Anesthesie
1844 > eerste experiment met algehele anesthesie met lachgas, ether
(gebruikt als narcose middel): Horace Wells
- Door explosiegevaar verder gaan experimenteren
1884 > Cocaineinjecties: Sigmund Freud
1891 > Ruggenprik met cocaine: Bier/Hildebrandt
- Veel systemische bezwaren en lokale bezwaren: hoofdpijn, duizeligheid,
overgeven
William Halsted > eerste lokale anesthesie in THK doordat hij zichzelf
verdoofde met een cocaïne oplossing
Nadelen cocaïne: sterk verslavend, op zoek naar ander middel
1905 > procaïne > afgeleide van cocaïne
1940 > lidocaïne > afgeleide van cocaïne > sneller, veiliger en krachtiger
1947 > ontwikkeling van carpulespuit
Jaren 70 > articaine
Lidocaïne en articaine zijn nu de mest gebruikte
Anesthesie toedienen als:
- Kans op pijn aanwezig is
- Stress verminderen
- Angst verminderen
- Behandel efficiëntie
- Gemak behandelaar (verminderde bloeding)
Pijn: signaal van het lichaam dat er iets mis is
- Nociceptieve (acute) pijn: ontstaat
bij dreigende weefselschade
Schade leidt tot vrijkomen van
hormonen > activeren nociceptoren
(pijnreceptoren) > signaal naar
ruggenmerg en hersenen.
Voelt als: stekend, kloppend, zeurend
of krampend
Voorbeeld: ontstekingen, wonden
- Neuropatische pijn: beschadiging
van het zenuwstelsel, kan chronisch
zijn.
Voelt als: branderig, tinteling of
gevoelloos
Voorbeeld: hernia, diabetes
- Chronische pijn: pijn langer dan 3
maanden
Pijnperceptie: wetenschappelijk bewezen
- Vrouwen ervaren eerder pijn > lagere pijndrempel
- Sociaal-culturele verschillen
, - Emotionele toestand en omgevingsfactoren: zoals angst
Pijnreceptoren:
- Nociceptoren: detecteren pijnprikkels en geven door aan CZ
Reageren op: mechanische, thermische en chemische
Polymodale nociceptoren reageren op meerdere prikkels tegelijk
Geen adaptatie: zolang de prikkel duurt treden de reacties op
- Transducite: omzetting van prikkel in elektrisch signaal
- Transmissie: overbrengen van de omgevormde zenuwprikkels via het
ruggenmerg naar de hersenen
- Modulatie: hersenen beoordelen de pijnprikkels, zorgen voor terug
koppeling aan het lichaam
Centraal zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel: alle zenuwen (verbinding tussen CZ en spieren en
organen
- Sensorische zenuwen: gevoelszenuw (afferent, aanvoerend van CZ)
- Motorische zenuwen: bewegingszenuw (efferent, afvoerend van CZ)
- Autonoom (geen controle/onwillekeurig)
Sympathisch: actief
Parasympatisch: ontspannen
- Somatisch (wel controle/bewust/willekeurig)
Lokale anesthetica verhinderd de voortgeleiding
- Effect: ongevoelig voor pijnprikkels
- Reversibel
- Werkingsduur 1-3 uur
- In combi met vasoconstrictor (bijv. adrenaline): verlengt werking door
vernauwing en verminderde bloeding
- geleidingsanesthesie: schakelt pijngeleiding van hele zenuw uit
- infiltratieanesthesie: schakelt alleen de perifere zenuwtakjes uit
- oppervlakteanesthesie: verdoofd alleen zenuwuiteinden van
lichaamsoppervlak (bijv. voor gevoelloos toedienen
van prikjes)
Nervus Trigeminus N. V (5e): drielingzenuw
Vertakt in drieën:
- N. ophthalmicus (V1): gevoel ogen en voorhoofd,
bevat sensibele (afferent) vezels
3 takken: N. frontalis, N. lacrimalis, N.
nasociliaris
- N. maxillaris (V2): gevoel bovenkaak en
neus, bevat sensibele (afferent) vezels
Belangrijke vertakkingen:
1844 > eerste experiment met algehele anesthesie met lachgas, ether
(gebruikt als narcose middel): Horace Wells
- Door explosiegevaar verder gaan experimenteren
1884 > Cocaineinjecties: Sigmund Freud
1891 > Ruggenprik met cocaine: Bier/Hildebrandt
- Veel systemische bezwaren en lokale bezwaren: hoofdpijn, duizeligheid,
overgeven
William Halsted > eerste lokale anesthesie in THK doordat hij zichzelf
verdoofde met een cocaïne oplossing
Nadelen cocaïne: sterk verslavend, op zoek naar ander middel
1905 > procaïne > afgeleide van cocaïne
1940 > lidocaïne > afgeleide van cocaïne > sneller, veiliger en krachtiger
1947 > ontwikkeling van carpulespuit
Jaren 70 > articaine
Lidocaïne en articaine zijn nu de mest gebruikte
Anesthesie toedienen als:
- Kans op pijn aanwezig is
- Stress verminderen
- Angst verminderen
- Behandel efficiëntie
- Gemak behandelaar (verminderde bloeding)
Pijn: signaal van het lichaam dat er iets mis is
- Nociceptieve (acute) pijn: ontstaat
bij dreigende weefselschade
Schade leidt tot vrijkomen van
hormonen > activeren nociceptoren
(pijnreceptoren) > signaal naar
ruggenmerg en hersenen.
Voelt als: stekend, kloppend, zeurend
of krampend
Voorbeeld: ontstekingen, wonden
- Neuropatische pijn: beschadiging
van het zenuwstelsel, kan chronisch
zijn.
Voelt als: branderig, tinteling of
gevoelloos
Voorbeeld: hernia, diabetes
- Chronische pijn: pijn langer dan 3
maanden
Pijnperceptie: wetenschappelijk bewezen
- Vrouwen ervaren eerder pijn > lagere pijndrempel
- Sociaal-culturele verschillen
, - Emotionele toestand en omgevingsfactoren: zoals angst
Pijnreceptoren:
- Nociceptoren: detecteren pijnprikkels en geven door aan CZ
Reageren op: mechanische, thermische en chemische
Polymodale nociceptoren reageren op meerdere prikkels tegelijk
Geen adaptatie: zolang de prikkel duurt treden de reacties op
- Transducite: omzetting van prikkel in elektrisch signaal
- Transmissie: overbrengen van de omgevormde zenuwprikkels via het
ruggenmerg naar de hersenen
- Modulatie: hersenen beoordelen de pijnprikkels, zorgen voor terug
koppeling aan het lichaam
Centraal zenuwstelsel: hersenen en ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel: alle zenuwen (verbinding tussen CZ en spieren en
organen
- Sensorische zenuwen: gevoelszenuw (afferent, aanvoerend van CZ)
- Motorische zenuwen: bewegingszenuw (efferent, afvoerend van CZ)
- Autonoom (geen controle/onwillekeurig)
Sympathisch: actief
Parasympatisch: ontspannen
- Somatisch (wel controle/bewust/willekeurig)
Lokale anesthetica verhinderd de voortgeleiding
- Effect: ongevoelig voor pijnprikkels
- Reversibel
- Werkingsduur 1-3 uur
- In combi met vasoconstrictor (bijv. adrenaline): verlengt werking door
vernauwing en verminderde bloeding
- geleidingsanesthesie: schakelt pijngeleiding van hele zenuw uit
- infiltratieanesthesie: schakelt alleen de perifere zenuwtakjes uit
- oppervlakteanesthesie: verdoofd alleen zenuwuiteinden van
lichaamsoppervlak (bijv. voor gevoelloos toedienen
van prikjes)
Nervus Trigeminus N. V (5e): drielingzenuw
Vertakt in drieën:
- N. ophthalmicus (V1): gevoel ogen en voorhoofd,
bevat sensibele (afferent) vezels
3 takken: N. frontalis, N. lacrimalis, N.
nasociliaris
- N. maxillaris (V2): gevoel bovenkaak en
neus, bevat sensibele (afferent) vezels
Belangrijke vertakkingen: