100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Basiskennis taalonderwijs, ISBN: 9789001854652 Nederlands (taalbeschouwing)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
20
Subido en
15-01-2021
Escrito en
2020/2021

Hoofdstuk 4 en hoofdstuk 10 uit het boek aangevuld met aansluitende stof uit colleges/artikelen.

Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Hoofdstuk 4 en hoofdstuk 10
Subido en
15 de enero de 2021
Archivo actualizado en
15 de enero de 2021
Número de páginas
20
Escrito en
2020/2021
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

V2NED25 TAALBESCHOUWING
H4 Woordenschat

Mentaal lexicon = woordgeheugen

Woordidentiteit Betekenis
Akoestisch Klank
Articulair Uitspraak
Fonologie Klank/uitspraak
Morfologisch Opbouw
Semantisch Betekenis
Syntactisch Volgorde
Pragmatisch Gebruik
Orthografisch Spelling

Concrete betekenis = betekenis van een woord uitdrukken waarbij je
concreet aanwijst of ervaart. (VB hond + aanwijzen hond)
 Vanaf 1 jaar leren kinderen vooral de concrete betekenis van
woorden, hierbij kunnen woorden ook bepaalde gebeurtenissen
aanduiden. (VB bad of eten)
Ze leren in deze fase voornamelijk dat taal verwijst naar de dingen
om hen heen.

Abstracte betekenis = woordbetekenis aan de hand van het idee of
concept dat men rondom een woord heeft. (VB huis, gebouw om in te
wonen)
 Vanaf 2 jaar zijn kinderen in staat de abstracte betekenis van
woorden te kennen, ze ontdekken dat woorden een
gemeenschappelijk betekeniselement hebben. (VB een kinderstoel,
een bureaustoel en een eetkamerstoel worden allen aangeduid met
‘’stoel’’)

Contextuele betekenis = alle relaties die een woord heeft met andere
woorden. (VB stoel, tafel, zitten, meubels etc.)
 Vanaf 3 à 4 jaar ligt de nadruk in de ontwikkeling van het
woordgeheugen meer op de verschillende relaties van woorden.
Vanaf deze leeftijd zijn kinderen in staat nieuwe woorden te leren
die niet in hun directe omgeving voorkomen, maar via woorden die
zij wel kennen uit te leggen zijn.

Diepe woordkennis = het uitdiepen van de betekenis van woorden, het
niveau kan per individu en per woord verschillen.

Productieve woordenschat (actieve woordenschat) = woorden die iemand
gebruikt om met anderen te communiceren.

,Receptieve woordenschat (passieve woordenschat) = woorden die iemand
begrijpt/de betekenis van weet, maar niet perse gebruikt in zijn/haar
communicatie.




Principes voor woordenschatverwerving
Labelen Woord koppelen aan een voorwerp of gebeurtenis.
Vindt altijd plaats in concrete context, waarbij je
zintuigen kan inschakelen.
Koppeling tussen label en betekenis wordt altijd
aangereikt.
Categoriseren Betekenissen met elkaar combineren en woorden
onderbrengen onder overkoepelende begrippen.
Vaak moet iemand anders duidelijk maken wat de
woorden met elkaar te maken hebben.
Door het categoriseren vindt de systematische
opbouw van de woordenschat plaats in het geheugen.
Netwerkopbouw Woordenschat wordt ontwikkeld door allerlei
betekenissen in het geheugen aan elkaar te koppelen.
Het netwerk van betekenissen wordt steeds verder
uitgebreid.
Netwerken rondom woorden verschillen van persoon
tot persoon. Betekenisrelaties hangen hierbij af van de
ervaringen die men heeft.


Woordleerstrategieën
Analyseren van een woord Bij samengestelde woorden de betekenis
achterhalen door het woord te analyseren op
bekende woorden of door te letten op
bekende voor- of achtervoegsels.
Gebruik maken van de Onze taal kent veel woorden waarvan de
context betekenis lastig te omschrijven is, maar
binnen een bepaalde context wel begrijpelijk
te maken is. (VB Ik kom misschien morgen)
Gebruik maken van een bron Betekenis van een woord achterhalen door het
in de eerste of tweede taal te vragen aan iemand of een woordenboek te
raadplegen.
Letten op overeenkomsten Bij een allochtone achtergrond kan een
tussen eerste en tweede taal onbekend woord soms achterhaald worden
door woorden of woordvelden die wel bekend
zijn in de moedertaal. Hierbij kan
klankovereenkomst ook een rol spelen.



Strategieën om woorden te onthouden (veel gebruikt in methoden)

, - Woord herhalen en opschrijven
- Woord ophalen uit het geheugen
- Woord produceren
Soorten taalgebruik
Vaktaalwoorden Begrippen die specifiek zijn voor een bepaald
vakgebied, voornamelijk bij zaakvakken speelt het
begrip van deze woorden een belangrijke rol.
Schooltaalwoorden Abstracte begrippen die leerlingen moeten kennen
om het onderwijs te kunnen volgen. Daarnaast
vallen begrippen uit het Standaardnederlands die
leerlingen op school leren ook onder
schooltaalwoorden.
Inhoudswoorden Woorden met een duidelijk omschreven betekenis,
zoals zelfstandig naamwoorden, werkwoorden en
bijvoeglijke naamwoorden.
Functiewoorden Woorden met een minder duidelijk omschreven
betekenis, zoals voegwoorden en vraagwoorden.
Signaalwoorden Woorden die de lezer informatie geven over de
relaties in een tekst. Bijvoorbeeld woorden die een
tijdsrelatie aangeven als morgen of daarna.


DAT Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid = taalgebruik voor de
dagelijkse omgang.

CAT Cognitieve Academische Taalvaardigheid = het schoolse taalgebruik,
zowel in geschreven als in gesproken vorm.

Verschillen tussen DAT en CAT
DAT CAT
 Alledaagse taal  Schooltaal
 Thuistaal  Instructietaal
 Omgangstaal  Abstract taalgebruik
Gaat over bekende onderwerpen in Gaat over niet bekende onderwerpen,
een direct waarneembare die vaak buiten de schoolsituatie
omgeving. liggen.
Vraagt weinig voorkennis. Vraagt meer (soms veel) voorkennis.
Is gericht op communicatie. Is vaak gericht op kennisovderdracht.
Vereist weinig specifieke en Vereist meer specifieke complexe
complexe taalvaardigheden; alleen taalvaardigheden, zoals teksten lezen,
spreken en luisteren. stellen, reflecteren enz.
Bevat veel herhalingen. Is meestal kort en bondig.
Het taalgebruik wordt vaak Er vindt vaak weinig ondersteuning
ondersteund door gebaren e.d. plaats door middel van concrete
voorwerpen, illustraties e.d.
Het taalaanbod is of wordt vaak Het taalaanbod is niet altijd aangepast
aangepast aan de partner. aan de partner.
Het woordgebruik is aangepast aan Het taalgebruik is niet altijd aangepast
de situatie. aan de situatie; bijvoorbeeld door het
$4.82
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
priscilla-koopman

Conoce al vendedor

Seller avatar
priscilla-koopman Katholieke Pabo Zwolle
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
0
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
0
Documentos
1
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes