Samenvatting FOvN
Vennootschapsbelasting
Vpb wordt geheven van nv’s, bv’s en coöperaties (en stichtingen/verenigingen
voor zover zij een onderneming drijven) naar Nederlands recht opgericht en
daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsvromen (mits feitelijke leiding in
Nederland). Niet aan de vof en maatschap.
.
Subjectieve belastingplicht
Van belang waar een vennootschap is gevestigd (art. 4 AWR jo art. 2 Vpb). Wordt
beoordeeld a.d.h.v. de omstandigheden. De plaats van de feitelijke leiding is
daarbij doorslaggevend (rechtspraak). Kernbeslissingen, feitelijke beslissingen
omtrent beleid.
Daarnaast geldt een vestigingsplaatsfictie (art. 2 lid 5 Vpb): als een lichaam naar
Nederlands recht is opgericht, wordt hij geacht in Nederland te zijn gevestigd. Dit
gaat boven de feitelijke leiding.
— Een naar Nederlands recht opgerichte bv waarvan het bestuur altijd
samenkomt voor feitelijke leiding in Duitsland? Toch binnenlands
belastingplichtig door vestigingsplaatsfictie.
Binnenlandse belastingplichtige (art. 2 Vpb) die zijn gevestigd in Nederland voor
het wereldinkomen.
Hoofdregel: een in Nederland gevestigde bv is belast voor het wereldinkomen.
Maar door Verdragen wordt dubbele belasting voorkomen, dus voor Nederlandse
inkomen in Nederland belasting betalen. Voor buitenlands inkomen in buitenland.
Buitenlandse belastingplichtige (art. 3 Vpb) die niet gevestigd zijn in Nederland
voor het Nederlands inkomen. Wordt niet getoetst op het tentamen.
Onderneming
Vpb-lichamen worden geacht hun onderneming te drijven met behulp van hun
gehele vermogen (art. 2 lid 6 Vpb). De bv wordt dus altijd geacht een
onderneming te drijven, alles wat zij doet is ondernemingsvermogen (zelfs als zij
zich alleen bezighoudt met beleggen). Voor alle resultaten onderworpen aan de
vpb – ‘ondernemersfictie’.
Anders dan bij de IB worden alle soort activiteiten die een bv uitvoert voor de Vpb
beschouwd als één en dezelfde onderneming. Er is altijd maar één onderneming.
Emigratie
Als een naar Nederlands recht opgerichte bv die de feitelijke leiding in Nederland
heeft, de feitelijke leiding naar België verplaatst, wordt dit gezien als emigratie.
De bv blijft binnenlands belastingplichtig doordat het naar Nederlands recht is
opgericht, maar België zal ook willen heffen over de winst die daar wordt
gemaakt. Vaak een belastingverdrag, waarin staat dat het land waar de feitelijke
leiding plaatsvindt, heffingsbevoegd is. Dus blijft binnenlands bp, maar Nederland
kan niet meer heffen.
Nederland dreigt dan het heffingsrecht te verliezen over de meerwaarde die in
Nederland zijn opgebouwd, en dan moet worden afgerekend ex art. 15c Vpb
(eindafrekening). Dit over alle meerwaarde over spullen die voortaan niet meer in
Nederland kunnen worden belast, dus die mee de grens over gaan.
,Dit geldt alleen bij een Verdragsland (wordt gegeven op tentamen). Bij een derde
land blijft het zo dat Nederland mag heffen over het wereldinkomen.
Wanneer een naar vreemd recht opgerichte bv emigreert vindt altijd afrekening
plaats, maar ook alleen over de meerwaarde waar Nederland heffingsrecht over
verliest.
In het kader van vrijheid van vestiging geeft art. 25b IW de mogelijkheid om te
verzoeken tot ‘betalingsuitstel’ in de vorm van termijnen, zodat niet aan de grens
hoeft te worden afgerekend. Geldt alleen voor emigratie binnen EU.
NB: voor 15c van belang het onderscheid Verdragsland of niet, en voor 25b IW
van belang het onderscheid emigratie naar EU of niet.
Objectieve belastingplicht
Winst
Vpb wordt geheven over de winst. Je kan winst berekenen op twee manieren:
1. De resultatenrekening (RR) – opbrengsten minus de kosten.
2. Via vermogensvergelijking – eindvermogen minus beginvermogen plus
onttrekkingen minus kapitaalstortingen.
- EV-eindbalans (31-12) minus EV-beginbalans (01-01) met correctie.
Bij punt 2 vindt dus nog een correctie plaats. Waarom corrigeren? Onder winst
valt enkel wat een bv heeft verdiend en is kwijtgeraakt met het drijven van een
onderneming. Alles wat daar niet uit voortvloeit, maar bijv. uit verkeer met
aandeelhouders (onttrekkingen en stortingen), moeten worden geweerd uit het
winstbegrip (ex art. 8 lid 1 Vpb; art. 3.8 IB).
Winst kan negatief zijn (verlies).
Kapitaalverkeer aandeelhouder
Kapitaalverkeer met de aandeelhouder kan zijn kapitaalstortingen en
winstuitdeling (dividend). Maken de bv rijker en armer, maar beïnvloeden de
winst niet (storting is geen winst; uitdeling is niet aftrekbaar).
Stel, aandeelhouder stort 100 euro op bankrekening bv. Bv wordt rijker,
bezittingen nemen toe, EV stijgt, maar niet verdiend met drijven van
onderneming (= kapitaalverkeer).
Kapitaalstortingen zijn dus nooit belast.
Kapitaalverkeer Vpb-lichaam (algemeen)
Vermogensverstrekking valt onder kapitaalstorting. Onderscheiden formeel en
informeel kapitaal.
Formeel kapitaal
Dit wordt gestort als aandelen worden genomen, aandeelhouders betalen
hiervoor en storten kapitaal in de bv. Hieronder valt nominaal gestort kapitaal en
agio (alles erboven). Wel rijker, geen winst.
Informeel kapitaal
Alle andere voordelen die de aandeelhouder in de bv inbrengt, zonder dat sprake
is van nominaal gestort kapitaal en agio. Ook onbelast voor de bv.
,Hieronder vallen ook de hoofdsom van de volgende ‘hybride’ leningen:
— Schijnlening
— Bodemlozeputlening
— Deelnemerschapslening
Belangrijk: kapitaal en lening moet worden onderscheidt, wordt fiscaal heel
anders behandeld. Kapitaal is synoniem van (eigen) vermogen, formeel en
informeel. Hieronder vallen alleen de bovengenoemde leningen, die een
uitzondering zijn op overige leningen.
Kenmerken informeel kapitaal
Inbreng van kapitaal zonder dat sprake is van een storting op aandelen;
Bevoordeling door aandeelhouder als zodanig;
Bewustheid bij aandeelhouder én vennootschap;
Inbreng in vermogenssfeer of kosten/batensfeer.
In de vermogenssfeer, d.m.v. inbreng geld of goederen
Denk aan een moedermaatschappij (M) die een machine verkoopt aan
dochtermaatschappij (D) voor de boekwaarde van 50, terwijl de WEV 200 is. Als
M dit had verkocht aan een derde, had ze dus 200 gevraagd. D mag de machine
activeren voor 200 op de balans. Dit is een voordeel door de aandeelhouder in de
bv gestopt (150 kapitaal), zonder dat sprake is van storting op aandelen. D wordt
150 rijker, dit voordeel is niet belast (kapitaalstorting).
Bij M moet echter wel winst worden genomen en belast. Zij verkoopt voor
machine van 50 voor 50, feitelijke boekwinst is 0. Maar toch belast voor 150 aan
winst, omdat de zakelijke prijs 200 zou zijn geweest. Bij M komt het terug op de
balans als deelneming.
Eigenlijk constateer je dat er te weinig is betaald, maar dat de fiscale gevolgen
wel worden ingericht alsof het zakelijke bedrag zou zijn betaald.
In de kosten/batensfeer, d.m.v. niet bedingen van rente of huur of te lage
vergoeding bedongen
Denk aan M die geld uitleent aan D en daarvoor 1.000 rente vraagt, terwijl een
zakelijke rente 5.000 zou zijn. D wordt dus bevoordeeld met 4.000. Hoewel zij
maar 1.000 heeft betaald, mag zij 5.000 rente aftrekken. Dat voordeel is niet
belast.
M ontvangt maar 1.000 rente, maar als zij zakelijk had gehandeld had zij 5.000
ontvangen, dus wordt zij ook belast voor 5.000. M boekt haar deelneming op met
het bedrag die zij aan informeel kapitaal heeft gestort aan D (dus 4.000).
Onzakelijke transactie moet je dus altijd ‘verzakelijken’, en de belastingheffing
richt je in alsof dat zakelijke bedrag daadwerkelijk is betaald. Zie art. 8b Vpb.
Leningen
Een civielrechtelijke lening is ook fiscaal een lening zolang er een
terugbetalingsplicht is.
, Vergoeding is de rente die aftrekbaar is bij de dochter (ontvanger lening; betaler
rente). Bij de moeder (betaler lening; ontvanger rente) is de renteopbrengst
belast.
Lening als informeel kapitaal
Herhaling: drie gevallen waarin leningen worden aangemerkt als
kapitaalverstrekking (informeel kapitaal). Zijn wel ‘terugbetalingsverplichtingen’
aan gekoppeld, dus civielrechtelijk leningen, maar fiscaal worden deze leningen
beschouwd als EV.
Schijnlening
Oogmerk partijen is niet lening verstrekken maar een kapitaalverstrekking. Zijn
een kapitaalstorting overeengekomen, maar noemen het een lening. Reden voor
de ‘schijnlening’ zou zijn om de rente te kunnen aftrekken, maar dat is dus niet
de bedoeling, daarom deze correctie.
Bodemlozeputlening
Aandeelhouder verstrekt lening aan bv terwijl zij op dat moment al weet dat het
geld niet zal worden terugbetaald. Reden voor een bodemlozeputlening zou zijn
om goede naam in stand te houden, zodat D aan crediteuren kan voldoen.
Deelnemerschapslening
Dit is een vrijwel geheel winstafhankelijke rente. Achtergesteld en onbepaalde
looptijd (langer dan 50 jaar). Deze kenmerken maken dat er formeel sprake is van
een lening, maar materiaal sprake is van inbreng van kapitaal.
(On)zakelijke lening
Leningen die niet onder kapitaal vallen maar een hele andere fiscale behandeling
hebben en VV zijn:
o Onzakelijke leningen (ODR-leningen)
o Zakelijke of zakelijk te maken leningen (OR-leningen)
Onzakelijke/ODR-leningen
Een onzakelijke lening is een lening waaraan een onzakelijk debiteurenrisico is
verbonden, oftewel een derde had de lening niet willen verstrekken (ook niet
tegen een hogere vaste rente).
Vervelende is dat eventueel verlies (afwaarderingsverlies) dat wordt geleden niet
in mindering kan komen op de fiscale winst van M.
Verschil met bodemlozeputlening is dat er wel een kans is dat het geld
terugkomt, maar het debiteurenrisico is wel zodanig groot dat een derde de
lening niet had willen verstrekken.
De rente op een ODR-lening kan niet worden gecorrigeerd naar zakelijk, omdat er
geen markt is (geen derde wil tegen hogere rente verstrekken). Moet worden
gesteld op borgstellingsanaloge rente: wat als er wel een bank was die onder
borgstelling de lening had willen verstrekken, welke rente was dan gesteld? Die
rente is vervolgens aftrekbaar bij D en belast bij M.
Zakelijk (te maken) lening
Een zakelijke lening heeft een zakelijke rentevergoeding. Derde is bereid de
lening tegen dezelfde rente te verstrekken.
Vennootschapsbelasting
Vpb wordt geheven van nv’s, bv’s en coöperaties (en stichtingen/verenigingen
voor zover zij een onderneming drijven) naar Nederlands recht opgericht en
daarmee vergelijkbare buitenlandse rechtsvromen (mits feitelijke leiding in
Nederland). Niet aan de vof en maatschap.
.
Subjectieve belastingplicht
Van belang waar een vennootschap is gevestigd (art. 4 AWR jo art. 2 Vpb). Wordt
beoordeeld a.d.h.v. de omstandigheden. De plaats van de feitelijke leiding is
daarbij doorslaggevend (rechtspraak). Kernbeslissingen, feitelijke beslissingen
omtrent beleid.
Daarnaast geldt een vestigingsplaatsfictie (art. 2 lid 5 Vpb): als een lichaam naar
Nederlands recht is opgericht, wordt hij geacht in Nederland te zijn gevestigd. Dit
gaat boven de feitelijke leiding.
— Een naar Nederlands recht opgerichte bv waarvan het bestuur altijd
samenkomt voor feitelijke leiding in Duitsland? Toch binnenlands
belastingplichtig door vestigingsplaatsfictie.
Binnenlandse belastingplichtige (art. 2 Vpb) die zijn gevestigd in Nederland voor
het wereldinkomen.
Hoofdregel: een in Nederland gevestigde bv is belast voor het wereldinkomen.
Maar door Verdragen wordt dubbele belasting voorkomen, dus voor Nederlandse
inkomen in Nederland belasting betalen. Voor buitenlands inkomen in buitenland.
Buitenlandse belastingplichtige (art. 3 Vpb) die niet gevestigd zijn in Nederland
voor het Nederlands inkomen. Wordt niet getoetst op het tentamen.
Onderneming
Vpb-lichamen worden geacht hun onderneming te drijven met behulp van hun
gehele vermogen (art. 2 lid 6 Vpb). De bv wordt dus altijd geacht een
onderneming te drijven, alles wat zij doet is ondernemingsvermogen (zelfs als zij
zich alleen bezighoudt met beleggen). Voor alle resultaten onderworpen aan de
vpb – ‘ondernemersfictie’.
Anders dan bij de IB worden alle soort activiteiten die een bv uitvoert voor de Vpb
beschouwd als één en dezelfde onderneming. Er is altijd maar één onderneming.
Emigratie
Als een naar Nederlands recht opgerichte bv die de feitelijke leiding in Nederland
heeft, de feitelijke leiding naar België verplaatst, wordt dit gezien als emigratie.
De bv blijft binnenlands belastingplichtig doordat het naar Nederlands recht is
opgericht, maar België zal ook willen heffen over de winst die daar wordt
gemaakt. Vaak een belastingverdrag, waarin staat dat het land waar de feitelijke
leiding plaatsvindt, heffingsbevoegd is. Dus blijft binnenlands bp, maar Nederland
kan niet meer heffen.
Nederland dreigt dan het heffingsrecht te verliezen over de meerwaarde die in
Nederland zijn opgebouwd, en dan moet worden afgerekend ex art. 15c Vpb
(eindafrekening). Dit over alle meerwaarde over spullen die voortaan niet meer in
Nederland kunnen worden belast, dus die mee de grens over gaan.
,Dit geldt alleen bij een Verdragsland (wordt gegeven op tentamen). Bij een derde
land blijft het zo dat Nederland mag heffen over het wereldinkomen.
Wanneer een naar vreemd recht opgerichte bv emigreert vindt altijd afrekening
plaats, maar ook alleen over de meerwaarde waar Nederland heffingsrecht over
verliest.
In het kader van vrijheid van vestiging geeft art. 25b IW de mogelijkheid om te
verzoeken tot ‘betalingsuitstel’ in de vorm van termijnen, zodat niet aan de grens
hoeft te worden afgerekend. Geldt alleen voor emigratie binnen EU.
NB: voor 15c van belang het onderscheid Verdragsland of niet, en voor 25b IW
van belang het onderscheid emigratie naar EU of niet.
Objectieve belastingplicht
Winst
Vpb wordt geheven over de winst. Je kan winst berekenen op twee manieren:
1. De resultatenrekening (RR) – opbrengsten minus de kosten.
2. Via vermogensvergelijking – eindvermogen minus beginvermogen plus
onttrekkingen minus kapitaalstortingen.
- EV-eindbalans (31-12) minus EV-beginbalans (01-01) met correctie.
Bij punt 2 vindt dus nog een correctie plaats. Waarom corrigeren? Onder winst
valt enkel wat een bv heeft verdiend en is kwijtgeraakt met het drijven van een
onderneming. Alles wat daar niet uit voortvloeit, maar bijv. uit verkeer met
aandeelhouders (onttrekkingen en stortingen), moeten worden geweerd uit het
winstbegrip (ex art. 8 lid 1 Vpb; art. 3.8 IB).
Winst kan negatief zijn (verlies).
Kapitaalverkeer aandeelhouder
Kapitaalverkeer met de aandeelhouder kan zijn kapitaalstortingen en
winstuitdeling (dividend). Maken de bv rijker en armer, maar beïnvloeden de
winst niet (storting is geen winst; uitdeling is niet aftrekbaar).
Stel, aandeelhouder stort 100 euro op bankrekening bv. Bv wordt rijker,
bezittingen nemen toe, EV stijgt, maar niet verdiend met drijven van
onderneming (= kapitaalverkeer).
Kapitaalstortingen zijn dus nooit belast.
Kapitaalverkeer Vpb-lichaam (algemeen)
Vermogensverstrekking valt onder kapitaalstorting. Onderscheiden formeel en
informeel kapitaal.
Formeel kapitaal
Dit wordt gestort als aandelen worden genomen, aandeelhouders betalen
hiervoor en storten kapitaal in de bv. Hieronder valt nominaal gestort kapitaal en
agio (alles erboven). Wel rijker, geen winst.
Informeel kapitaal
Alle andere voordelen die de aandeelhouder in de bv inbrengt, zonder dat sprake
is van nominaal gestort kapitaal en agio. Ook onbelast voor de bv.
,Hieronder vallen ook de hoofdsom van de volgende ‘hybride’ leningen:
— Schijnlening
— Bodemlozeputlening
— Deelnemerschapslening
Belangrijk: kapitaal en lening moet worden onderscheidt, wordt fiscaal heel
anders behandeld. Kapitaal is synoniem van (eigen) vermogen, formeel en
informeel. Hieronder vallen alleen de bovengenoemde leningen, die een
uitzondering zijn op overige leningen.
Kenmerken informeel kapitaal
Inbreng van kapitaal zonder dat sprake is van een storting op aandelen;
Bevoordeling door aandeelhouder als zodanig;
Bewustheid bij aandeelhouder én vennootschap;
Inbreng in vermogenssfeer of kosten/batensfeer.
In de vermogenssfeer, d.m.v. inbreng geld of goederen
Denk aan een moedermaatschappij (M) die een machine verkoopt aan
dochtermaatschappij (D) voor de boekwaarde van 50, terwijl de WEV 200 is. Als
M dit had verkocht aan een derde, had ze dus 200 gevraagd. D mag de machine
activeren voor 200 op de balans. Dit is een voordeel door de aandeelhouder in de
bv gestopt (150 kapitaal), zonder dat sprake is van storting op aandelen. D wordt
150 rijker, dit voordeel is niet belast (kapitaalstorting).
Bij M moet echter wel winst worden genomen en belast. Zij verkoopt voor
machine van 50 voor 50, feitelijke boekwinst is 0. Maar toch belast voor 150 aan
winst, omdat de zakelijke prijs 200 zou zijn geweest. Bij M komt het terug op de
balans als deelneming.
Eigenlijk constateer je dat er te weinig is betaald, maar dat de fiscale gevolgen
wel worden ingericht alsof het zakelijke bedrag zou zijn betaald.
In de kosten/batensfeer, d.m.v. niet bedingen van rente of huur of te lage
vergoeding bedongen
Denk aan M die geld uitleent aan D en daarvoor 1.000 rente vraagt, terwijl een
zakelijke rente 5.000 zou zijn. D wordt dus bevoordeeld met 4.000. Hoewel zij
maar 1.000 heeft betaald, mag zij 5.000 rente aftrekken. Dat voordeel is niet
belast.
M ontvangt maar 1.000 rente, maar als zij zakelijk had gehandeld had zij 5.000
ontvangen, dus wordt zij ook belast voor 5.000. M boekt haar deelneming op met
het bedrag die zij aan informeel kapitaal heeft gestort aan D (dus 4.000).
Onzakelijke transactie moet je dus altijd ‘verzakelijken’, en de belastingheffing
richt je in alsof dat zakelijke bedrag daadwerkelijk is betaald. Zie art. 8b Vpb.
Leningen
Een civielrechtelijke lening is ook fiscaal een lening zolang er een
terugbetalingsplicht is.
, Vergoeding is de rente die aftrekbaar is bij de dochter (ontvanger lening; betaler
rente). Bij de moeder (betaler lening; ontvanger rente) is de renteopbrengst
belast.
Lening als informeel kapitaal
Herhaling: drie gevallen waarin leningen worden aangemerkt als
kapitaalverstrekking (informeel kapitaal). Zijn wel ‘terugbetalingsverplichtingen’
aan gekoppeld, dus civielrechtelijk leningen, maar fiscaal worden deze leningen
beschouwd als EV.
Schijnlening
Oogmerk partijen is niet lening verstrekken maar een kapitaalverstrekking. Zijn
een kapitaalstorting overeengekomen, maar noemen het een lening. Reden voor
de ‘schijnlening’ zou zijn om de rente te kunnen aftrekken, maar dat is dus niet
de bedoeling, daarom deze correctie.
Bodemlozeputlening
Aandeelhouder verstrekt lening aan bv terwijl zij op dat moment al weet dat het
geld niet zal worden terugbetaald. Reden voor een bodemlozeputlening zou zijn
om goede naam in stand te houden, zodat D aan crediteuren kan voldoen.
Deelnemerschapslening
Dit is een vrijwel geheel winstafhankelijke rente. Achtergesteld en onbepaalde
looptijd (langer dan 50 jaar). Deze kenmerken maken dat er formeel sprake is van
een lening, maar materiaal sprake is van inbreng van kapitaal.
(On)zakelijke lening
Leningen die niet onder kapitaal vallen maar een hele andere fiscale behandeling
hebben en VV zijn:
o Onzakelijke leningen (ODR-leningen)
o Zakelijke of zakelijk te maken leningen (OR-leningen)
Onzakelijke/ODR-leningen
Een onzakelijke lening is een lening waaraan een onzakelijk debiteurenrisico is
verbonden, oftewel een derde had de lening niet willen verstrekken (ook niet
tegen een hogere vaste rente).
Vervelende is dat eventueel verlies (afwaarderingsverlies) dat wordt geleden niet
in mindering kan komen op de fiscale winst van M.
Verschil met bodemlozeputlening is dat er wel een kans is dat het geld
terugkomt, maar het debiteurenrisico is wel zodanig groot dat een derde de
lening niet had willen verstrekken.
De rente op een ODR-lening kan niet worden gecorrigeerd naar zakelijk, omdat er
geen markt is (geen derde wil tegen hogere rente verstrekken). Moet worden
gesteld op borgstellingsanaloge rente: wat als er wel een bank was die onder
borgstelling de lening had willen verstrekken, welke rente was dan gesteld? Die
rente is vervolgens aftrekbaar bij D en belast bij M.
Zakelijk (te maken) lening
Een zakelijke lening heeft een zakelijke rentevergoeding. Derde is bereid de
lening tegen dezelfde rente te verstrekken.