De DIO kan aangeven wat het doel is van onderzoek binnen de diëtetiek.
Zodat er steeds meer bekent is over voeding en gezondheid, waardoor er steeds betere
behandelplannen en dergelijke kunnen worden opgesteld.
De DIO begrijpt wat een lector is en doet.
Lectoraten doen praktijkgericht onderzoek en ontwikkelen praktisch toepasbare kennis.
De DIO begrijpt wat er bedoeld wordt met de term Evidence Based Practice.
Met de term Evidence Based Practice wordt bedoeld dat het uitvoeren van een handeling
door een beroepsbeoefenaar op zo’n wijze gebeurd dat de uitvoering is gebaseerd op de
best beschikbare informatie.
De DIO herkent onderdelen van de onderzoekscyclus in aangereikt onderzoek.
Fase 1: Aanleiding
Wat is de achterliggende motivatie van de opdrachtgever?
Wetenschappelijk of praktijkonderzoek?
Fase 2: Inkadering
Doelstelling van de opdrachtgever waar het onderzoek een bijdrage aan moet leveren, c.g.
faciliterend aan moet zijn.
Doelstelling voor het onderzoek: wat moet het onderzoek opleveren?
Centrale vraag: Waar wordt het onderzoek toe afgebakend, welke vraag wordt aan het einde
als conclusie beantwoord?
Deelvragen en onderzoeksvragen: Welke aspecten moeten onderzocht worden alvorens je
de centrale vraag kunt beantwoorden?
Literatuuronderzoek: definities van begrippen helder krijgen en theorie verkennen.
Conceptueel model maken.
Fase 3: onderzoeksmethoden
- Deskresearch
- Fieldresearch
- Kwalitatief onderzoek
- Kwantitatief onderzoek
Fase 4: Keuze dataverzamelingsinstrument
- Observatie
- Diepte-interviews
- Focusgroepen
- Casestudy
- Enquêtes
- (Secundaire) gegevensanalyse
- Fysiologische metingen
Wijze van afname van interviews en enquêtes: face to face, telefonisch, internet, schriftelijk,
via de post enz.