.
Het beginsel ‘geen straf zonder schuld’ toelichten.
- Nulla poena-beginsel (legaliteitsbeginsel)
- Subregels
- De straf moet berusten op een wet in formele zin
- Verbod van terugwerkende kracht
- Bestimmtheitsgebot (lex certa)
- Verbod van analogische interpretatie → Als iets ergens op lijkt,
daarvan het wetsartikel gebruiken.
- Art. 6 lid 2 EVRM → Verdachte wordt voor onschuldig gehouden totdat de
schuld door de rechter is vastgesteld. (onschuldpresumptie)
De doelen en functies van straffen beschrijven en deze in een rechterlijke uitspraak
herkennen.
Extra: straftheorieën.
- Absolute theorieën → Gericht op vergelding.
- Is te herkennen bij bijvoorbeeld de oplegging van een onvoorwaardelijke
gevangenisstraf.
- Relatieve theorieën → Gericht op preventie.
- Speciale preventie → Preventie voor de dader.
- Is te herkennen aan bijzondere voorwaarden, zoals reclassering,
opname in verslavingskliniek en voorwaardelijke gevangenisstraf.
- Generale preventie → Preventie voor anderen.
- Is te herkennen aan het feit dat er straf wordt opgelegd, om zo de
maatschappij af te schrikken.
, Week 2
De student kan:
Van een willekeurige delictsomschrijving de verschillende bestanddelen onderscheiden.
- Geschreven voorwaarden voor strafbaarheid, die bewezen moeten worden.
- Voorbeeld art. 310 Sr diefstal:
- Wegnemen van
- Enig goed
- Dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort
- Met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigenen
Strafbare feiten kwalificeren.
- Kijken onder welke delictsomschrijving een tenlastelegging valt.
Uitleggen wat de elementen van een strafbaar feit zijn.
- Ongeschreven voorwaarden voor strafbaarheid, die geacht worden aanwezig te zijn.
- Vaak wederrechtelijk en schuld.
Het belang van het zorgvuldig opstellen van een tenlastelegging toelichten.
- Als in de tenlastelegging een bestanddeel vergeten wordt, dan kan het
bewezenverklaarde (onder vraag 1 art. 350 Sv) niet gekwalificeerd worden als een
strafbaar feit (bij vraag 2 van art. 350 Sv).
- De verdachte moet dan o.g.v. art. 352 lid 2 Sv ontslagen worden van alle
rechtsvervolging.
Uitleggen welke leer de Hoge Raad aanhangt als het gaat om strafrechtelijke toerekening
van gedrag en deze toepassen op een casus.
- Heersende leer → Leer van de redelijke toerekening (letale longembolie)
- Kan het gevolg redelijkerwijs aan de gedraging van verdachte worden
toegerekend?
Inkleuren/beredeneren aan de hand van volgende causaliteitsleren:
- Conditio sine qua non → Is het gedrag van verdachte een onmisbare
schakel voor het intreden van het gevolg?
- Causa proxima → Gekeken naar de dichtstbijzijnde oorzaak voor het
gevolg.
- Voorzienbaarheid (Etalageruit-arrest) → Gekeken naar bepaald
risicovol gedrag, of het voorzienbaar was dat daaruit strafbare
gevolgen zouden voortvloeien. Veel gebruikt bij verkeersongevallen
(te hard rijden, dronken rijden).
- Alternatieve causaliteit → Als er een alternatieve oorzaak voor het gevolg
wordt aangedragen.
- Leer van de redelijke toerekening blijft leidend, de drie aanvullende leren zijn
niet van toepassing.
- Er moet aanvulling gezocht worden aan de hand van Groninger HIV-arrest.
1. De gedraging moet een onmisbare schakel kunnen hebben gevormd
in de gebeurtenissen.
De student kan:
De bronnen van het materiële strafrecht benoemen.
- De wet → Wetboek van Strafrecht en bijzondere strafwetten (WVW, WWM,
Opiumwet)
- Jurisprudentie
- Verdragen
- Rechtsbeginselen
- Literatuur
Uitleggen wat het materieelrechtelijke legaliteitsbeginsel inhoudt.
- Art. 16 Gw, art. 1 Sr, art. 7 EVRM
- Er kan alleen gestraft worden als die straf een grondslag heeft in een
voorafgaande wettelijke strafbepaling van de formele wetgever.
- Uitzondering is te vinden in art. 7 lid 2 EVRM → Bijv. bij oorlogsmisdaden.
Het beginsel ‘geen straf zonder schuld’ toelichten.
- Nulla poena-beginsel (legaliteitsbeginsel)
- Subregels
- De straf moet berusten op een wet in formele zin
- Verbod van terugwerkende kracht
- Bestimmtheitsgebot (lex certa)
- Verbod van analogische interpretatie → Als iets ergens op lijkt,
daarvan het wetsartikel gebruiken.
- Art. 6 lid 2 EVRM → Verdachte wordt voor onschuldig gehouden totdat de
schuld door de rechter is vastgesteld. (onschuldpresumptie)
De doelen en functies van straffen beschrijven en deze in een rechterlijke uitspraak
herkennen.
Extra: straftheorieën.
- Absolute theorieën → Gericht op vergelding.
- Is te herkennen bij bijvoorbeeld de oplegging van een onvoorwaardelijke
gevangenisstraf.
- Relatieve theorieën → Gericht op preventie.
- Speciale preventie → Preventie voor de dader.
- Is te herkennen aan bijzondere voorwaarden, zoals reclassering,
opname in verslavingskliniek en voorwaardelijke gevangenisstraf.
- Generale preventie → Preventie voor anderen.
- Is te herkennen aan het feit dat er straf wordt opgelegd, om zo de
maatschappij af te schrikken.
, Week 2
De student kan:
Van een willekeurige delictsomschrijving de verschillende bestanddelen onderscheiden.
- Geschreven voorwaarden voor strafbaarheid, die bewezen moeten worden.
- Voorbeeld art. 310 Sr diefstal:
- Wegnemen van
- Enig goed
- Dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort
- Met het oogmerk van wederrechtelijk toe-eigenen
Strafbare feiten kwalificeren.
- Kijken onder welke delictsomschrijving een tenlastelegging valt.
Uitleggen wat de elementen van een strafbaar feit zijn.
- Ongeschreven voorwaarden voor strafbaarheid, die geacht worden aanwezig te zijn.
- Vaak wederrechtelijk en schuld.
Het belang van het zorgvuldig opstellen van een tenlastelegging toelichten.
- Als in de tenlastelegging een bestanddeel vergeten wordt, dan kan het
bewezenverklaarde (onder vraag 1 art. 350 Sv) niet gekwalificeerd worden als een
strafbaar feit (bij vraag 2 van art. 350 Sv).
- De verdachte moet dan o.g.v. art. 352 lid 2 Sv ontslagen worden van alle
rechtsvervolging.
Uitleggen welke leer de Hoge Raad aanhangt als het gaat om strafrechtelijke toerekening
van gedrag en deze toepassen op een casus.
- Heersende leer → Leer van de redelijke toerekening (letale longembolie)
- Kan het gevolg redelijkerwijs aan de gedraging van verdachte worden
toegerekend?
Inkleuren/beredeneren aan de hand van volgende causaliteitsleren:
- Conditio sine qua non → Is het gedrag van verdachte een onmisbare
schakel voor het intreden van het gevolg?
- Causa proxima → Gekeken naar de dichtstbijzijnde oorzaak voor het
gevolg.
- Voorzienbaarheid (Etalageruit-arrest) → Gekeken naar bepaald
risicovol gedrag, of het voorzienbaar was dat daaruit strafbare
gevolgen zouden voortvloeien. Veel gebruikt bij verkeersongevallen
(te hard rijden, dronken rijden).
- Alternatieve causaliteit → Als er een alternatieve oorzaak voor het gevolg
wordt aangedragen.
- Leer van de redelijke toerekening blijft leidend, de drie aanvullende leren zijn
niet van toepassing.
- Er moet aanvulling gezocht worden aan de hand van Groninger HIV-arrest.
1. De gedraging moet een onmisbare schakel kunnen hebben gevormd
in de gebeurtenissen.